diff --git a/thoughts/explorer/top_svd_top_motions.json b/thoughts/explorer/top_svd_top_motions.json index 6391053..1659c84 100644 --- a/thoughts/explorer/top_svd_top_motions.json +++ b/thoughts/explorer/top_svd_top_motions.json @@ -3,902 +3,902 @@ "rows": [ { "component": 1, - "motion_id": 123, - "score": 3.5255858524092862, - "title": "Motie van het lid Baudet over een onderzoek naar aanwijzingen dat Rusland de intentie zou hebben om NAVO-landen of andere Europese landen aan te vallen", - "body_text": "28 676 NAVO Nr. 547 MOTIE VAN HET LID BAUDET Voorgesteld 17 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet het NAVO-beleid onderbouwt met de aanname dat Rusland, na Oekraïne, ook andere Europese landen zou willen aanvallen; overwegende dat deze bewering tot dusver niet onafhankelijk is onderbouwd en een directe rechtvaardiging vormt voor miljardenuitgaven en militaire escalatie; verzoekt de regering een onafhankelijk onderzoek te laten verrichten naar het bestaan van concrete aanwijzingen dat Rusland de intentie zou hebben om NAVO-landen of andere Europese landen, waaronder Nederland, militair aan te vallen, en de Kamer hierover te informeren voor het einde van 2025, en gaat over tot de orde van de dag. Baudet", - "date": "2025-06-19", + "motion_id": 10413, + "score": 9.641709538517576, + "title": "Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over de maximale juridische ruimte opzoeken om binnenlands te kunnen oefenen met drones", + "body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 58 MOTIE VAN HET LID DIEDERIK VAN DIJK C.S. Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat drones voor gevechtsdoeleinden en surveillance-, informatie- en inlichtingenoperaties steeds belangrijker worden, en dat ook Nederland deze capaciteiten heeft en ontwikkelt; overwegende dat de operationele eenheden te weinig oefenmogelijkheden hebben, mede als gevolg van knellende ruimtelijke aspecten, maar ook wegens strenge (privacy)wetgeving; verzoekt de regering een analyse over de knelpunten voor het oefenen met drones te maken en de Kamer toe te zenden; verzoekt de regering tevens de maximale juridische ruimte op te zoeken om binnenlands te kunnen testen in samenwerking met civiele partners, om op te kunnen leiden en om te kunnen oefenen met drones en daarover eveneens te rapporteren aan de Kamer, en gaat over tot de orde van de dag. Diederik van Dijk Olger van Dijk Boswijk Van der Wal", + "date": "2024-12-05", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 1, - "motion_id": 625, - "score": 3.5255858524092796, - "title": "Motie van het lid Van Houwelingen over uitspreken dat er geen verband is tussen klimaatverandering en gezondheidsproblemen", - "body_text": "28 828 Fraudebestrijding in de zorg Nr. 156 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN Voorgesteld 21 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, spreekt uit dat er geen verband is tussen klimaatverandering en gezondheidsproblemen, en gaat over tot de orde van de dag. Van Houwelingen", - "date": "2025-05-27", + "motion_id": 10032, + "score": 9.632732366465026, + "title": "Voorstel van wet van de leden Diederik van Dijk, Van der Wal, Boswijk, Dassen, Olger van Dijk, Paternotte, Eerdmans en Ceder houdende vaststelling van regels ten behoeve van de verdediging en de bescherming van de belangen van het Koninkrijk en de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde alsmede het voldoen aan (financiële) afspraken binnen de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en andere bondgenootschappen (Wet financiële defensieverplichtingen)", + "body_text": "36 353 (R2185) Voorstel van rijkswet van de leden Stoffer, Valstar, Boswijk en Dassen houdende vaststelling van regels inzake het voldoen aan verplichtingen voor de defensie van het Koninkrijk alsmede (financiële) afspraken binnen de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en andere bondgenootschappen (Rijkswet financiële defensieverplichtingen) Nr. 1 GELEIDENDE BRIEF Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 2 mei 2023 Hierbij doen wij u overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.21 van het Reglement van Orde een voorstel van rijkswet toekomen houdende vaststelling van regels inzake het voldoen aan verplichtingen voor de defensie van het Koninkrijk alsmede (financiële) afspraken binnen de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en andere bondgenootschappen (Rijkswet financiële defensieverplichtingen). De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust. Stoffer Valstar Boswijk Dassen", + "date": "2024-12-17", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 1, - "motion_id": 