You can not select more than 25 topics Topics must start with a letter or number, can include dashes ('-') and can be up to 35 characters long.
 
 
motief/thoughts/explorer/top_svd_top_motions.json

762 lines
138 KiB

{
"window": "current_parliament",
"exclusive": true,
"rows": [
{
"component": 1,
"motion_id": 10413,
"score": 9.773289079597465,
"title": "Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over de maximale juridische ruimte opzoeken om binnenlands te kunnen oefenen met drones",
"body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 58 MOTIE VAN HET LID DIEDERIK VAN DIJK C.S. Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat drones voor gevechtsdoeleinden en surveillance-, informatie- en inlichtingenoperaties steeds belangrijker worden, en dat ook Nederland deze capaciteiten heeft en ontwikkelt; overwegende dat de operationele eenheden te weinig oefenmogelijkheden hebben, mede als gevolg van knellende ruimtelijke aspecten, maar ook wegens strenge (privacy)wetgeving; verzoekt de regering een analyse over de knelpunten voor het oefenen met drones te maken en de Kamer toe te zenden; verzoekt de regering tevens de maximale juridische ruimte op te zoeken om binnenlands te kunnen testen in samenwerking met civiele partners, om op te kunnen leiden en om te kunnen oefenen met drones en daarover eveneens te rapporteren aan de Kamer, en gaat over tot de orde van de dag. Diederik van Dijk Olger van Dijk Boswijk Van der Wal",
"date": "2024-12-05",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 1,
"motion_id": 9785,
"score": 9.763007661241282,
"title": "Motie van het lid Krul c.s. over een alternatieve invulling vinden voor de ‘ombuiging subsidie bij- en nascholing medisch specialisten’ binnen het domein van de begroting VWS",
"body_text": "29 282 Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector Nr. 591 MOTIE VAN HET LID KRUL C.S. Voorgesteld 19 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er in het kader van het terugdraaien van een deel van de bezuinigingen op onderwijs een «opgave medisch specialisten» ligt van 315 miljoen euro, verdeeld over «ombuiging subsidie bij- en nascholing medisch specialisten» (165 miljoen) en «bestuurlijke afspraken aanpakken uitwassen beloningen medisch specialisten in maatschappen» (150 miljoen); constaterende dat de aangenomen motie-Vijlbrief c.s. oproept om deze bezuiniging niet te richten op verpleegkundigen; overwegende dat de Minister van VWS bredere ruimte vraagt om tot een alternatieve invulling van deze bezuiniging te komen; verzoekt de regering een alternatieve invulling te vinden voor de «ombuiging subsidie bij- en nascholing medisch specialisten» van 165 miljoen euro binnen het domein van de begroting van VWS, en de Kamer hierover in januari te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Krul Paulusma Diederik van Dijk Bikker Eerdmans",
"date": "2024-12-20",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 1,
"motion_id": 10032,
"score": 9.738583144140739,
"title": "Voorstel van wet van de leden Diederik van Dijk, Van der Wal, Boswijk, Dassen, Olger van Dijk, Paternotte, Eerdmans en Ceder houdende vaststelling van regels ten behoeve van de verdediging en de bescherming van de belangen van het Koninkrijk en de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde alsmede het voldoen aan (financiële) afspraken binnen de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en andere bondgenootschappen (Wet financiële defensieverplichtingen)",
"body_text": "36 353 (R2185) Voorstel van rijkswet van de leden Stoffer, Valstar, Boswijk en Dassen houdende vaststelling van regels inzake het voldoen aan verplichtingen voor de defensie van het Koninkrijk alsmede (financiële) afspraken binnen de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en andere bondgenootschappen (Rijkswet financiële defensieverplichtingen) Nr. 1 GELEIDENDE BRIEF Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 2 mei 2023 Hierbij doen wij u overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.21 van het Reglement van Orde een voorstel van rijkswet toekomen houdende vaststelling van regels inzake het voldoen aan verplichtingen voor de defensie van het Koninkrijk alsmede (financiële) afspraken binnen de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en andere bondgenootschappen (Rijkswet financiële defensieverplichtingen). De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust. Stoffer Valstar Boswijk Dassen",
"date": "2024-12-17",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 1,
"motion_id": 9802,
"score": 9.737857077308714,
"title": "Motie van het lid Peter de Groot c.s. over bij gesprekken met de sector over afbouw van gaswinning op land ook kijken naar mogelijkheden voor batendeling bij verlenging van projecten",
"body_text": "32 849 Mijnbouw Nr. 264 MOTIE VAN HET LID PETER DE GROOT C.S. Voorgesteld 19 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat bij het verlengen van de oliewinning in Schoonebeek de regio gaat meeprofiteren; overwegende dat het meedelen met de opbrengst bij het verlengen van andere mijnbouwactiviteiten ook wenselijk is; verzoekt de regering om bij gesprekken met de sector over afbouw van gaswinning op land ook te kijken naar mogelijkheden voor batendeling bij verlenging van projecten, en gaat over tot de orde van de dag. Peter de Groot Postma Vermeer",
"date": "2024-12-20",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 1,
"motion_id": 9896,
"score": 9.737857077308714,
"title": "Motie van de leden Flach en Vedder over het jaarlijks informeren van de Kamer over de verwachte teeltknelpunten en het zo nodig instellen van een aparte werkgroep",
"body_text": "27 858 Gewasbeschermingsbeleid Nr. 690 MOTIE VAN DE LEDEN FLACH EN VEDDER Voorgesteld 19 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de inperking van de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen gevolgen kan hebben voor de continuïteit van teelten als de vollegronds groenteteelt en de uienteelt; verzoekt de regering de Kamer jaarlijks te informeren over de verwachte teeltknelpunten in de vijf volgende jaren, en voor kwetsbare teelten, zo nodig, een aparte werkgroep in te stellen waarin, naast sectorvertegenwoordigers en teeltadviseurs, ook het ministerie, NVWA en Ctgb deelnemen, ten behoeve van onder meer advisering over vrijstellingen, de inzet van groene middelen en effectieve geïntegreerde gewasbescherming, en gaat over tot de orde van de dag. Flach Vedder",
"date": "2024-12-20",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 1,
"motion_id": 10470,
"score": -9.773289079597465,
"title": "Motie van het lid Dobbe over een ondersteuningsteam instellen om binnen twee jaar minstens 100 zorgbuurthuizen op te richten",
"body_text": "29 389 Vergrijzing en het integrale ouderenbeleid Nr. 133 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 27 november 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er een grote behoefte is aan kleinschalige woonzorgvormen voor ouderen, ook als zij nog geen indicatie hebben voor een verpleeghuis; overwegende dat het zorgbuurthuis een bewezen concept is, waar veel enthousiasme voor is; verzoekt de regering om een ondersteuningsteam in te stellen dat ervoor moet zorgen dat er binnen twee jaar minstens 100 zorgbuurthuizen worden opgericht, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe",
"date": "2024-12-03",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 1,
"motion_id": 10375,
"score": -9.773289079597465,
"title": "Motie van het lid Dobbe over het leveren en het gebruik van antipersoneelslandmijnen veroordelen",
"body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 52 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland het Anti-personeel landmijnenverdrag heeft ondertekend en geratificeerd; spreekt uit het leveren en gebruik van anti-personeelslandmijnen te veroordelen; verzoekt de regering het leveren en gebruik van anti-personeelslandmijnen te veroordelen, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe",
"date": "2024-12-05",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 1,
"motion_id": 10373,
"score": -9.773289079597465,
"title": "Motie van het lid Van Baarle over het militaire verdrag met Israël opzeggen",
"body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 55 MOTIE VAN HET LID VAN BAARLE Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er een arrestatiebevel tegen Netanyahu is uitgevaardigd en dat de bewijzen voor Israëlische oorlogsmisdaden gepleegd in Gaza zich opstapelen; van mening dat Israël een misdadige apartheidsstaat is; verzoekt de regering om het militaire verdrag met Israël op te zeggen, en gaat over tot de orde van de dag. Van Baarle",
"date": "2024-12-05",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 1,
"motion_id": 10372,
"score": -9.773289079597465,
"title": "Motie van het lid Van Baarle over een boycot instellen tegen Israëlische defensiebedrijven op Nederlands grondgebied en geen enkele defensieaankoop vanuit Israël doen",
"body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 56 MOTIE VAN HET LID VAN BAARLE Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Israëlische wapenindustrie wapensystemen verkoopt als «battle-tested», wat in de praktijk neerkomt op het feit dat deze wapensystemen zijn ingezet bij het plegen van oorlogsmisdaden tegen Palestijnen; van mening dat op geen enkele manier bijgedragen mag worden aan het Israëlische militair complex; verzoekt de regering een boycot in te stellen tegen Israëlische defensiebedrijven op Nederlands grondgebied en geen enkele defensieaankoop vanuit Israël te doen, en gaat over tot de orde van de dag. Van Baarle",
"date": "2024-12-05",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 1,
"motion_id": 10346,
"score": -9.773289079597465,
"title": "Motie van de leden Beckerman en De Hoop over de komende huurverhoging heroverwegen",
"body_text": "32 847 Integrale visie op de woningmarkt Nr. 1220 MOTIE VAN DE LEDEN BECKERMAN EN DE HOOP Voorgesteld 5 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de Woonbond is opgestapt uit de onderhandelingen over de nieuwe prestatieafspraken vanwege de aanstaande recordhuurverhoging; constaterende dat huurders nodig zijn voor het draagvlak van maatregelen op het gebied van volkshuisvesting; verzoekt de regering de komende huurverhoging te heroverwegen, hierover in gesprek te gaan met de Woonbond, en de Kamer hier zo spoedig mogelijk over te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Beckerman De Hoop",
"date": "2024-12-10",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 2,
"motion_id": 628,
"score": 9.680151313423083,
"title": "Motie van het lid Van Houwelingen over stoppen met het vervolgen van artsen die tijdens de coronaperiode offlabel hydroxychloroquine of ivermectine hebben voorgeschreven",
"body_text": "28 828 Fraudebestrijding in de zorg Nr. 152 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN Voorgesteld 21 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat artsen vandaag de dag nog steeds worden vervolgd voor het offlabel voorschrijven van hydroxychloroquine en/of ivermectine tijdens de coronaperiode; constaterende dat de inspectie deze artsen vervolgt in naam van de Minister; verzoekt de Minister de inspectie de opdracht te geven te stoppen met het vervolgen van artsen die tijdens de coronaperiode offlabel hydroxychloroquine en/of ivermectine hebben voorgeschreven, en gaat over tot de orde van de dag. Van Houwelingen",
"date": "2025-05-27",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 2,
"motion_id": 771,
"score": 9.680151313423083,
"title": "Motie van de leden Ram en Wilders over in de Raad ervoor pleiten dat er geen enkele euro aan Jordanië wordt gegeven of geleend",
"body_text": "21 501-04 Ontwikkelingsraad Nr. 285 MOTIE VAN DE LEDEN RAM EN WILDERS Voorgesteld 15 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering om in de Raad ervoor te pleiten dat er geen enkele euro aan Jordanië wordt gegeven of geleend, en gaat over tot de orde van de dag. Ram Wilders",
"date": "2025-05-20",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 2,
"motion_id": 775,
"score": 9.680151313423083,
"title": "Motie van het lid Pool over additionele middelen niet besteden aan projecten in Hawija, maar aan zorg en waardering voor veteranen",
"body_text": "27 925 Bestrijding internationaal terrorisme Nr. 1008 MOTIE VAN HET LID POOL Voorgesteld 15 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Defensie kijkt of het mogelijk is om additionele middelen ter beschikking te stellen voor projecten in Hawija; van mening dat deze tijd, energie en middelen beter besteed zijn aan het borgen van zorg en waardering voor onze veteranen; verzoekt de regering geen additionele middelen vrij te maken voor projecten in Hawija, maar deze gelden te besteden aan de zorg en waardering voor de veteranen van de oorlog tegen ISIS, en gaat over tot de orde van de dag. Pool",
"date": "2025-05-20",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 2,
"motion_id": 9992,
"score": 9.662590156585475,
"title": "Motie van de leden Markuszower en Wilders over er in de Europese Raad op aandringen dat de Syriërs die nu in de EU verblijven zo spoedig mogelijk terug worden gestuurd naar hun eigen land",
"body_text": "21 501-20 Europese Raad Nr. 2141 MOTIE VAN DE LEDEN MARKUSZOWER EN WILDERS Voorgesteld 17 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering in de Europese Raad erop aan te dringen dat de Syriërs die nu in de EU verblijven zo spoedig mogelijk terug worden gestuurd naar hun eigen land, en gaat over tot de orde van de dag. Markuszower Wilders",
"date": "2024-12-18",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 2,
"motion_id": 299,
"score": 9.658680070199608,
"title": "Motie van het lid Vondeling over niet instemmen met de verlenging van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne",
"body_text": "32 317 JBZ-Raad Nr. 954 MOTIE VAN HET LID VONDELING Voorgesteld 11 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering niet in te stemmen met verlenging van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne, en gaat over tot de orde van de dag. Vondeling",
"date": "2025-06-12",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 2,
"motion_id": 502,
"score": -9.680151313423083,
"title": "Motie van het lid Stoffer c.s. over voor het begrotingsdebat IenW komen met een actieplan om ultrafast fashion aan te pakken",
"body_text": "32 852 Grondstoffenvoorzieningszekerheid Nr. 372 MOTIE VAN HET LID STOFFER C.S. Voorgesteld 27 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat sprake is van een sterke opmars van de verkoop van ultrafast fashion via onder meer Chinese webwinkels; overwegende dat ultrafast-fashionproducten vanwege het hoge polyestergehalte een zeer korte levensduur en relatief grote gevolgen voor het milieu hebben, en een bedreiging vormen voor de transitie naar een meer circulaire textielketen; overwegende dat een relatief groot aandeel van de ultrafast-fashionproducten niet voldoet aan Europese productwetgeving en de REACH-regelgeving; overwegende dat Frankrijk gerichte wetgeving invoert om ultrafast fashion tegen te gaan, onder meer door een heffing voor textiel met een korte levensduur en een slecht ecolabel; van mening dat op korte termijn actie nodig is om ultrafast fashion aan te pakken en dat niet gewacht kan worden op Europese beleidswijzigingen; verzoekt de regering voor het komende begrotingsdebat IenW een actieplan met concrete maatregelen op te stellen voor een voortvarende aanpak van ultrafast fashion, waaronder gerichte handhaving voor producten die niet voldoen aan de genoemde producteisen, en voorbereiding van regelgeving in lijn met de genoemde Franse wetgeving, en gaat over tot de orde van de dag. Stoffer Gabriëls Bamenga Kostić Wingelaar Hirsch Grinwis",
"date": "2025-06-03",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 2,
"motion_id": 497,
"score": -9.680151313423083,
"title": "Motie van het lid Van der Werf c.s. over onderzoek naar een Nederlandse variant van Clare's Law",
"body_text": "29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde Nr. 955 MOTIE VAN HET LID VAN DER WERF C.S. Voorgesteld 28 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het tijdig signaleren en opvolgen van meldingen van huiselijk geweld nog te vaak tekortschiet; overwegende dat het tijdig beschikbaar stellen van informatie over een gewelddadig verleden van een partner mensen in staat stelt een goed geïnformeerde keuze te maken en in een vroeg stadium hulp te zoeken; overwegende dat in het Verenigd Koninkrijk «Clare's Law» is ingevoerd, die het mogelijk maakt om bij de politie informatie op te vragen over het geweldsverleden van een partner; verzoekt de regering te onderzoeken of, en onder welke randvoorwaarden, een Nederlandse variant van Clare's Law kan worden ingevoerd, en de Kamer hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Van der Werf Becker Mutluer Bruyning",
