You can not select more than 25 topics
Topics must start with a letter or number, can include dashes ('-') and can be up to 35 characters long.
907 lines
166 KiB
907 lines
166 KiB
{
|
|
"window": "current_parliament",
|
|
"assignment_mode": "pool",
|
|
"pool_size": 50,
|
|
"rows": [
|
|
{
|
|
"component": 1,
|
|
"motion_id": 10413,
|
|
"score": 9.773289079597465,
|
|
"title": "Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over de maximale juridische ruimte opzoeken om binnenlands te kunnen oefenen met drones",
|
|
"body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 58 MOTIE VAN HET LID DIEDERIK VAN DIJK C.S. Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat drones voor gevechtsdoeleinden en surveillance-, informatie- en inlichtingenoperaties steeds belangrijker worden, en dat ook Nederland deze capaciteiten heeft en ontwikkelt; overwegende dat de operationele eenheden te weinig oefenmogelijkheden hebben, mede als gevolg van knellende ruimtelijke aspecten, maar ook wegens strenge (privacy)wetgeving; verzoekt de regering een analyse over de knelpunten voor het oefenen met drones te maken en de Kamer toe te zenden; verzoekt de regering tevens de maximale juridische ruimte op te zoeken om binnenlands te kunnen testen in samenwerking met civiele partners, om op te kunnen leiden en om te kunnen oefenen met drones en daarover eveneens te rapporteren aan de Kamer, en gaat over tot de orde van de dag. Diederik van Dijk Olger van Dijk Boswijk Van der Wal",
|
|
"date": "2024-12-05",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 1,
|
|
"motion_id": 9785,
|
|
"score": 9.763007661241282,
|
|
"title": "Motie van het lid Krul c.s. over een alternatieve invulling vinden voor de ‘ombuiging subsidie bij- en nascholing medisch specialisten’ binnen het domein van de begroting VWS",
|
|
"body_text": "29 282 Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector Nr. 591 MOTIE VAN HET LID KRUL C.S. Voorgesteld 19 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er in het kader van het terugdraaien van een deel van de bezuinigingen op onderwijs een «opgave medisch specialisten» ligt van 315 miljoen euro, verdeeld over «ombuiging subsidie bij- en nascholing medisch specialisten» (165 miljoen) en «bestuurlijke afspraken aanpakken uitwassen beloningen medisch specialisten in maatschappen» (150 miljoen); constaterende dat de aangenomen motie-Vijlbrief c.s. oproept om deze bezuiniging niet te richten op verpleegkundigen; overwegende dat de Minister van VWS bredere ruimte vraagt om tot een alternatieve invulling van deze bezuiniging te komen; verzoekt de regering een alternatieve invulling te vinden voor de «ombuiging subsidie bij- en nascholing medisch specialisten» van 165 miljoen euro binnen het domein van de begroting van VWS, en de Kamer hierover in januari te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Krul Paulusma Diederik van Dijk Bikker Eerdmans",
|
|
"date": "2024-12-20",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 1,
|
|
"motion_id": 10032,
|
|
"score": 9.738583144140739,
|
|
"title": "Voorstel van wet van de leden Diederik van Dijk, Van der Wal, Boswijk, Dassen, Olger van Dijk, Paternotte, Eerdmans en Ceder houdende vaststelling van regels ten behoeve van de verdediging en de bescherming van de belangen van het Koninkrijk en de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde alsmede het voldoen aan (financiële) afspraken binnen de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en andere bondgenootschappen (Wet financiële defensieverplichtingen)",
|
|
"body_text": "36 353 (R2185) Voorstel van rijkswet van de leden Stoffer, Valstar, Boswijk en Dassen houdende vaststelling van regels inzake het voldoen aan verplichtingen voor de defensie van het Koninkrijk alsmede (financiële) afspraken binnen de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en andere bondgenootschappen (Rijkswet financiële defensieverplichtingen) Nr. 1 GELEIDENDE BRIEF Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 2 mei 2023 Hierbij doen wij u overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.21 van het Reglement van Orde een voorstel van rijkswet toekomen houdende vaststelling van regels inzake het voldoen aan verplichtingen voor de defensie van het Koninkrijk alsmede (financiële) afspraken binnen de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en andere bondgenootschappen (Rijkswet financiële defensieverplichtingen). De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust. Stoffer Valstar Boswijk Dassen",
|
|
"date": "2024-12-17",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 1,
|
|
"motion_id": 9802,
|
|
"score": 9.737857077308714,
|
|
"title": "Motie van het lid Peter de Groot c.s. over bij gesprekken met de sector over afbouw van gaswinning op land ook kijken naar mogelijkheden voor batendeling bij verlenging van projecten",
|
|
"body_text": "32 849 Mijnbouw Nr. 264 MOTIE VAN HET LID PETER DE GROOT C.S. Voorgesteld 19 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat bij het verlengen van de oliewinning in Schoonebeek de regio gaat meeprofiteren; overwegende dat het meedelen met de opbrengst bij het verlengen van andere mijnbouwactiviteiten ook wenselijk is; verzoekt de regering om bij gesprekken met de sector over afbouw van gaswinning op land ook te kijken naar mogelijkheden voor batendeling bij verlenging van projecten, en gaat over tot de orde van de dag. Peter de Groot Postma Vermeer",
|
|
"date": "2024-12-20",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 1,
|
|
"motion_id": 9896,
|
|
"score": 9.737857077308714,
|
|
"title": "Motie van de leden Flach en Vedder over het jaarlijks informeren van de Kamer over de verwachte teeltknelpunten en het zo nodig instellen van een aparte werkgroep",
|
|
"body_text": "27 858 Gewasbeschermingsbeleid Nr. 690 MOTIE VAN DE LEDEN FLACH EN VEDDER Voorgesteld 19 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de inperking van de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen gevolgen kan hebben voor de continuïteit van teelten als de vollegronds groenteteelt en de uienteelt; verzoekt de regering de Kamer jaarlijks te informeren over de verwachte teeltknelpunten in de vijf volgende jaren, en voor kwetsbare teelten, zo nodig, een aparte werkgroep in te stellen waarin, naast sectorvertegenwoordigers en teeltadviseurs, ook het ministerie, NVWA en Ctgb deelnemen, ten behoeve van onder meer advisering over vrijstellingen, de inzet van groene middelen en effectieve geïntegreerde gewasbescherming, en gaat over tot de orde van de dag. Flach Vedder",
|
|
"date": "2024-12-20",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 1,
|
|
"motion_id": 10470,
|
|
"score": -9.773289079597465,
|
|
"title": "Motie van het lid Dobbe over een ondersteuningsteam instellen om binnen twee jaar minstens 100 zorgbuurthuizen op te richten",
|
|
"body_text": "29 389 Vergrijzing en het integrale ouderenbeleid Nr. 133 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 27 november 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er een grote behoefte is aan kleinschalige woonzorgvormen voor ouderen, ook als zij nog geen indicatie hebben voor een verpleeghuis; overwegende dat het zorgbuurthuis een bewezen concept is, waar veel enthousiasme voor is; verzoekt de regering om een ondersteuningsteam in te stellen dat ervoor moet zorgen dat er binnen twee jaar minstens 100 zorgbuurthuizen worden opgericht, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe",
|
|
"date": "2024-12-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 1,
|
|
"motion_id": 10375,
|
|
"score": -9.773289079597465,
|
|
"title": "Motie van het lid Dobbe over het leveren en het gebruik van antipersoneelslandmijnen veroordelen",
|
|
"body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 52 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland het Anti-personeel landmijnenverdrag heeft ondertekend en geratificeerd; spreekt uit het leveren en gebruik van anti-personeelslandmijnen te veroordelen; verzoekt de regering het leveren en gebruik van anti-personeelslandmijnen te veroordelen, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe",
|
|
"date": "2024-12-05",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 1,
|
|
"motion_id": 10373,
|
|
"score": -9.773289079597465,
|
|
"title": "Motie van het lid Van Baarle over het militaire verdrag met Israël opzeggen",
|
|
"body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 55 MOTIE VAN HET LID VAN BAARLE Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er een arrestatiebevel tegen Netanyahu is uitgevaardigd en dat de bewijzen voor Israëlische oorlogsmisdaden gepleegd in Gaza zich opstapelen; van mening dat Israël een misdadige apartheidsstaat is; verzoekt de regering om het militaire verdrag met Israël op te zeggen, en gaat over tot de orde van de dag. Van Baarle",
|
|
"date": "2024-12-05",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 1,
|
|
"motion_id": 10372,
|
|
"score": -9.773289079597465,
|
|
"title": "Motie van het lid Van Baarle over een boycot instellen tegen Israëlische defensiebedrijven op Nederlands grondgebied en geen enkele defensieaankoop vanuit Israël doen",
|
|
"body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 56 MOTIE VAN HET LID VAN BAARLE Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Israëlische wapenindustrie wapensystemen verkoopt als «battle-tested», wat in de praktijk neerkomt op het feit dat deze wapensystemen zijn ingezet bij het plegen van oorlogsmisdaden tegen Palestijnen; van mening dat op geen enkele manier bijgedragen mag worden aan het Israëlische militair complex; verzoekt de regering een boycot in te stellen tegen Israëlische defensiebedrijven op Nederlands grondgebied en geen enkele defensieaankoop vanuit Israël te doen, en gaat over tot de orde van de dag. Van Baarle",
|
|
"date": "2024-12-05",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 1,
|
|
"motion_id": 10346,
|
|
"score": -9.773289079597465,
|
|
"title": "Motie van de leden Beckerman en De Hoop over de komende huurverhoging heroverwegen",
|
|
"body_text": "32 847 Integrale visie op de woningmarkt Nr. 1220 MOTIE VAN DE LEDEN BECKERMAN EN DE HOOP Voorgesteld 5 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de Woonbond is opgestapt uit de onderhandelingen over de nieuwe prestatieafspraken vanwege de aanstaande recordhuurverhoging; constaterende dat huurders nodig zijn voor het draagvlak van maatregelen op het gebied van volkshuisvesting; verzoekt de regering de komende huurverhoging te heroverwegen, hierover in gesprek te gaan met de Woonbond, en de Kamer hier zo spoedig mogelijk over te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Beckerman De Hoop",
|
|
"date": "2024-12-10",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 2,
|
|
"motion_id": 628,
|
|
"score": 9.680151313423083,
|
|
"title": "Motie van het lid Van Houwelingen over stoppen met het vervolgen van artsen die tijdens de coronaperiode offlabel hydroxychloroquine of ivermectine hebben voorgeschreven",
|
|
"body_text": "28 828 Fraudebestrijding in de zorg Nr. 152 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN Voorgesteld 21 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat artsen vandaag de dag nog steeds worden vervolgd voor het offlabel voorschrijven van hydroxychloroquine en/of ivermectine tijdens de coronaperiode; constaterende dat de inspectie deze artsen vervolgt in naam van de Minister; verzoekt de Minister de inspectie de opdracht te geven te stoppen met het vervolgen van artsen die tijdens de coronaperiode offlabel hydroxychloroquine en/of ivermectine hebben voorgeschreven, en gaat over tot de orde van de dag. Van Houwelingen",
|
|
"date": "2025-05-27",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 2,
|
|
"motion_id": 771,
|
|
"score": 9.680151313423083,
|
|
"title": "Motie van de leden Ram en Wilders over in de Raad ervoor pleiten dat er geen enkele euro aan Jordanië wordt gegeven of geleend",
|
|
"body_text": "21 501-04 Ontwikkelingsraad Nr. 285 MOTIE VAN DE LEDEN RAM EN WILDERS Voorgesteld 15 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering om in de Raad ervoor te pleiten dat er geen enkele euro aan Jordanië wordt gegeven of geleend, en gaat over tot de orde van de dag. Ram Wilders",
|
|
"date": "2025-05-20",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 2,
|
|
"motion_id": 775,
|
|
"score": 9.680151313423083,
|
|
"title": "Motie van het lid Pool over additionele middelen niet besteden aan projecten in Hawija, maar aan zorg en waardering voor veteranen",
|
|
"body_text": "27 925 Bestrijding internationaal terrorisme Nr. 1008 MOTIE VAN HET LID POOL Voorgesteld 15 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Defensie kijkt of het mogelijk is om additionele middelen ter beschikking te stellen voor projecten in Hawija; van mening dat deze tijd, energie en middelen beter besteed zijn aan het borgen van zorg en waardering voor onze veteranen; verzoekt de regering geen additionele middelen vrij te maken voor projecten in Hawija, maar deze gelden te besteden aan de zorg en waardering voor de veteranen van de oorlog tegen ISIS, en gaat over tot de orde van de dag. Pool",
|
|
"date": "2025-05-20",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 2,
|
|
"motion_id": 517,
|
|
"score": -9.680151313423083,
|
|
"title": "Motie van de leden Pierik en De Hoop over een concreet plan opstellen voor het uitfaseren van dieseltreinen in Noord- en Oost-Nederland",
|
|
"body_text": "29 984 Spoor: vervoer- en beheerplan Nr. 1248 MOTIE VAN DE LEDEN PIERIK EN DE HOOP Voorgesteld 27 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat in Noord- en Oost-Nederland nog altijd dieseltreinen rijden, terwijl het kabinet inzet op sterk en duurzaam openbaar vervoer in het landelijk gebied; constaterende dat voor de verduurzaming van regionale spoorlijnen geen structurele middelen zijn gereserveerd; overwegende dat investeringen in regionaal spoor bijdragen aan een beter verbonden en robuuster spoornetwerk in heel Nederland, wat essentieel is voor het behoud van de bereikbaarheid in de regio; overwegende dat verduurzaming van spoorinfrastructuur jaren aan voorbereiding en uitvoering vergt, terwijl nieuwe concessies op korte termijn starten; verzoekt de regering om in overleg met provincies en vervoerders bij het eerstvolgende BO MIRT een concreet plan met tijdspad op te stellen voor het uitfaseren van dieseltreinen in Noord- en Oost-Nederland, met als voorwaarde dat er een alternatief is; verzoekt de regering daarbij ook de kosten en (co)financieringsmogelijkheden in beeld te brengen, en gaat over tot de orde van de dag. Pierik De Hoop",
|
|
"date": "2025-06-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 2,
|
|
"motion_id": 516,
|
|
"score": -9.680151313423083,
|
|
"title": "Motie van het lid Vedder c.s. over in gesprek gaan en blijven over de versterking van spoorprojecten waar Duitsland en Nederland bij betrokken zijn",
|
|
"body_text": "29 984 Spoor: vervoer- en beheerplan Nr. 1249 MOTIE VAN HET LID VEDDER C.S. Voorgesteld 27 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de nieuwe Duitse coalitie een speciaal fonds heeft opgericht van 500 miljard euro voor investeringen in infrastructuur en klimaatbeleid; overwegende dat de nieuwe Duitse coalitie zeer gericht is op intensivering van Europese samenwerking en het daarom in de lijn der verwachting ligt dat bij deze investeringen in infrastructuur en klimaat zich kansen voordoen voor grensoverschrijdende en daarmee Europese spoorprojecten; verzoekt de regering in gesprek te gaan en te blijven met zowel de verschillende relevante Duitse deelstaatregeringen en de Bondsregering als met de Europese Commissie over de kansen en mogelijke financiering die het fonds voor investeringen in infrastructuur en klimaatbeleid biedt voor versterking van spoorprojecten waar zowel Duitsland als Nederland bij betrokken zijn, zoals Emmen-Rheine, maar ook het doortrekken van de Lelylijn middels de Wunderline, en de Kamer halfjaarlijks te informeren over de voortgang hiervan, en gaat over tot de orde van de dag. Vedder Grinwis Olger van Dijk",
|
|
"date": "2025-06-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 2,
|
|
"motion_id": 502,
|
|
"score": -9.680151313423083,
|
|
"title": "Motie van het lid Stoffer c.s. over voor het begrotingsdebat IenW komen met een actieplan om ultrafast fashion aan te pakken",
|
|
"body_text": "32 852 Grondstoffenvoorzieningszekerheid Nr. 372 MOTIE VAN HET LID STOFFER C.S. Voorgesteld 27 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat sprake is van een sterke opmars van de verkoop van ultrafast fashion via onder meer Chinese webwinkels; overwegende dat ultrafast-fashionproducten vanwege het hoge polyestergehalte een zeer korte levensduur en relatief grote gevolgen voor het milieu hebben, en een bedreiging vormen voor de transitie naar een meer circulaire textielketen; overwegende dat een relatief groot aandeel van de ultrafast-fashionproducten niet voldoet aan Europese productwetgeving en de REACH-regelgeving; overwegende dat Frankrijk gerichte wetgeving invoert om ultrafast fashion tegen te gaan, onder meer door een heffing voor textiel met een korte levensduur en een slecht ecolabel; van mening dat op korte termijn actie nodig is om ultrafast fashion aan te pakken en dat niet gewacht kan worden op Europese beleidswijzigingen; verzoekt de regering voor het komende begrotingsdebat IenW een actieplan met concrete maatregelen op te stellen voor een voortvarende aanpak van ultrafast fashion, waaronder gerichte handhaving voor producten die niet voldoen aan de genoemde producteisen, en voorbereiding van regelgeving in lijn met de genoemde Franse wetgeving, en gaat over tot de orde van de dag. Stoffer Gabriëls Bamenga Kostić Wingelaar Hirsch Grinwis",
|
|
"date": "2025-06-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 2,
|
|
"motion_id": 497,
|
|
"score": -9.680151313423083,
|
|
"title": "Motie van het lid Van der Werf c.s. over onderzoek naar een Nederlandse variant van Clare's Law",
|
|
"body_text": "29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde Nr. 955 MOTIE VAN HET LID VAN DER WERF C.S. Voorgesteld 28 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het tijdig signaleren en opvolgen van meldingen van huiselijk geweld nog te vaak tekortschiet; overwegende dat het tijdig beschikbaar stellen van informatie over een gewelddadig verleden van een partner mensen in staat stelt een goed geïnformeerde keuze te maken en in een vroeg stadium hulp te zoeken; overwegende dat in het Verenigd Koninkrijk «Clare's Law» is ingevoerd, die het mogelijk maakt om bij de politie informatie op te vragen over het geweldsverleden van een partner; verzoekt de regering te onderzoeken of, en onder welke randvoorwaarden, een Nederlandse variant van Clare's Law kan worden ingevoerd, en de Kamer hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Van der Werf Becker Mutluer Bruyning",
|
|
"date": "2025-06-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 2,
|
|
"motion_id": 486,
|
|
"score": -9.680151313423083,
|
|
"title": "Motie van de leden Michon-Derkzen en Van der Werf over een verkenning ten behoeve van een betere en effectievere handhaving tegen digitale intimidatie en stalking",
|
|
"body_text": "29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde Nr. 970 MOTIE VAN DE LEDEN MICHON-DERKZEN EN VAN DER WERF Voorgesteld 28 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat intimidatie en stalking ook steeds vaker online plaatsvinden; overwegende dat de reguliere handhaving niet in voldoende mate lijkt te zijn ingericht op deze ontwikkeling; verzoekt de regering te verkennen hoe de handhaving op het gebied van digitale intimidatie en stalking eruit kan zien om effectiever op te treden en slachtoffers beter te beschermen, en gaat over tot de orde van de dag. Michon-Derkzen Van der Werf",
|
|
"date": "2025-06-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 2,
|
|
"motion_id": 465,
|
|
"score": -9.680151313423083,
|
|
"title": "Motie van het lid Van Nispen over sociale samenhang actief betrekken in het beleid voor nationale weerbaarheid",
|
|
"body_text": "30 821 Nationale Veiligheid Nr. 285 MOTIE VAN HET LID VAN NISPEN Voorgesteld 28 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het Sociaal en Cultureel Planbureau aangeeft dat sociale samenhang, onderling vertrouwen en bereidheid om elkaar te helpen cruciaal zijn om een samenleving weerbaar te maken in tijden van crisis; verzoekt de regering sociale samenhang actief te betrekken in het beleid voor nationale weerbaarheid en met plannen te komen die investeren in de sociale samenhang van gemeenschappen, en gaat over tot de orde van de dag. Van Nispen",