626, - "score": 3.5255858524092796, - "title": "Motie van het lid Van Houwelingen over artsen die aangeven dat er geen verband is tussen klimaatverandering en gezondheidsproblemen niet daarop laten aanspreken", - "body_text": "28 828 Fraudebestrijding in de zorg Nr. 154 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN Voorgesteld 21 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het veronderstelde verband tussen klimaatverandering en gezondheidsproblemen op zijn minst omstreden is; constaterende dat, zoals de Minister tijdens haar eerste termijn nog volmondig heeft toegegeven, artsen die publiekelijk te kennen geven dat er geen verband is tussen klimaatverandering en gezondheidsproblemen, door de inspectie vervolgd kunnen worden omdat ze met dergelijke uitlatingen de artsencode zouden schenden; verzoekt de Minister er zorg voor te dragen dat artsen die publiekelijk te kennen geven dat er geen verband is tussen klimaatverandering en gezondheidsproblemen vanwege deze zienswijze op geen enkele wijze daarop aangesproken kunnen worden door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, en gaat over tot de orde van de dag. Van Houwelingen", - "date": "2025-05-27", + "motion_id": 9802, + "score": 9.632173506330618, + "title": "Motie van het lid Peter de Groot c.s. over bij gesprekken met de sector over afbouw van gaswinning op land ook kijken naar mogelijkheden voor batendeling bij verlenging van projecten", + "body_text": "32 849 Mijnbouw Nr. 264 MOTIE VAN HET LID PETER DE GROOT C.S. Voorgesteld 19 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat bij het verlengen van de oliewinning in Schoonebeek de regio gaat meeprofiteren; overwegende dat het meedelen met de opbrengst bij het verlengen van andere mijnbouwactiviteiten ook wenselijk is; verzoekt de regering om bij gesprekken met de sector over afbouw van gaswinning op land ook te kijken naar mogelijkheden voor batendeling bij verlenging van projecten, en gaat over tot de orde van de dag. Peter de Groot Postma Vermeer", + "date": "2024-12-20", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 1, - "motion_id": 795, - "score": 3.5255858524092796, - "title": "Motie van het lid Van Houwelingen over uitspreken dat Nederland de EU zo snel mogelijk moet verlaten", - "body_text": "21 501-30 Raad voor Concurrentievermogen Nr. 655 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN Voorgesteld 14 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, spreekt uit dat Nederland zo snel mogelijk de Europese Unie moet verlaten, en gaat over tot de orde van de dag. Van Houwelingen", - "date": "2025-05-20", + "motion_id": 9896, + "score": 9.632173506330618, + "title": "Motie van de leden Flach en Vedder over het jaarlijks informeren van de Kamer over de verwachte teeltknelpunten en het zo nodig instellen van een aparte werkgroep", + "body_text": "27 858 Gewasbeschermingsbeleid Nr. 690 MOTIE VAN DE LEDEN FLACH EN VEDDER Voorgesteld 19 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de inperking van de beschikbaarheid van gewasbeschermingsmiddelen gevolgen kan hebben voor de continuïteit van teelten als de vollegronds groenteteelt en de uienteelt; verzoekt de regering de Kamer jaarlijks te informeren over de verwachte teeltknelpunten in de vijf volgende jaren, en voor kwetsbare teelten, zo nodig, een aparte werkgroep in te stellen waarin, naast sectorvertegenwoordigers en teeltadviseurs, ook het ministerie, NVWA en Ctgb deelnemen, ten behoeve van onder meer advisering over vrijstellingen, de inzet van groene middelen en effectieve geïntegreerde gewasbescherming, en gaat over tot de orde van de dag. Flach Vedder", + "date": "2024-12-20", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 1, - "motion_id": 816, - "score": 3.5255858524092796, - "title": "Motie van het lid Baudet over stoppen met \"in de open lucht\" als uitgangspunt te nemen voor de te stellen kaders aan nachtvluchten", - "body_text": "29 665 Evaluatie Schipholbeleid Nr. 550 MOTIE VAN HET LID BAUDET Voorgesteld 24 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de veronderstelde geluidshinder rondom Schiphol wordt bepaald op grond van veronderstelde decibellen in de open lucht; overwegende dat het overgrote deel van de mensen 's nachts toch echt binnenshuis verblijft, en vrijwel iedereen in elk geval binnenshuis slaapt; overwegende dat veronderstelde nachtelijke geluidshinder dus evident betrekking zou moeten hebben op geluidshinder die mensen binnenshuis ervaren, en nadrukkelijk níét op eventuele geluidsaanwezigheid in de open lucht; overwegende dat deze evidente gevolgtrekking dan ook terecht wordt onderkend bij het bepalen van de