"date": "2025-06-03",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 2,
"motion_id": 486,
"score": -9.680151313423083,
"title": "Motie van de leden Michon-Derkzen en Van der Werf over een verkenning ten behoeve van een betere en effectievere handhaving tegen digitale intimidatie en stalking",
"body_text": "29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde Nr. 970 MOTIE VAN DE LEDEN MICHON-DERKZEN EN VAN DER WERF Voorgesteld 28 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat intimidatie en stalking ook steeds vaker online plaatsvinden; overwegende dat de reguliere handhaving niet in voldoende mate lijkt te zijn ingericht op deze ontwikkeling; verzoekt de regering te verkennen hoe de handhaving op het gebied van digitale intimidatie en stalking eruit kan zien om effectiever op te treden en slachtoffers beter te beschermen, en gaat over tot de orde van de dag. Michon-Derkzen Van der Werf",
"date": "2025-06-03",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 2,
"motion_id": 465,
"score": -9.680151313423083,
"title": "Motie van het lid Van Nispen over sociale samenhang actief betrekken in het beleid voor nationale weerbaarheid",
"body_text": "30 821 Nationale Veiligheid Nr. 285 MOTIE VAN HET LID VAN NISPEN Voorgesteld 28 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het Sociaal en Cultureel Planbureau aangeeft dat sociale samenhang, onderling vertrouwen en bereidheid om elkaar te helpen cruciaal zijn om een samenleving weerbaar te maken in tijden van crisis; verzoekt de regering sociale samenhang actief te betrekken in het beleid voor nationale weerbaarheid en met plannen te komen die investeren in de sociale samenhang van gemeenschappen, en gaat over tot de orde van de dag. Van Nispen",
"date": "2025-06-03",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 2,
"motion_id": 457,
"score": -9.680151313423083,
"title": "Motie van de leden Van Nispen en Westerveld over stimuleren dat in de daklozenopvang psychische zorg aanwezig is",
"body_text": "25 424 Geestelijke gezondheidszorg Nr. 757 MOTIE VAN DE LEDEN VAN NISPEN EN WESTERVELD Voorgesteld 28 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering te stimuleren dat in de daklozenopvang psychische zorg aanwezig is en hiermee invulling te geven aan de parlementaire verkenning Verward/onbegrepen gedrag op dit punt, en gaat over tot de orde van de dag. Van Nispen Westerveld",
"date": "2025-06-03",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 3,
"motion_id": 1279,
"score": 10.211468722422227,
"title": "Motie van de leden Dijk en Ergin over in gesprek gaan met het onafhankelijk jongerenpanel toeslagen",
"body_text": "31 066 Belastingdienst Nr. 1475 MOTIE VAN DE LEDEN DIJK EN ERGIN Voorgesteld 10 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat gedupeerde jongeren in het toeslagenschandaal de huidige compensatie als onvoldoende ervaren en de toegang missen tot officiële herstelprocedures; verzoekt de regering om voor de zomer in gesprek te gaan met het onafhankelijk jongerenpanel toeslagen en samen met hen een plan te maken om het manifest uit te werken, waarbij er in ieder geval aandacht is voor erkenning, kwijtschelding van (DUO-)studieschulden en gerichte ondersteuning bij werk en opleiding, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk Ergin",
"date": "2025-04-15",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 3,
"motion_id": 259,
"score": 10.13019857415849,
"title": "Motie van het lid Dobbe over de resterende bezuinigingen op het Gemeentefonds schrappen",
"body_text": "31 839 Jeugdzorg Nr. 1084 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 11 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Kamer via de motie-Dijk ( 36 760, nr. 11 ) heeft verzocht om de ingeboekte bezuinigingen op de jeugdzorg te schrappen; overwegende dat er daarnaast echter nog circa 2 miljard euro wordt bezuinigd op gemeenten via het ravijnjaar; overwegende dat deze bezuinigingen alsnog zouden kunnen resulteren in lokale bezuinigingen op de jeugdzorg; verzoekt de regering om de resterende bezuinigingen op het Gemeentefonds te schrappen, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe",
"date": "2025-06-17",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 3,
"motion_id": 354,
"score": 10.13019857415849,
"title": "Motie van het lid Dijk over de bezuinigingen op de zorg schrappen",
"body_text": "36 760 Kabinetscrisis 2025 Nr. 11 MOTIE VAN HET LID DIJK Voorgesteld 4 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat vanaf 2026 bijna 500 miljoen aan bezuinigingen op de ouderenzorg en ruim 150 miljoen op de gehandicaptenzorg en de ggz gepland staan; constaterende dat dit jaar al 350 miljoen wordt weggehaald bij de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en de ggz; constaterende dat vanaf volgend jaar 450 miljoen wordt bezuinigd op de jeugdzorg, wat oploopt tot 1,8 miljard, en dat ook een eigen bijdrage wordt ingevoerd; constaterende dat vanaf 2027 een bezuiniging van 225 miljoen ingeboekt staat op de Wmo en de eigen bijdragen stijgen; verzoekt de regering om deze bezuinigingen te schrappen, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk",
"date": "2025-06-10",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 3,
"motion_id": 9922,
"score": 10.096500522784986,
"title": "Motie van het lid Dobbe over met spoed een voorstel naar de Kamer sturen om gemeenten, personeel en patiënten instemmingsrecht te geven bij fusies en/of sluitingen van ziekenhuizen",
"body_text": "31 765 Kwaliteit van zorg Nr. 888 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 18 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er grote onzekerheid bestaat over de toekomst van verschillende ziekenhuizen in ons land, zoals in Haarlem en in Friesland; overwegende dat de Tweede Kamer zich heeft uitgesproken om gemeenten, personeel en patiënten instemmingsrecht te geven bij fusies en/of sluitingen van (delen) van ziekenhuizen; verzoekt het kabinet met spoed een voorstel hiertoe naar de Kamer te sturen om te voorkomen dat ziekenhuizen nog langer in onzekerheid zitten, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe",
"date": "2024-12-19",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 3,
"motion_id": 9954,
"score": 10.096500522784986,
"title": "Motie van het lid Dijk over wetgeving maken om winstuitkeringen in de hele zorg te verbieden of dit verbod betrekken bij de Wet integere bedrijfsvoering",
"body_text": "36 600 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2025 Nr. 159 MOTIE VAN HET LID DIJK Voorgesteld 18 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat winst maken in de zorg haaks staat op het verlenen van menswaardige zorg zonder financiële perverse prikkels; verzoekt het kabinet wetgeving te maken om winstuitkeringen in de hele zorg te verbieden en dit verbod te betrekken bij de Wet integere bedrijfsvoering, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk",
"date": "2024-12-19",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 3,
"motion_id": 447,
"score": -10.084823348052273,
"title": "Motie van de leden Ellian en Olger van Dijk over een groeipad van defensie-uitgaven naar minimaal 3,5% van het bbp",
"body_text": "28 676 NAVO Nr. 508 MOTIE VAN DE LEDEN ELLIAN EN OLGER VAN DIJK Voorgesteld 27 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de NAVO-capaciteitsdoelstellingen essentieel zijn om het NAVO-grondgebied te kunnen verdedigen en in het licht van toegenomen dreigingen significant verhoogd zijn; constaterende dat naast de NAVO-capaciteitsdoelstellingen Nederland ook verantwoordelijk is voor het grootschalig doorvoeren van militair materieel (Host Nation Support) en het beschermen van het eigen grondgebied tegen uiteenlopende dreigingen (Homeland Defence); verzoekt de regering om de NAVO-capaciteitsdoelstellingen en de taken die Defensie daarnaast ook moet vervullen als uitgangspunt te nemen en zich dus in te zetten voor een groeipad van defensie-uitgaven naar minimaal 3,5% van het bruto binnenlands product, en gaat over tot de orde van de dag. Ellian Olger van Dijk",
"date": "2025-06-03",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 3,
"motion_id": 394,
"score": -10.084823348052273,
"title": "Gewijzigde motie van het lid Van der Werf c.s. over zich inzetten voor een groeipad naar defensie-uitgaven van 3,5% van het bruto binnenlands product (t.v.v. 21501-20-2175)",
"body_text": "21 501-20 Europese Raad Nr. 2247 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID VAN DER WERF C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 2175 Voorgesteld 3 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat tijdens de NAVO top in Den Haag gesproken zal worden over een nieuwe NAVO-norm van 5% bestaande uit 3,5% uitgaven aan defensie en 1,5% uitgaven aan civiele doelen zoals cyber en infrastructuur; overwegende dat de huidige NAVO-norm van 2% defensie-uitgaven onvoldoende is wanneer Europa in staat wil zijn haar eigen grondgebied te verdedigen tegen Rusland; overwegende dat Nederland reeds dagelijks wordt geconfronteerd met hybride en cyberaanvallen vanuit Rusland en China; verzoekt de regering zich in te zetten voor een groeipad naar defensie-uitgaven van 3,5% van het bruto binnenlands product, daarbij specifiek te kijken naar meer Europese samenwerking en het versterken van de Nederlandse defensie-industrie, en gaat over tot de orde van de dag. Van der Werf Paternotte Boswijk",
"date": "2025-06-03",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 3,
"motion_id": 359,
"score": -10.190790914875349,
"title": "Gewijzigde motie van het lid Yesilgöz-Zegerius c.s. over doorgaan met cruciale onderwerpen die niet kunnen wachten (t.v.v. 36760-8)",
"body_text": "36 760 Kabinetscrisis 2025 Nr. 45 GEWIJZIGDE MOTIE VAN YEŞILGÖZ-ZEGERIUS C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 8 Voorgesteld 10 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland nationaal en internationaal voor grote uitdagingen staat, waarbij besluitvaardigheid meer dan ooit noodzakelijk is; overwegende dat het onverantwoord is om tot aan de volgende verkiezingen stilstand te krijgen; verzoekt het kabinet vol door te gaan met cruciale onderwerpen voor Nederland die niet kunnen wachten, waaronder ten minste asiel en migratie, defensie en weerbaarheid, steun aan Oekraïne, veiligheid, stikstof, ruimtelijke keuzes, woningbouw, hersteloperaties, verdienvermogen en de portemonnee; verzoekt het kabinet daarvoor draagvlak te vergaren in het parlement, en gaat over tot de orde van de dag. Yeşilgöz-Zegerius Van der Plas Van Vroonhoven Bontenbal Bikker Eerdmans Stoffer",
"date": "2025-06-10",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 3,
"motion_id": 24881,
"score": -10.198255796683373,
"title": "Gewijzigd amendement van het lid Van Oostenbruggen 36610-13 t.v.v. nr. 10 over een verkorte voortzettingseis voor belastingplichtigen die in 2023 en 2024 van de BOR gebruik hebben gemaakt",
"body_text": "36 610 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001, de Successiewet 1956 en enkele andere wetten in verband met aanpassingen in een aantal fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten (Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025) Nr. 13 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN OOSTENBRUGGEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 10 Ontvangen 14 november 2024 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: Na artikel III wordt een artikel ingevoegd, luidende: ARTIKEL IIIA In afwijking van artikel 35e, eerste lid, van de Successiewet 1956 zoals dat artikel luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet loopt voor een bedrijfsopvolging als bedoeld in artikel 35b, vijfde lid, van die wet door een schenking die heeft plaatsgevonden na 31 december 2022, doch voor de inwerkingtreding van deze wet, de periode, bedoeld in artikel 35e, eerste lid, van die wet, af op 31 december 2027. Toelichting In het huidig belastingpakket 2025 wordt de voortzettingseis van de bedrijfopvolgingsregeling (BOR) per 1 januari 2025 bij schenking verkort van 5 naar 3 jaar. Zonder overgangstermijn zorgt deze verkorting voor ongelijkheid tussen belastingplichtigen. Belastingplichtigen die op 31 december 2024 gebruik beginnen te maken van de BOR hebben pas op 31 december 2029 volledig voldaan aan de voortzettingseis (5 jaar later). Dit terwijl belastingplichtigen die een dag later gebruikmaken van de BOR al veel eerder klaar zijn, namelijk op 1 januari 2028 (3 jaar later). Indiener vindt het onterecht dat belastingplichtigen die eerder gebruik maken van de BOR pas later in de tijd klaar zijn. Specifiek gaat het om de belastingplichtigen die tussen 1 januari 2023 en de inwerkingtreding van de wet (1 januari 2025) gebruik zijn gaan maken van de BOR. Met dit amendement wordt de ongelijke behandeling van deze groep opgeheven. Van Oostenbruggen",
"date": "2024-11-14",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 3,
"motion_id": 9873,
"score": -10.22806429969619,
"title": "Motie van het lid Van der Plas over zo snel mogelijk overgaan tot het zenderen van zo veel mogelijk Nederlandse wolven",
"body_text": "33 576 Natuurbeleid Nr. 407 MOTIE VAN HET LID VAN DER PLAS Voorgesteld 19 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat er momenteel te weinig informatie beschikbaar is over het gedrag van wolven in Nederland; overwegende dat meer inzicht in het gedrag van wolven kan helpen vaststellen of er individuele dieren of roedels zijn die meer problemen veroorzaken dan andere; overwegende dat in landen als Duitsland en Frankrijk het zenderen van wolven al plaatsvindt voor onderzoeksdoeleinden; verzoekt de Staatssecretaris, het kabinet, om in samenwerking met betrokken experts en instanties zo snel mogelijk over te gaan tot het zenderen van zo veel mogelijk Nederlandse wolven om beter inzicht te krijgen in hun gedrag en problematiek, en gaat over tot de orde van de dag. Van der Plas",
"date": "2024-12-20",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 4,
"motion_id": 4093,
"score": 7.076045165991743,
"title": "Motie van het lid Struijs c.s. over het aantal goede openbare toiletten op logische plekken substantieel uitbreiden",
"body_text": "36 800 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 Nr. 56 MOTIE VAN HET LID STRUIJS C.S. Voorgesteld 5 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende het feit dat veel ouderen en mensen met een aandoening of handicap minder vaak of minder lang de deur uit durven omdat zij afhankelijk zijn van een toilet in de buurt; overwegende het feit dat dit kan bijdragen aan vereenzaming of een nodeloze inperking van de bewegingsvrijheid; overwegende het feit dat het ook door Nederland ondertekende VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap gelijke rechten, zelfstandigheid en inclusie voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking garandeert, en de overheid verplicht om toegankelijkheid in al haar facetten te bevorderen; overwegende dat openbare toiletten vanuit gemeenten geregeld kunnen worden; verzoekt de regering te onderzoeken hoe het aantal goede openbare toiletten op logische plekken substantieel kan worden uitgebreid, en de Tweede Kamer daarvoor een plan te sturen, en gaat over tot de orde van de dag. Struijs Van Brenk Tseggai Beckerman",
"date": "2026-02-10",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 4,
"motion_id": 4122,
"score": 7.076045165991743,
"title": "Motie van de leden Ceder en Stoffer over met partijen uit het veld werken aan actieve vaderbetrokkenheid",
"body_text": "36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 Nr. 53 MOTIE VAN DE LEDEN CEDER EN STOFFER Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 2 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat vaders volwaardige opvoeders zijn, net als moeders, maar dat dit in de zorg en ondersteuning in de eerste 1.000 dagen van een kind nog niet altijd een plek heeft; overwegende dat betrokkenheid van vaders in de eerste levensfase de hechting, het welzijn van de moeder en de stabiliteit van het gezin vergroot; verzoekt de regering om samen met partijen uit het veld, onder andere via de ouderschapscoalitie, waar ook het Expertisecentrum Vaders onderdeel van uitmaakt, te werken aan actieve vaderbetrokkenheid in het leven van een kind; en gaat over tot de orde van de dag. Ceder Stoffer",
"date": "2026-02-10",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 4,
"motion_id": 4554,
"score": 7.046857327990663,
"title": "Motie van het lid Ceder c.s. over zowel bilateraal als in Europees verband de samenwerking met Australië, het Verenigd Koninkrijk en Canada bestendigen",