|
|
"date": "2025-06-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 2,
|
|
"motion_id": 457,
|
|
"score": -9.680151313423083,
|
|
"title": "Motie van de leden Van Nispen en Westerveld over stimuleren dat in de daklozenopvang psychische zorg aanwezig is",
|
|
"body_text": "25 424 Geestelijke gezondheidszorg Nr. 757 MOTIE VAN DE LEDEN VAN NISPEN EN WESTERVELD Voorgesteld 28 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering te stimuleren dat in de daklozenopvang psychische zorg aanwezig is en hiermee invulling te geven aan de parlementaire verkenning Verward/onbegrepen gedrag op dit punt, en gaat over tot de orde van de dag. Van Nispen Westerveld",
|
|
"date": "2025-06-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 3,
|
|
"motion_id": 1279,
|
|
"score": 10.211468722422227,
|
|
"title": "Motie van de leden Dijk en Ergin over in gesprek gaan met het onafhankelijk jongerenpanel toeslagen",
|
|
"body_text": "31 066 Belastingdienst Nr. 1475 MOTIE VAN DE LEDEN DIJK EN ERGIN Voorgesteld 10 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat gedupeerde jongeren in het toeslagenschandaal de huidige compensatie als onvoldoende ervaren en de toegang missen tot officiële herstelprocedures; verzoekt de regering om voor de zomer in gesprek te gaan met het onafhankelijk jongerenpanel toeslagen en samen met hen een plan te maken om het manifest uit te werken, waarbij er in ieder geval aandacht is voor erkenning, kwijtschelding van (DUO-)studieschulden en gerichte ondersteuning bij werk en opleiding, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk Ergin",
|
|
"date": "2025-04-15",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 3,
|
|
"motion_id": 259,
|
|
"score": 10.13019857415849,
|
|
"title": "Motie van het lid Dobbe over de resterende bezuinigingen op het Gemeentefonds schrappen",
|
|
"body_text": "31 839 Jeugdzorg Nr. 1084 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 11 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Kamer via de motie-Dijk ( 36 760, nr. 11 ) heeft verzocht om de ingeboekte bezuinigingen op de jeugdzorg te schrappen; overwegende dat er daarnaast echter nog circa 2 miljard euro wordt bezuinigd op gemeenten via het ravijnjaar; overwegende dat deze bezuinigingen alsnog zouden kunnen resulteren in lokale bezuinigingen op de jeugdzorg; verzoekt de regering om de resterende bezuinigingen op het Gemeentefonds te schrappen, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe",
|
|
"date": "2025-06-17",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 3,
|
|
"motion_id": 354,
|
|
"score": 10.13019857415849,
|
|
"title": "Motie van het lid Dijk over de bezuinigingen op de zorg schrappen",
|
|
"body_text": "36 760 Kabinetscrisis 2025 Nr. 11 MOTIE VAN HET LID DIJK Voorgesteld 4 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat vanaf 2026 bijna 500 miljoen aan bezuinigingen op de ouderenzorg en ruim 150 miljoen op de gehandicaptenzorg en de ggz gepland staan; constaterende dat dit jaar al 350 miljoen wordt weggehaald bij de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en de ggz; constaterende dat vanaf volgend jaar 450 miljoen wordt bezuinigd op de jeugdzorg, wat oploopt tot 1,8 miljard, en dat ook een eigen bijdrage wordt ingevoerd; constaterende dat vanaf 2027 een bezuiniging van 225 miljoen ingeboekt staat op de Wmo en de eigen bijdragen stijgen; verzoekt de regering om deze bezuinigingen te schrappen, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk",
|
|
"date": "2025-06-10",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 3,
|
|
"motion_id": 9922,
|
|
"score": 10.096500522784986,
|
|
"title": "Motie van het lid Dobbe over met spoed een voorstel naar de Kamer sturen om gemeenten, personeel en patiënten instemmingsrecht te geven bij fusies en/of sluitingen van ziekenhuizen",
|
|
"body_text": "31 765 Kwaliteit van zorg Nr. 888 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 18 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er grote onzekerheid bestaat over de toekomst van verschillende ziekenhuizen in ons land, zoals in Haarlem en in Friesland; overwegende dat de Tweede Kamer zich heeft uitgesproken om gemeenten, personeel en patiënten instemmingsrecht te geven bij fusies en/of sluitingen van (delen) van ziekenhuizen; verzoekt het kabinet met spoed een voorstel hiertoe naar de Kamer te sturen om te voorkomen dat ziekenhuizen nog langer in onzekerheid zitten, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe",
|
|
"date": "2024-12-19",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 3,
|
|
"motion_id": 9954,
|
|
"score": 10.096500522784986,
|
|
"title": "Motie van het lid Dijk over wetgeving maken om winstuitkeringen in de hele zorg te verbieden of dit verbod betrekken bij de Wet integere bedrijfsvoering",
|
|
"body_text": "36 600 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2025 Nr. 159 MOTIE VAN HET LID DIJK Voorgesteld 18 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat winst maken in de zorg haaks staat op het verlenen van menswaardige zorg zonder financiële perverse prikkels; verzoekt het kabinet wetgeving te maken om winstuitkeringen in de hele zorg te verbieden en dit verbod te betrekken bij de Wet integere bedrijfsvoering, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk",
|
|
"date": "2024-12-19",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 3,
|
|
"motion_id": 447,
|
|
"score": -10.084823348052273,
|
|
"title": "Motie van de leden Ellian en Olger van Dijk over een groeipad van defensie-uitgaven naar minimaal 3,5% van het bbp",
|
|
"body_text": "28 676 NAVO Nr. 508 MOTIE VAN DE LEDEN ELLIAN EN OLGER VAN DIJK Voorgesteld 27 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de NAVO-capaciteitsdoelstellingen essentieel zijn om het NAVO-grondgebied te kunnen verdedigen en in het licht van toegenomen dreigingen significant verhoogd zijn; constaterende dat naast de NAVO-capaciteitsdoelstellingen Nederland ook verantwoordelijk is voor het grootschalig doorvoeren van militair materieel (Host Nation Support) en het beschermen van het eigen grondgebied tegen uiteenlopende dreigingen (Homeland Defence); verzoekt de regering om de NAVO-capaciteitsdoelstellingen en de taken die Defensie daarnaast ook moet vervullen als uitgangspunt te nemen en zich dus in te zetten voor een groeipad van defensie-uitgaven naar minimaal 3,5% van het bruto binnenlands product, en gaat over tot de orde van de dag. Ellian Olger van Dijk",
|
|
"date": "2025-06-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 3,
|
|
"motion_id": 394,
|
|
"score": -10.084823348052273,
|
|
"title": "Gewijzigde motie van het lid Van der Werf c.s. over zich inzetten voor een groeipad naar defensie-uitgaven van 3,5% van het bruto binnenlands product (t.v.v. 21501-20-2175)",
|
|
"body_text": "21 501-20 Europese Raad Nr. 2247 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID VAN DER WERF C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 2175 Voorgesteld 3 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat tijdens de NAVO top in Den Haag gesproken zal worden over een nieuwe NAVO-norm van 5% bestaande uit 3,5% uitgaven aan defensie en 1,5% uitgaven aan civiele doelen zoals cyber en infrastructuur; overwegende dat de huidige NAVO-norm van 2% defensie-uitgaven onvoldoende is wanneer Europa in staat wil zijn haar eigen grondgebied te verdedigen tegen Rusland; overwegende dat Nederland reeds dagelijks wordt geconfronteerd met hybride en cyberaanvallen vanuit Rusland en China; verzoekt de regering zich in te zetten voor een groeipad naar defensie-uitgaven van 3,5% van het bruto binnenlands product, daarbij specifiek te kijken naar meer Europese samenwerking en het versterken van de Nederlandse defensie-industrie, en gaat over tot de orde van de dag. Van der Werf Paternotte Boswijk",
|
|
"date": "2025-06-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 3,
|
|
"motion_id": 359,
|
|
"score": -10.190790914875349,
|
|
"title": "Gewijzigde motie van het lid Yesilgöz-Zegerius c.s. over doorgaan met cruciale onderwerpen die niet kunnen wachten (t.v.v. 36760-8)",
|
|
"body_text": "36 760 Kabinetscrisis 2025 Nr. 45 GEWIJZIGDE MOTIE VAN YEŞILGÖZ-ZEGERIUS C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 8 Voorgesteld 10 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland nationaal en internationaal voor grote uitdagingen staat, waarbij besluitvaardigheid meer dan ooit noodzakelijk is; overwegende dat het onverantwoord is om tot aan de volgende verkiezingen stilstand te krijgen; verzoekt het kabinet vol door te gaan met cruciale onderwerpen voor Nederland die niet kunnen wachten, waaronder ten minste asiel en migratie, defensie en weerbaarheid, steun aan Oekraïne, veiligheid, stikstof, ruimtelijke keuzes, woningbouw, hersteloperaties, verdienvermogen en de portemonnee; verzoekt het kabinet daarvoor draagvlak te vergaren in het parlement, en gaat over tot de orde van de dag. Yeşilgöz-Zegerius Van der Plas Van Vroonhoven Bontenbal Bikker Eerdmans Stoffer",
|
|
"date": "2025-06-10",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 3,
|
|
"motion_id": 24881,
|
|
"score": -10.198255796683373,
|
|
"title": "Gewijzigd amendement van het lid Van Oostenbruggen 36610-13 t.v.v. nr. 10 over een verkorte voortzettingseis voor belastingplichtigen die in 2023 en 2024 van de BOR gebruik hebben gemaakt",
|
|
"body_text": "36 610 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001, de Successiewet 1956 en enkele andere wetten in verband met aanpassingen in een aantal fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten (Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025) Nr. 13 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN OOSTENBRUGGEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 10 Ontvangen 14 november 2024 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: Na artikel III wordt een artikel ingevoegd, luidende: ARTIKEL IIIA In afwijking van artikel 35e, eerste lid, van de Successiewet 1956 zoals dat artikel luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet loopt voor een bedrijfsopvolging als bedoeld in artikel 35b, vijfde lid, van die wet door een schenking die heeft plaatsgevonden na 31 december 2022, doch voor de inwerkingtreding van deze wet, de periode, bedoeld in artikel 35e, eerste lid, van die wet, af op 31 december 2027. Toelichting In het huidig belastingpakket 2025 wordt de voortzettingseis van de bedrijfopvolgingsregeling (BOR) per 1 januari 2025 bij schenking verkort van 5 naar 3 jaar. Zonder overgangstermijn zorgt deze verkorting voor ongelijkheid tussen belastingplichtigen. Belastingplichtigen die op 31 december 2024 gebruik beginnen te maken van de BOR hebben pas op 31 december 2029 volledig voldaan aan de voortzettingseis (5 jaar later). Dit terwijl belastingplichtigen die een dag later gebruikmaken van de BOR al veel eerder klaar zijn, namelijk op 1 januari 2028 (3 jaar later). Indiener vindt het onterecht dat belastingplichtigen die eerder gebruik maken van de BOR pas later in de tijd klaar zijn. Specifiek gaat het om de belastingplichtigen die tussen 1 januari 2023 en de inwerkingtreding van de wet (1 januari 2025) gebruik zijn gaan maken van de BOR. Met dit amendement wordt de ongelijke behandeling van deze groep opgeheven. Van Oostenbruggen",
|
|
"date": "2024-11-14",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 3,
|
|
"motion_id": 9873,
|
|
"score": -10.22806429969619,
|
|
"title": "Motie van het lid Van der Plas over zo snel mogelijk overgaan tot het zenderen van zo veel mogelijk Nederlandse wolven",
|
|
"body_text": "33 576 Natuurbeleid Nr. 407 MOTIE VAN HET LID VAN DER PLAS Voorgesteld 19 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat er momenteel te weinig informatie beschikbaar is over het gedrag van wolven in Nederland; overwegende dat meer inzicht in het gedrag van wolven kan helpen vaststellen of er individuele dieren of roedels zijn die meer problemen veroorzaken dan andere; overwegende dat in landen als Duitsland en Frankrijk het zenderen van wolven al plaatsvindt voor onderzoeksdoeleinden; verzoekt de Staatssecretaris, het kabinet, om in samenwerking met betrokken experts en instanties zo snel mogelijk over te gaan tot het zenderen van zo veel mogelijk Nederlandse wolven om beter inzicht te krijgen in hun gedrag en problematiek, en gaat over tot de orde van de dag. Van der Plas",
|
|
"date": "2024-12-20",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 4,
|
|
"motion_id": 4093,
|
|
"score": 7.076045165991743,
|
|
"title": "Motie van het lid Struijs c.s. over het aantal goede openbare toiletten op logische plekken substantieel uitbreiden",
|
|
"body_text": "36 800 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 Nr. 56 MOTIE VAN HET LID STRUIJS C.S. Voorgesteld 5 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende het feit dat veel ouderen en mensen met een aandoening of handicap minder vaak of minder lang de deur uit durven omdat zij afhankelijk zijn van een toilet in de buurt; overwegende het feit dat dit kan bijdragen aan vereenzaming of een nodeloze inperking van de bewegingsvrijheid; overwegende het feit dat het ook door Nederland ondertekende VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap gelijke rechten, zelfstandigheid en inclusie voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking garandeert, en de overheid verplicht om toegankelijkheid in al haar facetten te bevorderen; overwegende dat openbare toiletten vanuit gemeenten geregeld kunnen worden; verzoekt de regering te onderzoeken hoe het aantal goede openbare toiletten op logische plekken substantieel kan worden uitgebreid, en de Tweede Kamer daarvoor een plan te sturen, en gaat over tot de orde van de dag. Struijs Van Brenk Tseggai Beckerman",
|
|
"date": "2026-02-10",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 4,
|
|
"motion_id": 4122,
|
|
"score": 7.076045165991743,
|
|
"title": "Motie van de leden Ceder en Stoffer over met partijen uit het veld werken aan actieve vaderbetrokkenheid",
|
|
"body_text": "36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 Nr. 53 MOTIE VAN DE LEDEN CEDER EN STOFFER Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 2 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat vaders volwaardige opvoeders zijn, net als moeders, maar dat dit in de zorg en ondersteuning in de eerste 1.000 dagen van een kind nog niet altijd een plek heeft; overwegende dat betrokkenheid van vaders in de eerste levensfase de hechting, het welzijn van de moeder en de stabiliteit van het gezin vergroot; verzoekt de regering om samen met partijen uit het veld, onder andere via de ouderschapscoalitie, waar ook het Expertisecentrum Vaders onderdeel van uitmaakt, te werken aan actieve vaderbetrokkenheid in het leven van een kind; en gaat over tot de orde van de dag. Ceder Stoffer",
|
|
"date": "2026-02-10",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 4,
|
|
"motion_id": 4554,
|
|
"score": 7.046857327990663,
|
|
"title": "Motie van het lid Ceder c.s. over zowel bilateraal als in Europees verband de samenwerking met Australië, het Verenigd Koninkrijk en Canada bestendigen",
|
|
"body_text": "29 653 Het Nederlands buitenlands beleid ten aanzien van Latijns-Amerika en de Cariben Nr. 83 MOTIE VAN HET LID CEDER C.S. Voorgesteld 13 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat om de principes van het internationaal recht te kunnen blijven handhaven versterking van de economische en militaire macht en samenwerking van Nederland en bondgenoten van belang zijn; verzoekt de regering om zowel bilateraal als in Europees verband de samenwerking met Australië, het Verenigd Koninkrijk en Canada verder te bestendigen, zowel op militair als op (geo-)economisch gebied, en gaat over tot de orde van de dag. Ceder Diederik van Dijk Van der Burg",
|
|
"date": "2026-01-20",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 4,
|
|
"motion_id": 4137,
|
|
"score": 7.029680381143076,
|
|
"title": "Motie van het lid Bikker c.s. over kennis en kunde uit de postcovid-expertisecentra zo snel mogelijk toelaten en laten vergoeden",
|
|
"body_text": "25 295 Infectieziektenbestrijding Nr. 2249 MOTIE VAN HET LID BIKKER C.S. Voorgesteld 29 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de postcovid-expertisecentra meer kennis en kunde opleveren over passende behandelingen en medicijnen voor postcovid; overwegende dat deze wetenschappelijke onderbouwing moeilijk op te bouwen is bij een nieuwe ziekte en bovendien een langdurig proces is; verzoekt de regering zich er samen met de zorgverzekeraars, medisch-specialisten en huisartsen voor in te zetten om de opgedane kennis en kunde uit de expertisecentra op een verantwoorde wijze zo snel mogelijk toe te laten en te laten vergoeden, en gaat over tot de orde van de dag. Bikker Van Brenk Bushoff Jimmy Dijk",
|
|
"date": "2026-02-04",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 4,
|
|
"motion_id": 4139,
|
|
"score": 7.029680381143076,
|
|
"title": "Motie van het lid Bikker c.s. over in gesprek gaan over het Duitse initiatief om long covid en PAIS aan te pakken",
|
|
"body_text": "25 295 Infectieziektenbestrijding Nr. 2247 MOTIE VAN HET LID BIKKER C.S. Voorgesteld 29 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat met het ontstaan van circa 100.000 ernstig zieke postcovidpatiënten de langdurige impact van PAIS op het dagelijks leven en de samenleving prominenter is geworden; overwegende dat ten aanzien van PAIS een langetermijnbeleid ontbreekt en slechts naar de korte termijn wordt gekeken; overwegende dat in Duitsland een grootschalig, meerjarig initiatief is gelanceerd om long covid en PAIS aan te pakken, met miljoeneninvesteringen gericht op betere diagnostiek en behandeling; verzoekt de regering in gesprek te gaan met Duitse partners over dit initiatief; verzoekt de regering voorts dit als inspiratie te gebruiken voor een Nederlands langetermijnbeleid ten aanzien van PAIS, de verbetering van diagnostiek en behandeling, en de erkenning en impact van PAIS op de samenleving, en dit uiterlijk in de zomer 2026 naar de Kamer te sturen, en gaat over tot de orde van de dag. Bikker Van Brenk Bushoff Jimmy Dijk Ten Hove",
|
|
"date": "2026-02-04",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 4,
|
|
"motion_id": 4192,
|
|
"score": 7.029680381143076,
|
|
"title": "Nader gewijzigde motie van het lid Boswijk c.s. over de Russische schaduwvloot harder aanpakken door verdachte olietankers zo mogelijk te onderscheppen (t.v.v. 36800-V-80)",
|
|
"body_text": "36 800 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026 Nr. 81 NADER GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID BOSWIJK C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 80 Voorgesteld 4 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de geloofwaardigheid van sancties afhankelijk is van de handhaving; overwegende dat de Duitse Minister van Buitenlandse Zaken heeft opgeroepen het internationale zeerecht te moderniseren om het ontduiken van sancties op de Russische schaduwvloot tegen te gaan; overwegende dat de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk inmiddels zijn overgegaan op het onderscheppen van schepen van de Russische schaduwvloot; verzoekt de regering in navolging van de VS, het VK en Frankrijk de Russische schaduwvloot harder aan te pakken door verdachte olietankers zo mogelijk te onderscheppen en samen met Duitsland op te trekken om te bekijken of eventuele juridische bezwaren hiertegen in het internationale zeerecht kunnen worden weggenomen, en gaat over tot de orde van de dag. Boswijk Van der Werf Erkens Stoffer Hoogeveen Piri",
|
|
"date": "2026-02-04",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 4,
|
|
"motion_id": 2769,
|
|
"score": -6.971066227640892,
|
|
"title": "Gewijzigd amendement van het lid Ergin ter vervanging van nr. 20 over een evaluatie na drie jaar",
|
|
