5.3 KiB
De Tweede Kamer is gepolariseerder, maar niet rechtser — dit zegt het data
Een analyse van 10 jaar moties in de Tweede Kamer
Samenvatting: We hebben 10 jaar stemmingen in de Tweede Kamer (2016-2026) geanalyseerd. De belangrijkste bevinding: de coalitie verloor haar meerderheid in 2019 en heeft sindsdien structureel moties verloren. Dit verklaart waarom "rechts" lijkt te winnen — niet omdat rechtser partijen groter werden, maar omdat de coalitie vaker verloor.
De Ontdekking: De Coalitie Verloor in 2019
Toen we keken naar welke moties werden aangenomen, zagen we een opvallende omslag:
| Jaar | Gewonnen moties door | Interpretatie |
|---|---|---|
| 2016 | Coalitie (+6.48) | Kabinet wint |
| 2017 | Oppositie (-6.72) | Eerste tekenen van verlies |
| 2018 | Coalitie (+7.54) | Laatste stabiele jaar |
| 2019 | Coalitie (+2.92) | Krimp, maar nog winst |
| 2022-2026 | Oppositie (-3.22 tot -4.70) | Structueel verlies |
De getallen tussen haakjes zijn de gemiddelde score op de "coalitie-tegenstelling" as — positief betekent dat de coalitie-achtige moties wonnen, negatief dat oppositie-achtige moties wonnen.
Vondst 1: Niet de oppositie won, maar de coalitie verloor
Het verhaal is genuanceerder dan "rechts wint":
- In 2016-2018: Coalitie had een werkende meerderheid en won moties
- In 2019: Coalitie verloor de meerderheid (Rutte III-crisis)
- In 2022-2026: Structureel verlies voor de coalitie-kant
De PVV en FVD werden niet groter omdat hun standpunten mainstream werden — ze werden groter terwijl de coalitie minder moties won.
Vondst 2: Stemmen werden closer, maar moties werden minder extreem
Dit is genuanceerder dan het lijkt:
| Maat | 2016 | 2026 | Trend |
|---|---|---|---|
| Stemmings-extremiteit | 0.70 | 0.46 | Meer verdeeld |
| Beleids-extremiteit | 9.0 | 4.2 | Minder extreem |
Stemmings-extremiteit meet hoe verdeeld het Parlement is (margin/totaal — lager = meer verdeeld).
Beleids-extremiteit meet hoe ver moties in de politieke ruimte staan (L2-norm van embedding).
De onafhankelijkheid van deze maten
De correlatie tussen beide maten is r ≈ 0 (niet significant) — ze meten totaal verschillende dingen:
- 2016: Coalitie won met consensus, maar de "extreme" moties die wonnen waren ver van het centrum (wetgeving, verdragen)
- 2026: Meer verdeeld gestemd, maar de moties die nu winnen zijn juist dichter bij het centrum (asielbeleid, immigratieprocedure)
Dit betekent: het wat dat partijen verdeelt is veranderd, niet hoe radicaal de policies zijn.
Vondst 3: PVV/FVD-groei vs regeringsverlies
De partijgrootte veranderde drastisch:
| Jaar | Toppartijen (voor-stemmen) |
|---|---|
| 2016 | PvdA, VVD, D66 (coalitie) |
| 2019 | SP, PvdD, GL (oppositie) |
| 2022 | BBB, SP, DENK (anti-kabinetspartijen) |
| 2026 | PVV, 50PLUS, DENK |
De PVV werd groot, maar dat betekent niet dat "rechts" beleid won — het betekent dat de coalitie minder vaak wist te winnen.
Vondst 4: Onderwerpen verschoven naar migratie
De onderwerpen die de coalitie-achtige kant nu winnen zijn anders:
2016: Bestuurlijke moties
- Belastinghervorming
- Internationale verdragen
- Administratieve wetgeving
2026: Identiteit/migratie
- Asielstop
- Intrekken Syrische vergunningen
- Terugkeerbeleid Oekraïners
Dezelfde structuur (wie met wie stemt), maar andere onderwerpen.
Conclusies
1. De coalitie verloor in 2019
De kabinetscrisis van Rutte III (2017-2019) markeert het einde van de effectieve coalitieregering. Sindsdien wint de oppositie-kant structureel meer moties.
2. Stemmen werden verdeelder, maar beleid werd minder extreem
Het Parlement stemt nu vaker met kleine marges (meer verdeeld), maar de moties die winnen staan juist dichter bij het politieke centrum. Dit zijn onafhankelijke verschijnselen.
3. Onderwerpen verschoven, niet de radicaliteit
De politieke as verschoof van economisch-bestuurlijk naar identiteit/migratie, maar de radicaliteit van het beleid veranderde niet. Wat verdeelt is veranderd, niet hoe extreem de oplossingen zijn.
4. Geen rechtse verschuiving, maar machtsverlies coalitie
De politiek verdeelde meer, maar het "centrum" bleef op zijn plek. Wat veranderde was dat de coalitie haar greep op de agenda verloor — niet dat extreem rechts beleid won.
Methodologische noot
De as waarover we praten is de eerste principale component van alle stemgedrag — de belangrijkste verdeling in hoe partijen tegen elkaar stemmen. Positieve scores betekenen dat een motie kenmerken heeft van de kant die we "coalitie" noemen (historisch VVD, CDA, D66), negatief van de oppositiekant.
De volledige code is beschikbaar in de GitHub-repository.
Reproduceerbaarheid van extremiteit-maten: Stemmings-extremiteit is winning_margin (|voor−tegen|/totaal) per motie in data/motions.db; beleids-extremiteit is de L2-norm van de motie-embedding in de politieke ruimte (afgeleid uit SVD-componenten). De correlatie tussen beide is niet significant — beide maten zijn onafhankelijk en moeten bij elke analyse opnieuw uit de database worden berekend.
Analyse uitgevoerd op 5 april 2026. Data: 8.700+ moties 2016-2026.