veronderstelde geluidshinder van treinen, die immers wordt gebaseerd op verwachte trillingen en decibellen die binnenshuis worden ervaren; verzoekt de regering eenzelfde logica toe te passen voor de bepaling van nachtelijke geluidsoverlast rondom Schiphol en dus te stoppen met «in de open lucht» als uitgangspunt te nemen voor de te stellen kaders aan nachtvluchten, en in plaats daarvan de geluidshinder binnenshuis als uitgangspunt te nemen, en gaat over tot de orde van de dag. Baudet", - "date": "2025-05-20", + "motion_id": 9785, + "score": 9.632090230505227, + "title": "Motie van het lid Krul c.s. over een alternatieve invulling vinden voor de ‘ombuiging subsidie bij- en nascholing medisch specialisten’ binnen het domein van de begroting VWS", + "body_text": "29 282 Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector Nr. 591 MOTIE VAN HET LID KRUL C.S. Voorgesteld 19 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er in het kader van het terugdraaien van een deel van de bezuinigingen op onderwijs een «opgave medisch specialisten» ligt van 315 miljoen euro, verdeeld over «ombuiging subsidie bij- en nascholing medisch specialisten» (165 miljoen) en «bestuurlijke afspraken aanpakken uitwassen beloningen medisch specialisten in maatschappen» (150 miljoen); constaterende dat de aangenomen motie-Vijlbrief c.s. oproept om deze bezuiniging niet te richten op verpleegkundigen; overwegende dat de Minister van VWS bredere ruimte vraagt om tot een alternatieve invulling van deze bezuiniging te komen; verzoekt de regering een alternatieve invulling te vinden voor de «ombuiging subsidie bij- en nascholing medisch specialisten» van 165 miljoen euro binnen het domein van de begroting van VWS, en de Kamer hierover in januari te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Krul Paulusma Diederik van Dijk Bikker Eerdmans", + "date": "2024-12-20", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 1, - "motion_id": 148, - "score": -3.525585852409282, - "title": "Motie van de leden Ceder en Van Campen over een gezamenlijke Europese verklaring dat Iran onder geen beding een kernwapen mag ontwikkelen", - "body_text": "21 501-20 Europese Raad Nr. 2255 MOTIE VAN DE LEDEN CEDER EN VAN CAMPEN Voorgesteld 18 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het Internationaal Atoomenergieagentschap, IAEA, recent opnieuw zorgen heeft uitgesproken over het feit dat Iran zich niet houdt aan afspraken over nucleaire transparantie en inspectietoegang, en dat het land uranium verrijkt tot ver boven het civiel noodzakelijke niveau; overwegende dat het uitgangspunt van zowel Nederland als de Europese Unie is dat Iran nooit een kernwapen mag krijgen; constaterende dat de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC) een sleutelrol speelt in de regionale destabilisatie, maar een aantal landen zich nog terughoudend heeft opgesteld om de IRGC op de EU-terreurlijst te plaatsen; verzoekt de regering: • zich tijdens de aankomende Europese Raad in te zetten voor een gezamenlijke Europese verklaring waarin ondubbelzinnig wordt uitgesproken dat Iran onder geen beding een kernwapen mag en kan ontwikkelen en zich moet houden aan zijn verplichtingen onder het non-proliferatieregime; • zich ervoor in te blijven zetten dat de Europese Unie de IRGC nu echt toevoegt aan de EU-lijst van terroristische organisaties, en gaat over tot de orde van de dag. Ceder Van Campen", - "date": "2025-06-19", + "motion_id": 10379, + "score": -9.641792814342951, + "title": "Motie van het lid Nordkamp over inzicht bieden in de verdeling van investeringen, risico's en opbrengsten tussen overheid en de defensiemarkt en in de ontwikkeling van de winsten in de defensiemarkt", + "body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 39 MOTIE VAN HET LID NORDKAMP Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de publieke investeringen in de defensiesector de afgelopen jaren significant zijn gestegen en zullen blijven stijgen; constaterende dat Europese defensiebedrijven recordwinsten rapporteren; overwegende dat we ervoor moeten waken dat private winsten onevenredig worden gesubsidieerd door de belastingbetaler; verzoekt de regering om inzicht te bieden in de wijze waarop investeringen, risico's en opbrengsten zijn verdeeld tussen overheid en de defensiemarkt; verzoekt de regering om inzicht te geven in de hoogte en ontwikkeling van de gemaakte winsten in de defensiemarkt en de mate waarin deze gelden worden geherinvesteerd in de defensiemarkt, en de Kamer hierover te informeren in het voorjaar van 2025, en gaat over tot de orde van de dag. Nordkamp", + "date": "2024-12-05", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 