"body_text": "36 699 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de herziening van de wettelijke grondslagen van de kerndoelen met focus op lezen, schrijven en rekenen (Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen) Nr. 23 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID ERGIN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 20 Ontvangen 25 november 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: I Aan artikel I wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: H Na artikel 201 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 201a. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk. II Aan artikel II wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: H Na artikel 164b wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 164c. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk. III Aan artikel III wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: M Na artikel 178 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 178a. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk. IV Aan artikel IV wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: D Na artikel 13.14 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 13.15. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk. Toelichting Met dit amendement wordt in de wet vastgelegd dat de herziening van de kerndoelen na drie jaar na inwerkingtreding wordt geëvalueerd. Deze bepaling is bedoeld om ervoor te zorgen dat in een vroeg stadium duidelijk wordt hoe de nieuwe kerndoelen uitwerken in de praktijk van scholen en leraren, en of zij uitvoerbaar, doelmatig en werkbaar zijn. Het gaat om een stelselwijziging waarvan de feitelijke effecten pas zichtbaar worden wanneer scholen daadwerkelijk met de nieuwe kerndoelen, methodes en leerlijnen werken. Een wettelijke evaluatie na drie jaar waarborgt dat eventuele knelpunten tijdig en zorgvuldig kunnen worden gesignaleerd, zodat indien nodig vroeg bijsturing kan plaatsvinden. De keuze voor een termijn van drie jaar sluit aan bij ervaringen met eerdere onderwijswetgeving. Bij verschillende veranderingen in het onderwijs, zoals de implementatie van de Wet Kwaliteit VO, Passend Onderwijs en de Wet Beroep Leraar, bleek dat de belangrijkste uitvoeringsproblemen al binnen de eerste jaren na invoering zichtbaar werden. Dit beeld wordt bevestigd in de rijksbrede Handreiking Wetsevaluaties, waarin wordt gesteld dat de meeste uitvoerings- en doeltreffendheidsproblemen doorgaans binnen twee tot drie jaar optreden. Scholen vertalen nieuwe wettelijke verplichtingen namelijk relatief snel naar hun onderwijspraktijk, waardoor eventuele organisatorische, didactische of financiële knelpunten al binnen deze periode aan het licht komen. Een evaluatie na drie jaar is daarom volgens indiener een noodzakelijke en proportionele waarborg die de onderwijspraktijk niet onnodig belast. Deze vroege evaluatie is vooral noodzakelijk vanwege de introductie van nieuwe kerndoelen, waarbij in het bijzonder de nieuwe kerndoelen voor burgerschap een belangrijke rol spelen. Anders dan vakgebonden kerndoelen zijn burgerschapsdoelen normatief en waarde gericht van aard. Ze raken aan thema’s zoals democratische basiswaarden, omgaan met verschillen en maatschappelijke verantwoordelijkheid, en worden in scholen met uiteenlopende identiteiten op verschillende manieren geïnterpreteerd en vormgegeven. Voor dergelijke kerndoelen is het van groot belang dat wordt onderzocht in hoeverre zij voldoende ruimte laten voor die diversiteit in de onderwijspraktijk en of scholen in staat zijn om hun eigen pedagogische en levensbeschouwelijke accenten te blijven aanbrengen. De mate waarin deze ruimte behouden blijft, is iets dat zich vrijwel direct manifesteert zodra scholen met de nieuwe kerndoelen gaan werken Door de evaluatietermijn op drie jaar te stellen, wordt verzekerd dat het parlement tijdig inzicht krijgt in de werking van de herziening van de kerndoelen, inclusief de specifieke impact van de burgerschapsdoelen op scholen met verschillende profielen. Dit maakt het mogelijk om waar nodig tijdig bij te sturen, zodat de actualisering van het curriculum daadwerkelijk bijdraagt aan kwalitatief goed onderwijs zonder afbreuk te doen aan de pluriformiteit van het onderwijsstelsel. Ergin",
|
|
"date": "2025-12-09",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 4,
|
|
"motion_id": 4555,
|
|
"score": -6.9900912202694725,
|
|
"title": "Motie van het lid Van Houwelingen over de Wereldgezondheidsorganisatie verlaten",
|
|
"body_text": "36 534 (R2193) Goedkeuring van de op 28 mei 2022 te Genève aangenomen wijzigingen van de op 23 mei 2005 te Genève tot stand gekomen Internationale Gezondheidsregeling (2005) ( Trb. 2022, 135 ) Nr. 11 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN Voorgesteld 17 december 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering ervoor te zorgen dat Nederland zo snel mogelijk de Wereldgezondheidsorganisatie verlaat, en gaat over tot de orde van de dag. Van Houwelingen",
|
|
"date": "2026-01-13",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 4,
|
|
"motion_id": 2973,
|
|
"score": -6.994023359861596,
|
|
"title": "Motie van het lid De Vos over besluiten een migratiesaldo van ten hoogste 60.000 mensen per jaar te realiseren",
|
|
"body_text": "36 848 Kabinetsformatie 2025 Nr. 6 MOTIE VAN HET LID DE VOS Voorgesteld 13 november 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat op basis van de verkiezingsprogramma's een meerderheid bestaat in deze Kamer voor een migratiesaldo van maximaal 60.000 mensen per jaar; besluit een migratiesaldo van ten hoogste 60.000 mensen per jaar te zullen realiseren, en gaat over tot de orde van de dag. De Vos",
|
|
"date": "2025-11-13",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 4,
|
|
"motion_id": 4078,
|
|
"score": -7.076045165991743,
|
|
"title": "Motie van het lid Van Houwelingen over zorgen dat kinderen in pleeggezinnen of gezinshuizen hetzelfde geslacht hebben",
|
|
"body_text": "36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 Nr. 47 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 2 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat seksueel misbruik in pleeggezinnen en gezinshuizen een risico is; overwegende dat alles gedaan moet worden om dit risico te minimaliseren; verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat kinderen, tenzij er sprake is van een natuurlijke broer-zusrelatie, in een pleeggezin of gezinshuis hetzelfde geslacht hebben, en gaat over tot de orde van de dag. Van Houwelingen",
|
|
"date": "2026-02-10",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 5,
|
|
"motion_id": 10570,
|
|
"score": 7.8317616298610035,
|
|
"title": "Motie van het lid Flach over een verkenning naar de mogelijkheid om structureel een minimumbudget vrij te maken voor informele schuldhulpverlening via vrijwilligersorganisaties",
|
|
"body_text": "36 600 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2025 Nr. 72 MOTIE VAN HET LID FLACH Voorgesteld 28 november 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het risico bestaat dat gemeenten bezuinigen op informele schuldhulpverlening als gevolg van de financiële situatie van gemeenten door het ravijnjaar, terwijl de opgebouwde landelijke infrastructuur van schuldhulpvrijwilligers van grote waarde is; verzoekt de regering te verkennen of in de toekomst structureel een minimumbudget van bijvoorbeeld 10% van de integrale aanpak problematische schulden kan worden vrijgemaakt voor informele schuldhulpverlening via vrijwilligersorganisaties, en hierop terug te komen bij de Voorjaarsnota, en gaat over tot de orde van de dag. Flach",
|
|
"date": "2024-12-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 5,
|
|
"motion_id": 2400,
|
|
"score": 7.747155136888707,
|
|
"title": "Motie van de leden Krul en Ceder over de maatschappelijke diensttijd als begeleidingsinstrument voor jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt",
|
|
"body_text": "36 667 Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en enkele andere wetten ter bevordering van de kansengelijkheid middels verbetering van de begeleiding naar duurzame economische zelfstandigheid van jongeren met een risico op een afstand tot de arbeidsmarkt (Wet van school naar duurzaam werk) Nr. 28 MOTIE VAN DE LEDEN KRUL EN CEDER Voorgesteld 24 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Wet van school naar duurzaam werk als doel heeft jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleiding en ondersteuning te bieden bij het vinden van duurzaam werk; overwegende dat de maatschappelijke diensttijd bepaalde jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt kan helpen in het hervinden van vertrouwen, het bieden van structuur en het opdoen van werk en/of stage-ervaring; overwegende dat de maatschappelijke diensttijd een positieve bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van deze jongeren en het de slagingskans van de Wet van school naar duurzaam werk kan vergroten; verzoekt de regering te bezien hoe de maatschappelijke diensttijd ingezet kan worden als begeleidingsinstrument om jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden in het kader van de Wet van school naar duurzaam werk, en gaat over tot de orde van de dag. Krul Ceder",
|
|
"date": "2025-07-01",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 5,
|
|
"motion_id": 1113,
|
|
"score": 7.722931829784419,
|
|
"title": "Amendement van het lid Welzijn over een voorhangbepaling",
|
|
"body_text": "36 582 Wijziging van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening en oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen in verband met het op onderdelen in balans brengen van deze wetten tussen bestaanszekerheid, re-integratie en handhaving (Participatiewet in balans) Nr. 30 AMENDEMENT VAN HET LID WELZIJN Ontvangen 15 april 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: Artikel I, onderdeel L, onder 4, wordt als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef wordt «twee leden» vervangen door «drie leden». 2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 9. De voordracht voor een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Toelichting In de tweede nota van wijziging 1 op het wetsvoorstel Participatiewet in balans wordt voorgesteld om de taaleis (artikel 18b) te behouden. In het eerste lid van artikel 18b Participatiewet (Pw) wordt geregeld dat het verlagen van de bijstand bij het niet voldoen aan de taaleis gebeurt overeenkomstig artikel 18, tweede tot en met zevende lid, Pw. De maatregelen die worden opgelegd zullen niet meer als standaardverlagingen in de wet staan, maar worden opgenomen in het Maatregelenbesluit sociale zekerheidswetten waardoor meer differentiatie mogelijk is. Indiener staat op zich achter de taaleis, maar wil wel differentiëren en daarbij rekening houden met de vaardigheden van de bijstandsgerechtigde. Om als Kamers te kunnen beoordelen of dit inderdaad het geval is wordt met dit amendement een voorhangprocedure voorgesteld. Welzijn X Noot 1 Kamerstukken II 2024/25, 36 582, nr. 9 .",
|
|
"date": "2025-04-22",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 5,
|
|
"motion_id": 2537,
|
|
"score": 7.642186032905991,
|
|
"title": "Motie van het lid Saris over de verkorting van de WW-duur alleen doorvoeren met concrete maatregelen voor betere ondersteuning en omscholing bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid",
|
|
"body_text": "36 725 XV Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) Nr. 10 MOTIE VAN HET LID SARIS Voorgesteld tijdens wetgevingsoverleg 17 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat een WW-duurverkorting van 24 naar 18 maanden nadelig uitpakt voor met name kwetsbare en oudere werklozen, die sneller terug zullen vallen in de bijstand; constaterende dat een WW-duurverkorting van 24 naar 18 maanden ook doorwerkt in de WIA, waardoor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten sneller terug zullen vallen in een WGA-vervolguitkering; constaterende dat een WGA-vervolguitkering slechts een percentage van het minimumloon bedraagt; overwegende dat het huidige socialezekerheidsstelsel onvoldoende gericht is op ondersteuning en omscholing bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid; verzoekt de regering zich maximaal in te spannen om de WW-duurverkorting alleen door te voeren gepaard met concrete maatregelen die gericht zijn op betere ondersteuning en omscholing bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid; verzoekt de regering zich daarbij ook maximaal in te spannen voor het treffen van concrete maatregelen om meer in te zetten op preventie in het voorkomen van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, en gaat over tot de orde van de dag. Saris",
|
|
"date": "2025-06-25",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 5,
|
|
"motion_id": 25566,
|
|
"score": 7.642109274642214,
|
|
"title": "Amendement van de leden Welzijn en Inge van Dijk ter vervanging van nr. 8 over het schrappen dat gastouders geen kinderopvangtoeslag kunnen krijgen voor het laten opvangen van de eigen kinderen bij een andere gastouder",
|
|
"body_text": "36 513 Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met verbetermaatregelen van de gastouderopvang Nr. 12 AMENDEMENT VAN DE LEDEN WELZIJN EN INGE VAN DIJK TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 8 1 Ontvangen 11 september 2024 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: Na artikel I, onderdeel A, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: Aa Artikel 1.6a vervalt. Toelichting De regelgeving rondom de opvang van eigen kinderen en eventuele inwonende kleinkinderen van de gastouder is zo streng dat dit negatieve gevolgen heeft voor het verdienmodel van de gastouder. Voor de opvang van de eigen kinderen van de gastouder bij een andere gastouder krijgen gastouders nu geen kinderopvangtoeslag. Deze regel is ooit bedacht om fraude tegen te gaan, maar uit onderzoek (beleidsdoorlichting kinderopvang 2015) blijkt dat deze constructie geen risico met zich meebrengt. Door het schrappen van deze regel kan de gastouder meer kinderen opvangen en een beter verdienmodel hanteren. Welzijn I. van Dijk X Noot 1 Vervanging i.v.m. een wijziging in de toelichting.",
|
|
"date": "2024-10-01",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 5,
|
|
"motion_id": 3509,
|
|
"score": -6.579732524243781,
|
|
"title": "Motie van het lid Paternotte c.s. over pleiten voor het vastleggen van het recht op abortus in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en in het IVBPR",
|
|
"body_text": "36 247 Initiatiefnota van het lid Paulusma over toegang tot abortus is een mensenrecht Nr. 10 MOTIE VAN HET LID PATERNOTTE C.S. Voorgesteld tijdens het notaoverleg van 8 september 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de toegang tot veilige abortus wereldwijd onder druk staat; overwegende dat onveilige, zelf uitgevoerde abortussen jaarlijks veel vrouwen het leven kosten en deze sterfgevallen volgens de WHO in bijna alle gevallen te voorkomen zouden zijn met toegang tot veilige abortussen; van mening dat alle vrouwen het recht hebben om te beschikken over hun eigen lichaam; spreekt uit dat toegang tot veilige abortus een mensenrecht is; verzoekt het kabinet om, samen met een kopgroep van gelijkgestemde landen en wanneer opportuun, te pleiten voor het vastleggen van het recht op abortus in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en in het IVBPR, en gaat over tot de orde van de dag. Paternotte Dobbe Van der Burg Hirsch",
|
|
"date": "2025-09-23",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 5,
|
|
"motion_id": 3091,
|
|
"score": -6.58970792629887,
|
|
"title": "Motie van de leden Mohandis en Piri over een nationaal coördinator tegen ongewenste buitenlandse beïnvloeding",
|
|
"body_text": "30 821 Nationale Veiligheid Nr. 317 MOTIE VAN DE LEDEN MOHANDIS EN PIRI Voorgesteld 2 oktober 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de maatschappelijke discussie over ongewenste buitenlandse beïnvloeding heeft gezorgd voor een toegenomen erkenning van dit probleem in de samenleving; constaterende dat tegelijkertijd de politieke aanpak van ongewenste buitenlandse beïnvloeding traag en versnipperd verloopt; overwegende dat een nationaal coördinator kan zorgen voor een gecoördineerde en versterkte aanpak ter bestrijding van ongewenste buitenlandse beïnvloeding; verzoekt het kabinet tot het instellen van een nationaal coördinator tegen ongewenste buitenlandse beïnvloeding, en gaat over tot de orde van de dag. Mohandis Piri",
|
|
"date": "2025-10-02",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 5,
|
|
"motion_id": 1879,
|
|
"score": -6.693371091991713,
|
|
"title": "Motie van de leden Van Nispen en Mohandis over kwaliteitseisen aan zwemdiploma's en zweminstructeurs wettelijk vastleggen",
|
|
"body_text": "30 234 Toekomstig sportbeleid Nr. 420 MOTIE VAN DE LEDEN VAN NISPEN EN MOHANDIS Voorgesteld 3 september 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er momenteel geen wettelijke kwaliteitseisen gesteld worden aan zwemdiploma's en zwemonderwijs; van mening dat het voor ouders duidelijk zou moeten zijn aan welke kwaliteitsstandaarden het zwemonderwijs van hun kind voldoet; van mening dat zwemonderwijzers zelf moeten kunnen bepalen hoe zwemles wordt gegeven, maar er wel uniforme kwaliteitseisen noodzakelijk zijn; overwegende dat er vanuit de zwembranche nu initiatief wordt genomen om te komen tot één normering voor alle zwemdiploma's; verzoekt de regering om dit proces blijvend te ondersteunen en wettelijk vast te leggen dat er kwaliteitseisen worden gesteld aan zwemdiploma's en zweminstructeurs, en gaat over tot de orde van de dag. Van Nispen Mohandis",
|
|
"date": "2025-09-09",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 5,
|
|
"motion_id": 25121,
|
|
"score": -6.7598794960170325,
|
|
"title": "Motie van het lid Lahlah over de envelop groepen in de knel niet meer inzetten voor het ontwikkelen van regulerend beleid",
|
|
"body_text": "24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 771 MOTIE VAN HET LID LAHLAH Voorgesteld 6 november 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet de maatregelen uit het ibo-basispakket wil uitvoeren om schulden tegen te gaan en dat voor een deel van deze maatregelen de envelop groepen in de knel wordt gebruikt; van mening dat de envelop groepen in de knel bedoeld is om directe ondersteuning te bieden aan kwetsbare groepen in de samenleving; verzoekt de regering om de envelop groepen in de knel niet meer in te zetten voor het ontwikkelen van regulerend beleid, en gaat over tot de orde van de dag. Lahlah",
|
|
"date": "2024-11-12",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 5,
|
|
"motion_id": 1324,
|
|
"score": -6.851790597622059,
|
|
"title": "Motie van de leden Sneller en Tseggai over nog dit jaar een voorstel indienen voor erkenning van meerouderschap en meeroudergezag",
|
|
"body_text": "33 836 Personen- en familierecht Nr. 117 MOTIE VAN DE LEDEN SNELLER EN TSEGGAI Voorgesteld 3 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat een wettelijke regeling voor meerouderschap en meeroudergezag in het belang is van het kind; constaterende dat een op de vijf meeroudergezinnen problemen ervaart met het ontbreken van zo'n regeling; constaterende dat de Kamer al in 2022 vroeg om een concreet stappenplan en dat dat er nog steeds niet is; constaterende dat er geen stelselwijzigingen nodig zijn wanneer zo veel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande regelingen; van mening dat er hiermee geen substantiële juridische of uitvoeringstechnische barrières meer zijn voor meerouderschap en meeroudergezag; verzoekt de regering om nog dit jaar een voorstel tot aanpassing van het Burgerlijk Wetboek naar de Kamer te sturen om meerouderschap en meeroudergezag te erkennen; verzoekt de regering om daarbij met een samenloopregeling eventuele onduidelijkheid naar andere nog niet aangepaste wetten en regels op te lossen, en gaat over tot de orde van de dag. Sneller Tseggai",
|
|
"date": "2025-04-08",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 6,
|
|
"motion_id": 3903,
|
|
"score": 8.40742571213885,
|
|
"title": "Motie van het lid Van den Berg over onderzoek naar een kussengasreserve en lng-capaciteit als (gedeeltelijk) alternatief voor strikte vulgraadverplichtingen",
|
|
"body_text": "36 800 XXIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 Nr. 41 MOTIE VAN HET LID VAN DEN BERG Voorgesteld 12 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat EU-vulgraadverplichtingen voor gasopslagen de leveringszekerheid dienen maar bij krappe marktomstandigheden prijsopdrijvend kunnen werken; overwegende dat leveringszekerheid ook kan worden geborgd via alternatieven zoals de kussengasreserve en lng-(import)capaciteit; verzoekt de regering zich in EU-verband in te zetten voor aanpassing van de EU-verordening over vulgraden, zodat lidstaten meer flexibiliteit krijgen en aantoonbare alternatieven voor leveringszekerheid kunnen meewegen; verzoekt de regering te onderzoeken hoe een kussengasreserve en lng-capaciteit (gedeeltelijk) als alternatief kunnen fungeren voor strikte vulgraadverplichtingen, inclusief kosten- en leveringszekerheidseffecten; verzoekt de regering de potentiële impact van een heffing op de energierekening in kaart te brengen en dit element mee te nemen in de uitwerking van de lagere regelgeving op grond van het voorstel voor de Wet bestrijden energieleveringscrisis, en gaat over tot de orde van de dag. Van den Berg",