"body_text": "29 653 Het Nederlands buitenlands beleid ten aanzien van Latijns-Amerika en de Cariben Nr. 83 MOTIE VAN HET LID CEDER C.S. Voorgesteld 13 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat om de principes van het internationaal recht te kunnen blijven handhaven versterking van de economische en militaire macht en samenwerking van Nederland en bondgenoten van belang zijn; verzoekt de regering om zowel bilateraal als in Europees verband de samenwerking met Australië, het Verenigd Koninkrijk en Canada verder te bestendigen, zowel op militair als op (geo-)economisch gebied, en gaat over tot de orde van de dag. Ceder Diederik van Dijk Van der Burg",
"date": "2026-01-20",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 4,
"motion_id": 4137,
"score": 7.029680381143076,
"title": "Motie van het lid Bikker c.s. over kennis en kunde uit de postcovid-expertisecentra zo snel mogelijk toelaten en laten vergoeden",
"body_text": "25 295 Infectieziektenbestrijding Nr. 2249 MOTIE VAN HET LID BIKKER C.S. Voorgesteld 29 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de postcovid-expertisecentra meer kennis en kunde opleveren over passende behandelingen en medicijnen voor postcovid; overwegende dat deze wetenschappelijke onderbouwing moeilijk op te bouwen is bij een nieuwe ziekte en bovendien een langdurig proces is; verzoekt de regering zich er samen met de zorgverzekeraars, medisch-specialisten en huisartsen voor in te zetten om de opgedane kennis en kunde uit de expertisecentra op een verantwoorde wijze zo snel mogelijk toe te laten en te laten vergoeden, en gaat over tot de orde van de dag. Bikker Van Brenk Bushoff Jimmy Dijk",
"date": "2026-02-04",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 4,
"motion_id": 4139,
"score": 7.029680381143076,
"title": "Motie van het lid Bikker c.s. over in gesprek gaan over het Duitse initiatief om long covid en PAIS aan te pakken",
"body_text": "25 295 Infectieziektenbestrijding Nr. 2247 MOTIE VAN HET LID BIKKER C.S. Voorgesteld 29 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat met het ontstaan van circa 100.000 ernstig zieke postcovidpatiënten de langdurige impact van PAIS op het dagelijks leven en de samenleving prominenter is geworden; overwegende dat ten aanzien van PAIS een langetermijnbeleid ontbreekt en slechts naar de korte termijn wordt gekeken; overwegende dat in Duitsland een grootschalig, meerjarig initiatief is gelanceerd om long covid en PAIS aan te pakken, met miljoeneninvesteringen gericht op betere diagnostiek en behandeling; verzoekt de regering in gesprek te gaan met Duitse partners over dit initiatief; verzoekt de regering voorts dit als inspiratie te gebruiken voor een Nederlands langetermijnbeleid ten aanzien van PAIS, de verbetering van diagnostiek en behandeling, en de erkenning en impact van PAIS op de samenleving, en dit uiterlijk in de zomer 2026 naar de Kamer te sturen, en gaat over tot de orde van de dag. Bikker Van Brenk Bushoff Jimmy Dijk Ten Hove",
"date": "2026-02-04",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 4,
"motion_id": 2771,
"score": -6.953889280793299,
"title": "Gewijzigd amendement van het lid Ergin ter vervanging van nr. 19 over expliciteren dat de kerndoelen in overeenstemming met artikel 23 Grondwet worden uitgewerkt",
"body_text": "36 699 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de herziening van de wettelijke grondslagen van de kerndoelen met focus op lezen, schrijven en rekenen (Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen) Nr. 22 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID ERGIN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 19 Ontvangen 25 november 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: I In artikel I, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde tweede lid na «artikel 8, eerste tot en met derde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet». II In artikel II, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde tweede lid na «artikel 10, eerste tot en met derde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet». III In artikel II, onderdeel C, onder 3, wordt in het voorgestelde tweede lid na «artikel 10, eerste tot en met derde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet». IV In artikel III, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde tweede lid na «artikel 11, eerste tot en met vierde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet». V In artikel III, onderdeel C, onder 1, wordt in het voorgestelde derde lid na «artikel 11, eerste tot en met vierde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet». VI In artikel III, onderdeel D, onder 1, wordt in het voorgestelde derde lid na «artikel 11, eerste tot en met vierde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet». VII In artikel IV, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 2.13, tweede lid, na «de artikelen 1.4 en 2.2, eerste lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet». Toelichting De Afdeling advisering van de Raad van State wijst in haar advies op het risico dat de uitwerking van kerndoelen, in het bijzonder de burgerschapskerndoelen, kan botsen met de godsdienstige, levensbeschouwelijke of pedagogische grondslag van scholen. De Afdeling constateert dat het wetsvoorstel onvoldoende duidelijk maakt hoe ver de uitwerking van kerndoelen bij algemene maatregel van bestuur zal reiken. Zij adviseert daarom expliciet aandacht te besteden aan het evenwicht tussen richtinggevende kaders enerzijds en het waarborgen van pedagogische autonomie anderzijds. Daarnaast benadrukt de Onderwijsraad in zijn recente brief aan de informateur dat het Nederlandse onderwijsbestel is gestoeld op pluriformiteit en dat de vrijheid van onderwijs zorgvuldig moet worden bewaakt. Een te normerende uitwerking van burgerschapskerndoelen kan ertoe leiden dat scholen onvoldoende ruimte behouden om deze doelen te realiseren in overeenstemming met hun eigen identiteit, terwijl artikel 23 Grondwet juist vereist dat binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat ruimte bestaat voor pluriformiteit. Dit amendement expliciteert daarom dat de uitwerking van kerndoelen met inachtneming van artikel 23 Grondwet moet geschieden en dus dat ruimte moet worden gelaten voor de identiteit van scholen. Daarmee wordt aangesloten bij de adviezen van zowel de Raad van State als de Onderwijsraad en wordt gewaarborgd dat de kerndoelen niet leiden tot onbedoelde inperking van constitutioneel beschermde ruimte voor pluriformiteit in het onderwijs. Ergin",
"date": "2025-12-09",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 4,
"motion_id": 2769,
"score": -6.971066227640892,
"title": "Gewijzigd amendement van het lid Ergin ter vervanging van nr. 20 over een evaluatie na drie jaar",
"body_text": "36 699 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de herziening van de wettelijke grondslagen van de kerndoelen met focus op lezen, schrijven en rekenen (Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen) Nr. 23 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID ERGIN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 20 Ontvangen 25 november 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: I Aan artikel I wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: H Na artikel 201 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 201a. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk. II Aan artikel II wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: H Na artikel 164b wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 164c. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk. III Aan artikel III wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: M Na artikel 178 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 178a. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk. IV Aan artikel IV wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: D Na artikel 13.14 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 13.15. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk. Toelichting Met dit amendement wordt in de wet vastgelegd dat de herziening van de kerndoelen na drie jaar na inwerkingtreding wordt geëvalueerd. Deze bepaling is bedoeld om ervoor te zorgen dat in een vroeg stadium duidelijk wordt hoe de nieuwe kerndoelen uitwerken in de praktijk van scholen en leraren, en of zij uitvoerbaar, doelmatig en werkbaar zijn. Het gaat om een stelselwijziging waarvan de feitelijke effecten pas zichtbaar worden wanneer scholen daadwerkelijk met de nieuwe kerndoelen, methodes en leerlijnen werken. Een wettelijke evaluatie na drie jaar waarborgt dat eventuele knelpunten tijdig en zorgvuldig kunnen worden gesignaleerd, zodat indien nodig vroeg bijsturing kan plaatsvinden. De keuze voor een termijn van drie jaar sluit aan bij ervaringen met eerdere onderwijswetgeving. Bij verschillende veranderingen in het onderwijs, zoals de implementatie van de Wet Kwaliteit VO, Passend Onderwijs en de Wet Beroep Leraar, bleek dat de belangrijkste uitvoeringsproblemen al binnen de eerste jaren na invoering zichtbaar werden. Dit beeld wordt bevestigd in de rijksbrede Handreiking Wetsevaluaties, waarin wordt gesteld dat de meeste uitvoerings- en doeltreffendheidsproblemen doorgaans binnen twee tot drie jaar optreden. Scholen vertalen nieuwe wettelijke verplichtingen namelijk relatief snel naar hun onderwijspraktijk, waardoor eventuele organisatorische, didactische of financiële knelpunten al binnen deze periode aan het licht komen. Een evaluatie na drie jaar is daarom volgens indiener een noodzakelijke en proportionele waarborg die de onderwijspraktijk niet onnodig belast. Deze vroege evaluatie is vooral noodzakelijk vanwege de introductie van nieuwe kerndoelen, waarbij in het bijzonder de nieuwe kerndoelen voor burgerschap een belangrijke rol spelen. Anders dan vakgebonden kerndoelen zijn burgerschapsdoelen normatief en waarde gericht van aard. Ze raken aan thema’s zoals democratische basiswaarden, omgaan met verschillen en maatschappelijke verantwoordelijkheid, en worden in scholen met uiteenlopende identiteiten op verschillende manieren geïnterpreteerd en vormgegeven. Voor dergelijke kerndoelen is het van groot belang dat wordt onderzocht in hoeverre zij voldoende ruimte laten voor die diversiteit in de onderwijspraktijk en of scholen in staat zijn om hun eigen pedagogische en levensbeschouwelijke accenten te blijven aanbrengen. De mate waarin deze ruimte behouden blijft, is iets dat zich vrijwel direct manifesteert zodra scholen met de nieuwe kerndoelen gaan werken Door de evaluatietermijn op drie jaar te stellen, wordt verzekerd dat het parlement tijdig inzicht krijgt in de werking van de herziening van de kerndoelen, inclusief de specifieke impact van de burgerschapsdoelen op scholen met verschillende profielen. Dit maakt het mogelijk om waar nodig tijdig bij te sturen, zodat de actualisering van het curriculum daadwerkelijk bijdraagt aan kwalitatief goed onderwijs zonder afbreuk te doen aan de pluriformiteit van het onderwijsstelsel. Ergin",
"date": "2025-12-09",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 4,
"motion_id": 4555,
"score": -6.9900912202694725,
"title": "Motie van het lid Van Houwelingen over de Wereldgezondheidsorganisatie verlaten",
"body_text": "36 534 (R2193) Goedkeuring van de op 28 mei 2022 te Genève aangenomen wijzigingen van de op 23 mei 2005 te Genève tot stand gekomen Internationale Gezondheidsregeling (2005) ( Trb. 2022, 135 ) Nr. 11 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN Voorgesteld 17 december 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering ervoor te zorgen dat Nederland zo snel mogelijk de Wereldgezondheidsorganisatie verlaat, en gaat over tot de orde van de dag. Van Houwelingen",
"date": "2026-01-13",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 4,
"motion_id": 2973,
"score": -6.994023359861596,
"title": "Motie van het lid De Vos over besluiten een migratiesaldo van ten hoogste 60.000 mensen per jaar te realiseren",
"body_text": "36 848 Kabinetsformatie 2025 Nr. 6 MOTIE VAN HET LID DE VOS Voorgesteld 13 november 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat op basis van de verkiezingsprogramma's een meerderheid bestaat in deze Kamer voor een migratiesaldo van maximaal 60.000 mensen per jaar; besluit een migratiesaldo van ten hoogste 60.000 mensen per jaar te zullen realiseren, en gaat over tot de orde van de dag. De Vos",
"date": "2025-11-13",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 4,
"motion_id": 4078,
"score": -7.076045165991743,
"title": "Motie van het lid Van Houwelingen over zorgen dat kinderen in pleeggezinnen of gezinshuizen hetzelfde geslacht hebben",
"body_text": "36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 Nr. 47 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 2 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat seksueel misbruik in pleeggezinnen en gezinshuizen een risico is; overwegende dat alles gedaan moet worden om dit risico te minimaliseren; verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat kinderen, tenzij er sprake is van een natuurlijke broer-zusrelatie, in een pleeggezin of gezinshuis hetzelfde geslacht hebben, en gaat over tot de orde van de dag. Van Houwelingen",
"date": "2026-02-10",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 5,
"motion_id": 10570,
"score": 7.8317616298610035,
"title": "Motie van het lid Flach over een verkenning naar de mogelijkheid om structureel een minimumbudget vrij te maken voor informele schuldhulpverlening via vrijwilligersorganisaties",
"body_text": "36 600 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2025 Nr. 72 MOTIE VAN HET LID FLACH Voorgesteld 28 november 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het risico bestaat dat gemeenten bezuinigen op informele schuldhulpverlening als gevolg van de financiële situatie van gemeenten door het ravijnjaar, terwijl de opgebouwde landelijke infrastructuur van schuldhulpvrijwilligers van grote waarde is; verzoekt de regering te verkennen of in de toekomst structureel een minimumbudget van bijvoorbeeld 10% van de integrale aanpak problematische schulden kan worden vrijgemaakt voor informele schuldhulpverlening via vrijwilligersorganisaties, en hierop terug te komen bij de Voorjaarsnota, en gaat over tot de orde van de dag. Flach",
"date": "2024-12-03",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 5,
"motion_id": 2400,
"score": 7.747155136888707,
"title": "Motie van de leden Krul en Ceder over de maatschappelijke diensttijd als begeleidingsinstrument voor jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt",
"body_text": "36 667 Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en enkele andere wetten ter bevordering van de kansengelijkheid middels verbetering van de begeleiding naar duurzame economische zelfstandigheid van jongeren met een risico op een afstand tot de arbeidsmarkt (Wet van school naar duurzaam werk) Nr. 28 MOTIE VAN DE LEDEN KRUL EN CEDER Voorgesteld 24 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Wet van school naar duurzaam werk als doel heeft jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleiding en ondersteuning te bieden bij het vinden van duurzaam werk; overwegende dat de maatschappelijke diensttijd bepaalde jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt kan helpen in het hervinden van vertrouwen, het bieden van structuur en het opdoen van werk en/of stage-ervaring; overwegende dat de maatschappelijke diensttijd een positieve bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van deze jongeren en het de slagingskans van de Wet van school naar duurzaam werk kan vergroten; verzoekt de regering te bezien hoe de maatschappelijke diensttijd ingezet kan worden als begeleidingsinstrument om jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden in het kader van de Wet van school naar duurzaam werk, en gaat over tot de orde van de dag. Krul Ceder",
"date": "2025-07-01",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 5,
"motion_id": 1113,
"score": 7.722931829784419,
"title": "Amendement van het lid Welzijn over een voorhangbepaling",
"body_text": "36 582 Wijziging van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening en oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen in verband met het op onderdelen in balans brengen van deze wetten tussen bestaanszekerheid, re-integratie en handhaving (Participatiewet in balans) Nr. 30 AMENDEMENT VAN HET LID WELZIJN Ontvangen 15 april 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: Artikel I, onderdeel L, onder 4, wordt als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef wordt «twee leden» vervangen door «drie leden». 2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 9. De voordracht voor een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Toelichting In de tweede nota van wijziging 1 op het wetsvoorstel Participatiewet in balans wordt voorgesteld om de taaleis (artikel 18b) te behouden. In het eerste lid van artikel 18b Participatiewet (Pw) wordt geregeld dat het verlagen van de bijstand bij het niet voldoen aan de taaleis gebeurt overeenkomstig artikel 18, tweede tot en met zevende lid, Pw. De maatregelen die worden opgelegd zullen niet meer als standaardverlagingen in de wet staan, maar worden opgenomen in het Maatregelenbesluit sociale zekerheidswetten waardoor meer differentiatie mogelijk is. Indiener staat op zich achter de taaleis, maar wil wel differentiëren en daarbij rekening houden met de vaardigheden van de bijstandsgerechtigde. Om als Kamers te kunnen beoordelen of dit inderdaad het geval is wordt met dit amendement een voorhangprocedure voorgesteld. Welzijn X Noot 1 Kamerstukken II 2024/25, 36 582, nr. 9 .",