1, - "motion_id": 25558, - "score": -3.5255858524092796, - "title": "Motie van de leden Wingelaar en Gabriëls over bezien of bodemregelgeving aangescherpt moet worden ten aanzien van het gebruik van Beaumix", - "body_text": "30 175 Luchtkwaliteit Nr. 466 MOTIE VAN DE LEDEN WINGELAAR EN GABRIËLS Voorgesteld 26 september 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er grote onrust is in Zuid-Limburg over het gebruik van Beaumix bij de verbreding van de A2; overwegende dat in Katwijk de toepassing van Beaumix heeft geleid tot problemen met vervuild drainagewater; overwegende dat onder provinciale wegen in Limburg Beaumix niet is toegestaan; overwegende dat onder de huidige bodemregelgeving Beaumix wel is toegestaan; verzoekt de regering te bezien of bodemregelgeving aangescherpt moet worden ten aanzien van het gebruik van Beaumix, en gaat over tot de orde van de dag. Wingelaar Gabriëls", - "date": "2024-10-01", + "motion_id": 10374, + "score": -9.641792814342951, + "title": "Motie van het lid Dobbe over de Tweede Kamer binnen drie maanden informeren over kernwapens in Nederland", + "body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 53 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er op vliegbasis Volkel Amerikaanse B61–12-kernwapens liggen; constaterende dat het van belang is dat de Tweede Kamer zeggenschap heeft over kernwapens op Nederlandse bodem omdat het de veiligheid van Nederland raakt; v erzoekt de regering de Tweede Kamer binnen drie maanden te informeren over kernwapens in Nederland en specifiek in te gaan op het aantal, de soorten kernwapens, de locatie, of en hoe militair personeel getraind wordt om te gaan met kernwapens, en welke afspraken zijn gemaakt met andere landen en de NAVO, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe", + "date": "2024-12-05", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 1, - "motion_id": 25549, - "score": -3.5255858524092796, - "title": "Motie van de leden Mutluer en Six Dijkstra over een onderzoek naar de mogelijkheid van een check op gegevens die aanvragers van hypothecaire leningen verstrekken", - "body_text": "29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit Nr. 446 MOTIE VAN DE LEDEN MUTLUER EN SIX DIJKSTRA Voorgesteld 26 september 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat bij het aanvragen van een hypothecaire lening door het gebruikmaken van vervalste gegevens over onder andere het inkomen, vervalste jaarstukken of werkgeversverklaringen, hypotheekverstrekkers opgelicht worden; overwegende dat door deze hypotheekfraude woningen in handen van criminelen vallen die daarmee geld witwassen, hun verkregen vastgoed op malafide wijze exploiteren en woningen aan de reguliere huizenmarkt onttrekken; van mening dat hypotheekverstrekkers over te weinig mogelijkheden beschikken om de juistheid van aan hen verstrekte gegevens te controleren; verzoekt de regering om in overleg met de Belastingdienst en de hypotheekverstrekkers te gaan onderzoeken of en hoe er een check kan worden gedaan op gegevens die aanvragers van hypothecaire leningen verstrekken en daarbij ook het belang van de bescherming van de privacy, de werklast en de financiering van de Belastingdienst te betrekken, en gaat over tot de orde van de dag. Mutluer Six Dijkstra", - "date": "2024-10-01", + "motion_id": 10470, + "score": -9.641709538517576, + "title": "Motie van het lid Dobbe over een ondersteuningsteam instellen om binnen twee jaar minstens 100 zorgbuurthuizen op te richten", + "body_text": "29 389 Vergrijzing en het integrale ouderenbeleid Nr. 133 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 27 november 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er een grote behoefte is aan kleinschalige woonzorgvormen voor ouderen, ook als zij nog geen indicatie hebben voor een verpleeghuis; overwegende dat het zorgbuurthuis een bewezen concept is, waar veel enthousiasme voor is; verzoekt de regering om een ondersteuningsteam in te stellen dat ervoor moet zorgen dat er binnen twee jaar minstens 100 zorgbuurthuizen worden opgericht, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe", + "date": "2024-12-03", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 1, - "motion_id": 25548, - "score": -3.5255858524092796, - "title": "Motie van de leden Mutluer en Michon-Derkzen over met kracht inzetten op een Europees verbod op zwaar vuurwerk", - "body_text": "29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit Nr. 445 MOTIE VAN DE LEDEN MUTLUER EN MICHON-DERKZEN Voorgesteld 26 september 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat bij het plegen van aanslagen met explosieven vooral