|
|
"date": "2026-03-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 6,
|
|
"motion_id": 3951,
|
|
"score": 8.383178689922744,
|
|
"title": "Motie van de leden Van den Berg en Flach over in de opvolging van COP30 inzetten op kernenergie als volwaardig onderdeel van een CO2-arme energiemix",
|
|
"body_text": "31 793 Internationale klimaatafspraken Nr. 295 MOTIE VAN DE LEDEN VAN DEN BERG EN FLACH Voorgesteld 10 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat betaalbaarheid en betrouwbaarheid centraal moeten staan in de energietransitie en dat kernenergie een stabiele, CO2-arme optie is; verzoekt de regering om in de (internationale) opvolging van COP30 expliciet in te zetten op kernenergie als volwaardig onderdeel van een CO2-arme energiemix, en gaat over tot de orde van de dag. Van den Berg Flach",
|
|
"date": "2026-03-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 6,
|
|
"motion_id": 4110,
|
|
"score": 8.35896354143446,
|
|
"title": "Motie van het lid Stoffer c.s. over in de Wet werkelijk rendement box 3 een passende en afgebakende definitie opnemen van familiebedrijven",
|
|
"body_text": "36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3) Nr. 22 MOTIE VAN HET LID STOFFER C.S. Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat in een eerdere versie van de Wet werkelijk rendement box 3 een vermogenswinstbelasting gold voor aandelen in familiebedrijven; overwegende dat deze vorm van belastingheffing daarbij ook beter past, omdat deze aandelen bijvoorbeeld niet vrij verhandelbaar zijn en niet jaarlijks gewaardeerd worden; overwegende dat met name het definiëren van «familiebedrijven» de uitvoering van een vermogenswinstbelasting voor deze groep uitdagend maakt; constaterende dat de definitie van «startups en scale-ups» nog nader uitgewerkt moet worden; verzoekt de regering hierbij ook een passende en afgebakende definitie van familiebedrijven mee te nemen, en alsnog te bezien hoe aandelen in familiebedrijven op basis van een vermogenswinstbelasting belast kunnen worden, en gaat over tot de orde van de dag. Stoffer Grinwis Vermeer",
|
|
"date": "2026-02-10",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 6,
|
|
"motion_id": 4119,
|
|
"score": 8.334716519218352,
|
|
"title": "Motie van het lid Grinwis c.s. over de structurele budgettaire meeropbrengsten in kaart brengen van een vermogenswinstbelasting in box 3",
|
|
"body_text": "36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3) Nr. 13 MOTIE VAN HET LID GRINWIS C.S. Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de voorliggende Wet werkelijk rendement box 3 zeer waarschijnlijk geen eindstation is, en dat in de toekomst een verdere beweging richting een vermogenswinstbelasting (vwb) denkbaar is; overwegende dat het vanwege het rente-op-rente-effect voor de hand ligt dat de vermogensopbouw bij een box 3-systeem dat gebaseerd is op een vermogenswinstbelasting, en mitsdien de structurele belastingopbrengst in box 3, groter is dan in het voorliggende voorstel; overwegende dat toekomstige besluitvorming vraagt om inzicht in de structurele budgettaire effecten; verzoekt de regering in kaart te brengen wat de structurele budgettaire meeropbrengsten van een vermogenswinstbelasting in box 3 zijn, de Kamer hierover voor de zomer te informeren, en de uitkomsten mee te wegen in toekomstige besluitvorming over het box 3-stelsel, en gaat over tot de orde van de dag. Grinwis Van Eijk Inge van Dijk Vermeer Stoffer",
|
|
"date": "2026-02-10",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 6,
|
|
"motion_id": 4717,
|
|
"score": 8.302793093024794,
|
|
"title": "Gewijzigde motie van het lid Nanninga over een inventarisatie van alle door het Rijk gefinancierde kennis- en meldpunten op het gebied van discriminatie en inclusie (t.v.v. 32824-499)",
|
|
"body_text": "32 824 Integratiebeleid Nr. 508 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID NANNINGA TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 499 Voorgesteld 17 maart 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat kennis- en meldpunten op het gebied van discriminatie en inclusie in belangrijke mate door het Rijk worden gefinancierd; overwegende dat de onafhankelijkheid en wetenschappelijke kwaliteit van onderzoek op dit terrein essentieel zijn voor het maatschappelijk en politiek draagvlak; verzoekt de regering een integrale inventarisatie te maken van alle door het Rijk gefinancierde kennis- en meldpunten op het gebied van discriminatie en inclusie, daarbij eventuele belangenverstrengeling en afhankelijkheid van probleembevestiging in kaart te brengen, en indien aangetroffen passende maatregelen te nemen, en gaat over tot de orde van de dag. Nanninga",
|
|
"date": "2026-03-17",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 6,
|
|
"motion_id": 3995,
|
|
"score": -8.302793093024794,
|
|
"title": "Motie van het lid Ouwehand over de minister-president verzoeken Francesca Albanese uit te nodigen voor een bezoek",
|
|
"body_text": "36 848 Kabinetsformatie 2025 Nr. 83 MOTIE VAN HET LID OUWEHAND Voorgesteld 26 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat tegen de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de bezette Palestijnse gebieden, Francesca Albanese, een lastercampagne wordt gevoerd; overwegende dat 150 (oud-)diplomaten en politici waarschuwen dat de aanval op een onafhankelijke VN-mandaathouder het vertrouwen in het internationaal recht kan ondermijnen; verzoekt de Minister-President om Francesca Albanese uit te nodigen voor een bezoek en steun over te brengen, en gaat over tot de orde van de dag. Ouwehand",
|
|
"date": "2026-02-26",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 6,
|
|
"motion_id": 3932,
|
|
"score": -8.302793093024794,
|
|
"title": "Motie van het lid Teunissen over een afbouwpad voor gaswinning in Nederland opstellen",
|
|
"body_text": "32 849 Mijnbouw Nr. 305 MOTIE VAN HET LID TEUNISSEN Voorgesteld 10 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat investeringen in nieuwe gaswinning een fossiele lock-in veroorzaken; overwegende dat hiermee de kans dat Nederland niet aan de wettelijke klimaatdoelen voldoet nog groter wordt; overwegende dat er geen alternatief scenario ligt om onafhankelijk te worden van andere landen voor de Nederlandse energievoorziening waarmee tevens de klimaatdoelen worden gehaald; verzoekt de regering om een afbouwpad voor gaswinning in Nederland op te stellen, inclusief scenario's met energiebesparing en alternatieve energieopwek en -opslag, en dit uiterlijk vóór de begroting van 2027 aan de Kamer voor te leggen, en gaat over tot de orde van de dag. Teunissen",
|
|
"date": "2026-03-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 6,
|
|
"motion_id": 3855,
|
|
"score": -8.302793093024794,
|
|
"title": "Motie van het lid Dassen c.s. over de Nederlandse veiligheidsdiensten een risicoanalyse laten maken van de risico's van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies",
|
|
"body_text": "36 800 XXIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 Nr. 50 MOTIE VAN HET LID DASSEN C.S. Voorgesteld 12 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Britse veiligheidsdiensten klimaatverandering en biodiversiteitsverlies hebben onderzocht en waarschuwen voor grensoverschrijdende veiligheidsrisico's zoals natuurrampen, voedsel- en wateronzekerheid, ziekten, migratie en geopolitieke spanningen; overwegende dat een gecoördineerde Europese aanpak nodig is om deze risico's in kaart te brengen en aan te pakken; verzoekt de regering de Nederlandse veiligheidsdiensten een vergelijkbare risicoanalyse te laten uitvoeren, dit onderwerp bij Europese collega's te agenderen met als doel een gecoördineerd Europees onderzoek, en de Kamer hierover binnen zes maanden te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Dassen Teunissen Klos",
|
|
"date": "2026-03-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 6,
|
|
"motion_id": 3793,
|
|
"score": -8.302793093024794,
|
|
"title": "Motie van het lid Dassen over de huidige binnengrenscontroles beëindigen",
|
|
"body_text": "36 800 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026 Nr. 64 MOTIE VAN HET LID DASSEN Voorgesteld 5 maart 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat binnengrenscontroles geen geschikt instrument zijn om irreguliere migratie tegen te gaan; overwegende dat drukke grenzen leiden tot files en economische schade; verzoekt de regering de huidige binnengrenscontroles te beëindigen, en gaat over tot de orde van de dag. Dassen",
|
|
"date": "2026-03-10",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 6,
|
|
"motion_id": 3940,
|
|
"score": -8.40742571213885,
|
|
"title": "Motie van het lid Van Oosterhout over geen vertegenwoordigers van de fossiele industrie uitnodigen voor de klimaatconferentie in Colombia",
|
|
"body_text": "31 793 Internationale klimaatafspraken Nr. 290 MOTIE VAN HET LID VAN OOSTERHOUT Voorgesteld 10 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland samen met Colombia op 28 en 29 april een internationale klimaatconferentie over de transitie weg van fossiele brandstoffen organiseert; constaterende dat vertegenwoordigers van fossiele energiebedrijven in groten getale aanwezig waren bij de laatste klimaattop in Brazilië; overwegende dat de lobby van fossiele bedrijven internationale samenwerking en afspraken over de transitie weg van fossiele brandstoffen vertraagt; verzoekt de regering als medevoorzitter geen vertegenwoordigers van de fossiele industrie uit te nodigen voor de klimaatconferentie in Colombia, en gaat over tot de orde van de dag. Van Oosterhout",
|
|
"date": "2026-03-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 7,
|
|
"motion_id": 23285,
|
|
"score": 4.616048546963393,
|
|
"title": "Motie van de leden Nijhof-Leeuw en Grinwis over een compleet overzicht van de algemene kosten van producten van eigen bodem",
|
|
"body_text": "36 410 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2024 Nr. 32 MOTIE VAN DE LEDEN NIJHOF-LEEUW EN GRINWIS Voorgesteld 1 februari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er op producten van eigen bodem algemene kosten afgedragen moeten worden; constaterende dat er op importproducten geen of nauwelijks invoerrechten geheven worden; overwegende dat dit een ongelijk speelveld creëert; verzoekt de regering de Kamer een compleet overzicht te verstrekken met betrekking tot de algemene kosten van producten van eigen bodem, en gaat over tot de orde van de dag. Nijhof-Leeuw Grinwis",
|
|
"date": "2024-02-06",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 7,
|
|
"motion_id": 23446,
|
|
"score": 4.530635348246477,
|
|
"title": "Motie van het lid Krul c.s. over een handreiking voor scholen om met papieren schoolboeken de basisvaardigheden te verbeteren",
|
|
"body_text": "36 410 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2024 Nr. 75 MOTIE VAN HET LID KRUL C.S. Voorgesteld 18 januari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het slecht gaat met de beheersing van de basisvaardigheden, volgens PISA is een op de drie Nederlandse scholieren inmiddels functioneel ongeletterd; overwegende dat digitaal leren tot slechter lezen leidt, omdat tekst gelezen van papier dieper verwerkt wordt; overwegende dat in Zweden stappen gezet worden om weer meer gebruik te maken van papieren schoolboeken; verzoekt het kabinet om met een wetenschappelijke onderbouwde handreiking te komen voor scholen over hoe ze door het inzetten van papieren schoolboeken de beheersing van de basisvaardigheden kunnen verbeteren, en gaat over tot de orde van de dag. Krul Stoffer Paternotte Ceder Van Zanten",
|
|
"date": "2024-01-23",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 7,
|
|
"motion_id": 22776,
|
|
"score": 4.529618393428478,
|
|
"title": "Motie van het lid Flach over een invoeringstoets waarin wordt ingegaan op de effectiviteit en de gevolgen voor werknemers en mkb-werkgevers",
|
|
"body_text": "36 488 Wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verband met een bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon met 1,2 procentpunt met ingang van 1 juli 2024 (Wet verhoging minimumloon 2024) Nr. 8 MOTIE VAN HET LID FLACH Voorgesteld 14 maart 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat sprake is van verschillende opeenvolgende bijzondere verhogingen van het minimumloon in 2023 en 2024; overwegende dat zicht op de gevolgen hiervan ten aanzien van werknemers en werkgevers noodzakelijk is; verzoekt de regering een jaar na inwerkingtreding van de Wet invoering minimumuurloon en een jaar na inwerkingtreding van voorliggend wetsvoorstel een invoeringstoets uit te voeren, waarin ingegaan wordt op de effectiviteit en de gevolgen voor werknemers en mkb-werkgevers van deze wetsvoorstellen, en de Kamer over de uitkomsten hiervan te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Flach",
|
|
"date": "2024-03-19",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 7,
|
|
"motion_id": 23376,
|
|
"score": 4.529618393428478,
|
|
"title": "Motie van de leden Grinwis en Olger van Dijk over bepalen of de A2 Deil-Den Bosch-Vught in aanmerking komt voor alternatieve aanwending van de gereserveerde middelen",
|
|
"body_text": "36 410 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2024 Nr. 40 MOTIE VAN DE LEDEN GRINWIS EN OLGER VAN DIJK Voorgesteld tijdens het Notaoverleg van 22 januari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de files voor de Maasbrug op de A2 tot sluipverkeer in (onder andere) de Betuwe leiden, en tot opstoppingen voor de opritten bij Waardenburg; overwegende dat de MIRT-verkenning A2 Deil-Den Bosch-Vught, die hier een oplossing had moeten bieden, grotendeels is geherprioriteerd, waardoor de aanpak van dit knelpunt voor onbepaalde tijd stil komt te liggen; verzoekt de regering zo spoedig mogelijk samen met de regio maatregelen op het onderliggend wegennet in kaart te brengen om de verkeersveiligheid te waarborgen, waaronder bij de op- en afritten van de A2, en bij voorkeur voorafgaand aan het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving van 2024 te bepalen of de A2 Deil-Den Bosch-Vught in aanmerking komt voor alternatieve aanwending van de gereserveerde middelen, en gaat over tot de orde van de dag. Grinwis Olger van Dijk",
|
|
"date": "2024-01-30",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 7,
|
|
"motion_id": 22758,
|
|
"score": 4.424620032342893,
|
|
"title": "Voorstel tot wijziging van de lijst van controversiële onderwerpen van VVD",
|
|
"body_text": "36 408 Verdere behandeling van aanhangige stukken Nr. 38 VOORSTEL TOT WIJZIGING VAN DE LIJST VAN CONTROVERSIËLE STUKKEN Ontvangen 18 maart 2024 De fractie van de VVD stelt voor om de lijst van controversiële onderwerpen op stuk nr. 37 ( 36 408 nr. 37 ) als volgt te wijzigen: Onderdeel G wordt als volgt gewijzigd: 1. In de paragraaf «Wetsvoorstellen» vervalt een onderdeel, luidende: 1. 35 423 Wijziging van de Postwet 2009 in verband met de wijziging van de toegangsregulering van postvervoerders tot een landelijk netwerk voor postaanbieding, de borging van de continuïteit van de universele postdienst, de flexibilisering van de eisen aan de universele postdienst en de bescherming van de arbeidspositie van postbezorgers 2. In de paragraaf «Overig» vervalt een onderdeel, luidende: 1. 35 423-8 Brief regering d.d. 12-07-2023 – Minister van Economische Zaken en Klimaat, M.A.M. Adriaansens Voornemen tot het indienen van een nota van wijziging bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Postwet 2009 (Kamerstuk 35 423 ) VVD",
|
|
"date": "2024-03-19",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 7,
|
|
"motion_id": 23149,
|
|
"score": -4.323163963125616,
|
|
"title": "Motie van de leden Dobbe en Dassen over spoedig schadevergoedingen uitbetalen aan door chroom-6 getroffen (oud-)medewerkers",
|
|
"body_text": "36 410 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2024 Nr. 59 MOTIE VAN DE LEDEN DOBBE EN DASSEN Voorgesteld 7 februari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat (oud-)medewerkers van Defensie recht hebben op een snelle schadevergoeding voor gezondheidsklachten door blootstelling aan chroom-6; overwegende dat huidige regelingen ontoereikend zijn voor rechtvaardige behandeling; verzoekt de regering spoedig schadevergoedingen uit te betalen aan getroffen (oud-)medewerkers, waarbij aannemelijkheid van ziekte als criterium geldt, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe Dassen",
|
|
"date": "2024-02-13",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 7,
|
|
"motion_id": 22886,
|
|
"score": -4.323163963125616,
|
|
"title": "Motie van de leden Beckerman en Bushoff over nieuwe gas- en oliewinning of uitbreiding daarvan tegenhouden, tenzij omwonenden daar nadrukkelijk mee hebben ingestemd",
|
|
"body_text": "33 529 Gaswinning Nr. 1218 MOTIE VAN DE LEDEN BECKERMAN EN BUSHOFF Voorgesteld 6 maart 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat gas- en oliewinning vaak ondanks protest van zowel gemeenteraad, provinciale staten als omwonenden plaatsvindt; verzoekt de regering nieuwe gas- en oliewinning of uitbreiding van bestaande gas- en oliewinning tegen te houden, tenzij omwonenden daar nadrukkelijk mee hebben ingestemd, en gaat over tot de orde van de dag. Beckerman Bushoff",
|
|
"date": "2024-03-12",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 7,
|
|
"motion_id": 23228,
|
|
"score": -4.370101281217711,
|
|
"title": "Gewijzigde motie van het lid El Abassi over in navolging van Denemarken de verscheuring dan wel verbranding van erkende religieuze geschriften strafbaar stellen (t.v.v. 29628-1210)",
|
|
"body_text": "29 628 Politie Nr. 1212 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID EL ABASSI TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 1210 Voorgesteld 6 februari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het aantal antisemitische en islamofobe incidenten in Nederland is toegenomen; overwegende dat iedereen in Nederland vrij, en in alle veiligheid, zijn of haar godsdienst moet kunnen uitoefenen en dat Denemarken een nieuwe wet heeft aangenomen om het ongepast behandelen van erkende religieuze geschriften strafbaar te stellen; verzoekt de regering om in navolging van Denemarken, de verscheuring dan wel verbranding van erkende religieuze geschriften strafbaar te stellen, en gaat over tot de orde van de dag. El Abassi",
|
|
"date": "2024-02-06",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 7,
|
|
"motion_id": 2251,
|
|
"score": -4.394163690959299,
|
|
"title": "Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)",
|
|