"date": "2025-04-22",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 5,
"motion_id": 2537,
"score": 7.642186032905991,
"title": "Motie van het lid Saris over de verkorting van de WW-duur alleen doorvoeren met concrete maatregelen voor betere ondersteuning en omscholing bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid",
"body_text": "36 725 XV Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) Nr. 10 MOTIE VAN HET LID SARIS Voorgesteld tijdens wetgevingsoverleg 17 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat een WW-duurverkorting van 24 naar 18 maanden nadelig uitpakt voor met name kwetsbare en oudere werklozen, die sneller terug zullen vallen in de bijstand; constaterende dat een WW-duurverkorting van 24 naar 18 maanden ook doorwerkt in de WIA, waardoor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten sneller terug zullen vallen in een WGA-vervolguitkering; constaterende dat een WGA-vervolguitkering slechts een percentage van het minimumloon bedraagt; overwegende dat het huidige socialezekerheidsstelsel onvoldoende gericht is op ondersteuning en omscholing bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid; verzoekt de regering zich maximaal in te spannen om de WW-duurverkorting alleen door te voeren gepaard met concrete maatregelen die gericht zijn op betere ondersteuning en omscholing bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid; verzoekt de regering zich daarbij ook maximaal in te spannen voor het treffen van concrete maatregelen om meer in te zetten op preventie in het voorkomen van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, en gaat over tot de orde van de dag. Saris",
"date": "2025-06-25",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 5,
"motion_id": 25566,
"score": 7.642109274642214,
"title": "Amendement van de leden Welzijn en Inge van Dijk ter vervanging van nr. 8 over het schrappen dat gastouders geen kinderopvangtoeslag kunnen krijgen voor het laten opvangen van de eigen kinderen bij een andere gastouder",
"body_text": "36 513 Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met verbetermaatregelen van de gastouderopvang Nr. 12 AMENDEMENT VAN DE LEDEN WELZIJN EN INGE VAN DIJK TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 8 1 Ontvangen 11 september 2024 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: Na artikel I, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: Aa Artikel 1.6a vervalt. Toelichting De regelgeving rondom de opvang van eigen kinderen en eventuele inwonende kleinkinderen van de gastouder is zo streng dat dit negatieve gevolgen heeft voor het verdienmodel van de gastouder. Voor de opvang van de eigen kinderen van de gastouder bij een andere gastouder krijgen gastouders nu geen kinderopvangtoeslag. Deze regel is ooit bedacht om fraude tegen te gaan, maar uit onderzoek (beleidsdoorlichting kinderopvang 2015) blijkt dat deze constructie geen risico met zich meebrengt. Door het schrappen van deze regel kan de gastouder meer kinderen opvangen en een beter verdienmodel hanteren. Welzijn I. van Dijk X Noot 1 Vervanging i.v.m. een wijziging in de toelichting.",
"date": "2024-10-01",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 5,
"motion_id": 3509,
"score": -6.579732524243781,
"title": "Motie van het lid Paternotte c.s. over pleiten voor het vastleggen van het recht op abortus in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en in het IVBPR",
"body_text": "36 247 Initiatiefnota van het lid Paulusma over toegang tot abortus is een mensenrecht Nr. 10 MOTIE VAN HET LID PATERNOTTE C.S. Voorgesteld tijdens het notaoverleg van 8 september 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de toegang tot veilige abortus wereldwijd onder druk staat; overwegende dat onveilige, zelf uitgevoerde abortussen jaarlijks veel vrouwen het leven kosten en deze sterfgevallen volgens de WHO in bijna alle gevallen te voorkomen zouden zijn met toegang tot veilige abortussen; van mening dat alle vrouwen het recht hebben om te beschikken over hun eigen lichaam; spreekt uit dat toegang tot veilige abortus een mensenrecht is; verzoekt het kabinet om, samen met een kopgroep van gelijkgestemde landen en wanneer opportuun, te pleiten voor het vastleggen van het recht op abortus in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en in het IVBPR, en gaat over tot de orde van de dag. Paternotte Dobbe Van der Burg Hirsch",
"date": "2025-09-23",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 5,
"motion_id": 3091,
"score": -6.58970792629887,
"title": "Motie van de leden Mohandis en Piri over een nationaal coördinator tegen ongewenste buitenlandse beïnvloeding",
"body_text": "30 821 Nationale Veiligheid Nr. 317 MOTIE VAN DE LEDEN MOHANDIS EN PIRI Voorgesteld 2 oktober 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de maatschappelijke discussie over ongewenste buitenlandse beïnvloeding heeft gezorgd voor een toegenomen erkenning van dit probleem in de samenleving; constaterende dat tegelijkertijd de politieke aanpak van ongewenste buitenlandse beïnvloeding traag en versnipperd verloopt; overwegende dat een nationaal coördinator kan zorgen voor een gecoördineerde en versterkte aanpak ter bestrijding van ongewenste buitenlandse beïnvloeding; verzoekt het kabinet tot het instellen van een nationaal coördinator tegen ongewenste buitenlandse beïnvloeding, en gaat over tot de orde van de dag. Mohandis Piri",
"date": "2025-10-02",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 5,
"motion_id": 1879,
"score": -6.693371091991713,
"title": "Motie van de leden Van Nispen en Mohandis over kwaliteitseisen aan zwemdiploma's en zweminstructeurs wettelijk vastleggen",
"body_text": "30 234 Toekomstig sportbeleid Nr. 420 MOTIE VAN DE LEDEN VAN NISPEN EN MOHANDIS Voorgesteld 3 september 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er momenteel geen wettelijke kwaliteitseisen gesteld worden aan zwemdiploma's en zwemonderwijs; van mening dat het voor ouders duidelijk zou moeten zijn aan welke kwaliteitsstandaarden het zwemonderwijs van hun kind voldoet; van mening dat zwemonderwijzers zelf moeten kunnen bepalen hoe zwemles wordt gegeven, maar er wel uniforme kwaliteitseisen noodzakelijk zijn; overwegende dat er vanuit de zwembranche nu initiatief wordt genomen om te komen tot één normering voor alle zwemdiploma's; verzoekt de regering om dit proces blijvend te ondersteunen en wettelijk vast te leggen dat er kwaliteitseisen worden gesteld aan zwemdiploma's en zweminstructeurs, en gaat over tot de orde van de dag. Van Nispen Mohandis",
"date": "2025-09-09",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 5,
"motion_id": 25121,
"score": -6.7598794960170325,
"title": "Motie van het lid Lahlah over de envelop groepen in de knel niet meer inzetten voor het ontwikkelen van regulerend beleid",
"body_text": "24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 771 MOTIE VAN HET LID LAHLAH Voorgesteld 6 november 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet de maatregelen uit het ibo-basispakket wil uitvoeren om schulden tegen te gaan en dat voor een deel van deze maatregelen de envelop groepen in de knel wordt gebruikt; van mening dat de envelop groepen in de knel bedoeld is om directe ondersteuning te bieden aan kwetsbare groepen in de samenleving; verzoekt de regering om de envelop groepen in de knel niet meer in te zetten voor het ontwikkelen van regulerend beleid, en gaat over tot de orde van de dag. Lahlah",
"date": "2024-11-12",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 5,
"motion_id": 1324,
"score": -6.851790597622059,
"title": "Motie van de leden Sneller en Tseggai over nog dit jaar een voorstel indienen voor erkenning van meerouderschap en meeroudergezag",
"body_text": "33 836 Personen- en familierecht Nr. 117 MOTIE VAN DE LEDEN SNELLER EN TSEGGAI Voorgesteld 3 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat een wettelijke regeling voor meerouderschap en meeroudergezag in het belang is van het kind; constaterende dat een op de vijf meeroudergezinnen problemen ervaart met het ontbreken van zo'n regeling; constaterende dat de Kamer al in 2022 vroeg om een concreet stappenplan en dat dat er nog steeds niet is; constaterende dat er geen stelselwijzigingen nodig zijn wanneer zo veel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande regelingen; van mening dat er hiermee geen substantiële juridische of uitvoeringstechnische barrières meer zijn voor meerouderschap en meeroudergezag; verzoekt de regering om nog dit jaar een voorstel tot aanpassing van het Burgerlijk Wetboek naar de Kamer te sturen om meerouderschap en meeroudergezag te erkennen; verzoekt de regering om daarbij met een samenloopregeling eventuele onduidelijkheid naar andere nog niet aangepaste wetten en regels op te lossen, en gaat over tot de orde van de dag. Sneller Tseggai",
"date": "2025-04-08",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 6,
"motion_id": 3903,
"score": 8.40742571213885,
"title": "Motie van het lid Van den Berg over onderzoek naar een kussengasreserve en lng-capaciteit als (gedeeltelijk) alternatief voor strikte vulgraadverplichtingen",
"body_text": "36 800 XXIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 Nr. 41 MOTIE VAN HET LID VAN DEN BERG Voorgesteld 12 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat EU-vulgraadverplichtingen voor gasopslagen de leveringszekerheid dienen maar bij krappe marktomstandigheden prijsopdrijvend kunnen werken; overwegende dat leveringszekerheid ook kan worden geborgd via alternatieven zoals de kussengasreserve en lng-(import)capaciteit; verzoekt de regering zich in EU-verband in te zetten voor aanpassing van de EU-verordening over vulgraden, zodat lidstaten meer flexibiliteit krijgen en aantoonbare alternatieven voor leveringszekerheid kunnen meewegen; verzoekt de regering te onderzoeken hoe een kussengasreserve en lng-capaciteit (gedeeltelijk) als alternatief kunnen fungeren voor strikte vulgraadverplichtingen, inclusief kosten- en leveringszekerheidseffecten; verzoekt de regering de potentiële impact van een heffing op de energierekening in kaart te brengen en dit element mee te nemen in de uitwerking van de lagere regelgeving op grond van het voorstel voor de Wet bestrijden energieleveringscrisis, en gaat over tot de orde van de dag. Van den Berg",
"date": "2026-03-03",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 6,
"motion_id": 3951,
"score": 8.383178689922744,
"title": "Motie van de leden Van den Berg en Flach over in de opvolging van COP30 inzetten op kernenergie als volwaardig onderdeel van een CO2-arme energiemix",
"body_text": "31 793 Internationale klimaatafspraken Nr. 295 MOTIE VAN DE LEDEN VAN DEN BERG EN FLACH Voorgesteld 10 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat betaalbaarheid en betrouwbaarheid centraal moeten staan in de energietransitie en dat kernenergie een stabiele, CO2-arme optie is; verzoekt de regering om in de (internationale) opvolging van COP30 expliciet in te zetten op kernenergie als volwaardig onderdeel van een CO2-arme energiemix, en gaat over tot de orde van de dag. Van den Berg Flach",
"date": "2026-03-03",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 6,
"motion_id": 4110,
"score": 8.35896354143446,
"title": "Motie van het lid Stoffer c.s. over in de Wet werkelijk rendement box 3 een passende en afgebakende definitie opnemen van familiebedrijven",
"body_text": "36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3) Nr. 22 MOTIE VAN HET LID STOFFER C.S. Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat in een eerdere versie van de Wet werkelijk rendement box 3 een vermogenswinstbelasting gold voor aandelen in familiebedrijven; overwegende dat deze vorm van belastingheffing daarbij ook beter past, omdat deze aandelen bijvoorbeeld niet vrij verhandelbaar zijn en niet jaarlijks gewaardeerd worden; overwegende dat met name het definiëren van «familiebedrijven» de uitvoering van een vermogenswinstbelasting voor deze groep uitdagend maakt; constaterende dat de definitie van «startups en scale-ups» nog nader uitgewerkt moet worden; verzoekt de regering hierbij ook een passende en afgebakende definitie van familiebedrijven mee te nemen, en alsnog te bezien hoe aandelen in familiebedrijven op basis van een vermogenswinstbelasting belast kunnen worden, en gaat over tot de orde van de dag. Stoffer Grinwis Vermeer",
"date": "2026-02-10",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 6,
"motion_id": 4119,
"score": 8.334716519218352,
"title": "Motie van het lid Grinwis c.s. over de structurele budgettaire meeropbrengsten in kaart brengen van een vermogenswinstbelasting in box 3",
"body_text": "36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3) Nr. 13 MOTIE VAN HET LID GRINWIS C.S. Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de voorliggende Wet werkelijk rendement box 3 zeer waarschijnlijk geen eindstation is, en dat in de toekomst een verdere beweging richting een vermogenswinstbelasting (vwb) denkbaar is; overwegende dat het vanwege het rente-op-rente-effect voor de hand ligt dat de vermogensopbouw bij een box 3-systeem dat gebaseerd is op een vermogenswinstbelasting, en mitsdien de structurele belastingopbrengst in box 3, groter is dan in het voorliggende voorstel; overwegende dat toekomstige besluitvorming vraagt om inzicht in de structurele budgettaire effecten; verzoekt de regering in kaart te brengen wat de structurele budgettaire meeropbrengsten van een vermogenswinstbelasting in box 3 zijn, de Kamer hierover voor de zomer te informeren, en de uitkomsten mee te wegen in toekomstige besluitvorming over het box 3-stelsel, en gaat over tot de orde van de dag. Grinwis Van Eijk Inge van Dijk Vermeer Stoffer",
"date": "2026-02-10",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 6,
"motion_id": 4717,
"score": 8.302793093024794,
"title": "Gewijzigde motie van het lid Nanninga over een inventarisatie van alle door het Rijk gefinancierde kennis- en meldpunten op het gebied van discriminatie en inclusie (t.v.v. 32824-499)",
"body_text": "32 824 Integratiebeleid Nr. 508 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID NANNINGA TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 499 Voorgesteld 17 maart 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat kennis- en meldpunten op het gebied van discriminatie en inclusie in belangrijke mate door het Rijk worden gefinancierd; overwegende dat de onafhankelijkheid en wetenschappelijke kwaliteit van onderzoek op dit terrein essentieel zijn voor het maatschappelijk en politiek draagvlak; verzoekt de regering een integrale inventarisatie te maken van alle door het Rijk gefinancierde kennis- en meldpunten op het gebied van discriminatie en inclusie, daarbij eventuele belangenverstrengeling en afhankelijkheid van probleembevestiging in kaart te brengen, en indien aangetroffen passende maatregelen te nemen, en gaat over tot de orde van de dag. Nanninga",
"date": "2026-03-17",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 6,
"motion_id": 3995,
"score": -8.302793093024794,
"title": "Motie van het lid Ouwehand over de minister-president verzoeken Francesca Albanese uit te nodigen voor een bezoek",
"body_text": "36 848 Kabinetsformatie 2025 Nr. 83 MOTIE VAN HET LID OUWEHAND Voorgesteld 26 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat tegen de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de bezette Palestijnse gebieden, Francesca Albanese, een lastercampagne wordt gevoerd; overwegende dat 150 (oud-)diplomaten en politici waarschuwen dat de aanval op een onafhankelijke VN-mandaathouder het vertrouwen in het internationaal recht kan ondermijnen; verzoekt de Minister-President om Francesca Albanese uit te nodigen voor een bezoek en steun over te brengen, en gaat over tot de orde van de dag. Ouwehand",
"date": "2026-02-26",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 6,
"motion_id": 3932,
"score": -8.302793093024794,
"title": "Motie van het lid Teunissen over een afbouwpad voor gaswinning in Nederland opstellen",