flitspoeder uit zwaar vuurwerk zoals cobra's wordt gebruikt; overwegende dat inzet van dit soort zwaar vuurwerk via illegale vuurwerkhandel in handen komt van criminelen; overwegende dat de regering in het regeerprogramma heeft gesteld zich in te gaan zetten «op een EU-brede aanpak tegen de illegale handel» van F4-vuurwerk; van mening dat om deze illegale handel effectief te kunnen beëindigen er een Europees verbod op zwaar vuurwerk nodig is; verzoekt de regering met kracht in te zetten op een Europees verbod op zwaar vuurwerk zoals cobra's, en de Kamer voor het einde van dit kalenderjaar op de hoogte te stellen van de inspanningen die gedaan zijn om een dergelijk verbod te bewerkstelligen, en gaat over tot de orde van de dag. Mutluer Michon-Derkzen", - "date": "2024-10-01", + "motion_id": 10375, + "score": -9.641709538517576, + "title": "Motie van het lid Dobbe over het leveren en het gebruik van antipersoneelslandmijnen veroordelen", + "body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 52 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland het Anti-personeel landmijnenverdrag heeft ondertekend en geratificeerd; spreekt uit het leveren en gebruik van anti-personeelslandmijnen te veroordelen; verzoekt de regering het leveren en gebruik van anti-personeelslandmijnen te veroordelen, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe", + "date": "2024-12-05", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 1, - "motion_id": 25456, - "score": -3.5255858524092796, - "title": "Motie van het lid Dobbe over zich inspannen en pleiten voor het instellen van een VN-wapenembargo voor heel Soedan", - "body_text": "21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken Nr. 2941 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 10 oktober 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de oorlog in Sudan voortduurt en wordt uitgevochten met wapens die uit de hele wereld komen; overwegende dat de Tweede Kamer per motie wapenhandel naar Sudan aan banden heeft proberen te leggen, maar hier vooralsnog onvoldoende grip op heeft weten te krijgen; constaterende dat een VN-wapenembargo alleen van kracht is voor de Sudanese regio Darfur; verzoekt de regering zich in te spannen en te pleiten voor het instellen van een VN-wapenembargo voor heel Sudan, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe", - "date": "2024-10-10", + "motion_id": 10373, + "score": -9.641709538517576, + "title": "Motie van het lid Van Baarle over het militaire verdrag met Israël opzeggen", + "body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 55 MOTIE VAN HET LID VAN BAARLE Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er een arrestatiebevel tegen Netanyahu is uitgevaardigd en dat de bewijzen voor Israëlische oorlogsmisdaden gepleegd in Gaza zich opstapelen; van mening dat Israël een misdadige apartheidsstaat is; verzoekt de regering om het militaire verdrag met Israël op te zeggen, en gaat over tot de orde van de dag. Van Baarle", + "date": "2024-12-05", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 2, - "motion_id": 210, - "score": 3.6440759536665763, - "title": "Motie van de leden Diederik van Dijk en Van Campen over ervoor pleiten om organisaties die banden hebben met terroristische organisaties in het Midden-Oosten op de Europese sanctielijst te plaatsen", - "body_text": "36 715 Staat van de Europese Unie 2025 Nr. 24 MOTIE VAN DE LEDEN DIEDERIK VAN DIJK EN VAN CAMPEN Voorgesteld 12 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Hamas op de Europese terreurlijst staat en landen als Duitsland en Oostenrijk inmiddels aan Hamas gelieerde organisaties, zoals Samidoun, hebben verboden; constaterende dat organisaties die steun verlenen aan of sympathie tonen voor Hamas nog steeds actief zijn in Nederland; constaterende dat een terreurverdachte gelinkt aan een Nederlandse «hulp\"organisatie wordt verdacht van het beramen van een terroristische aanslag op Joodse instellingen; verzoekt de regering zich in Europees verband in te spannen om organisaties die banden hebben met terroristische organisaties in het Midden-Oosten op de Europese sanctielijst te plaatsen, en de Kamer over de uitkomsten te informeren; verzoekt de regering tevens om in navolging van de VS in Europees verband te pleiten voor het blokkeren van de geldstromen en het opleggen van sancties aan organisaties die zich voordoen als humanitair hulpverlener, maar in werkelijkheid geld doorsluizen naar terreurorganisaties zoals Hamas, en gaat over tot de orde van de dag. Diederik van Dijk Van Campen", - "date": "2025-06-17", + "motion_id": 628, + "score": 9.668283211872776, + "title": "Motie van het lid Van