"body_text": "2025D23702 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap belast met het voorbereidend onderzoek van het wetsvoorstel inzake de Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen in de vorm van een lijst van vragen. De voorzitter van de commissie, Bromet Adjunct-griffier van de commissie, Bosnjakovic Nr Vraag 1 Hoeveel studenten lopen respectievelijk in het hoger en wetenschappelijk onderwijs stage, uitgesplitst naar facultatief, verplicht en buiten curriculair? Kan daarbij worden aangegeven in hoeverre daardoor studievertraging wordt opgelopen? En hoeveel procent van de masteropleidingen heeft een verplichte stage in het curriculum? 2 Welke bedragen worden voor de jaren van dit kabinet beschikbaar gesteld voor de adviesorganen AWTI 1 en de Onderwijsraad? In hoeverre zijn daarin kortingen en bijstellingen opgenomen en werkt de departementale taakstelling door in de budgetten van deze organisaties? 3 Kunt u een uiteenzetting geven van de implicaties van de algehele korting op OCW? Worden deze kortingen op het toekomstig verdienvermogen elders op de begroting opgevangen? 4 Hoe vaak wordt de 21+toets voor toelating tot een hbo 2 -opleiding toegepast? Hoe vaak en in welke gevallen wordt deze toets afgenomen bij scholieren en studenten die eigenlijk niet in aanmerking komen voor deze toets? Is het mogelijk om het huidige beleid van de 21+toets te verruimen? En wat het zou kosten om het huidige, te beperkte, toelatingsbeleid op te lossen? 5 Op welke posten, waarop dankzij amendement van het lid Bontenbal c.s. 3 minder werd bezuinigd, is bij de Voorjaarsnotabesluitvorming besloten om opnieuw op te bezuinigen? 6 Op welke manier wordt geborgd dat onderwijsinstellingen de kennis- en ondersteuningsproducten van het studentenwelzijn-programma Stijn daadwerkelijk implementeren en wie is hiervoor verantwoordelijk? 7 Hoe wordt geborgd dat mbo 4 -instellingen in minder stedelijke regio’s voldoende middelen behouden om praktijkgericht onderwijs te blijven bieden na de korting op praktijkleren en het RIF 5 ? 8 Is het Herstelplan kwaliteit funderend onderwijs, waarvan sprake was in het Hoofdlijnenakkoord Hoop, lef en trots 6 , van de baan, nu u hierover niet langer in gesprek bent met de ouderorganisaties, scholierenorganisatie LAKS 7 , onderwijsvakbonden en de sectorpartners primair – en voortgezet onderwijs? 9 Kunt u een overzicht geven van alle bezuinigingen van dit kabinet op OCW (zoals de bezuinigingen in het Hoofdlijnenakkoord, de aanpassingen die zijn gedaan bij het amendement van het lid Bontenbal 8 en aanpassingen die zijn gedaan bij de Voorjaarsnota 2025)? 10 Kunt u een overzicht geven van de bezuinigingen op hoger onderwijs? Kunt u aangeven wat de effecten hiervan zijn op de instroom van leerlingen, op de financiële positie van instellingen en welke instellingen hierdoor geraakt worden? 11 Kunt u een overzicht geven van de koopkrachtontwikkeling van studenten in de afgelopen tien jaar? Kunt u een overzicht geven welke maatregelen zijn genomen (dus bezuinigingen en intensiveringen) in de afgelopen tien jaar voor studenten met daarbij een budgettaire reeks? 12 Klopt het dat de taakstelling internationale studenten structureel bijna behaald wordt, ook zonder de Wet Internationalisering in Balans? 13 Klopt het dat het amendement van het lid Bontenbal c.s. 9 beoogt te bezuinigen op het OCW-departement, maar dat OCW 35 procent van hun taakstelling vanuit dit amendement alsnog kort op het onderwijs via niet uitgekeerde prijsbijstelling of korting op de lumpsum? Welke korting op de lumpsum en niet-uitgekeerde prijsbijstelling is dit specifiek? 14 Kunt u twee reeksen geven voor de lumpsumbekostiging voor het po 10 en vo 11 ? Hoeveel wordt hier per reeks op omgebogen, inclusief en exclusief lpo 12 ? 15 Hoeveel minder hebben scholen structureel reëel te besteden door de bezuiniging op basisvaardigheden? 16 Kunt u in één tabel vatten wat het amendement van het lid Bontenbal c.s. 13 ombuigt en intensiveert en wat het kabinet vervolgens terugdraait, inclusief de verdeling van de taakstelling voor het departement? 17 Kunt u een overzicht geven van de taakstelling in het kader van de 22 procent besparing op apparaatskosten voor de komende vijf jaar? 18 Wat is de realisatie van deze taakstelling voor het jaar 2024 en wat is de voortgang voor 2025? 19 Welk deel van de taakstelling wordt ingevuld vanuit apparaatsgelden en welk deel vanuit andere middelen en welke zijn dat? 20 Welke ICT-vernieuwingen zullen niet of later plaatsvinden als gevolg van de taakstelling op apparaatskosten? 21 Welk deel van deze taakstelling valt neer bij uitvoeringsorganisaties en wat zijn hier de operationele gevolgen van? 22 Welke kaders hanteert u voor het realiseren van de taakstelling op de apparaatsuitgaven? 23 Kunt u een overzicht geven in de ontwikkeling van externe inhuur in de afgelopen vijf jaar en de doelstelling voor de komende vijf jaar? 24 Klopt het dat het hoger onderwijs een nieuwe bezuiniging heeft gekregen voor de introductie van NIS2 14 cyberwetgeving? En klopt het dat u met deze middelen het inrichten van een toezichtsfunctie op het Ministerie van OCW betaalt en dat een deel van de middelen bestemd is voor SURF? Wat is de reden dat u – als gevolg van een door uzelf genomen besluit – de rekening voor het gereed brengen van uw departement bij de universiteiten en hogescholen neerlegt? 25 Klopt het dat de maatregel uit het Hoofdlijnenakkoord over het afschaffen van de ov-vergoeding voor studenten in het buitenland juridisch niet haalbaar blijkt? Waarom kiest u ondanks eerdere kritiek op de bezuinigingen in het hoger onderwijs ervoor om ook dit te verhalen op de bekostiging van de universiteiten en hogescholen? 26 Kunt u inzichtelijk maken wat de financiële impact is op de verschillende onderwijssectoren (po, vo, mbo, hbo en wo 15 ) van het niet uitkeren van de prijsbijstelling? 27 Van welke extensiveringen is de compensatie voor de prijsontwikkeling afkomstig? 28 Hoeveel loon- en prijsbijstelling is in 2025 toegekend aan de sectoren primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs? 29 Wat zijn de geschatte kosten van het structureel invoeren van gratis kinderopvang voor alle kinderen van nul tot vier jaar? 30 Kunt u aangeven hoe de mindering op de uitgekeerde loon- en prijsbijstelling, zoals besloten bij de Voorjaarsnota 2025, verdeeld wordt over de artikelen op de OCW-begroting? 31 Kun u in twee tabellen uiteenzetten hoe de loonbijstelling en afzonderlijk de prijsbijstelling verdeeld is over de OCW-begroting en welke reële prijsvermindering hierdoor optreedt op financiële posten? 32 Klopt het dat universiteiten een groot deel van de resterende prijsbijstelling hebben moeten inleveren ter dekking van «OCW-brede problematiek» (dit bevat vooral het niet halen van de taakstelling die de Minister heeft gekregen op het eigen ambtenarenapparaat)? Waarom laat u het hoger onderwijs opdraaien voor het feit dat het u niet lukt de eigen departementale taakstelling te halen? 33 Hoe verklaart u dat in het amendement van het lid Bontenbal c.s. 16 dekking wordt gezocht in het inzetten van een reservering voor het studentenreisproduct op de aanvullende post, maar deze in deze suppletoire begroting niet lijkt te worden ingezet? Is voorzien in een alternatieve dekking? 34 Op welke specifieke budgetten wordt alsnog een compensatie voor prijsontwikkeling toegekend? 35 Betekent het overmaken van tranche 2025 van de loonbijstelling dat er geen korting op de kabinetsbijdrage op de lonen in het onderwijs voor 2025 plaatsvindt? 36 Wat is het percentage waarmee de loonbijstelling wordt verhoogd? 37 Wat is het percentage waarmee de prijsbijstelling wordt verhoogd? 38 Heeft het korten op de loonbijstelling van tranche 2025 voor externe inhuur op het apparaat gevolgen voor de lumpsum in het onderwijs? Zo ja, welke? 39 Waar is vastgelegd dat OCW wettelijk verplicht is tot het uitkeren van prijsbijstelling op de bekostiging van het primair onderwijs, de studiefinanciering en de mediabekostiging? 40 Wat is de reden dat OCW alleen wettelijk verplicht is de prijsbijstelling uit te keren in het primair onderwijs en niet in de andere onderwijssectoren? 41 Vindt er op alle onderwijsartikelen in de OCW-begroting een volledige loonbijstelling plaats? 42 Wordt er in 2025 gekort op kabinetsbijdrage in de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs? 43 Hoe wordt de Kamer geïnformeerd over de aangepaste beschikkingen vanwege de lagere prijsbijstelling? 44 Wat zijn de kosten als het gehele onderwijs de prijsbijstelling ontvangt, met uitsplitsing per onderwijssector? 45 Hoe vaak is het afgelopen tien jaar voorgekomen dat een onderwijssector geen of een onvolledig loon- en/of prijsbijstelling heeft ontvangen? 46 Hoe is verdeling in de lumpsum in de verschillende onderwijssectoren tussen het loongevoelige en prijsgevoelige deel van de bekostiging? 47 Op welke manier (per onderwijssector) is deze verdeling in de lumpsum tussen het loongevoelig deel en prijsgevoelig deel vastgelegd? 48 Op welke delen van artikelen 6 en 7 wordt er geen loonbijstelling uitgekeerd en betekent dit dat de salarissen voor personeel op basis van dit deel van de begroting niet worden gecompenseerd? 49 Hoeveel minder fulltime eenheden aan personeel kunnen scholen naar verwachting inzetten op basisvaardigheden in 2027, 2028 en 2029 als het bedrag gelijk blijft en de loonkosten stijgen? 50 In hoeverre worden scholen met een relatief grote opgave op het gebied van basisvaardigheden (bijvoorbeeld door onderwijsachterstanden) harder geraakt door het uitblijven van indexatie? 51 Zijn er signalen dat scholen met een relatief grote opgave op het gebied van basisvaardigheden het uitblijven van indexatie als een belemmering ervaren voor het duurzaam verbeteren van basisvaardigheden? 52 Welke afwegingen heeft u gemaakt om scholen met hogere personeelskosten per leerling (zoals bijvoorbeeld in dunbevolkte gebieden of scholen in het (v)so 17 te compenseren of juist niet? 53 Hoe verhoudt de bevriezing van het bedrag voor basisvaardigheden zich tot de ambities van het kabinet in het Hoofdlijnenakkoord/Regeerprogramma en het Masterplan Basisvaardigheden? 54 Op welke manieren borgt u dat scholen voldoende middelen behouden om de ambities op het gebied van basisvaardigheden waar te maken? 55 Overweegt u om het bedrag voor basisvaardigheden te herzien of opnieuw vast te stellen op basis van inflatie of cao-stijgingen na 2027? 56 Hoe laat u de effectiviteit van het niet-indexeren van het bedrag voor basisvaardigheden monitoren en evalueren? 57 Wordt er tussentijdse evaluatie voorzien van de financiële knelpunten die scholen mogelijk ondervinden bij de bevriezing van de middelen voor basisvaardigheden op het prijspeil van 2024? 58 Wat zijn de scenario’s als blijkt dat scholen hun inzet op basisvaardigheden moeten terugschroeven vanwege ontoereikend budget? 59 Kunt u aangeven waarom de bezuiniging op de prijscompensatie geconcentreerd op een beperkt aantal OCW-begrotingsposten zijn geboekt (w.o. lumpsum vervolgonderwijs) en welke directe gevolgen dat heeft voor de financiële ruimte van onderwijsstellingen? 60 Hoeveel scholen ontvingen in 2024 middelen uit de onderwijskansenregeling in het voortgezet onderwijs? 61 Wat zijn de structurele meerkosten van het verlagen van de maximale klassengrootte naar 21 leerlingen in het basisonderwijs? 62 Kunt u in meerjarenperspectief kwantificeren wat de korting van € 90,0 miljoen in 2027 en vanaf 2028 structureel € 177,0 miljoen op de Onderwijskansenregeling voortgezet onderwijs concreet gaat betekenen voor de leerlingen voor wie deze regeling was bedoeld en hun toekomstkansen? 63 Hoe groot was tot nog toe de doelgroep leerlingen die werd bereikt met de onderwijskansenregeling voortgezet onderwijs door middel van onderwijsassistenten of coaches, extra onderwijstijd, huiswerkbegeleiding, en door ouderbetrokkenheid te stimuleren, en betekent de opheffing van de onderwijskansenregeling dat er in 2028 nog van die groep nul leerlingen resteert? 64 Kunt u een uitsplitsing geven van de loon- en prijsbijstelling per sector voor komende jaren? 65 Is de reden dat het bedrag voor de loonbijstelling een dalende trend laat zien dat het kabinet uitgaat van minder leraren in de toekomst, of is er een andere reden? 66 Waar is de onderwijskansenregeling voortgezet onderwijs afgelopen jaren voor ingezet? 67 Hoeveel scholen maken gebruik van de onderwijskansenregeling? 68 Hoeveel kinderen maken gebruik van de onderwijskansenregeling? 69 Waar bevinden zich de scholen die gebruik maken van de onderwijskansenregeling? 70 Hoeveel leraren (in fulltime eenheden en in personen) worden op dit moment bekostigd vanuit de onderwijskansenregeling? 71 Hoeveel onderwijsondersteuners (in fulltime eenheden en in personen) worden op dit moment bekostigd vanuit de onderwijskansenregeling? 72 Is er een evaluatie van de onderwijskansenregeling voortgezet onderwijs geweest? 73 Hoeveel scholen ontvingen in 2024 middelen uit de onderwijskansenregeling op basis van de CBS 18 -achterstandsindicator en hoeveel leerlingen waren daarbij betrokken? 74 Heeft u een analyse laten maken van de gevolgen van het beëindigen van de onderwijskansenregeling voor scholen met een hoge achterstandsscore en kunt u die delen? 75 Wat zijn de kosten van het invoeren van een maximum reistijd van 45 minuten voor leerlingenvervoer in het speciaal onderwijs? 76 Wat is het structurele bedrag dat nodig is om de vrijwillige ouderbijdrage volledig af te schaffen in het primair en voortgezet onderwijs? 77 Wat zijn de precieze gevolgen van het opheffen van de onderwijskansenregeling? 78 Kunt u per regio aangeven welke scholen gebruik maken van de onderwijskansenregeling? 79 Is er met de sector gesproken voordat werd besloten om de onderwijskansenregeling te schrappen? 80 Wat is de totale omvang van bezuinigingen op primair – en voortgezet onderwijs naar aanleiding van deze Voorjaarsnota (inclusief niet verdeelde loon- prijsbijstellingen) en hoe verhoudt zich dat tot het «terugdraaien» van bezuinigingen door onder andere het amendement van het lid Bontenbal c.s. 19 ? 81 Heeft u naast overleg met de instellingen over de taakstelling internationale studenten ook overleg met de vakbonden? 82 Welke indicatoren bevat de CBS-achterstandsindicator precies bij de bepaling van achterstandsscores voor het voortgezet onderwijs? 83 Kunt u een per regeling overzicht geven van de subsidieregelingen in het funderend onderwijs waarbij de CBS-achterstandsindicator momenteel wordt gebruikt als verdeelsleutel? 84 Wordt de CBS-achterstandsindicator afgeschaft, herzien of blijft ze behouden na de beëindiging van de onderwijskansenregeling? 85 Wat zijn de (financiële) consequenties voor andere regelingen als de CBS-achterstands indicator komt te vervallen of gewijzigd wordt? 86 Overweegt u om bij toekomstige subsidieregelingen in het funderend onderwijs andere indicatoren dan de CBS-achterstandsindicator voor toekenning van middelen te hanteren? Zo ja, welke? 87 Welke scholen zullen naar verwachting het meeste de consequenties ondervinden van het uitfaseren van de onderwijskansenregeling, vmbo 20 -, havo- of vwo-scholen? 88 Welke maatregelen gaan voorkomen dat het vmbo, ten opzichte van de havo en het vwo, onevenredig hard wordt geraakt door het uitfaseren van de onderwijskansenregeling? 89 Wat zijn de meerkosten van bol 21 -studenten ten opzichte van bbl 22 -studenten in verband met het hogere aantal contacturen dat zij krijgen? 90 Wat zou het loslaten of versoepelen van de lesurennorm, die wordt opgelegd door de Wet Educatie en Beroepsonderwijs, voor gevolgen hebben voor de bekostiging van het mbo? 91 Is het waarschijnlijk dat het loslaten of versoepelen van de lesurennorm, die wordt opgelegd door de Wet Educatie en Beroepsonderwijs, tot gevolg heeft dat het benodigde budget voor de bekostiging van het mbo lager uitvalt? 92 Kunt u uiteenzetten welke implicaties de korting op de onderwijskansenregeling zal hebben op het vervolgonderwijs? Zijn er positieve ontwikkelingen verbonden aan de regeling met betrekking tot meer gelijkheid, beter wetenschappelijk onderzoek of meer onderzoekers die nu weg zullen vallen? 93 Wat zijn de meerkosten van het structureel invoeren van gratis schoolmaaltijden op alle basisscholen met een hoge concentratie achterstandsleerlingen? 94 Wat zijn de jaarlijkse kosten om schoolzwemmen verplicht en gratis aan te bieden in groep 3 en 4 van het primair onderwijs? 95 Hoeveel minder studenten zijn er gaan studeren op het wo dan verwacht? Hoeveel meer zijn er gaan studeren op het hbo? 96 Waar komen de hogere studentenaantallen in het hbo vandaan? 97 Heeft de aankondiging van de langstudeermaatregel effect gehad op de lagere studentenaantallen in het wo? 98 Waarom hebben er minder internationale studenten gekozen om in Nederland te studeren? 99 Hoeveel minder internationale studenten moeten komend jaar gaan studeren om de taakstelling op internationale studenten te bereiken? 100 Kunt u een overzicht delen van de jaarlijkse prijsbijstelling op de cultuurbegroting vanaf 2016 tot en met 2025? Kunt u eveneens een overzicht delen van de loonbijstelling vanaf 2016 tot en met 2025 op de cultuurbegroting? Kunt u een overzicht delen van de reële inflatie op loon en prijs vanaf 2016 tot en met 2025 op de cultuurbegroting? 101 Kunt u toezeggen dat onderbouwing conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1) voor 2025 voor de basisvaardigheden in het mbo nog tijdens de behandeling van deze suppletoire begroting naar de Kamer wordt gestuurd, zodat de Kamer haar budgetrecht goed geïnformeerd kan uitoefenen? 102 Wat is het verwachte effect van het opheffen van de onderwijskansenregeling in het vo (korting oplopend tot € 177 miljoen structureel vanaf 2028) op scholen in regio’s met hoge achterstandsscores buiten de Randstad? 103 Wat is de onderbouwing voor de resterende taakstelling op internationalisering in het hoger onderwijs en wat is de verdeling van deze taakstelling over instellingen (en regio’s)? 104 In hoeverre is het nog steeds noodzakelijk de toets anderstalig onderwijs in te voeren, nu het aantal niet-Nederlandse EER 23 -studenten fors lager is in de referentieramingen en de instellingen al aan de taakstelling voldoen? 105 Wat zijn de landelijke kwaliteitsmiddelen voor hbo en wo? 106 Wat zijn de gevolgen voor het afschaffen van de landelijke kwaliteitsmiddelen voor hbo en wo? 107 Wat zijn naar verwachting de totale kosten die gemoeid zijn met de financiering van niet-Nederlandse EER-studenten met het oog op de rijksbijdrage per student en de sociaal-financiële voorzieningen vanuit DUO 24 waarop deze studenten aanspraak kunnen maken? 108 Hoeveel bedraagt de korting op de loonbijstelling voor externe inhuur in 2025 en op welk begrotingsartikel is deze geboekt? 109 Waarom wordt de aanvullende bekostiging voor po-instellingen en de aanpak lerarentekort G5 verlaagd? 110 Wat is de reden dat er minder subsidieaanvragen zijn gedaan voor de subsidieregeling School en omgeving? 111 Is het afschaffen van de ov-vergoeding voor studenten die in het buitenland studeren wel of niet in strijd met het EU-recht? 112 Wat is er nodig om vast te kunnen stellen of het afschaffen van de ov-vergoeding voor studenten die in het buitenland studeren in lijn is met het EU-recht? 113 In hoeverre betekent de ontwikkeling dat middelen voor basisvaardigheden door de loon- en prijsbijstelling op het originele bedrag niet worden uitgekeerd en de facto worden bevroren op het prijspeil van 2024, wat vanaf 2030 oploopt tot een structurele bezuiniging van € 48,1 miljoen, dat basisvaardigheden niet langer «absolute prioriteit» hebben, zoals nog viel te lezen in een passage in het Hoofdlijnenakkoord Hoop, lef en trots 25 ? 114 Betekent het gelijk houden van het «in 2024 gecommuniceerde nominale bedrag van minimaal € 182 per leerling» dat het kabinet voornemens is deze bekostiging ook in de komende jaren (na formele invoering van de gerichte bekostiging) niet meer te indexeren? 115 Kunt u de bedragen voor de extensiveringen op cultuur en media in tabel 5 nader toelichten? 116 Welke aannames liggen ten grondslag aan het besluit om structureel € 48,1 miljoen aan loon- en prijsbijstelling niet uit te keren op de gerichte bekostiging basisvaardigheden in po en vo vanaf 2030, terwijl het nominale bedrag per leerling (€ 182) gelijk blijft? 117 Hoe wordt de impact op scholen in krimpregio’s of gebieden met een lage sociaaleconomische status beoordeeld nu zij met een bevroren nominale bekostiging stijgende personeelskosten zelf moeten opvangen? 118 Op welke wijze sluit de intensivering op basisvaardigheden in het mbo (€ 47,2 miljoen in 2025/2026–2026/2027) aan bij de ombuigingen op andere mbo-onderdelen? 119 Kunt u aangeven hoeveel aanvragen voor een tegemoetkoming voor de gemiste basisbeurs zijn afgewezen vanwege het (nog) niet behalen van een wo-masterdiploma? Is geanalyseerd in hoeverre het gemaakte onderscheid rechtvaardig is om bij een afgeronde hbo-bachelor wél compensatie toe te kennen? Zo ja, wat was hiervan de uitkomst? Zo nee, waarom niet? 120 Wat zijn de gevolgen voor het niet uitkeren van de loon- en prijsbijstelling van de basisvaardigheden funderend onderwijs? 121 Leidt het niet uitkeren van de loon- en prijsbijstelling bij de basisvaardigheden tot verlies van banen? 122 Hoe worden de lage aanvragen op de subsidieregeling School en Omgeving verklaard? 123 Hoeveel studenten schakelen er jaarlijks van een hbo-bachelor naar een wo-master? Welke mogelijke gevolgen zijn verbonden aan de rechterlijke uitspraak dat u beter moet uitleggen waarom hbo-studenten geen prestatiebeurzen krijgen voor een universitaire master 26 ? 124 Hoeveel studenten schakelen er jaarlijks van een hbo-bachelor naar een wo-master? Hoeveel kost het om deze groep studenten een extra jaar prestatiebeurs toe te kennen? 125 Zal er, gezien de doelgroepen, bij het bepalen van subsidies speciale aandacht komen voor aanvragen vanuit focusgebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (de NPLV-focusgebieden)? 