"body_text": "32 849 Mijnbouw Nr. 305 MOTIE VAN HET LID TEUNISSEN Voorgesteld 10 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat investeringen in nieuwe gaswinning een fossiele lock-in veroorzaken; overwegende dat hiermee de kans dat Nederland niet aan de wettelijke klimaatdoelen voldoet nog groter wordt; overwegende dat er geen alternatief scenario ligt om onafhankelijk te worden van andere landen voor de Nederlandse energievoorziening waarmee tevens de klimaatdoelen worden gehaald; verzoekt de regering om een afbouwpad voor gaswinning in Nederland op te stellen, inclusief scenario's met energiebesparing en alternatieve energieopwek en -opslag, en dit uiterlijk vóór de begroting van 2027 aan de Kamer voor te leggen, en gaat over tot de orde van de dag. Teunissen",
"date": "2026-03-03",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 6,
"motion_id": 3855,
"score": -8.302793093024794,
"title": "Motie van het lid Dassen c.s. over de Nederlandse veiligheidsdiensten een risicoanalyse laten maken van de risico's van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies",
"body_text": "36 800 XXIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 Nr. 50 MOTIE VAN HET LID DASSEN C.S. Voorgesteld 12 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Britse veiligheidsdiensten klimaatverandering en biodiversiteitsverlies hebben onderzocht en waarschuwen voor grensoverschrijdende veiligheidsrisico's zoals natuurrampen, voedsel- en wateronzekerheid, ziekten, migratie en geopolitieke spanningen; overwegende dat een gecoördineerde Europese aanpak nodig is om deze risico's in kaart te brengen en aan te pakken; verzoekt de regering de Nederlandse veiligheidsdiensten een vergelijkbare risicoanalyse te laten uitvoeren, dit onderwerp bij Europese collega's te agenderen met als doel een gecoördineerd Europees onderzoek, en de Kamer hierover binnen zes maanden te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Dassen Teunissen Klos",
"date": "2026-03-03",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 6,
"motion_id": 3793,
"score": -8.302793093024794,
"title": "Motie van het lid Dassen over de huidige binnengrenscontroles beëindigen",
"body_text": "36 800 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026 Nr. 64 MOTIE VAN HET LID DASSEN Voorgesteld 5 maart 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat binnengrenscontroles geen geschikt instrument zijn om irreguliere migratie tegen te gaan; overwegende dat drukke grenzen leiden tot files en economische schade; verzoekt de regering de huidige binnengrenscontroles te beëindigen, en gaat over tot de orde van de dag. Dassen",
"date": "2026-03-10",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 6,
"motion_id": 3940,
"score": -8.40742571213885,
"title": "Motie van het lid Van Oosterhout over geen vertegenwoordigers van de fossiele industrie uitnodigen voor de klimaatconferentie in Colombia",
"body_text": "31 793 Internationale klimaatafspraken Nr. 290 MOTIE VAN HET LID VAN OOSTERHOUT Voorgesteld 10 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland samen met Colombia op 28 en 29 april een internationale klimaatconferentie over de transitie weg van fossiele brandstoffen organiseert; constaterende dat vertegenwoordigers van fossiele energiebedrijven in groten getale aanwezig waren bij de laatste klimaattop in Brazilië; overwegende dat de lobby van fossiele bedrijven internationale samenwerking en afspraken over de transitie weg van fossiele brandstoffen vertraagt; verzoekt de regering als medevoorzitter geen vertegenwoordigers van de fossiele industrie uit te nodigen voor de klimaatconferentie in Colombia, en gaat over tot de orde van de dag. Van Oosterhout",
"date": "2026-03-03",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 8,
"motion_id": 4231,
"score": -4.305754564777574,
"title": "Motie van het lid Goudzwaard c.s. over bij MIRT-investeringen in kleine zeehavens standaard een veiligheids- en weerbaarheidstoets toepassen",
"body_text": "36 800 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026 Nr. 30 MOTIE VAN HET LID GOUDZWAARD C.S. Voorgesteld tijdens het notaoverleg van 26 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat georganiseerde ondermijnende criminaliteit zich in toenemende mate verplaatst van grote mainports naar kleinere zee- en binnenhavens; constaterende dat het Rijk via het MIRT investeert in infrastructuur en logistieke voorzieningen in kleine zeehavens, maar dat veiligheids- en weerbaarheidsaspecten daarbij niet standaard expliciet worden meegewogen; overwegende dat investeringen in haveninfrastructuur alleen toekomstbestendig zijn wanneer zij gepaard gaan met adequate aandacht voor veiligheid, weerbaarheid en de aanpak van ondermijning; overwegende dat effectieve borging van deze aspecten vraagt om structurele afstemming tussen het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Justitie en Veiligheid; verzoekt het kabinet om bij MIRT-investeringen in kleine zeehavens standaard een veiligheids- en weerbaarheidstoets toe te passen, in samenhang en afstemming met het Ministerie van Justitie en Veiligheid, en de uitkomsten hiervan te betrekken bij besluitvorming over deze investeringen, en gaat over tot de orde van de dag. Goudzwaard Grinwis Stoffer",
"date": "2026-02-04",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 8,
"motion_id": 4232,
"score": -4.512084457975868,
"title": "Motie van het lid Grinwis c.s. over bij vrijvallende WoKT-middelen voorrang geven aan woningbouwprojecten in Drenthe, Fryslân, Groningen en Zeeland",
"body_text": "36 800 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026 Nr. 29 MOTIE VAN HET LID GRINWIS C.S. Voorgesteld tijdens het notaoverleg van 26 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Drenthe, Fryslân, Groningen en Zeeland nog geen 1% van de recent door het kabinet voor woningbouw en bereikbaarheid toegewezen middelen ontvangen, en dat bijvoorbeeld de Regio Groningen-Assen slechts 0,06% van de beschikbare 2,5 miljard voor bereikbaarheid van nieuwe woningbouwlocaties tegemoet mag zien, terwijl hij voorziet in 3,2% van de landelijke woningbouwopgave; overwegende dat er een lijst is met afgevallen projecten waar geen WoKT-middelen (Woningbouw op Korte Termijn) meer voor beschikbaar waren; van mening dat elke regio telt en dat ook kleinere gemeenten met kleinere woningbouwopgaven in aanmerking moeten kunnen komen voor landelijke ondersteuning; verzoekt de regering binnen de lijst met afgevallen projecten voor WoKT-middelen, zodra er weer middelen vrijvallen dan wel beschikbaar komen, voorrang te geven aan woningbouwprojecten in Drenthe, Fryslân, Groningen en Zeeland; verzoekt de regering bij eventuele volgende investeringsrondes in woningbouw en de daartoe noodzakelijke infrastructuur regionale, dus gebundelde lokale, aanvragen mogelijk te maken, zoals dat bij de Woningbouwimpuls ook het geval is, zodat de kans groter wordt dat financiële ondersteuning van het Rijk evenwichtiger over ons land wordt gespreid, en gaat over tot de orde van de dag. Grinwis De Hoop Stoffer Peter de Groot Goudzwaard Boelsma-Hoekstra Van Asten",
"date": "2026-02-04",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 8,
"motion_id": 23760,
"score": -4.899979150349148,
"title": "Gewijzigde motie van het lid Van Zanten over onderzoeken op welke wijze er binnen lerarenopleidingen meer aandacht kan komen voor het begeleiden van leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften (t.v.v. 31497-480)",
"body_text": "31 497 Passend onderwijs Nr. 488 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID VAN ZANTEN TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 480 Voorgesteld 18 juni 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat goed toegeruste leraren cruciaal zijn voor het bieden van passend onderwijs; overwegende dat leraren nu lang niet altijd voldoende in staat zijn het onderwijs af te stemmen op de verschillen in de ontwikkeling van leerlingen; overwegende dat de Inspectie in de Staat van het Onderwijs meldt dat een aanzienlijk aantal docenten zegt hierover niet voldoende kennis te hebben en de besturen van scholen oproept op dit vlak professionalisering te blijven stimuleren; verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze er binnen het onderwijsprogramma van lerarenopleidingen meer aandacht kan komen voor ASS, ADHD, hoogbegaafdheid en gedragsstoornissen en het begeleiden van leerlingen met deze extra ondersteuningsbehoeften; en gaat over tot de orde van de dag. Van Zanten",
"date": "2024-06-18",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 8,
"motion_id": 23536,
"score": -5.118597108197378,
"title": "Motie van het lid Keijzer over onderzoeken of drang en dwang rond het coronavaccinatieprogramma redenen zijn waarom mensen nu afzien van deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma",
"body_text": "32 793 Preventief gezondheidsbeleid Nr. 743 MOTIE VAN HET LID KEIJZER Voorgesteld 4 april 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de dalende vaccinatiegraad versterkt en verdiept is sinds de coronatijd; overwegende dat het adresseren van de redenen waarom dit zo is in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma belangrijk is; verzoekt de regering kwalitatief onderzoek te doen naar de vraag of de dwang en drang met betrekking tot het coronavaccinatieprogramma tijdens de coronatijd redenen zijn waarom mensen nu afzien van deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma, en gaat over tot de orde van de dag. Keijzer",
"date": "2024-06-27",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 9,
"motion_id": 23508,
"score": 5.324551445005858,
"title": "Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over een actieplan om het verkeerd gebruik van hallucinerende geneesmiddelen tegen te gaan",
"body_text": "36 159 Wijziging van de Opiumwet in verband met het toevoegen van een derde lijst met als doel het tegengaan van de productie van en de handel in nieuwe psychoactieve stoffen en enkele andere wijzigingen Nr. 17 MOTIE VAN HET LID DIEDERIK VAN DIJK C.S. Voorgesteld 20 december 2023 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het wetsvoorstel om een drietal stofgroepen op de nieuw te vormen lijst IA te plaatsen niet generiek is; overwegende dat drugsproducenten en handelaren precies weten hoe ze de wet moeten omzeilen om hun geld te blijven verdienen en levens van gebruikers te ontwrichten; overwegende dat het onwenselijk is dat de handel in hallucinerende producten die buiten het verbod op NPS vallen doorzet; verzoekt de regering met een actieplan te komen om het verkeerd gebruik van hallucinerende geneesmiddelen tegen te gaan zonder het legitieme gebruik van deze geneesmiddelen onmogelijk te maken, en de Kamer daar voor de zomer van 2024 over te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Diederik van Dijk Krul Bikker",
"date": "2024-01-16",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 9,
"motion_id": 3707,
"score": 5.296505527514863,
"title": "Motie van de leden Tseggai en Ceder over voorstellen voor een dekking van de structurele oplossing voor de problemen bij Selibon",
"body_text": "22 343 Handhaving milieuwetgeving Nr. 445 MOTIE VAN DE LEDEN TSEGGAI EN CEDER Voorgesteld 4 maart 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er al geruime tijd grote overlast is op Bonaire van branden op de afvalverbranding van Selibon en dat hierdoor de volksgezondheid, het leefmilieu en de natuur op Bonaire ernstig worden aangetast; constaterende dat de Nationale ombudsman het kabinet oproept om in te grijpen en dat er breed draagvlak is om spoedig adequate maatregelen te nemen om deze onacceptabele situatie te beëindigen, maar dat er onvoldoende financiële middelen zijn voor een structurele oplossing; van mening dat het zeer onwenselijk zou zijn wanneer een gebrek aan financiële middelen ertoe zou leiden dat de problemen nog langer voortduren; verzoekt de regering om bij de Voorjaarsnota met voorstellen te komen voor een dekking van de structurele oplossing voor de problemen bij Selibon, en gaat over tot de orde van de dag. Tseggai Ceder",
"date": "2026-03-10",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 9,
"motion_id": 3982,
"score": 5.296505527514863,
"title": "Motie van de leden Dassen en Bikker over opties in kaart brengen waarbij de extra middelen voor ontwikkelingssamenwerking daadwerkelijk worden ingezet voor internationale ontwikkelingsdoelen en de extra kosten voor eerstejaars asielopvang elders worden gedekt",
"body_text": "36 848 Kabinetsformatie 2025 Nr. 99 MOTIE VAN DE LEDEN DASSEN EN BIKKER Voorgesteld 26 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat in het coalitieakkoord is geschreven dat de extra middelen voor ontwikkelingssamenwerking worden ingezet voor onder andere jongeren, vrouwenrechten en onderwijs; constaterende dat eenzelfde bedrag aan middelen voor ontwikkelingssamenwerking wegvloeit naar extra kosten voor eerstejaars asielopvang; verzoekt de regering opties in kaart te brengen waarbij de extra middelen voor ontwikkelingssamenwerking daadwerkelijk worden ingezet voor internationale ontwikkelingsdoelen en de extra kosten voor eerstejaars asielopvang elders worden gedekt, en deze voor de Voorjaarsnota naar de Kamer te sturen, en gaat over tot de orde van de dag. Dassen Bikker",
"date": "2026-02-26",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 9,
"motion_id": 24279,
"score": 5.24697920036996,
"title": "Amendement van het lid Grinwis c.s. ter vervanging van nr. 9 over het facultatief maken van de tariefdifferentiatie voor de watersysteemheffing tussen woningen en niet-woningen binnen de categorie gebouwd",
"body_text": "36 412 Wijziging van de Waterschapswet, de Waterwet en de Algemene wet bestuursrecht in verband met het versterken van de toepassing van het profijtbeginsel bij de watersysteemheffing, het geven van ruimte aan nieuwe ontwikkelingen en het oplossen van enkele knelpunten Nr. 17 AMENDEMENT VAN HET LID GRINWIS C.S TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 9 1 Ontvangen 18 april 2024 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: Artikel I, onderdeel H, wordt als volgt gewijzigd: 1. In onderdeel 1, onder d, wordt in het voorgestelde artikel 121, onderdeel d, «een percentage» vervangen door «een gelijk percentage» en vervalt «dat voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen en onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen verschilt». 2. In onderdeel 2, komt het voorgestelde artikel 121, tweede lid, te luiden: 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, kan het algemeen bestuur bepalen dat het tarief voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen op een ander percentage wordt vastgesteld dan het tarief voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen. De verhouding tussen de tarieven mag niet groter zijn dan de verhouding tussen de waardeontwikkeling van onroerende zaken gelegen in het waterschap die niet in hoofdzaak tot woning dienen en de waardeontwikkeling van onroerende zaken in het waterschap die in hoofdzaak tot woning dienen ten opzichte van de waarde twee jaar voorafgaand aan inwerkingtreding van dit lid. Toelichting Dit amendement strekt ertoe de tariefdifferentiatie voor de watersysteemheffing binnen de categorie gebouwd tussen woningen en niet-woningen op te nemen als facultatieve voorziening (kan-bepaling), zodat waterschapsbesturen zelf kunnen besluiten deze differentiatie al of niet toe te passen. Het tarief voor de watersysteemheffing binnen de categorie gebouwd voor woningen en niet-woningen is een percentage van de WOZ-waarde van het gebouw. Momenteel is dit tarief voor alle eigenaren hetzelfde. Omdat de WOZ-waarden van woningen gedurende een langere periode veel sterker zijn gestegen dan de WOZ-waarden van niet-woningen, zijn woningeigenaren een steeds groter deel van de watersysteemheffing gebouwd gaan opbrengen. Waterschappen hebben tot nu toe geen mogelijkheden om iets aan deze lastenverschuiving te doen. In het wetsvoorstel is een verplichting voor de waterschappen opgenomen om bij een verschil in waardeontwikkeling tussen woningen en niet-woningen een verschillend tarief voor deze twee soorten objecten te hanteren. De indieners vinden het verstandig dat de mogelijkheid aan waterschappen wordt geboden om onderscheid te maken tussen deze categorieën, maar is het niet eens met de opgelegde verplichting. De indieners zijn van mening dat het algemeen bestuur van het waterschap, als democratisch gekozen orgaan zelf in staat moet zijn om te bepalen in welke mate er van de mogelijkheid gebruik wordt gemaakt om onderscheid te maken tussen categorieën gebouweigenaren. Het besluit om verschillende tarieven te hanteren wordt jaarlijks genomen bij het vaststellen van de verordening op de watersysteemheffing. Deze werkwijze sluit aan bij de bevoegdheid die gemeenteraden hebben om al of geen verschil te maken in de ozb-tarieven van woningen en niet-woningen. Grinwis Pierik Vedder X Noot 1 Vervanging in verband met wijziging van de ondertekening.",