Houwelingen over stoppen met het vervolgen van artsen die tijdens de coronaperiode offlabel hydroxychloroquine of ivermectine hebben voorgeschreven", + "body_text": "28 828 Fraudebestrijding in de zorg Nr. 152 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN Voorgesteld 21 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat artsen vandaag de dag nog steeds worden vervolgd voor het offlabel voorschrijven van hydroxychloroquine en/of ivermectine tijdens de coronaperiode; constaterende dat de inspectie deze artsen vervolgt in naam van de Minister; verzoekt de Minister de inspectie de opdracht te geven te stoppen met het vervolgen van artsen die tijdens de coronaperiode offlabel hydroxychloroquine en/of ivermectine hebben voorgeschreven, en gaat over tot de orde van de dag. Van Houwelingen", + "date": "2025-05-27", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 2, - "motion_id": 226, - "score": 3.6440759536665763, - "title": "Motie van het lid Van Eijk over de aanpak van fraude met toeslagen intensiveren", - "body_text": "36 708 Toeslagen Nr. 24 MOTIE VAN HET LID VAN EIJK Voorgesteld 12 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat effectieve fraudebestrijding essentieel is om draagvlak voor het toeslagenstelsel te behouden; overwegende dat fraudebestrijding en rechtvaardige uitvoering van wet- en regelgeving hand in hand moeten gaan; overwegende dat intensief toezicht, mits zorgvuldig en proportioneel toegepast, een effectief instrument is in het tegengaan van fraude; verzoekt de regering: – de aanpak van fraude met toeslagen te intensiveren, gericht op georganiseerde en stelselmatige vormen van misbruik; – het intensieve toezicht volledig en gericht zo spoedig mogelijk op ten starten, met waarborgen voor rechtsbescherming en menselijke maat; – de Kamer voor het einde van 2025 te informeren over de voortgang, en gaat over tot de orde van de dag. Van Eijk", - "date": "2025-06-17", + "motion_id": 771, + "score": 9.668283211872776, + "title": "Motie van de leden Ram en Wilders over in de Raad ervoor pleiten dat er geen enkele euro aan Jordanië wordt gegeven of geleend", + "body_text": "21 501-04 Ontwikkelingsraad Nr. 285 MOTIE VAN DE LEDEN RAM EN WILDERS Voorgesteld 15 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering om in de Raad ervoor te pleiten dat er geen enkele euro aan Jordanië wordt gegeven of geleend, en gaat over tot de orde van de dag. Ram Wilders", + "date": "2025-05-20", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 2, - "motion_id": 310, - "score": 3.6440759536665763, - "title": "Wijziging van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2025 (Incidentele suppletoire begroting inzake ViA15)", - "body_text": "2025D26159 LIJST VAN VRAGEN De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend onderzoek van het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2025 (Incidentele suppletoire begroting inzake ViA15 ) (Kamerstuk 36 757 ), heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen. De voorzitter van de commissie, P. de Groot De griffier van de commissie, Schukkink Nr Vraag 1. Wat zijn de consequenties van het verhogen van het ViA15-budget, zoals voorgesteld in de Voorjaarsnota en de eerste suppletoire begroting, voor andere infrastructurele projecten en de budgetten die hiervoor benodigd zijn? 2. Ervan uitgaande dat het project op tijd gestart kan worden en dus in de eerste week van juli de verplichting kan worden aangegaan, hoe ziet de verdere planning met mijlpalen eruit? 3. Welke afstemming is er met de betrokken partijen in de regio over de aanpak en planning van het ViA15-project? 4. Op welke wijze is geprobeerd het toegenomen projectbudget te beperken en welke scenario’s zijn hierbij afgewogen? 5. Op welke wijze hangt de uitvoering van het ViA15-project samen met het herstel van de viaducten van het Velperbroekcircuit?", - "date": "2025-06-12", + "motion_id": 775, + "score": 9.668283211872776, + "title": "Motie van het lid Pool over additionele middelen niet besteden aan projecten in Hawija, maar aan zorg en waardering voor veteranen", + "body_text": "27 925 Bestrijding internationaal terrorisme Nr. 1008 MOTIE VAN HET LID POOL Voorgesteld 15 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Defensie kijkt of het mogelijk is om additionele middelen ter beschikking te stellen voor projecten in Hawija; van mening dat deze tijd, energie en middelen beter besteed zijn aan het borgen van zorg en waardering voor onze veteranen; verzoekt de regering geen additionele middelen vrij te maken voor projecten in Hawija, maar deze gelden te besteden aan de zorg en waardering voor de veteranen van de oorlog tegen