126 Wat zijn de structurele kosten om voor alle thuiszittende leerlingen maatwerkonderwijs met begeleiding te organiseren? 127 Hoe verhouden de uitspraken op pagina 8 over dalende aantal nieuwkomers zich tot de uitspraken op pagina 26, waar er wordt gesproken over een hogere instroom? 128 Hoe is de structurele korting van € 20 miljoen op de Regeling praktijkleren vanaf 2030 onderbouwd en welk aandeel hiervan betrof bbl-trajecten in tekortsectoren zoals zorg, techniek en landbouw? 129 Wat is de regionale verdeling van de verschuiving van bbl- naar bol-studenten in de referentieraming? Zijn landelijke regio’s (zoals Noordoost-Nederland) zwaarder getroffen? 130 Hoe is rekening gehouden met regionale verschillen in kostenontwikkeling (bijvoorbeeld energie, reiskosten, personeelsmarkt) bij het besluit om 50 procent van de prijsbijstelling 2025 niet uit te keren? 131 Hoeveel studenten worden er bereikt met het geld voor de basisvaardigheden in het mbo, gezien de looptijd van twee jaar? 132 Wat betekenen de bezuinigingen op het apparaat van OCW in de praktijk? 133 Hoe wordt de € 47,2 miljoen voor basisvaardigheden mbo ingezet om intensiever onderwijs en meer begeleiding te bewerkstelligen? 134 Hoe wordt de € 47,2 miljoen voor basisvaardigheden mbo ingezet om intensiever onderwijs en meer begeleiding te bewerkstelligen in het specifieke geval dat de lesurennorm uit de WEB 27 zou worden versoepeld? 135 Op welke budgetten of schotten wordt de structurele korting van € 21 miljoen op de bekostiging van het mbo toegepast? 136 Wat is de oorzaak van de gestegen kosten op het apparaat waarvoor DUO een structurele compensatie benodigt van € 1,4 miljoen? 137 Wat is de verwachte omvang van de referentieraming voor het aantal studenten in het hbo en wo in 2025 en hoe verhoudt zich dat tot de voorgaande raming? 138 Wat is het verschil in kosten tussen een student in de bol en de bbl in het mbo? 139 Waar worden de kwaliteitsmiddelen, die zijn opgenomen in de lumpsum, momenteel voor ingezet door instellingen? 140 Welke effecten gaat het verlagen van de kwaliteitsmiddelen hebben op de kwaliteit van het onderwijs? 141 Wat zijn de verwachte gevolgen van het niet uitkeren van een deel van de gerichte bekostiging voor de basisvaardigheden op het gemiddelde landelijke lees-, schrijf- en rekenniveau van scholieren? 142 Wat kost het de samenleving wanneer als gevolg van het uitfaseren van de onderwijskansenregeling en het niet uitkeren van een deel van de gerichte bekostiging voor de basisvaardigheden straks een groter deel van scholieren onvoldoende kan meedoen in onze maatschappij? Wat is de hoogte van de rekening die daarmee wordt doorgeschoven? 143 Wat is het bedrag dat nodig zou zijn om alle studenten in het mbo, hbo en wo structureel recht te geven op een basisbeurs die het sociaal minimum dekt? 144 Wat zijn de kosten van het structureel bekostigen van een verlaging van het collegegeld tot € 1.000 per jaar voor voltijdstudenten? 145 Het collegegeld zal in studiejaar 2025–2026 € 2.601 bedragen, tien jaar geleden in het studiejaar 2015–2026 bedroeg het nog € 1.951; hoeveel geld zou het structureel kosten om het collegegeld te bevriezen zodra het meer dan € 3.000 bedraagt? 146 Hoe groot is de financiële tegenvaller als hbo-studenten die een wo-master gaan doen na het bepalen van hun hbo-diploma toch recht krijgen op een verlenging van hun basisbeurs? 147 Hoeveel geld zou het kosten om de indexatie van de basisbeurs niet te koppelen aan het CPI 28 , maar aan de koopkracht van studenten? 148 Is de huidige basisbeurs dekkend voor uitwonende studenten om hun studie te kunnen volgen zonder te hoeven lenen en een bijdrage van hun ouders te ontvangen? 149 Hoe hoog zou een toereikende basisbeurs moeten bedragen voor uitwonende studenten zonder te hoeven lenen en een bijdrage van hun ouders te ontvangen? 150 Wat zijn de geschatte jaarlijkse kosten van het verstrekken van een gratis sportpas aan alle leerlingen in het primair – en voortgezet onderwijs en aan studenten in het mbo, hbo en wo? 151 Welke subsidies worden als gevolg van de keuze om geen loon- en prijsbijstelling door te verdelen naar andere instrumenten binnen artikel 1 niet geïndexeerd? Worden de budgetten voor bijvoorbeeld de Brugfunctionaris po en die van schoolmaaltijden hierdoor geraakt? 152 Hoeveel scholen in het primair onderwijs ontvangen middelen voor de Brugfunctionaris po en hoe vertaalt zich dat naar fte’s in de sector? Vallen deze functionarissen onder de reguliere CAO van het primair onderwijs en in hoeverre is er ruimte om deze groep werknemers ook een loonsverhoging te geven die past bij de prijsstijgingen in de winkel? 153 Hoeveel scholen in het primair onderwijs ontvangen middelen voor schoolmaaltijden en hoeveel leerlingen worden met deze regeling bereikt? Kunt u op basis van de gegevens van de uitvoerder van deze regeling (het Jeugdeducatiefonds) aangeven in hoeverre de prijzen voor schoolmaaltijden (per maaltijd) zijn gestegen, hoe dit in verhouding staat met de toegekende prijsbijstelling en hoe u denkt dat dit verschil kan worden opgevangen? 154 Betekent het niet toekennen van de loon- en prijsbijstelling op humanistisch vormend onderwijs en godsdienstonderwijs dat de lonen en prijzen niet gecompenseerd worden voor inflatie en er dus wordt bezuinigd op het humanistisch vormend onderwijs en godsdienstonderwijs? 155 Hoeveel kost het om bij het humanistisch vormend onderwijs en godsdienstonderwijs wel de loon- prijsstelling door te voeren? 156 Kunt u aangegeven wat het effect is op de bezuiniging van de onderwijsvoorziening jonggehandicapten? Hoeveel kinderen worden hierdoor getroffen? 157 Wat betekent het uitstel van de curriculumherziening precies, voor de ontvanger(s) van de overige subsidie als eventueel voor scholen, als gevolg van het amendement Eerdmans c.s. 29 waarbij dekking wordt gezocht in de overige subsidies op artikel 3? 158 Wat behelst de bezuiniging «Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters» en wat zijn de gevolgen van deze bezuiniging? 159 Wat is het effect van het niet toekennen van de loon- en prijsbijstelling op onderdelen van artikel 3? 160 Kunt u de extra intensivering op de basisvaardigheden mbo boven op het Herstelplan nader toelichten? 161 Kunt u de budgettair neutrale kasschuif op de bekostiging van mbo-instellingen, ter dekking van het amendement van het lid Eerdmans c.s. 30 , nader toelichten? 162 Welke consequenties heeft de extensivering op het Regionale Investeringsfonds van € 18 miljoen (2025–2027) op de aanvragers van dat fonds? 163 Wat is het effect van de bezuiniging op schoolmaaltijden? Hoeveel kinderen krijgen hierdoor geen maaltijd meer? Hoeveel scholen worden hierdoor geraakt? 164 Welke activiteiten gaan er allemaal precies worden afgeblazen ten gevolge van de extensivering op het Regionaal Investeringsfonds van € 6,0 miljoen per jaar in de jaren 2025 tot en met 2027 (in totaal € 18,0 miljoen), de extensivering op de regeling doorstroom beroepskolom in de jaren 2026 tot en met 2029 (in totaal € 19,8 miljoen) en het aanwenden van vrij inzetbare prijsbijstelling op studiefinanciering van in totaal € 9,4 miljoen, waarmee een extra intensivering van in totaal € 47,2 miljoen voor basisvaardigheden in het mbo in de studiejaren 2025/2026 en 2026/2027 wordt gedekt? 165 Wordt het mbo gecompenseerd voor de stijgende prijzen (prijsbijstelling)? 166 Klopt het dat de eerdere bezuiniging op praktijkleren uit de begroting-OCW is teruggedraaid door het amendement van het lid Bontenbal c.s. 31 en wat is het verschil tussen deze bezuiniging op praktijkleren en de eerder teruggedraaide bezuiniging in de begroting-OCW? 167 Hoe kan, ondanks een bezuiniging, de maximale vergoeding van € 2.700 per leerwerkplek in stand blijven en wat zijn de gevolgen van de bezuiniging op praktijkleren? 168 Op welk bekostigingsinstrument wordt de € 25,0 miljoen voor het Fonds Onderzoek en Wetenschap, dat met de rijksbijdrage 2025 aan instellingen wordt toegekend, precies geboekt? En kunt u daarnaast een uiteenzetting van de kosten verschaffen? 169 Waarover vindt wel prijsbijstelling plaats op artikel 6 (hoger onderwijs)? 170 Hoeveel kost het om de bekostiging onderwijsdeel wel te compenseren voor gestegen prijzen (prijsbijstelling)? 171 Wat zijn de gevolgen van de aanvullende bezuinigingen op de RIF-gelden op de stimulans voor werkgevers en mbo-instellingen in de regio om met behulp van innovatie en onderzoek vakmensen toekomstbestendig te kunnen opleiden? 172 Wat zijn de gevolgen van de bezuinigingen op de regeling doorstroom beroepskolom op de efficiënte doorstroom tussen de verschillende onderwijssectoren? 173 Is al bekend hoe de alternatieve dekking van € 38,2 miljoen op de apparaatsuitgaven via niet uitgekeerde loon- en prijsbijstelling of korting op de lumpsum van de onderwijssectoren precies wordt ingevuld? 174 Wat is het effect van het niet doorverdelen van de loon- prijsbijstelling naar artikel 9 voor de onderwijsregio’s en wat betekent dit voor de middelen die beschikbaar zijn voor scholen in het kader van de PBSS 32 -regeling? 175 In hoeverre heeft het niet doorverdelen van de loon- en prijsbijstelling naar artikel 9 gevolgen voor de instrumenten gericht op het terugdringen van personeelstekorten in het onderwijs en het stimuleren van het opleiden van nieuw personeel? 176 Heeft u overwogen om de middelen die nu beschikbaar komen door de afbouw van het RIF in te zetten om te voorzien in concrete vraagstukken rondom publiek-private samenwerking, zoals het intensiveren van de samenwerking van mbo-instellingen met werkgevers in de regio, zoals u zelf als oplossing heeft geopperd in uw brief van 28 maart 2025 33 ? 17",
|
|
"date": "2025-07-03",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 7,
|
|
"motion_id": 23422,
|
|
"score": -4.529618393428478,
|
|
"title": "Gewijzigde motie van het lid Kostic over een landelijk stookverbod op basis van de stookwijzer instellen (t.v.v. 30175-455)",
|
|
"body_text": "30 175 Luchtkwaliteit Nr. 458 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID KOSTIĆ TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 455 Voorgesteld 30 januari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er sinds oktober 2023 een eenduidige Stookwijzer is waaruit blijkt of er ongunstige weersomstandigheden zijn voor houtstook; constaterende dat het besluit om over te gaan tot een stookverbod bij code rood en/of oranje van deze Stookwijzer wordt neergelegd bij de gemeenten; overwegende dat hierdoor willekeur ontstaat, waarbij mensen die overlast ervaren door houtstook in de ene gemeente wel worden beschermd en in een andere gemeente niet; verzoekt de regering een landelijk stookverbod in te stellen op basis van de stookwijzer, zodat lokale overheden kunnen handhaven in regio’s met een code oranje en/of rood, en gaat over tot de orde van de dag. Kostić",
|
|
"date": "2024-01-30",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 8,
|
|
"motion_id": 9998,
|
|
"score": 6.189510348044856,
|
|
"title": "Motie van de leden Paternotte en Boswijk over in EU- en NAVO-verband actief pleiten voor militaire mobiliteit als topprioriteit en toewerken naar een militair Schengengebied",
|
|
"body_text": "21 501-20 Europese Raad Nr. 2135 MOTIE VAN DE LEDEN PATERNOTTE EN BOSWIJK Voorgesteld 17 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat NAVO-konvooien uit de VS, Canada of het VK bij aankomst in Europa geconfronteerd worden met verschillende nationale regels, beperkingen en vergunningensystemen onderweg van de grote havens naar de NAVO-oostgrens; overwegende dat de Permanent Structured Cooperation (PESCO) is opgericht met het doel om de militaire mobiliteit te verbeteren, maar dat deelnemende landen hieraan tot nu toe geen topprioriteit geven; overwegende dat het van cruciaal belang is voor de NAVO en de EU dat, bij tekenen van Russische mobilisatie richting de grens, militairen snel beschikbaar zijn om de oostgrens te verdedigen; verzoekt de regering om in EU- en NAVO-verband actief te pleiten voor het maken van militaire mobiliteit tot topprioriteit, en om toe te werken naar een militair Schengengebied, zonder papieren en fysieke grenzen voor NAVO-militairen en materieel, en gaat over tot de orde van de dag. Paternotte Boswijk",
|
|
"date": "2024-12-18",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 8,
|
|
"motion_id": 9967,
|
|
"score": 5.773798905808382,
|
|
"title": "Amendement van het lid Flach ter vervanging van nr. 3 over middelen voor praktijkonderzoek en ondersteuning van telers in het kader van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030",
|
|
"body_text": "36 625 XIV Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2024 (wijziging samenhangende met Najaarsnota) Nr. 5 AMENDEMENT VAN HET LID FLACH TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 3 1 Ontvangen 18 december 2024 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd: I In artikel 21 Land- en tuinbouw worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 3.000 (x € 1.000). II In artikel 51 Nog onverdeeld worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 3.000 (x € 1.000). Toelichting De uitdagingen op het gebied van gewasbescherming zijn groot. Teelten staan onder druk vanwege het afnemende pakket aan gewasbeschermingsmiddelen en de toenemende druk van ziekten en plagen. Er wordt ingezet op precisielandbouw en weerbare teelten, maar dat is in de praktijk niet eenvoudig. Tegelijkertijd constateert de indiener dat subsidieregelingen voor onder meer het praktijkprogramma plantgezondheid in het kader van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 (Kamerstuk 27 858, nr. 569 ) aflopen. De indiener vindt het, gelet op het belang van weerbare teelten en vermindering van de milieubelasting bij gewasbescherming, van groot belang dat de komende jaren samen met onder meer de akkerbouw- en vollegrondsgroenteteelt-sector geïnvesteerd blijft worden in praktijkonderzoek en ondersteuning van telers in het kader van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030. Door sectorpartijen wordt gewerkt aan pilots met benchmarking en opschaling daarvan en is een plan van aanpak gepresenteerd voor een gebiedsgerichte aanpak om de milieubelasting te verlagen. Hier is ondersteuning voor nodig. Er moet werk gemaakt worden van onder meer een nieuwe praktijkprogramma plantgezondheid en ondersteuning voor de inzet op benchmarking en de gebiedsgerichte aanpak. Gelet op de urgentie acht de indiener het wenselijk zo snel mogelijk beschikbare middelen hiervoor in te zetten en niet te wachten tot 2026. Hij stelt daarom voor beschikbare onverdeelde middelen te reserveren voor genoemde maatregelen. De indiener gaat ervan uit dat deze middelen via de eindejaarsmarge in 2025 beschikbaar blijven mochten deze in 2024 niet geheel tot besteding komen. Vanaf 2026 is financiering mogelijk vanuit de middelen voor de agrarische sector uit het Hoofdlijnenakkoord. Dekking wordt dus gevonden in de volgens de Najaarsnota nog onverdeelde middelen op begrotingsartikel 51 (Nog onverdeeld). Flach X Noot 1 Vervanging in verband met een wijziging van de toelichting.",
|
|
"date": "2024-12-19",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 8,
|
|
"motion_id": 22678,
|
|
"score": 5.616615757679552,
|
|
"title": "Motie van het lid Sneller over op de kortst mogelijke termijn duidelijkheid geven over de vierde ronde van het Nationaal Groeifonds",
|
|
"body_text": "32 637 Bedrijfslevenbeleid Nr. 618 MOTIE VAN HET LID SNELLER Voorgesteld 12 maart 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het Nationaal Groeifonds innovatieve, duurzame en structurele economische groei aanjaagt; overwegende dat uitstel van en onzekerheid over de vierde ronde van het Nationaal Groeifonds kan leiden tot het wegvallen van private co-investeringen en het opschorten van consortia; constaterende dat er voor deze vierde ronde al 61 quickscans zijn ingediend, waar voor miljoenen euro's in is geïnvesteerd door bedrijven en kennisinstellingen; verzoekt de regering op de kortst mogelijke termijn duidelijkheid te geven over de vierde ronde van het Nationaal Groeifonds en van uitstel geen afstel te maken, en gaat over tot de orde van de dag. Sneller",
|
|
"date": "2024-03-19",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 8,
|
|
"motion_id": 10369,
|
|
"score": 5.43081847029943,
|
|
"title": "Motie van het lid Dassen over concrete stappen uitwerken om te voldoen aan de Europese afspraak om 35% van het defensiematerieel in Europese gezamenlijkheid in te kopen",
|
|
"body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 64 MOTIE VAN HET LID DASSEN Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland zich heeft gecommitteerd aan Europese afspraken om 35% van het defensiematerieel in Europese gezamenlijkheid aan te kopen; constaterende dat Nederland hieraan bij lange na niet voldoet; verzoekt de regering concrete stappen uit te werken om te voldoen aan de Europese afspraak om 35% van het defensiematerieel in Europese gezamenlijkheid aan te kopen, en gaat over tot de orde van de dag. Dassen",
|
|
"date": "2024-12-05",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 8,
|
|
"motion_id": 10370,
|
|
"score": 5.43081847029943,
|
|
"title": "Motie van het lid Dassen over zich actief inspannen voor de oprichting van een Europees instituut voor research and technology in de defensiesector",
|
|
"body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 61 MOTIE VAN HET LID DASSEN Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat in de VS een instituut bestaat voor het actief bevorderen van militaire technologie en innovatie in de defensiesector, genaamd DARPA; overwegende dat een dergelijk instituut in Europa ontbreekt; verzoekt de regering zich in Europees verband actief in te spannen voor de oprichting van een Europees instituut voor research and technology (R&T) in de defensiesector, en gaat over tot de orde van de dag. Dassen",
|
|
"date": "2024-12-05",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 8,
|
|
"motion_id": 2314,
|
|
"score": -5.494688546821433,
|
|
"title": "Amendement van het lid Flach ter vervanging van nr. 22 over motiverings- en overlegeisen voor instructieregels",
|
|
"body_text": "36 512 Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting) Nr. 34 AMENDEMENT VAN HET LID FLACH TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 22 Ontvangen 19 juni 2025 De ondergeteke 1 nde stelt het volgende amendement voor: I In artikel III, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 2.33, tweede lid, onderdeel e, voor «als dat nodig is» ingevoegd «na op overeenstemming gericht overleg, als dat deugdelijk gemotiveerd wordt gedaan en». II In artikel III, onderdeel C, wordt in de in artikel 2.34, tweede lid, voorgestelde onderdelen f, g en h, steeds voor «als dat nodig is» ingevoegd «na op overeenstemming gericht overleg, als dat deugdelijk gemotiveerd wordt gedaan en». Toelichting De Wet versterking regie volkshuisvesting biedt het Rijk en de Provincies de mogelijkheid om instructies te geven aan gemeenten over het volkshuisvestingsprogramma. Concreet gaat het dan om de mogelijkheden die de voorgestelde artikelen 2.33 lid 2 sub a en 2.34 lid 2 sub f, g, en h bieden. In de memorie van toelichting wordt aangegeven dat «met instructieregels en instructies kan worden gezorgd voor een effectieve juridisch bindende doorwerking van beleid naar decentrale overheden.» Ook wordt benoemd dat «met een instructie heel specifieke opdrachten [kunnen] worden gegeven aan een individuele gemeente.» De instructies kunnen dus vergaand voorschrijven wat gemeenten in hun lokale volkshuisvestingsprogramma moeten opnemen. De indiener begrijpt het doel van de instructies met het oog op het verstevigen van de regierol van het Rijk. Daarvoor is het soms nodig om, met het oog op een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad, instructies te geven. Tegelijk acht de indiener het wenselijk dat de positie van gemeenten niet onnodig ondermijnd wordt. Met dit amendement wordt beoogd de positie van gemeenten te borgen, indien er overgegaan wordt tot het geven van instructies gericht op gemeentelijke volkshuisvestingprogramma’s. Concreet wordt met dit amendement formeel geregeld dat de instructies gepaard moeten gaan met een deugdelijke motivering vanuit het Rijk dan wel de Provincie. Daarnaast wordt de eis gesteld dat, voordat een instructie gegeven wordt, er een op overeenstemming gericht overleg moet zijn geweest tussen de gemeente waar de instructie aan gericht is en het Rijk dan wel de Provincie. In artikelen 2.33 en 2.34 Omgevingswet wordt reeds aangegeven dat bij het geven van instructie de grenzen van artikel 2.3 Omgevingswet in acht genomen moeten worden. Daarin wordt echter niet gesproken over een deugdelijke motivering en is ook niet formeel vastgesteld dat er vooraf overleg moet zijn gevoerd. In de praktijk zal het veelal voorkomen dat voorafgaand aan een instructie reeds overleg is gevoerd en dat de instructie gemotiveerd wordt. Met dit amendement wordt deze werkwijze formeel vastgelegd en worden deze twee vereisten voortaan wettelijk verplicht. Daardoor wordt de gemeentelijke betrokkenheid beter geborgd en hun positie verstevigd. Flach X Noot 1 Vervanging in verband met een wijziging in de toelichting.",