"date": "2024-04-23",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 9,
"motion_id": 4254,
"score": 5.074465000155186,
"title": "Motie van het lid Kostic over levende medische richtlijnen voor long covid en andere PAIS naar voorbeeld van de hiv-richtlijn",
"body_text": "25 295 Infectieziektenbestrijding Nr. 2254 MOTIE VAN HET LID KOSTIĆ Voorgesteld 29 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering te bevorderen en faciliteren dat er naar voorbeeld van de richtlijn hiv zogenaamde levende medische richtlijnen voor long covid en andere PAIS tot stand komen, en gaat over tot de orde van de dag. Kostić",
"date": "2026-02-04",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 9,
"motion_id": 4510,
"score": 5.074465000155186,
"title": "Motie van de leden Kröger en Ceder over exportvergunningen met als eindgebruiker de Indonesische regering opnieuw toetsen aan de criteria van het Europees Gemeenschappelijk Standpunt",
"body_text": "22 054 Wapenexportbeleid Nr. 477 MOTIE VAN DE LEDEN KRÖGER EN CEDER Voorgesteld 14 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er na recent journalistiek onderzoek sterke aanwijzingen zijn dat de Indonesische marine mensenrechtenschendingen begaat in West-Papoea; constaterende dat het kabinet ondanks deze nieuwe informatie niet voornemens is om wapenexport naar de Indonesische marine opnieuw te beoordelen; overwegende dat Europese exportregels oproepen om exportvergunningen bij nieuwe informatie opnieuw te wegen; verzoekt de regering om lopende en toekomstige exportvergunningen met als eindgebruiker de Indonesische regering opnieuw te toetsen aan de criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt, en de Kamer te informeren over de uitkomst, en gaat over tot de orde van de dag. Kröger Ceder",
"date": "2026-01-20",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 9,
"motion_id": 4379,
"score": 5.074465000155186,
"title": "Motie van het lid Beckerman over een samenhangende nationale pfas-aanpak",
"body_text": "36 800 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026 Nr. 30 MOTIE VAN BECKERMAN Voorgesteld 22 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat pfas-vervuiling de bodem- en waterkwaliteit onder druk zet; constaterende dat een samenhangende (interdepartementale) nationale pfas-aanpak noodzakelijk is; verzoekt de regering om te komen tot een samenhangende nationale pfas-aanpak, onder rijkscoördinatie en met een integraal saneringsplan; verzoekt de regering voorts de in het Bestuurlijk Overleg Bodem aan medeoverheden toegezegde middelen voor pfas-sanering ook na 2030 expliciet te maken, en gaat over tot de orde van de dag. Beckerman",
"date": "2026-01-27",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 9,
"motion_id": 23467,
"score": 4.826083199940731,
"title": "Motie van het lid Stoffer over het aantal opleidingsplaatsen voor verpleegkundig specialist en physician assistant verhogen conform het advies van het Capaciteitsorgaan",
"body_text": "36 410 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2024 Nr. 98 MOTIE VAN HET LID STOFFER Voorgesteld 18 januari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de zorgsector worstelt met personeelstekorten, terwijl de wachtlijsten voor sommige opleidingen toenemen vanwege de numerus fixus; constaterende dat het Capaciteitsorgaan zorgopleidingen heeft geadviseerd om met ingang van 2024 jaarlijks het aantal opleidingsplaatsen voor verpleegkundig specialist en physician assistant te verhogen; verzoekt de regering het aantal opleidingsplaatsen voor verpleegkundig specialist en physician assistant per 1 september 2024 te verhogen conform het advies van het Capaciteitsorgaan; verzoekt de regering voorts te onderzoeken in hoeverre onderuitputting in bepaalde zorgopleidingen voortaan benut kan worden voor het financieren van benodigde extra opleidingscapaciteit in dezelfde sector, en gaat over tot de orde van de dag. Stoffer",
"date": "2024-01-23",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 9,
"motion_id": 2830,
"score": 4.249396643512895,
"title": "Motie van het lid Ceder over schoolbrede gesprekken tussen leraren, leerlingen en ouders over goed onderwijs",
"body_text": "31 293 Primair Onderwijs Nr. 851 MOTIE VAN HET LID CEDER Voorgesteld 26 november 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat scholen vanuit hun eigen overtuiging vorm mogen geven aan goed onderwijs, binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat; overwegende dat de onderwijsinspectie wet- en regelgeving stevig dient te handhaven en moet optreden bij overtreding, bijvoorbeeld bij discriminatie; verzoekt de regering om, in samenwerking met profielorganisaties uit de volle breedte van het primair en voortgezet onderwijs, initiatieven aan te moedigen tot schoolbrede gesprekken tussen leraren, leerlingen en ouders over goed onderwijs, het samen school zijn en de waarden en normen die daarbij horen, en hier handvatten voor te ontwikkelen, en gaat over tot de orde van de dag. Ceder",
"date": "2025-12-02",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 9,
"motion_id": 3744,
"score": -4.973073480181774,
"title": "Motie van de leden Kathmann en Van den Berg over ondubbelzinnig opkomen voor het recht op end-to-endencryptie en onlineprivacy",
"body_text": "36 800 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 Nr. 71 MOTIE VAN DE LEDEN KATHMANN EN VAN DEN BERG Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 2 maart 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Kamer zich meermaals positief heeft uitgesproken op het gebied van onlinerechten, met duidelijke oproepen over het in stand houden van end-to-endversleuteling en onlineprivacy; overwegende dat in de coalitieplannen geen ambities zijn opgenomen op het gebied van onlinerechten, maar het kabinet zowel in nationaal als internationaal verband beleid zal maken dat raakt aan deze rechten; verzoekt de regering om ondubbelzinnig op te komen voor het recht op end-to-endencryptie en onlineprivacy, in overeenstemming met de wens van de Kamer, en dit als uitgangspunt te hanteren in alle relevante nationale en Europese beleids- en wetgevingstrajecten, en gaat over tot de orde van de dag. Kathmann Van den Berg",
"date": "2026-03-10",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 10,
"motion_id": 1264,
"score": 6.49854735304128,
"title": "Motie van de leden Kisteman en Rooderkerk over minder tijdsintensieve inspectiebezoeken",
"body_text": "31 293 Primair Onderwijs Nr. 792 MOTIE VAN DE LEDEN KISTEMAN EN ROODERKERK Voorgesteld 10 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er een tekort is aan inspecteurs bij de onderwijsinspectie; overwegende dat onderzoeken intensief zijn en de inspectie veel tijd kosten; overwegende dat leerkrachten aangeven stress te ervaren voorafgaand aan aangekondigde inspecties; overwegende dat aangekondigde inspecties zorgen voor extra werkdruk onder leraren, wat onwenselijk is in een tijd van tekorten; verzoekt de regering minder tijdsintensieve inspectiebezoeken te introduceren, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de onderzoeken; verzoekt de regering voorts de onderwijsinspectie meer onaangekondigde inspecties uit te laten voeren, zodat leerkrachten minder werkdruk ervaren en inspecties efficiënter worden, en gaat over tot de orde van de dag. Kisteman Rooderkerk",
"date": "2025-04-15",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 10,
"motion_id": 1241,
"score": 6.243856878001695,
"title": "Motie van het lid Dijk over ouders op verzoek binnen één maand hun persoonlijke dossier verstrekken",
"body_text": "31 066 Belastingdienst Nr. 1478 MOTIE VAN HET LID DIJK Voorgesteld 10 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat ouders het recht hebben om te weten waarom zij gedupeerd zijn geraakt in het toeslagenschandaal; overwegende dat er op dit moment geen enkel persoonlijk dossier meer wordt verstrekt; verzoekt de regering het besluit om geen persoonlijke dossiers meer te verstrekken ongedaan te maken en ouders uiterlijk binnen één maand hun persoonlijke dossiers te verstrekken wanneer zij hiertoe een verzoek doen, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk",
"date": "2025-04-15",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 10,
"motion_id": 23683,
"score": 5.9275457226726145,
"title": "Gewijzigd amendement van het lid Vondeling ter vervanging van nr. 7 over het verlagen van de leeftijd voor een kindgesprek",
"body_text": "36 364 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek om de drempel te verlagen voor grootouders om tot omgang te kunnen verzoeken (Wet drempelverlaging omgang grootouders) Nr. 12 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VONDELING TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 7 Ontvangen 19 juni 2024 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: I In het opschrift wordt na «het Burgerlijk Wetboek» ingevoegd «en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering». II In de beweegredenen wordt na «het Burgerlijk Wetboek» ingevoegd «en artikel 809 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering». III Artikel I wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de tekst wordt de onderdeelsaanduiding «B» geplaatst en in de tekst wordt «In Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt aan artikel 377a, eerste lid,» vervangen door «Aan artikel 377a, eerste lid wordt». 2. Voor onderdeel B (nieuw) worden een aanhef en een onderdeel ingevoegd, luidende: Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 227, vijfde lid, wordt «twaalf jaren» vervangen door «acht jaren». IV Na artikel I wordt een artikel ingevoegd, luidende: ARTIKEL IA In artikel 809 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt «twaalf jaren» steeds vervangen door «acht jaren». Toelichting Indiener meent dat het uitgangspunt van deze wet juist het centraal stellen van het kind behoort te zijn en het daarbij van belang is dat de mening van het kind betrokken wordt. In ieder geval dat een kind in de gelegenheid wordt gesteld zijn of haar mening te uiten. Op dit moment zijn rechters wettelijk verplicht om kinderen van twaalf jaar uit te nodigen voor een zogenaamd kindgesprek. Tijdens dit vertrouwelijke gesprek tussen de rechter en het kind kan het kind zijn of haar mening geven over bijvoorbeeld een omgangsregeling. Een kind is niet verplicht om hierop in te gaan. De keuze is aan het kind. Het staat rechters vrij om ook kinderen jonger dan twaalf jaar uit te nodigen. In de praktijk gebeurt dit al en nodigen sommige rechtbanken kinderen uit van acht jaar en ouder. Indiener vindt het belangrijk dat kinderen vanaf acht jaar worden uitgenodigd voor een gesprek. Zij kunnen dan zelf aangeven waar zij zich het prettigst en het veiligst bij voelen. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het ook goed is voor het gevoel van zelfcontrole en daarnaast zijn kinderen vanaf acht jaar ook daadwerkelijk in staat om hun mening te verkondigen. Daarom stelt indiener middels dit amendement voor om de wettelijke leeftijdsgrens waarop een rechter een kind uitnodigt voor een zogenaamd kindgesprek te verlagen van twaalf naar acht jaar. Vondeling",
"date": "2024-06-25",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 10,
"motion_id": 25565,
"score": 5.8638880692532105,
"title": "Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met verbetermaatregelen van de gastouderopvang",
"body_text": "36 513 Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met verbetermaatregelen van de gastouderopvang Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING I. Algemeen deel 1. Inleiding Met onderhavige wetswijziging wordt de Wet kinderopvang (hierna: de wet) ten behoeve van de gastouderopvang gewijzigd. De voorgestelde wijzigingen richten zich op drie onderwerpen: a) Het stellen van pedagogische doelen bij gastouderopvang. b) Het maximeren van het aantal gastouderbureaus waarbij een gastouder per voorziening voor gastouderopvang kan zijn aangesloten op twee. c) De inzet van pedagogisch beleidsmedewerkers voor de coaching van gastouders. Deze voorstellen komen voort uit de voornemens om een betere waarborging te bieden van de kwaliteit en een kwaliteitsverhoging van de gastouderopvang. 1 Deze memorie van toelichting kent de volgende opbouw. In paragraaf 2 wordt de aanleiding voor dit wetsvoorstel toegelicht. In paragraaf 3 worden de doelen en de voorgestelde wijzigingen geschetst. Paragraaf 4 bevat een overzicht van de maatschappelijke gevolgen van dit wetsvoorstel. In paragraaf 5 worden de uitkomsten van de uitvoeringstoetsen door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Vereniging voor publieke gezondheid en veiligheid in Nederland (GGD GHOR NL), de Inspectie van het Onderwijs (inspectie) en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en de uitkomsten van de internetconsultatie weergegeven en wordt uitgelegd hoe deze uitkomsten zijn verwerkt in het wetsvoorstel. In paragraaf 6 wordt ingegaan op de inwerkingtreding. Tot slot worden in deel II de artikelen nader toegelicht. 2. Aanleiding Kinderopvang vervult een belangrijke rol in het leven van veel gezinnen in Nederland. Het stelt ouders in staat om te werken en het draagt bij aan de ontwikkeling van het kind. Binnen de kinderopvang heeft gastouderopvang een belangrijke functie. Het biedt flexibiliteit voor ouders en is kleinschalig. Daarmee kan gastouderopvang in sommige gevallen beter aansluiten bij de behoefte van ouders en kinderen dan een kindercentrum. Daarnaast wordt gastouderopvang veelvuldig aangeboden in niet-stedelijke gebieden, waar minder aanbod van dagopvang en buitenschoolse opvang is. Daarmee is de gastouderopvang een onmisbare schakel in het aanbod van kinderopvang. Gastouderopvang van goede pedagogische kwaliteit draagt bij aan de ontwikkeling van het kind en daarmee aan een goede start voor kinderen in de maatschappij. In het belang van kwalitatief goede gastouderopvang zijn in wet- en lagere regelgeving kwaliteitseisen vastgelegd. Gastouderbureaus ondersteunen en begeleiden gastouders in het bieden van kwalitatief goede opvang en gemeenten houden toezicht op de bijbehorende eisen. De eisen moeten bij gastouders en gastouderbureaus leiden tot verantwoorde gastouderopvang en daarmee tot pedagogische kwaliteit. Met de inwerkingtreding van de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (hierna: de Wet IKK) in 2018 en 2019 zijn de kwaliteitseisen voor dagopvang en buitenschoolse opvang herijkt met als doel een kwaliteitsverhoging. De gastouderopvang is destijds niet meegenomen in dit traject, omdat op dat moment nog werd gewerkt aan een beleidsdoorlichting van de gastouderopvang. 2 Uit verschillende onderzoeken die sindsdien zijn uitgevoerd blijkt dat de kwaliteit in de gastouderopvang gemiddeld genomen vergelijkbaar is met die in de dagopvang en buitenschoolse opvang, maar dat de variatie groter is met grote uitschieters aan de bovenkant én onderkant. 3 Uit een nadere analyse naar deze verschillen, blijkt dat ruim 21% van de gastouders lage of zeer lage pedagogische kwaliteit biedt. Deze gastouders bieden een sociaal emotioneel veilige omgeving, maar hebben weinig interactie met kinderen en het activiteitenaanbod is weinig gevarieerd. Dit betekent dat kinderen in beperkte mate of nauwelijks worden gestimuleerd in hun ontwikkeling. 4 De inspectie heeft in 2020 het thema-onderzoek «Toezicht op gastouderopvang» uitgevoerd. Hierin concludeert de inspectie dat toezichthouders niet voldoende zicht hebben op de kwaliteit van de gastouderopvang. De inspectie ziet risico’s in het solitaire karakter van de gastouderopvang in combinatie met de – toen geldende – lage toezichtintensiteit 5 , het toezichtkader en de kwaliteitsbewaking door gastouderbureaus en het beperkte zicht hierop. 6 De bovengenoemde beleidsdoorlichting en onderzoeken tonen aan dat de kwaliteitseisen voor gastouders en gastouderbureaus aanpassing behoeven om de pedagogische kwaliteit van gastouders en goede begeleiding door gastouderbureaus beter te kunnen waarborgen. Doel van de aanpassing van de kwaliteitseisen is enerzijds het verbeteren van de begeleiding door gastouderbureaus en anderzijds het goed toerusten van gastouders om kinderen te kunnen stimuleren in hun ontwikkeling. Middels het stellen van nieuwe kwaliteitseisen en het verduidelijken en aanscherpen van bestaande kwaliteitseisen worden gastouders gestimuleerd om kinderen verder te helpen in hun ontwikkeling. Dit kan de gastouder doen door in te spelen op de interacties tussen kinderen onderling en door de interactie tussen gastouder en het kind. Met dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de pedagogische doelen van (em.) professor Riksen-Walraven 7 als uitgangspunt te nemen voor het bieden van verantwoorde kinderopvang bij gastouderopvang. Het maximeren van het aantal gastouderbureaus waarbij een gastouder per voorziening voor gastouderopvang kan zijn aangesloten op twee. Ook wordt voorgesteld om het aantal gastouderbureaus waarbij een gastouder per voorziening voor gastouderopvang kan zijn aangesloten te maximeren op twee. Tot slot wordt voorgesteld om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels te stellen aan de inzet van pedagogisch beleidsmedewerkers voor de coaching van gastouders. 