ISIS, en gaat over tot de orde van de dag. Pool", + "date": "2025-05-20", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 2, - "motion_id": 473, - "score": 3.6440759536665763, - "title": "Motie van het lid Eerdmans c.s. over de schade van de UvA-rellen alsnog verhalen op veertien demonstranten", - "body_text": "29 628 Politie Nr. 1270 MOTIE VAN HET LID EERDMANS C.S. Voorgesteld 28 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat bij de UvA-rellen in mei 2024 panden werden bezet en er voor ruim 4 miljoen euro aan schade werd aangericht; constaterende dat de UvA heeft besloten om de schade op veertien demonstranten niet te verhalen, omdat dit volgens de UvA «juridisch waarschijnlijk onhaalbaar» is; overwegende dat de hele samenleving nu (deels) opdraait voor de kosten en dit totaal onrechtvaardig is; verzoekt het kabinet alles op alles te zetten om de schade alsnog te verhalen op deze veertien vandalen, en gaat over tot de orde van de dag. Eerdmans Boswijk Diederik van Dijk Michon-Derkzen Six Dijkstra", - "date": "2025-06-03", + "motion_id": 299, + "score": 9.64989342308493, + "title": "Motie van het lid Vondeling over niet instemmen met de verlenging van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne", + "body_text": "32 317 JBZ-Raad Nr. 954 MOTIE VAN HET LID VONDELING Voorgesteld 11 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering niet in te stemmen met verlenging van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne, en gaat over tot de orde van de dag. Vondeling", + "date": "2025-06-12", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 2, - "motion_id": 474, - "score": 3.6440759536665763, - "title": "Motie van het lid Eerdmans over boetes incasseren zodra activisten de snelweg betreden", - "body_text": "29 628 Politie Nr. 1269 MOTIE VAN HET LID EERDMANS Voorgesteld 28 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat iedereen die zonder noodzaak op de snelweg wandelt een boete riskeert van € 395; constaterende dat activisten de snelweg betreden elke keer voordat ze die blokkeren; verzoekt het kabinet te bevorderen dat het OM en de politie boetes incasseren bij (XR-)activisten zodra zij onze snelwegen betreden, en gaat over tot de orde van de dag. Eerdmans", - "date": "2025-06-03", + "motion_id": 166, + "score": 9.649412940490684, + "title": "Motie van het lid Van Houwelingen over artikel 78 van het Werkingsverdrag schrappen", + "body_text": "36 715 Staat van de Europese Unie 2025 Nr. 21 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN Voorgesteld 12 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering een voorstel te doen aan de Europese Raad van regeringsleiders voor het schrappen van artikel 78 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en gaat over tot de orde van de dag. Van Houwelingen", + "date": "2025-06-17", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 2, - "motion_id": 118, - "score": -3.64407595366658, - "title": "Motie van het lid Dassen over de schending van het non-proliferatieverdrag door Iran veroordelen", - "body_text": "21 501-20 Europese Raad Nr. 2252 MOTIE VAN HET LID DASSEN Voorgesteld 18 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het Internationaal Atoomenergieagentschap, IAEA, tot dẹ zorgelijke conclusie is gekomen dat Iran zich niet houdt aan de afspraken onder het non-proliferatieverdrag; constaterende dat Israël echter geen bewijs heeft geleverd van een imminente nucleaire dreiging vanuit Iran, waarmee de Israëlische aanval op Iran een flagrante schending is van het internationaal recht; overwegende dat de Israëlische aanval op Iran verdere escalatie van de spanningen in het Midden-Oosten tot gevolg zal hebben, met grote gevolgen voor de veiligheid van zowel de Israëlische bevolking als de Iraanse bevolking als wel de rest van de wereld; verzoekt de regering de schending van het non-proliferatieverdrag door Iran te veroordelen; verzoekt de regering de Israëlische aanval op Iran te veroordelen; verzoekt de regering zowel in bilateraal als in Europees verband de druk op beide landen te maximaliseren om tot de-escalatie te komen, en gaat over tot de orde van de dag. Dassen", - "date": "2025-06-19", + "motion_id": 845, + "score": -9.668283211872776, + "title": "Motie van de leden Ceder en Bruyning over specifiek beleid voor digibeten en mensen met beperkte digitale toegang", + "body_text": "36 639 Wijziging van diverse wetten in verband met het invoeren van het burgerservicenummer en de voorzieningen van de digitale overheid in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet invoering BSN en voorzieningen digitale overheid BES) Nr. 13 MOTIE VAN DE LEDEN CEDER EN