|
|
"date": "2025-07-01",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 8,
|
|
"motion_id": 22983,
|
|
"score": -5.835233715527784,
|
|
"title": "Motie van de leden Agema en Van der Plas over de coronastrategie betrekken bij de opheldering van de aanhoudende oversterfte",
|
|
"body_text": "25 295 Infectieziektenbestrijding Nr. 2158 MOTIE VAN DE LEDEN AGEMA EN VAN DER PLAS Voorgesteld 15 februari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, van mening dat oversterfte een eenmalig fenomeen hoort te zijn en geen structureel fenomeen, zoals nu al vier jaar gaande is, sinds de start van de coronacrisis; verzoekt de regering te bewerkstelligen dat in de opheldering van de aanhoudende oversterfte ook de gevoerde coronastrategie van het opschalen van coronazorg tijdens een coronagolf en het gelijktijdig afschalen van reguliere ziekenhuiszorg, het loslaten van het optimale zorgscenario in de jaren voorafgaand aan de coronacrisis en vaccinatieschade worden betrokken, en gaat over tot de orde van de dag. Agema Van der Plas",
|
|
"date": "2024-02-27",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 8,
|
|
"motion_id": 23915,
|
|
"score": -5.998141614421987,
|
|
"title": "Motie van het lid Kops over het zonder opzegtermijn kunnen opzeggen van een vraagresponsovereenkomst indien dat vereist is voor de leveringszekerheid van de actieve afnemer",
|
|
"body_text": "36 378 Regels over energiemarkten en energiesystemen (Energiewet) Nr. 82 MOTIE VAN HET LID KOPS Voorgesteld 23 mei 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering in de algemene maatregel van bestuur aangaande het wijzigen en opzeggen van de vraagresponsovereenkomsten (artikel 2.32, lid 5, Energiewet) in ieder geval op te nemen dat een vraagresponsovereenkomst zonder opzegtermijn opgezegd kan worden indien de leveringszekerheid van de actieve afnemer dat vereist, en gaat over tot de orde van de dag. Kops",
|
|
"date": "2024-06-04",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 8,
|
|
"motion_id": 23891,
|
|
"score": -6.032772223076823,
|
|
"title": "Gewijzigde motie van het lid Van Hijum c.s. over het Presidium verzoeken om onderzoek te doen naar versterking van de ondersteuning van het budgetrecht middels een bureau begroting en verantwoording (t.v.v. 36560-9)",
|
|
"body_text": "36 560 Financieel jaarverslag van het Rijk 2023 Nr. 22 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID VAN HIJUM C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 9 Voorgesteld 4 juni 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende, dat de rol van de Kamer bij het voorbereiden en evalueren van de rijksbegroting in vergelijking met andere landen beperkt is; overwegende, dat er voor de (mede)wetgevende taak van de Kamer een Bureau Wetgeving is, maar dat de Kamer niet beschikt over een specifiek Bureau Begroting en Verantwoording ter ondersteuning van het budgetrecht; overwegende, dat een Bureau Begroting en Verantwoording, naar voorbeeld van het Congressional Budget Officein de Verenigde Staten, het budgetrecht van de Kamer kan versterken met onafhankelijke analyses van de doeltreffendheid en doelmatigheid van uitgaven en inkomsten; overwegende, dat de Minister van Financiën een onderzoek in gang heeft gezet naar de rolverdeling in het controlebestel, waarvan de uitkomsten eind dit jaar worden verwacht; verzoekt het Presidium om te onderzoeken of en hoe de ondersteuning van het budgetrecht van de Tweede Kamer versterkt kan worden met een Bureau Begroting en Verantwoording, en gaat over tot de orde van de dag. Van Hijum Heinen De Vree Vermeer",
|
|
"date": "2024-06-04",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 8,
|
|
"motion_id": 2002,
|
|
"score": -6.119172749005496,
|
|
"title": "Motie van het lid El Abassi over uitspreken dat pas recht gedaan kan worden aan het leed van gedupeerde gezinnen als alle betrokken ketenpartners openlijk verantwoordelijkheid nemen voor hun rol in de toeslagenaffaire",
|
|
"body_text": "36 708 Toeslagen Nr. 39 MOTIE VAN HET LID EL ABASSI Voorgesteld 3 juli 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat talloze instanties, waaronder de jeugdbescherming en de rechterlijke macht, een rol hebben gespeeld in het ontstaan en voortduren van de toeslagenaffaire; constaterende dat veel van deze ketenpartners nog steeds geen volledige verantwoordelijkheid nemen voor hun handelen, en reflectierapporten vaak tekortschieten in openheid, diepgang en betrokkenheid van slachtoffers van de toeslagenaffaire; spreekt uit dat pas recht gedaan kan worden aan het leed van de gedupeerde gezinnen als alle betrokken ketenpartners openlijk verantwoordelijkheid nemen voor hun rol in de toeslagenaffaire, en gaat over tot de orde van de dag. El Abassi",
|
|
"date": "2025-07-04",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 9,
|
|
"motion_id": 1332,
|
|
"score": 5.5800324660759575,
|
|
"title": "Motie van de leden Inge van Dijk en Grinwis over nadere regels ten behoeve van de naleving van de Financiële-verhoudingswet en de Gemeentewet",
|
|
"body_text": "36 600 B Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2025 Nr. 36 MOTIE VAN DE LEDEN INGE VAN DIJK EN GRINWIS Voorgesteld 3 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kader voor de financiële verhoudingen tussen overheden is vastgelegd in artikel 2 Financiële-verhoudingswet en artikel 108, derde lid Gemeentewet; overwegende dat artikel 2 Financiële-verhoudingswet, dat stelt dat het Rijk moet aangeven hoe decentrale overheden financiële gevolgen moeten dekken die voortvloeien uit beleidsvoornemens van het Rijk, en artikel 108, derde lid Gemeentewet, dat stelt dat waar sprake is van medebewindstaken, het Rijk de kosten die ten laste van gemeenten komen aan hen dient te vergoeden, op dit moment onvoldoende worden nageleefd; overwegende dat voor de handhaving van deze artikelen de positie van de Minister van Binnenlandse Zaken als stelselverantwoordelijke voor het decentrale bestuur versterkt dient te worden; verzoekt de regering om nadere regels te stellen ten behoeve van de naleving van deze twee wetten, zodat het ook voor de Kamer aantoonbaar en controleerbaar is dat deze wetten worden nageleefd; verzoekt de regering tevens elk wetsvoorstel dat decentrale overheden raakt, zoals taakoverdrachten, medebewindstaken en regionale indelingen, mede te laten ondertekenen door de Minister van Binnenlandse Zaken en bij budgetoverdrachten ook door de Minister van Financiën, en gaat over tot de orde van de dag. Inge van Dijk Grinwis",
|
|
"date": "2025-04-08",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 9,
|
|
"motion_id": 24684,
|
|
"score": 5.501868758207735,
|
|
"title": "Motie van het lid Flach c.s. over in Europees verband het gesprek aangaan over mogelijkheden om arbeidsmigratie binnen de Europese Unie te beperken",
|
|
"body_text": "29 861 Arbeidsmigratie en sociale zekerheid Nr. 140 MOTIE VAN HET LID FLACH C.S. Voorgesteld 10 september 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het overgrote deel van de arbeidsmigranten in Nederland afkomstig is uit andere EU-lidstaten; overwegende dat deze lidstaten hier vaak ook problemen van ondervinden, omdat hierdoor vakkrachten uit de landen van herkomst wegtrekken; constaterende dat daarnaast via doordetachering ook steeds vaker migranten van buiten de EU via een andere EU-lidstaat in Nederland aan het werk gaan; overwegende dat verdere uitbreiding van de Europese Unie zal leiden tot meer migratie naar Nederland, zoals eerdere uitbreidingen hebben laten zien, terwijl meer grip op arbeidsmigratie wenselijk en noodzakelijk is; overwegende dat de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 nadrukkelijk heeft gewezen op de negatieve gevolgen van onder andere EU-arbeidsmigratie op onze demografie, en aanbeveelt dat de Nederlandse regering zich actief mengt in het Europese debat rond demografie en aandacht vraagt voor de relatieve uitzonderingspositie van ons land op dit punt; verzoekt de regering in Europees verband het gesprek aan te gaan over de mogelijkheden van het beperken van arbeidsmigratie binnen de Europese Unie en daarbij steun te zoeken voor de mogelijkheid lidstaten de ruimte te bieden woon- of werkvergunningen in te voeren voor arbeidsmigranten die uit een andere EU-lidstaat afkomstig zijn of via een andere lidstaat de EU binnen zijn gekomen, en gaat over tot de orde van de dag. Flach Van Kent Bikker",
|
|
"date": "2024-09-24",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 9,
|
|
"motion_id": 23816,
|
|
"score": 5.495139781512178,
|
|
"title": "Motie van het lid Flach c.s. over met het ministerie van OCW en veldpartijen het scenario van een nieuwe opleidingsplek voor tandartsen in Rotterdam uitwerken",
|
|
"body_text": "36 550 Voorjaarsnota 2024 Nr. 16 MOTIE VAN HET LID FLACH C.S. Voorgesteld 4 juni 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er in bepaalde regio's, waaronder Zeeland, sprake is van een tekort aan tandartsen, waardoor de tandartszorg onder druk staat; overwegende dat de spreiding van tandartsopleidingen bij kan dragen aan een meer evenwichtige spreiding van tandartsen over het land; overwegende dat een veelgehoorde oplossingsrichting het starten van een nieuwe opleidingsplek is, gericht op de regio Zuidwest-Nederland, waaronder Zeeland; verzoekt de regering om samen het Ministerie van OCW en de veldpartijen het scenario van een nieuwe opleidingsplek in Rotterdam uit te werken, zodat inzichtelijk wordt wat er (financieel) voor nodig is om dit te realiseren, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Flach Diederik van Dijk Grinwis",
|
|
"date": "2024-06-11",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 9,
|
|
"motion_id": 23508,
|
|
"score": 5.324551445005858,
|
|
"title": "Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over een actieplan om het verkeerd gebruik van hallucinerende geneesmiddelen tegen te gaan",
|
|
"body_text": "36 159 Wijziging van de Opiumwet in verband met het toevoegen van een derde lijst met als doel het tegengaan van de productie van en de handel in nieuwe psychoactieve stoffen en enkele andere wijzigingen Nr. 17 MOTIE VAN HET LID DIEDERIK VAN DIJK C.S. Voorgesteld 20 december 2023 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het wetsvoorstel om een drietal stofgroepen op de nieuw te vormen lijst IA te plaatsen niet generiek is; overwegende dat drugsproducenten en handelaren precies weten hoe ze de wet moeten omzeilen om hun geld te blijven verdienen en levens van gebruikers te ontwrichten; overwegende dat het onwenselijk is dat de handel in hallucinerende producten die buiten het verbod op NPS vallen doorzet; verzoekt de regering met een actieplan te komen om het verkeerd gebruik van hallucinerende geneesmiddelen tegen te gaan zonder het legitieme gebruik van deze geneesmiddelen onmogelijk te maken, en de Kamer daar voor de zomer van 2024 over te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Diederik van Dijk Krul Bikker",
|
|
"date": "2024-01-16",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 9,
|
|
"motion_id": 3707,
|
|
"score": 5.296505527514863,
|
|
"title": "Motie van de leden Tseggai en Ceder over voorstellen voor een dekking van de structurele oplossing voor de problemen bij Selibon",
|
|
"body_text": "22 343 Handhaving milieuwetgeving Nr. 445 MOTIE VAN DE LEDEN TSEGGAI EN CEDER Voorgesteld 4 maart 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er al geruime tijd grote overlast is op Bonaire van branden op de afvalverbranding van Selibon en dat hierdoor de volksgezondheid, het leefmilieu en de natuur op Bonaire ernstig worden aangetast; constaterende dat de Nationale ombudsman het kabinet oproept om in te grijpen en dat er breed draagvlak is om spoedig adequate maatregelen te nemen om deze onacceptabele situatie te beëindigen, maar dat er onvoldoende financiële middelen zijn voor een structurele oplossing; van mening dat het zeer onwenselijk zou zijn wanneer een gebrek aan financiële middelen ertoe zou leiden dat de problemen nog langer voortduren; verzoekt de regering om bij de Voorjaarsnota met voorstellen te komen voor een dekking van de structurele oplossing voor de problemen bij Selibon, en gaat over tot de orde van de dag. Tseggai Ceder",
|
|
"date": "2026-03-10",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 9,
|
|
"motion_id": 3744,
|
|
"score": -4.973073480181774,
|
|
"title": "Motie van de leden Kathmann en Van den Berg over ondubbelzinnig opkomen voor het recht op end-to-endencryptie en onlineprivacy",
|
|
"body_text": "36 800 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 Nr. 71 MOTIE VAN DE LEDEN KATHMANN EN VAN DEN BERG Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 2 maart 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Kamer zich meermaals positief heeft uitgesproken op het gebied van onlinerechten, met duidelijke oproepen over het in stand houden van end-to-endversleuteling en onlineprivacy; overwegende dat in de coalitieplannen geen ambities zijn opgenomen op het gebied van onlinerechten, maar het kabinet zowel in nationaal als internationaal verband beleid zal maken dat raakt aan deze rechten; verzoekt de regering om ondubbelzinnig op te komen voor het recht op end-to-endencryptie en onlineprivacy, in overeenstemming met de wens van de Kamer, en dit als uitgangspunt te hanteren in alle relevante nationale en Europese beleids- en wetgevingstrajecten, en gaat over tot de orde van de dag. Kathmann Van den Berg",
|
|
"date": "2026-03-10",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 9,
|
|
"motion_id": 3593,
|
|
"score": -4.977692142043861,
|
|
"title": "Gewijzigd amendement van het lid Stultiens c.s. ter vervanging van nr. 14 over een grondslag voor gemeenten om een leegstandbelasting voor woningen in te kunnen voeren",
|
|
"body_text": "36 735 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2026) Nr. 18 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID STULTIENS C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 14 Ontvangen 23 september 2025 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: I Na artikel VIII wordt een artikel ingevoegd, luidende: ARTIKEL VIIIA Na artikel 221 van de Gemeentewet wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 221a 1. Ter zake van binnen de gemeente gelegen woningen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Leegstandwet die voor een langere periode dan twaalf maanden leegstaan als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van die wet, kan door de gemeente, onder de naam leegstandbelasting, een belasting worden geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar van deze woningen het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 2. De heffingsmaatstaf voor de leegstandbelasting wordt vastgesteld door de gemeente. II In artikel XVIII, tweede lid, wordt na «onderdeel O,» ingevoegd «VIIIA». Toelichting Dit amendement creëert een mogelijkheid en grondslag voor gemeenten om een leegstandbelasting voor woningen in te voeren. Dat is noodzakelijk omdat in Nederland meer dan 180.000 woningen leegstaan, waarvan meer dan 60 duizend langer dan een jaar (na energiecorrectie: meer dan 30 duizend). In een tijd van woningnood, waarin veel mensen grote moeite hebben een woning te vinden, is dat moeilijk uit te leggen. De indieners van dit amendement zijn van mening dat gemeenten zo veel mogelijk opties moeten hebben om leegstand tegen te gaan en woningen beschikbaar te maken voor hun inwoners. In Vlaanderen blijkt dat een leegstandbelasting daarvoor een effectief middel is: eigenaren van leegstaande woningen komen over het algemeen snel in actie om de woning te verkopen of te verhuren. In 2023 maakten daar dan ook 282 van de 300 gemeenten gebruik van de mogelijkheid om een leegstandbelasting in te stellen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) pleit er daarom voor die mogelijkheid ook in Nederland te creëren. De VNG voert daarbij aan dat een leegstandbelasting prima combineerbaar is met het bestaande instrumentarium. De indieners sluiten zich hierbij aan. Dit amendement komt aan de wens van gemeenten tegemoet en biedt hun de mogelijkheid een leegstandbelasting te introduceren. De indieners laten gemeenten graag zelf beslissen hoe hoog deze belasting dient te zijn en vanaf wanneer deze ingaat. De hoogte van de belasting kan een vast of oplopend bedrag zijn, maar ook gebaseerd worden op de WOZ-waarde van leegstaande woningen. Gemeenten kunnen ook besluiten geen leegstandbelasting in te voeren als zij dat niet nodig achten. De indieners verwachten dat gemeenten hiermee maatwerk kunnen toepassen en de leegstand in Nederland effectief terug kunnen dringen, waardoor meer woonruimte beschikbaar komt voor Nederlanders die een woning zoeken. De indieners stellen voor de leegstandbelasting voorlopig alleen voor leegstaande woningen mogelijk te maken. De reden daarvoor is dat juist het woningtekort op dit moment groot is. Indien daar behoefte aan is kan op een later tijdstip alsnog besloten worden ook een belasting op andere leegstaande panden te introduceren. Budgettaire aspecten Naar verwachting zullen de netto opbrengsten van door gemeenten ingevoerde leegstandbelastingen zeer beperkt zijn, mede vanwege de preventieve werking van deze belasting. Voor zover er opbrengsten zijn stellen de indieners voor dat deze ten goede komen aan de gemeentelijke middelen. Stultiens De Hoop Kouwenhoven Beckerman Teunissen Welzijn Dassen",
|
|
"date": "2025-09-23",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 9,
|
|
"motion_id": 1659,
|
|
"score": -5.04956983173764,
|
|
"title": "Nader gewijzigd amendement van het lid Sneller ter vervanging van nr. 50 over verduidelijking van de gronden voor voorlopige hechtenis",
|
|