3. Hoofdlijnen van het voorstel 3.1.1 Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang Kinderopvang kan een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kinderen als deze van voldoende (pedagogische) kwaliteit is. 8 Dit betekent dat het welzijn van de kinderen en hun ontwikkeling worden bevorderd. Pedagogische kwaliteit bestaat uit twee pijlers, namelijk de structurele kwaliteit en de proceskwaliteit. Bij structurele kwaliteit gaat het om kwaliteitskenmerken, veelal vastgelegd in wettelijke kwaliteitseisen, zoals de maximale groepssamenstelling en -grootte, de ruimtes, de opleiding van de pedagogisch professionals en het pedagogisch beleidsplan. In de gastouderopvang is een aantal van deze (structuur)kwaliteitskenmerken per definitie goed gewaarborgd. Eén en dezelfde gastouder verzorgt de opvang, de groepen zijn klein (maximaal zes kinderen) en vaak is de groepssamenstelling relatief stabiel. Terwijl in de dagopvang meer eisen worden gesteld om de stabiliteit te waarborgen, zoals het vaste gezichtencriterium. 9 Bij proceskwaliteit gaat het om de leer- en ontwikkelvaardigheden die kinderen in de kinderopvang opdoen. Het is het fundament van welbevinden en betrokkenheid en van een positieve ontwikkeling van het kind. De gastouder vervult een sleutelrol in de pedagogische kwaliteit. De interactievaardigheden van de gastouder hebben invloed op de interacties die het kind opdoet met andere kinderen, met de gastouder en met de leefomgeving van het kind. Met de inrichting van de ruimte, het aanbod van speelmaterialen en het dagprogramma heeft de gastouder invloed op de leefomgeving. Uit onderzoek blijkt dat de kwaliteit van de gastouder in de gastouderopvang (door de kleinschaligheid en één-op-één relatie) nog bepalender is voor de ontwikkeling van het kind dan de kwaliteit van de beroepskracht in een kindercentrum. 8 Na invoering van de Wet IKK in 2018 en 2019, zijn voor dagopvang en buitenschoolse opvang onder andere eisen gesteld aan het pedagogisch beleidsplan, opleiding en coaching, en pedagogische ondersteuning. Deze eisen dienen als randvoorwaarden voor opvang van goede kwaliteit. Enerzijds zien deze randvoorwaarden op het versterken van de structurele kwaliteit, bijvoorbeeld in het pedagogisch beleidsplan, anderzijds beogen ze de proceskwaliteit te verbeteren, door middel van pedagogische coaching. Voor de gastouderopvang concludeerde de inspectie dat de kwaliteitseisen voor de gastouderopvang aanpassing behoeven om de kwaliteit beter te kunnen waarborgen. 10 Daarom worden er voor de gastouderopvang kwaliteitseisen uitgewerkt op het niveau van wet, algemene maatregel van bestuur en ministeriële regeling. Deze maatregelen zien op het verbeteren van de begeleiding van de gastouder door het gastouderbureau en de professionalisering van gastouders, met als doel om de structurele en proceskwaliteit in de gastouderopvang te verbeteren. 3.1.2 Maatregelen voor verbeteren van de begeleiding van de gastouder door het gastouderbureau Het gastouderbureau vervult een belangrijke rol in de gastouderopvang. Het gastouderbureau brengt de opvang tussen gastouder en vraagouder tot stand, stelt een pedagogisch beleidsplan op waarnaar de gastouder handelt en begeleidt de gastouder hierbij. Daarnaast vervult het bureau ook een kassiersfunctie. De houder van het gastouderbureau dient deze taken zodanig uit te voeren dat dit leidt tot verantwoorde kinderopvang bij gastouderopvang. Om de rol goed te kunnen vervullen is het belangrijk dat het gastouderbureau over de juiste expertise beschikt, goed zicht heeft op de opvangpraktijk van de gastouder en dus ook regelmatig bij de gastouder over de vloer komt. Met de beoogde maatregelen wordt de begeleidende rol van het gastouderbureau steviger verankerd. Dit is één van de randvoorwaarden – een structuurkenmerk – die ondersteunend is voor de proceskwaliteit van de gastouder, met als doel om hiermee de pedagogische kwaliteit te versterken. De begeleiding van de gastouder door het gastouderbureau wordt versterkt door: a) het stellen van pedagogische doelen bij gastouderopvang De pedagogische doelen van (em.) professor Riksen-Walraven worden in de sector algemeen erkend en liggen ten grondslag aan de pedagogische kaders die zijn opgesteld voor de kinderopvang. 11 , 12 Deze doelen zijn opgenomen in de memorie van toelichting het oorspronkelijke wetsvoorstel mee de wet per 2005 is ingevoerd. 13 In de huidige wet- en regelgeving wordt een onderscheid gemaakt tussen de invulling van verantwoorde kinderopvang (van toepassing op dagopvang en buitenschoolse opvang) en verantwoorde gastouderopvang. In de definitie van verantwoorde kinderopvang zijn met de Wet IKK in 2018 genoemde pedagogische doelen opgenomen. Vooralsnog geldt voor gastouderopvang dat een houder van een voorziening voor gastouderopvang verantwoorde gastouderopvang biedt, indien de opvang bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving. Dit volgt uit artikel 1.49, derde lid, van de wet. Met dit wetsvoorstel wordt voorgesteld om de pedagogische doelen ook voor gastouderopvang te verankeren in de wetgeving. Verantwoorde gastouderopvang kan hierdoor ondergebracht worden onder het begrip verantwoorde kinderopvang en hoeft daardoor niet langer met een apart begrip gedefinieerd te worden. Dit wil echter niet zeggen dat de kwaliteitseisen voor gastouderopvang gelijkgesteld worden aan de kwaliteitseisen van dagopvang of buitenschoolse opvang. Per opvangvorm zijn voorwaarden voor verantwoorde kinderopvang separaat van elkaar uitgewerkt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Op deze manier wordt erkend dat elk type opvang anders in elkaar steekt, en dat de pedagogische doelen van verantwoorde kinderopvang, op verschillende wijzen – passend bij het type opvang – kunnen worden bereikt. De pedagogische doelen voor gastouderopvang worden geconcretiseerd bij algemene maatregel van bestuur. Artikel 1.49, tweede lid, van de wet biedt daarvoor de grondslag. Hierdoor is het mogelijk om de concretisering van de doelen op kortere termijn mee te laten bewegen met nieuwe maatschappelijke opvattingen over de optimale ontwikkeling van het jonge kind, binnen de wettelijke kaders. Dit komt overeen met hoe dit met de Wet IKK is vastgelegd voor dagopvang en buitenschoolse opvang. Verantwoorde kinderopvang in geval van gastouderopvang houdt in dat in een veilige en gezonde omgeving: 1. emotionele veiligheid wordt geboden aan kinderen; 2. de persoonlijke competentie van kinderen wordt bevorderd; 3. de sociale competentie van kinderen wordt bevorderd, en 4. de socialisatie van kinderen wordt bevorderd door overdracht van algemeen aanvaarde waarden en normen. De evaluatie van de Wet IKK geeft een positief beeld van het effect op de kwaliteit van het opnemen van de pedagogische doelen in de wet. 14 , 15 Houders en beroepskrachten blijken door de concretisering meer bekend met de doelen en beroepskrachten kunnen deze beter toepassen in de praktijk. Tevens biedt de concretisering van de pedagogische doelen een verduidelijking zodat daar beter toezicht op kan worden gehouden door de GGD. Deze positieve effecten worden met dit wetsvoorstel ook beoogd voor de gastouderopvang. Wijzigingen in het pedagogisch beleidsplan De houder van het gastouderbureau heeft een pedagogisch beleidsplan waarin het reeds verplicht was om de kenmerkende visie op de omgang met kinderen vast te leggen. Met de concretisering van de pedagogische doelen bij algemene maatregel van bestuur, zullen gastouderbureaus hun pedagogisch beleidsplan hierop moeten wijzigen. De nadere invulling van het pedagogisch beleidsplan wordt beschreven in het artikel 21 van het Besluit tot wijziging van het Besluit kwaliteit kinderopvang in verband met het verhogen van de kwaliteit van de gastouderopvang. b) het maximeren van het aantal gastouderbureaus waarbij een gastouder per voorziening voor gastouderopvang kan zijn aangesloten op twee Het gastouderbureau vervult een belangrijke rol in de gastouderopvang. Het gastouderbureau brengt de opvang tussen gastouder en ouder tot stand, begeleidt de gastouder en vervult de kassiersfunctie. Om deze rol goed te kunnen vervullen, is het belangrijk dat het gastouderbureau over voldoende expertise beschikt en goed zicht heeft op de (kwaliteit van) opvang die wordt geboden door de gastouder. Een gastouder kan overigens meerdere voorzieningen hebben waarin gastouderopvang plaatsvindt. Voordat een voorziening voor gastouderopvang geregistreerd kan worden in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK), moet de gastouder zich aansluiten bij een gastouderbureau. Het gastouderbureau dient de aanvraag voor registratie in het LRK in bij de gemeente. Van de aansluiting of beëindiging van een aansluiting van een voorziening voor gastouderopvang bij een gastouderbureau, is de houder van het gastouderbureau op grond van artikel 1.47 van de wet en artikel 7 van het Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang verplicht hier onverwijld mededeling van te doen aan het college van de betreffende gemeente. Eind 2023 is bij bijna 78% van de voorzieningen voor gastouderopvang de gastouder aangesloten bij één gastouderbureau. Bij 16,9% van de voorzieningen voor gastouderopvang is de gastouder bij twee gastouderbureaus aangesloten. Bij circa 5,4% van de voorzieningen voor gastouderopvang is de gastouder bij drie of meer gastouderbureaus aangesloten. Het merendeel hiervan is aangesloten bij drie gastouderbureaus, maar er zijn uitschieters tot gastouders die voor een voorziening voor gastouderopvang bij zes gastouderbureaus zijn aangesloten. Dit kan in de praktijk leiden tot verschillende problemen, die in 2020 ook gesignaleerd zijn door de Inspectie van het Onderwijs in het thema-onderzoek «Toezicht op gastouderopvang». In het rapport geeft de inspectie aan risico’s te zien in het solitaire karakter van de gastouderopvang in combinatie met de – toen geldende – lage toezichtintensiteit, het toezichtkader en de kwaliteitsbewaking door gastouderbureaus en het beperkte zicht hierop. Wanneer een gastouder per voorziening voor gastouderopvang bij meerdere gastouderbureaus is aangesloten, kan dit allereest leiden tot rolvervaging tussen gastouderbureaus. Deze rolvervaging ontstaat omdat de betrokken gastouderbureaus wel de bemiddeling tussen gastouder en vraagouders op zich nemen, maar vervolgens niet de (volledige) begeleiding van de gastouders. Het aangesloten zijn bij meerdere gastouderbureaus door een gastouder per voorziening voor gastouderopvang kan daarnaast tot een aantal praktische problemen leiden, die de kwaliteit van de gastouderopvang niet altijd ten goede komen. Zo dient de gastouder te handelen overeenkomstig de visie en invulling van de pedagogische doelen zoals beschreven in het pedagogisch beleidsplan van het gastouderbureau. Daarnaast ontstaat er onduidelijkheid als de gastouder in een voorziening van meerdere gastouderbureaus de opgestelde veiligheids- en gezondheidsrisico’s in acht dient te nemen en zorg moet dragen dat de maatregelen uit het bijbehorende plan van aanpak zijn respectievelijk worden genomen. Ook bij naleving van de meldcode die door de betrokken gastouderbureaus zijn opgesteld kan onduidelijkheid ontstaan. Als deze beleidsdocumenten of risico-inventarisaties van de verschillende gastouderbureaus inhoudelijk van elkaar verschillen, kan het tot lastige situaties leiden voor de gastouder. Daarnaast is bijvoorbeeld het zicht hebben op welke ontwikkelactiviteiten de gastouder volgt of het aantal kinderen dat bij de voorziening voor gastouderopvang wordt opgevangen lastiger als er meerdere gastouderbureaus zijn betrokken bij een voorziening voor gastouderopvang. In dat laatste geval hebben namelijk alle betrokken gastouderbureaus de verantwoordelijkheid om erop toe te zien dat het maximum aantal op te vangen kinderen bij de voorziening voor gastouderopvang niet wordt overschreden, ook niet met de kinderen die via ander gastouderbureaus worden opgevangen. Tot slot kan het aangesloten zijn bij meerdere gastouderbureaus belemmerend werken voor het toezicht door de GGD. In het onderzoek van de inspectie geeft bijna een derde van de bevraagde GGD’en aan dat het aangesloten zijn bij meerdere gastouderbureaus het beoordelen van de kwaliteitseisen tijdens een inspectieonderzoek (zeer) negatief beïnvloedt. Als een gastouder met verschillend beleid moet werken, is moeilijker toezicht te houden of dit beleid ook wordt uitgevoerd. Als de kwaliteit of veiligheid op de voorziening tekort schiet, is het bovendien minder goed mogelijk om te beoordelen wie welke verantwoordelijkheid heeft en welk gastouderbureau eventueel in overtreding is. Dit heeft ook gevolgen voor de handhavingsmogelijkheden van de gemeente. Er kan niet effectief worden opgetreden als de rol en verantwoordelijkheden van de partijen niet duidelijk is. Hierbij geldt dat hoe meer gastouderbureaus betrokken zijn bij een voorziening voor gastouderopvang, hoe moeilijker het vervullen van bovengenoemde verantwoordelijkheden wordt en hoe lastiger het is voor de toezichthouder om hier toezicht op te houden. Het is de verantwoordelijkheid van de houder van het gastouderbureau dat het gastouderbureau aan alle eisen voldoet die aan de totstandkoming van de gastouderopvang en de begeleiding van de gastouder worden gesteld. Het gastouderbureau moet dit aannemelijk kunnen maken. Vanuit het oogpunt van de controlerende en begeleidende rol van het gastouderbureau, zou een maximering op één gastouderbureau de meest voor de hand liggende keuze zijn. Er spelen echter ook andere belangen mee, zoals dat een gastouder voldoende bezetting van kinderen wil hebben of het debiteurenrisico vanuit gastouderbureaus wil kunnen spreiden en om deze redenen bij meer dan een gastouderbureau aangesloten wil zijn. Om aan dit belang tegemoet te komen stelt de regering daarom voor dat het voor een gastouder mogelijk wordt om per voorziening voor gastouderopvang bij maximaal twee gastouderbureaus aangesloten te zijn. Indien meerdere gastouderbureaus betrokken zijn bij de begeleiding van de gastouder zal van hen worden gevraagd de begeleiding af te stemmen. De afstemming zal in lagere regelgeving worden uitgewerkt. Met het maximum van twee gastouderbureaus waarbij een gastouder per voorziening voor gastouderopvang kan zijn aangesloten, in samenhang met een goede afstemming van de begeleiding van de gastouder tussen de gastouderbureaus, is een goede balans gevonden tussen deze verschillende belangen. Zo behoudt de gastouder meer zicht op werkzekerheid doordat hij of zij bij meer dan een gastouderbureau aangesloten kan zijn. Daarnaast zal hiermee de rolvervaging tussen gastouderbureaus verminderen. Tot slot zorgt dit voor meer duidelijkheid in het toezicht door de GGD en de handhaving door gemeentes. Met dit maximum blijft weliswaar de situatie bestaan dat er meerdere gastouderbureaus aangesproken zouden moeten of kunnen worden bij een tekortkoming bij de voorziening voor gastouderopvang. Een maximering van twee gastouderbureaus vergroot echter wel de mogelijkheden tot een goede beoordeling hiervan door de toezichthouder. Daarmee draagt deze maatregel bij aan het versterken van de kwaliteit van de gastouderopvang. Als een gastouder voor een voorziening voor gastouderopvang kiest voor (structurele) aansluiting bij twee gastouderbureaus, is afstemming tussen de betrokken gastouderbureaus van belang voor de kwaliteit van de opvang. Onder meer om er zorg voor te dragen dat alle betrokken gastouderbureaus zicht hebben op de kwaliteit, het aantal aanwezige kinderen en de ontwikkeling van de gastouder. Hiervoor zullen de gastouder en beide gastouderbureaus de wijze waarop dit verantwoord wordt georganiseerd moeten afstemmen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de afstemming tussen de beide gastouderbureaus. Uitzonderingsmogelijkheid De situatie kan ontstaan dat een gastouder, die voor de voorziening voor gastouderopvang, reeds met twee gastouderbureaus een bemiddelingsrelatie heeft, redenen heeft om een bemiddelingsrelatie met een ander gastouderbureau aan te gaan. Dit kan een praktische reden hebben, bijvoorbeeld de opvang van kinderen waarvan de ouder is aangesloten bij een ander gastouderbureau. Maar het is ook mogelijk dat de gastouder niet tevreden is over de begeleiding van het huidige gastouderbureau en daardoor wil overstappen naar een ander gastouderbureau. Het vergt voor zowel de gastouder, de ouder, het oude en het nieuwe gastouderbureau als voor de gemeente waar de voorziening voor gastouderopvang is gevestigd, enkele administratieve handelingen om de overstap naar een nieuw gastouderbureau te effectueren. Wanneer strikt wordt vasthouden aan het maximum van twee bemiddelingsrelaties met een gastouderbureau, is een overstap naar een, tijdelijk, derde gastouderbureau onmogelijk. Dit wordt onwenselijk geacht, omdat een gastouder de mogelijkheid moet hebben over te kunnen stappen, bijvoorbeeld als de gastouder niet tevreden is over de begeleiding en bemiddeling door het gastouderbureau. Om de mogelijkheid voor voorzieningen voor gastouderopvang om te wisselen van gastouderbureau te behouden, wordt daarom in dit wetvoorstel een tijdelijke uitzonderingsmogelijkheid geboden. Deze uitzonderingsmogelijkheid houdt in dat een gastouder per voorziening voor gastouderopvang tijdelijk met drie gastouderbureaus een bemiddelingsrelaties mag hebben. Een tijdelijke uitzonderingsmogelijkheid geeft de gastouder de mogelijkheid de overstap naar een nieuw gastouderbureau te bewerkstelligen op het moment dat de voorziening voor gastouderopvang al met twee gastouderbureaus een bemiddelingsrelatie heeft. De gastouder wordt zo in de gelegenheid gesteld om voor de betreffende voorziening voor gastouderopvang één van de twee bestaande bemiddelingsrelaties op te zeggen en een bemiddelingsrelatie met een nieuw, derde gastouderbureau te starten. Administratief kan dit niet altijd op hetzelfde moment geregeld worden, vanwege afhankelijkheid van de beide gastouderbureaus, de gemeente die de beëindiging van de bemiddelingsrelatie en de start van de nieuwe bemiddelingsrelatie moet beschikken en eventueel ouders die moeten overstappen van gastouderbureau. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent tijdelijke uitbreiding naar drie gastouderbureaus. Deze regels kunnen betrekking hebben op de redenen en duur van de tijdelijke uitbreiding. Overgangsrecht voor bestaande bemiddelingsrelaties Eind 2023 heeft bij circa 5,4% van de voorzieningen voor gastouderopvang de gastouder een bemiddelingsrelatie met drie of meer gastouderbureaus. Hiervan heeft het merendeel een bemiddelingsrelatie met drie gastouderbureaus, maar er zijn uitschieters tot meer dan vijf bureaus. Het betreft derhalve slechts een beperkt aantal voorzieningen voor gastouderopvang waarbij de gastouder met drie of meer gastouderbureaus een bemiddelingsrelatie heeft. Het doel van dit wetsvoorstel is om de gastouder per voorziening voor gastouderopvang het aantal bemiddelingsrelaties met een gastouderbureau terug te brengen tot ten hoogste twee. Door het opnemen van overgangsrecht, kunnen gastouders met meerdere bemiddelingsrelaties per voorziening voor gastouderopvang daar de tijd voor nemen. Dit kan zolang als op de voorziening kinderen worden opgevangen op basis van bestaande contracten tussen ouders en gastouderbureaus op het moment van inwerkingtreding van deze wet. Gastouders (en daarmee ook ouders) verplichten vroegtijdig de bestaande bemiddelingscontracten op te zeggen, kan voor de ouders en de kinderen de continuïteit van de opvang in geding brengen. Ook kan dit een onevenredige administratieve last voor hen betekenen. Om de continuïteit van de opvang te waarborgen en eventuele onwenselijke administratieve lasten te beperken is er in dit wetsvoorstel voor gekozen dat bestaande bemiddelingsrelaties gehandhaafd mogen blijven, tot de reeds afgesloten overeenkomsten tussen de ouder en het gastouderbureau worden beëindigd of opgezegd. Op deze manier zullen de situaties dat er sprake is van meer dan twee bemiddelingsrelaties met natuurlijk verloop uit faseren. Dit overgangsrecht wordt uitgelegd aan de hand van een voorbeeld: een gastouder heeft per voorziening voor gastouderopvang voor inwerkingtreding van deze maatregel een bemiddelingsrelatie met drie gastouderbureaus (A, B en C). Via elk van deze drie gastouderbureaus vangt de gastouder één kind op binnen de voorziening voor gastouderopvang. Deze opvang geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de ouder en het gastouderbureau. Deze schriftelijke overeenkomsten kunnen gehandhaafd worden, dus de opvang van deze drie kinderen kan door blijven lopen. Na inwerkingtreding van deze maatregel kan de gastouder voor deze voorziening voor gastouderopvang van hooguit twee (A en B) van deze drie gastouderbureaus nieuwe koppelingen met ouders aangaan. De gastouder kan – vanzelfsprekend – zelf de keuze maken welke twee van de drie aangesloten gastouderbureaus dit betreft. Op het moment dat de opvang via het derde gastouderbureau (C) stopt, heeft de gastouder met twee gastouderbureaus een bemiddelingsrelatie en is dit overgangsrecht niet meer van toepassing. De verplichting om de beëindiging van de bemiddelingsrelatie onverwijld door te geven aan de gemeente blijft staan voor de gastouder en gastouderbureau C. c) de inzet van pedagogisch beleidsmedewerkers voor coaching van de gastouders De kwaliteit van de gastouder is bepalend voor de kwaliteit van de opvang. Ontwikkelingsgericht werken met kinderen vraagt veel van gastouders, zowel op het terrein van kennis als op het terrein van vaardigheden. Om gastouders hierin te ondersteunen is goede begeleiding vanuit het gastouderbureau een vereiste. Dit kan bijvoorbeeld door het faciliteren van bijscholing. Uit de literatuur blijkt dat coaching on the job een bewezen effectieve maatregel is voor het verhogen van de kwaliteit. 16 De introductie van de pedagogisch beleidsmedewerker heeft bij dagopvang en buitenschoolse opvang positieve effecten op de kwaliteit van de opvang in de perceptie van beroepskrachten en houders, zo geven respondenten aan in de evaluatie van de Wet IKK. Pedagogisch beleidsmedewerkers worden in de dagopvang en buitenschoolse opvang onder andere ingezet als coach van de beroepskracht en dragen daardoor bij aan de versterking van de rol van de beroepskrachten. Goed toegeruste beroepskrachten/gastouders zijn belangrijk om de ontwikkeling van kinderen te volgen en maatwerk te kunnen bieden. Om de kwaliteit van de pedagogische begeleiding, waaronder de coaching, te waarborgen worden er in dit wetsvoorstel grondslagen opgenomen om nadere regels te kunnen stellen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur over de inzet en de opleidingseisen van pedagogisch beleidsmedewerkers voor de coaching van gastouders. Door middel van coaching van de gastouders kan een impuls gegeven worden aan de (interactie)vaardigheden van de gastouder en zo aan de proceskwaliteit. De coaching ziet op de werkzaamheden van de gastouder en het handelen conform het pedagogisch beleid. Dit ziet zowel op het pedagogisch beleidsplan van het gastouderbureau als op het pedagogisch werkplan van de gastouder. In het Besluit tot wijziging van het Besluit kwaliteit kinderopvang in verband met het verbetertraject gastouderopvang wordt vastgelegd hoeveel uren coaching de pedagogisch beleidsmedewerker iedere gastouder jaarlijks ten minste biedt. De deskundigheidseisen voor de pedagogisch beleidsmedewerker worden, net als bij gastouders, gedelegeerd naar de Regeling Wet kinderopvang. 3.1.3 Verbetermaatregelen professionalisering gastouders Het opvangen van kinderen is een vak. Gastouders zijn pedagogisch professionals, net zoals beroepskrachten binnen de dagopvang en buitenschoolse opvang. Om dit vak goed te kunnen uitoefenen zijn bepaalde vaardigheden nodig, die een deel van de gastouders minder in lijkt te zetten (gegeven de uitschieters aan de onderkant). Het gaat daarbij om de interactie tussen gastouder en de kinderen (de zogenoemde interactievaardigheden), pedagogische basiskennis en een bewuste visie op of benadering van de eigen opvangpraktijk. Om de kwaliteit van de gastouderopvang beter te waarborgen en te verhogen, zullen in het verlengde van dit wetsvoorstel wijzigingen in de kwaliteitseisen plaatsvinden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Deze maatregelen zijn aangekondigd in de kamerbrief van mei 2023. 17 Deze wijzigingen hebben betrekking op de professionaliteit van gastouders en de verantwoorde begeleiding van gastouderbureaus. De belangrijkste onderdelen zijn: – Het aanscherpen van de opleidingseisen voor gastouders, zodat gastouders een pedagogisch component hebben gevolgd. Op dit moment kwalificeren er opleidingen, bijvoorbeeld op mbo-niveau 2 of 3, die geen enkel vak bevatten dat is gericht op pedagogiek. – Het voorschrijven van permanente ontwikkeling voor gastouders. Met deze eis geldt voor alle gastouders een verplichting om zich jaarlijks voor een aantal uren te blijven ontwikkelen en bij te scholen. – Het opstellen van een pedagogisch werkplan voor elke voorziening voor gastouderopvang. De gastouder beschrijft in het pedagogisch werkplan onder meer hoe hij of zij invulling geeft aan de pedagogische visie en invulling van de pedagogische doelen van het gastouderbureau. Daarnaast beschrijft de gastouder in dit werkplan hoe hij of zij de ontwikkeling van het kind volgt. – Het uitbreiden van de achterwachtregeling. Op dit moment is een gastouder die meer dan drie kinderen opvangt verplicht een achterwacht te hebben die in geval van calamiteiten binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn. Deze achterwachtregeling wordt gewijzigd, zodat alle gastouders, ongeacht hoeveel kinderen zij opvangen, over een achterwacht beschikken. Deze beoogde aanpassingen in lagere regelgeving zijn mogelijk binnen de bestaande grondslagen in de wet. De nadere invulling van deze maatregelen wordt beschreven in het Besluit tot wijziging van het Besluit kwaliteit kinderopvang in verband met het verhogen van de kwaliteit van de gastouderopvang. Met de reeds bestaande kwaliteitseisen en h",
"date": "2024-10-01",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 10,
"motion_id": 1292,
"score": 5.031011791424666,
"title": "Motie van de leden Van Zanten en Vermeer over het ondersteunen van Nederlandse producenten van generieke en innovatieve geneesmiddelen",
"body_text": "36 600 L Vaststelling van de begrotingsstaat van het Nationaal Groeifonds voor het jaar 2025 Nr. 12 MOTIE VAN DE LEDEN VAN ZANTEN EN VERMEER Voorgesteld 10 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat Nederlandse producenten van generieke medicijnen onder druk staan door lage prijzen en een ongunstig verdienmodel, en dat R&D in Nederland terugloopt; overwegende dat het voortbestaan van de producenten en de geneesmiddelenontwikkeling in Nederland bedreigd worden; constaterende dat dit onwenselijk is in de huidige geopolitieke situatie; overwegende dat er zonder R&D geen productie kan bestaan; verzoekt de regering om een onderzoek te starten naar maatregelen en instrumenten om Nederlandse producenten van generieke en innovatieve geneesmiddelen te ondersteunen in het behouden van productiecapaciteit en hun R&D, en daarnaast een verkenning uit te voeren van contracten of publiek-private samenwerkingen om de leveringszekerheid en het verdienvermogen van deze sector te versterken; verzoekt de regering de bevindingen te delen voor het einde van 2025, en gaat over tot de orde van de dag. Van Zanten Vermeer",
"date": "2025-04-15",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 10,
"motion_id": 2069,
"score": -5.625928570131068,
"title": "Motie van het lid Eerdmans over een campagne in veilige herkomstlanden om het aantal asielaanvragen te verminderen",
"body_text": "36 704 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht in verband met maatregelen om de asielketen te ontlasten en de instroom van asielzoekers te verminderen (Asielnoodmaatregelenwet) Nr. 63 MOTIE VAN HET LID EERDMANS Voorgesteld 26 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Zweden campagne voert in veilige herkomstlanden om het aantal asielaanvragen te verminderen; verzoekt het kabinet een campagne te starten in veilige herkomstlanden, en gaat over tot de orde van de dag. Eerdmans",
"date": "2025-07-03",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 10,
"motion_id": 9952,
"score": -5.676922948665469,
"title": "Motie van de leden Daniëlle Jansen en Omtzigt over een expertcommissie instellen die kijkt naar maatregelen om excessieve winsten en constructies die niet in het belang zijn van de kwaliteit en betaalbaarheid of continuïteit van zorg, tegen te gaan",
"body_text": "36 600 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2025 Nr. 160 MOTIE VAN DE LEDEN DANIËLLE JANSEN EN OMTZIGT Voorgesteld 18 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, van mening dat de zorg betaalbaar moet zijn en op zorg gericht; van mening dat er zeer terughoudend omgegaan moet worden met private equity die op korte termijn investeert in de zorg; verzoekt de regering op korte termijn een expertcommissie in te stellen met (zorg)economen en andere specialisten die antwoord geeft op de volgende vragen: • waar er in de zorgsector sprake is van excessieve private winsten via directe of indirecte constructies; • welke private constructies wel en niet in het belang zijn van de kwaliteit, betaalbaarheid of continuïteit van de zorg; • welke maatregelen mogelijk en wenselijk zijn om excessieve winsten en constructies die niet in het belang van de kwaliteit en betaalbaarheid of continuïteit van zorg zijn, tegen te gaan; en binnen een jaar te rapporteren aan de Kamer, en gaat over tot de orde van de dag. Daniëlle Jansen Omtzigt",
"date": "2024-12-19",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 10,
"motion_id": 25351,
"score": -5.683929563310814,
"title": "Motie van de leden Flach en Bikker over de mogelijkheid van een lijstverbinding betrekken bij het nieuwe kiesstelsel",
"body_text": "36 600 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2025 Nr. 37 MOTIE VAN DE LEDEN FLACH EN BIKKER Voorgesteld 10 oktober 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de regering de zeggenschap van burgers wil vergroten door een ander kiesstelsel in te voeren; overwegende dat een lijstverbinding eraan kan bijdragen dat de verkiezingsuitslag de wensen van de kiezer beter weerspiegelt; verzoekt de regering bij de ontwikkeling van het nieuwe kiesstelsel ook de mogelijkheid van een lijstverbinding te betrekken, en gaat over tot de orde van de dag. Flach Bikker",
"date": "2024-10-15",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 10,
"motion_id": 23585,
"score": -5.984521929121661,
"title": "Motie van het lid Ellian over het beloningsgeld voor tips ten aanzien van personen op de Nationale Opsporingslijst substantieel verhogen",
"body_text": "36 560 VI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2023 Nr. 16 MOTIE VAN HET LID ELLIAN Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg 20 juni 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat ondanks diverse nieuwe uitleverings- en rechtshulpverdragen grote criminelen, zoals «Bolle» Jos Leijdekkers, voortvluchtig blijven; constaterende dat tussen de Nationale Opsporingslijst en de most wanted list van Europol verschillen kunnen bestaan; overwegende dat hoog beloningsgeld het aanzienlijk moeilijker zal maken voor criminelen die in het buitenland op de vlucht zijn en uitlevering ontlopen; verzoekt de regering het beloningsgeld voor tips ten aanzien van personen op de Nationale Opsporingslijst substantieel te verhogen en te bewerkstelligen dat er geen verschillen bestaan tussen de Nationale Opsporingslijst en de most wanted list van Europol, en gaat over tot de orde van de dag. Ellian",
"date": "2024-06-25",
"policy_area": "Algemeen"
},
{
"component": 10,
"motion_id": 10003,
"score": -6.17643392450388,
"title": "Motie van de leden Daniëlle Jansen en Krul over gehoor geven aan de oproep van de EU Gezondheidsraad om auto's met kinderen rookvrij te maken",
"body_text": "36 594 Burgerinitiatief «Nicotinee' Nr. 3 MOTIE VAN DE LEDEN DANIËLLE JANSEN EN KRUL Voorgesteld 12 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat roken in een auto zorgt voor minstens een hoeveelheid tabaksrook als in een rokerig café van vroeger; constaterende dat dit extra zorgwekkend is omdat dit betekent dat minderjarigen in de auto worden blootgesteld aan een bijzonder schadelijke hoeveelheid rook; constaterende dat baby's en kinderen extra gevoelig zijn voor de blootstelling aan tweedehands rook omdat hun immuunsysteem nog niet volledig is ontwikkeld en hun ademhalingsfrequentie hoger is; constaterende dat hierdoor een groter risico ontstaat op luchtweginfectie, astma, kanker en wiegendood; constaterende dat in 2020 al 91% van de Nederlanders vond dat auto's waarin kinderen zitten geheel rookvrij zouden moeten worden; constaterende dat in 2021 al twaalf landen binnen de Europese Unie een rookverbod in auto's hadden ingevoerd wanneer kinderen aanwezig zijn; verzoekt de regering gehoor te geven aan de oproep van de EU Gezondheidsraad om auto's met kinderen rookvrij te maken, en gaat over tot de orde van de dag. Daniëlle Jansen Krul",
"date": "2024-12-17",
"policy_area": "Algemeen"
}
]
}