"body_text": "36 327 Vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Wetboek van Strafvordering) Nr. 56 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID SNELLER TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR.50 Ontvangen 18 maart 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: Artikel 2.5.27 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, aanhef, wordt na «worden gegeven» ingevoegd «indien dit bevel strikt noodzakelijk is, gelet op de gedragingen, feiten of omstandigheden, waaronder de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, en: ». 2. Het eerste lid, onderdelen a tot en met c komen te luiden: a. indien sprake is van een ernstig gevaar voor vlucht, wat blijkt uit gedragingen van de verdachte, of uit hem persoonlijk betreffende omstandigheden; b. indien sprake is van een direct gevaar dat de verdachte het onderzoek zal frustreren; c. indien sprake is van een direct gevaar dat de vrijlating van de verdachte, die wordt verdacht van een feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer is gesteld, tot een ernstige verstoring van de openbare orde zal leiden;. Toelichting De toepassing van voorlopige hechtenis in Nederland krijgt zowel nationale als internationale kritiek. 1 Het wordt te vaak en te gemakkelijk toegepast, terwijl alternatieven middels de schorsing onder voorwaarden onvoldoende benut worden (gedragsinterventies, huisarrest, contact- verbod, borgsom, elektrisch toezicht). Uit onderzoek van de Europese Commissie blijkt dat een derde van de Nederlandse gevangenispopulatie in voorlopige hechtenis zit, aanzienlijk meer dan het Europese gemiddelde van 25%. 2 Vaak blijkt voorlopige hechtenis achteraf onnodig, te herleiden uit het aantal toegekende schadevergoedingen aan ex-verdachten ter compensatie van de onrechtmatig doorgebrachte tijd in voorarrest. 3 Net als voor reguliere korte detenties geldt voor korte detenties in het kader van voorlopige hechtenis dat deze detentieschade veroorzaken en dat recidivecijfers na detentie hoog liggen. 4 De indiener onderschrijft derhalve de ambities van de regering om tegemoet te komen aan de kritiek. Net als de Raad van State 5 vraagt indiener zich echter af of het nu voorliggende voorstel voldoende effectief is om deze ambities waar te maken en stelt zich daarom het voorliggende amendement voor. Met dit amendement beoogt de indiener de gronden voor voorlopige hechtenis te verduidelijken en aan te scherpen. Vanuit de rechtswetenschap en rechtspraktijk wordt al langer gesteld dat de gronden voor voorlopige hechtenis te zacht, te onduidelijk en te ruim te interpreteren zijn. 6 De suggesties die in dat verband worden gedaan voor het verduidelijken van de gronden voor voorlopige hechtenis neemt de indiener met het voorliggende amendement over. 7 De indiener is er van overtuigd dat een helder geformuleerde wettelijke regeling de rechtspraktijk meer duidelijkheid kan bieden en het wetboek toegankelijker en inzichtelijker kan maken. De drie basisvoorwaarden waar bij de oplegging van voorlopige hechtenis aan moet zijn voldaan, namelijk een zekere ernst van het feit, een bepaalde mate van verdenking en een grond maakt indiener met dit amendement weer zichtbaar. Met betrekking tot de gronden wordt een nieuwe overkoepelende eis opgenomen die duidelijk maakt wat het uitgangspunt moet zijn bij de toepassing van de voorlopige hechtenis, namelijk dat naast aanwezigheid van één van de gronden, voorlopige hechtenis ook strikt noodzakelijk moet zijn, gelet op de gedragingen, feiten of omstandigheden, waaronder de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Indiener beoogt hiermee dat voorlopige hechtenis terughoudender zal worden toegepast omdat naast de aanwezigheid van één van de gronden voor voorlopige hechtenis, ook de noodzakelijkheid zal moeten worden beargumenteerd. In aansluiting daarop wordt de onderzoeksgrond omschreven als een direct gevaar dat de verdachte het onderzoek zal frustreren. De grond met betrekking tot de ernstig geschokte rechtsorde wordt gericht op het directe gevaar dat de vrijlating van de verdachte, die wordt verdacht van een feit waarop 12 jaar of meer gevangenisstraf is gesteld, vanwege de zwaarte van het feit tot een directe verstoring van de openbare orde zal leiden. Sneller X Noot 1 Memorie van toelichting, pagina 416 en 417. X Noot 2 Bijlage bij Groenboek over detentie, Europese Commissie, 2011 https://www.eerstekamer.nl/eu/edossier/e110030_groenboek_over_de . X Noot 3 Algemene Rekenkamer, Voorarrest: verdachten in de cel; Een kwantitatieve analyse van inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis, Kamerstukken II 2017/18, 29 279, nr. 397 . X Noot 4 WODC onderzoek «korte detenties nader bekeken» https://open.overheid.nl/documenten/ronl-549ce973-4633-4450-8093-ca69771811f7/pdf . X Noot 5 Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport, p. 135. X Noot 6 J. uit Beijerse, Naar een bij onschuldpresumptie passend systeem van voorlopige hechtenis. De lessen van Europa en van de klassieke rechtsgeleerden, Strafblad 2008, p.465–487 en J.H. Janssen, F.W.H. van den Emster & T.B. Trotman, «Strafrechters over de praktijk van de voorlopige hechtenis. Een oordeel van de werkvloer!», Strafblad 2013, p. 430–444. X Noot 7 J. Janssen, J. de Lange & M. Westhof, «De ontmaskering van de zittingsagenda als grond voor voorlopige hechtenis», NJB 2024, afl. 31 en J. uit Beijerse & O. Maan, «Vast, tenzij»-praktijk dwingt tot aanpassing van de wettelijke gronden voor voorlopige hechtenis in het nieuwe wetboek», NJB 2024, afl. 40.",
|
|
"date": "2025-03-25",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 9,
|
|
"motion_id": 1211,
|
|
"score": -5.18666387393384,
|
|
"title": "Motie van de leden Tseggai en Koops over een verbod op het adverteren en in zoekmachines vindbaar maken van gokwebsites",
|
|
"body_text": "24 557 Kansspelen Nr. 261 MOTIE VAN DE LEDEN TSEGGAI EN KOOPS Voorgesteld 8 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat consumenten zo veel mogelijk moeten worden toe- en doorgeleid naar het legale kansspelaanbod en dat een volledig reclameverbod daar contraproductief voor zou kunnen uitpakken; van mening dat kansspelaanbieders geen reclameruimte dienen te krijgen tenzij ze zich bewezen betrouwbaar en betrokken opstellen in het naleven van de regels over de zorgplicht; verzoekt de regering om in de nieuwe wet op de kansspelen een verbod op te nemen op het adverteren en in zoekmachines vindbaar maken van gokwebsites, tenzij de Kansspelautoriteit op basis van een zorgvuldige doorlichting een aanbieder bij uitzondering heeft gecertificeerd als betrouwbare organisatie, het zogenoemde whitelisting, en gaat over tot de orde van de dag. Tseggai Koops",
|
|
"date": "2025-04-15",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 9,
|
|
"motion_id": 656,
|
|
"score": -5.683147319122158,
|
|
"title": "Motie van het lid Kostic over een nationaal uniform moratorium met een verbod op uitbreiding, verplaatsing en nieuwbouw van geitenstallen",
|
|
"body_text": "29 683 Dierziektebeleid Nr. 305 MOTIE VAN HET LID KOSTIĆ Voorgesteld 22 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat al meer dan vijftien jaar uit opeenvolgende onderzoeken blijkt dat omwonenden van geitenhouderijen een sterk verhoogd risico lopen op het krijgen van een longontsteking; constaterende dat uit onderzoek van het RIVM blijkt dat er naar schatting tot wel 600 ziekenhuisopnamen en 100 sterfgevallen per jaar worden veroorzaakt door de geitenhouderijen; constaterende dat het nu aan provincies wordt overgelaten om al dan niet een geitenstop in te stellen; constaterende dat het aantal geiten in de afgelopen vijftien jaar is verdubbeld; overwegende dat voorkomen moet worden dat geitenhouders nu geld investeren in het uitbreiden, verplaatsen of nieuwbouwen van stallen, terwijl de kans bestaat dat later dit jaar, zodra het advies van de Gezondheidsraad binnen is, zal blijken dat ingrijpende maatregelen nodig zijn om de gezondheid van omwonenden te beschermen; verzoekt de regering een nationaal, uniform moratorium in te stellen met een verbod op uitbreiding, verplaatsing en nieuwbouw van geitenstallen, in ieder geval totdat het advies van de Gezondheidsraad binnen is, en gaat over tot de orde van de dag. Kostić",
|
|
"date": "2025-05-27",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 10,
|
|
"motion_id": 1264,
|
|
"score": 6.49854735304128,
|
|
"title": "Motie van de leden Kisteman en Rooderkerk over minder tijdsintensieve inspectiebezoeken",
|
|
"body_text": "31 293 Primair Onderwijs Nr. 792 MOTIE VAN DE LEDEN KISTEMAN EN ROODERKERK Voorgesteld 10 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er een tekort is aan inspecteurs bij de onderwijsinspectie; overwegende dat onderzoeken intensief zijn en de inspectie veel tijd kosten; overwegende dat leerkrachten aangeven stress te ervaren voorafgaand aan aangekondigde inspecties; overwegende dat aangekondigde inspecties zorgen voor extra werkdruk onder leraren, wat onwenselijk is in een tijd van tekorten; verzoekt de regering minder tijdsintensieve inspectiebezoeken te introduceren, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de onderzoeken; verzoekt de regering voorts de onderwijsinspectie meer onaangekondigde inspecties uit te laten voeren, zodat leerkrachten minder werkdruk ervaren en inspecties efficiënter worden, en gaat over tot de orde van de dag. Kisteman Rooderkerk",
|
|
"date": "2025-04-15",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 10,
|
|
"motion_id": 23994,
|
|
"score": 6.389778854743099,
|
|
"title": "Motie van het lid Ergin over uitspreken dat integratie geldt voor nieuwkomers en niet voor Nederlanders die al generaties lang in ons land wonen",
|
|
"body_text": "30 420 Emancipatiebeleid Nr. 403 MOTIE VAN HET LIID ERGIN Voorgesteld 21 mei 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, van mening dat de beleidsmatige term «integratie» negatieve effecten heeft op de sociale cohesie, omdat de term op een taalkundige wijze groepen Nederlanders buiten de samenleving plaatst; van mening dat het integratiebeleid eenzijdig is, omdat het primair gericht is op aanpassing van groepen Nederlanders en voorbijgaat aan wederzijdse acceptatie als voorwaarde voor volwaardige deelname aan de samenleving; constaterende dat uit talloze onderzoeken blijkt dat er in de arbeidsmarkt, zorg, onderwijs en op andere plekken in de samenleving aantoonbaar gebrek is aan acceptatie van groepen Nederlanders; constaterende dat de commissie-Blok al in 2004 constateerde dat de integratie «geheel of gedeeltelijk geslaagd» is en dat «een prestatie van formaat» noemde; spreekt uit dat integratie geldt voor nieuwkomers en niet voor Nederlanders die al generaties lang in ons land wonen, en gaat over tot de orde van de dag. Ergin",
|
|
"date": "2024-05-28",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 10,
|
|
"motion_id": 1241,
|
|
"score": 6.243856878001695,
|
|
"title": "Motie van het lid Dijk over ouders op verzoek binnen één maand hun persoonlijke dossier verstrekken",
|
|
"body_text": "31 066 Belastingdienst Nr. 1478 MOTIE VAN HET LID DIJK Voorgesteld 10 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat ouders het recht hebben om te weten waarom zij gedupeerd zijn geraakt in het toeslagenschandaal; overwegende dat er op dit moment geen enkel persoonlijk dossier meer wordt verstrekt; verzoekt de regering het besluit om geen persoonlijke dossiers meer te verstrekken ongedaan te maken en ouders uiterlijk binnen één maand hun persoonlijke dossiers te verstrekken wanneer zij hiertoe een verzoek doen, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk",
|
|
"date": "2025-04-15",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 10,
|
|
"motion_id": 2464,
|
|
"score": 5.98606811195505,
|
|
"title": "Motie van het lid Dijk over de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten in stand houden",
|
|
"body_text": "36 725 Voorjaarsnota 2025 Nr. 14 MOTIE VAN HET LID DIJK Voorgesteld 18 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er plannen liggen om de tegemoetkoming van € 220 voor arbeidsongeschikten af te schaffen; overwegende dat chronisch zieken en gehandicapten er door de voorgenomen wijze van het verlagen van het eigen risico er financieel op achteruitgaan; overwegende dat de externe inhuur in 2024 met 400 miljoen is toegenomen en dit meer is dan de kosten voor het behoud van deze tegemoetkoming; verzoekt het kabinet om de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten in stand te houden en dit te dekken door externe inhuur ten minste terug te brengen naar het niveau van 2023, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk",
|
|
"date": "2025-06-25",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 10,
|
|
"motion_id": 23683,
|
|
"score": 5.9275457226726145,
|
|
"title": "Gewijzigd amendement van het lid Vondeling ter vervanging van nr. 7 over het verlagen van de leeftijd voor een kindgesprek",
|
|
"body_text": "36 364 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek om de drempel te verlagen voor grootouders om tot omgang te kunnen verzoeken (Wet drempelverlaging omgang grootouders) Nr. 12 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VONDELING TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 7 Ontvangen 19 juni 2024 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: I In het opschrift wordt na «het Burgerlijk Wetboek» ingevoegd «en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering». II In de beweegredenen wordt na «het Burgerlijk Wetboek» ingevoegd «en artikel 809 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering». III Artikel I wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de tekst wordt de onderdeelsaanduiding «B» geplaatst en in de tekst wordt «In Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt aan artikel 377a, eerste lid,» vervangen door «Aan artikel 377a, eerste lid wordt». 2. Voor onderdeel B (nieuw) worden een aanhef en een onderdeel ingevoegd, luidende: Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 227, vijfde lid, wordt «twaalf jaren» vervangen door «acht jaren». IV Na artikel I wordt een artikel ingevoegd, luidende: ARTIKEL IA In artikel 809 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt «twaalf jaren» steeds vervangen door «acht jaren». Toelichting Indiener meent dat het uitgangspunt van deze wet juist het centraal stellen van het kind behoort te zijn en het daarbij van belang is dat de mening van het kind betrokken wordt. In ieder geval dat een kind in de gelegenheid wordt gesteld zijn of haar mening te uiten. Op dit moment zijn rechters wettelijk verplicht om kinderen van twaalf jaar uit te nodigen voor een zogenaamd kindgesprek. Tijdens dit vertrouwelijke gesprek tussen de rechter en het kind kan het kind zijn of haar mening geven over bijvoorbeeld een omgangsregeling. Een kind is niet verplicht om hierop in te gaan. De keuze is aan het kind. Het staat rechters vrij om ook kinderen jonger dan twaalf jaar uit te nodigen. In de praktijk gebeurt dit al en nodigen sommige rechtbanken kinderen uit van acht jaar en ouder. Indiener vindt het belangrijk dat kinderen vanaf acht jaar worden uitgenodigd voor een gesprek. Zij kunnen dan zelf aangeven waar zij zich het prettigst en het veiligst bij voelen. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het ook goed is voor het gevoel van zelfcontrole en daarnaast zijn kinderen vanaf acht jaar ook daadwerkelijk in staat om hun mening te verkondigen. Daarom stelt indiener middels dit amendement voor om de wettelijke leeftijdsgrens waarop een rechter een kind uitnodigt voor een zogenaamd kindgesprek te verlagen van twaalf naar acht jaar. Vondeling",
|
|
"date": "2024-06-25",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 10,
|
|
"motion_id": 23544,
|
|
"score": -5.968110192034864,
|
|
"title": "Motie van de leden Michon-Derkzen en Eerdmans over het bewustzijn van de mogelijkheden uit de Tijdelijke Wet Bestuurlijke Maatregelen Terrorismebestrijding (TWBMT) nadrukkelijk bij organisaties betrokken bij radicalisering- en terrorismebestrijding onder de aandacht brengen",
|
|
"body_text": "29 754 Terrorismebestrijding Nr. 725 MOTIE VAN DE LEDEN MICHON-DERKZEN EN EERDMANS Voorgesteld 27 juni 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de NCTV aangeeft dat vanaf 2025 veroordeelde terroristen vrijkomen die een risico kunnen vormen voor de veiligheid van Nederland; overwegende dat uit cijfers blijkt dat de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (Twbmt) de laatste jaren beperkt is gebruikt en dat het bewustzijn van de mogelijkheden om deze maatregelen in te zetten daarmee mogelijk van het netvlies verdwijnt; van mening dat het van groot belang is om na detentie zicht te houden op veroordeelde terroristen en dat inzet van deze Twbmt, zoals een meldplicht, daar een belangrijke bijdrage aan kan leveren als er risico is voor de nationale veiligheid; verzoekt het kabinet het bewustzijn van de mogelijkheden uit de Twbmt nadrukkelijk bij organisaties betrokken bij radicalisering- en terrorismebestrijding onder de aandacht te brengen, zodat deze wet optimaal wordt benut, en gaat over tot de orde van de dag. Michon-Derkzen Eerdmans",
|
|
"date": "2024-06-27",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 10,
|
|
"motion_id": 23585,
|
|
"score": -5.984521929121661,
|
|
"title": "Motie van het lid Ellian over het beloningsgeld voor tips ten aanzien van personen op de Nationale Opsporingslijst substantieel verhogen",
|
|
"body_text": "36 560 VI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2023 Nr. 16 MOTIE VAN HET LID ELLIAN Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg 20 juni 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat ondanks diverse nieuwe uitleverings- en rechtshulpverdragen grote criminelen, zoals «Bolle» Jos Leijdekkers, voortvluchtig blijven; constaterende dat tussen de Nationale Opsporingslijst en de most wanted list van Europol verschillen kunnen bestaan; overwegende dat hoog beloningsgeld het aanzienlijk moeilijker zal maken voor criminelen die in het buitenland op de vlucht zijn en uitlevering ontlopen; verzoekt de regering het beloningsgeld voor tips ten aanzien van personen op de Nationale Opsporingslijst substantieel te verhogen en te bewerkstelligen dat er geen verschillen bestaan tussen de Nationale Opsporingslijst en de most wanted list van Europol, en gaat over tot de orde van de dag. Ellian",
|
|
"date": "2024-06-25",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 10,
|
|
"motion_id": 23308,
|
|
"score": -6.0006246882878616,
|
|
"title": "Motie van de leden Pierik en Van der Plas over soortgelijke stappen nemen als Frankrijk omtrent het braak laten liggen van landbouwgrond",
|
|
"body_text": "21 501-32 Landbouw- en Visserijraad Nr. 1614 MOTIE VAN DE LEDEN PIERIK EN VAN DER PLAS Voorgesteld 30 januari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er recentelijk in meerdere Europese lidstaten boerenprotesten hebben plaatsgevonden; constaterende dat veel van de zorgen van boeren voortkomen uit besluitvorming in Brussel; constaterende dat de Franse regering heeft toegezegd zich op Europees niveau in te zetten op versoepeling van de regelgeving omtrent het braak laten liggen van landbouwgrond voor natuurherstel; constaterende dat uit een rapport van Wageningen Economic Research blijkt dat mede door Europese besluitvorming de verwachte inkomstenverliezen in de melkveehouderij uitkomen tussen de 18% en 201% en in de akkerbouw tussen de 10% en 63%; overwegende dat er nu op Europees niveau een momentum is ontstaan; verzoekt de regering om soortgelijke stappen als in Frankrijk te zetten op Europees niveau, en gaat over tot de orde van de dag. Pierik Van der Plas",
|
|
"date": "2024-02-06",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 10,
|
|
"motion_id": 10003,
|
|
"score": -6.17643392450388,
|
|
"title": "Motie van de leden Daniëlle Jansen en Krul over gehoor geven aan de oproep van de EU Gezondheidsraad om auto's met kinderen rookvrij te maken",
|
|
"body_text": "36 594 Burgerinitiatief «Nicotinee' Nr. 3 MOTIE VAN DE LEDEN DANIËLLE JANSEN EN KRUL Voorgesteld 12 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat roken in een auto zorgt voor minstens een hoeveelheid tabaksrook als in een rokerig café van vroeger; constaterende dat dit extra zorgwekkend is omdat dit betekent dat minderjarigen in de auto worden blootgesteld aan een bijzonder schadelijke hoeveelheid rook; constaterende dat baby's en kinderen extra gevoelig zijn voor de blootstelling aan tweedehands rook omdat hun immuunsysteem nog niet volledig is ontwikkeld en hun ademhalingsfrequentie hoger is; constaterende dat hierdoor een groter risico ontstaat op luchtweginfectie, astma, kanker en wiegendood; constaterende dat in 2020 al 91% van de Nederlanders vond dat auto's waarin kinderen zitten geheel rookvrij zouden moeten worden; constaterende dat in 2021 al twaalf landen binnen de Europese Unie een rookverbod in auto's hadden ingevoerd wanneer kinderen aanwezig zijn; verzoekt de regering gehoor te geven aan de oproep van de EU Gezondheidsraad om auto's met kinderen rookvrij te maken, en gaat over tot de orde van de dag. Daniëlle Jansen Krul",
|
|
"date": "2024-12-17",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
},
|
|
{
|
|
"component": 10,
|
|
"motion_id": 23785,
|
|
"score": -6.271206431848709,
|
|
"title": "Motie van het lid De Kort over het verkennen van een aangifteplicht voor scholen bij ernstige veiligheidsincidenten",
|
|
"body_text": "36 560 VIII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2023 Nr. 10 MOTIE VAN HET LID DE KORT Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 10 juni 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende uit het jaarverslag van de inspectie dat er een totaal van 2.933 veiligheidsmeldingen is gemaakt; constaterende dat het aantal signalen van fysieke en sociale onveiligheid in het onderwijs in de afgelopen twee jaar verdrievoudigd is; constaterende dat scholen niet altijd aangifte doen na incidenten, bijvoorbeeld omdat dit te veel tijd zou kosten; overwegende dat bij ernstige veiligheidsincidenten betrokkenheid van de politie en justitie wenselijk is; van mening dat aangifte bij veiligheidsincidenten vrijwel altijd wenselijk is, maar dat uitzonderingen mogelijk moeten zijn waarbij het niet in het belang van de leerling is om aangifte te doen; verzoekt de regering een aangifteplicht voor scholen bij ernstige veiligheidsincidenten te verkennen en de Kamer in het najaar hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De Kort",
|
|
"date": "2024-06-18",
|
|
"policy_area": "Algemeen"
|
|
}
|
|
]
|
|
} |