BRUYNING Voorgesteld 15 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet voornemens is het burgerservicenummer (bsn) breed in te voeren in Caribisch Nederland als middel tot efficiëntere overheidsdienstverlening; overwegende dat het van belang is dat alle bewoners, ongeacht digitale vaardigheid of sociaaleconomische positie, toegang houden tot publieke diensten en hun recht op overheidsvoorzieningen kunnen realiseren en dat het uitsluiten van digibeten of mensen die digitaal op afstand staan, de rechtsgelijkheid en het vertrouwen in de overheid kan schaden; verzoekt de regering: • bij de invoering van het bsn in Caribisch Nederland specifiek beleid te ontwikkelen dat inzet op begeleiding en ondersteuning van digibeten en mensen met beperkte digitale toegang; • hierbij de implementatie van fysieke loketten, hulptrajecten, lokale voorlichting in begrijpelijke taal en samenwerking met maatschappelijke organisaties ter plaatse mee te nemen; • de Kamer uiterlijk begin 2026 te informeren over de voorgenomen aanpak en wijze van implementatie, en gaat over tot de orde van de dag. Ceder Bruyning", + "date": "2025-05-20", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 2, - "motion_id": 116, - "score": -3.64407595366658, - "title": "Motie van de leden Van Baarle en Teunissen over de Israëlische aanval op Iran veroordelen als een schending van het internationaal recht", - "body_text": "21 501-20 Europese Raad Nr. 2261 MOTIE VAN DE LEDEN VAN BAARLE EN TEUNISSEN Voorgesteld 18 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat zonder aantoonbare aanleiding Israël een grootschalige aanval heeft uitgevoerd op Iran, met vele burgerdoden als gevolg; verzoekt de regering om de Israëlische aanval op Iran te veroordelen als een schending van het internationaal recht, en gaat over tot de orde van de dag. Van Baarle Teunissen", - "date": "2025-06-19", + "motion_id": 836, + "score": -9.668283211872776, + "title": "Motie van de leden Olger van Dijk en Ceder over een project voor jongeren met medische en/of psychische klachten die mogelijk verband houden met het bombardement", + "body_text": "27 925 Bestrijding internationaal terrorisme Nr. 1000 MOTIE VAN DE LEDEN OLGER VAN DIJK EN CEDER Voorgesteld 15 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de organisatie PAX in 2024 in haar Hawija-onderzoek geconcludeerd heeft dat 125 jongeren die ten tijde van het bombardement tot 12 jaar oud waren nog altijd ernstige medische en/of psychologische klachten ervaren; constaterende dat deze groep jongeren nooit adequate medische en/of psychologische hulp heeft ontvangen; overwegende dat individueel slachtofferschap en causaliteit moeilijk door de Nederlands overheid valt vast te stellen; verzoekt de regering te onderzoeken of en hoe er in het kader van projecten voor de gemeenschap in Hawija ook een project vormgegeven kan worden voor jongeren met medische en/of psychische klachten die mogelijk verband houden met het bombardement, en gaat over tot de orde van de dag. Olger van Dijk Ceder", + "date": "2025-05-20", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 2, - "motion_id": 27316, - "score": -3.6440759536665763, - "title": "Motie van het lid Van Baarle over een internationaal pakket aan concrete maatregelen en sancties bepleiten voor het geval dat Israël nog meer Palestijns land illegaal annexeert", - "body_text": "21 501-20 Europese Raad Nr. 1989 MOTIE VAN HET LID VAN BAARLE Voorgesteld 12 december 2023 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering een internationaal pakket aan concrete maatregelen en sancties te bepleiten voor het geval dat Israël nog meer Palestijns land illegaal annexeert, en gaat over tot de orde van de dag. Van Baarle", - "date": "2023-12-13", + "motion_id": 834, + "score": -9.668283211872776, + "title": "Motie van het lid Boswijk c.s. over beter gebruikmaken van het rijksprogramma Dialoog & Ethiek en het programma Defensie Open op Orde", + "body_text": "27 925 Bestrijding internationaal terrorisme Nr. 1001 MOTIE VAN HET LID BOSWIJK C.S. Voorgesteld 15 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat binnen Defensie er herhaaldelijk sprake is geweest van een gebrek aan transparantie; constaterende dat een krijgsmacht die goed ingebed is in de samenleving en in een democratische rechtsstaat gebaat is bij voldoende bij transparantie en accountability; constaterende dat binnen Defensie het programma Defensie Open op Orde en rijksbreed het programma Dialoog & Ethiek bestaan die kunnen bijdragen aan de benodigde cultuurverandering; verzoekt het kabinet te onderzoeken of er beter gebruik kan worden gemaakt van het rijksprogramma Dialoog & Ethiek, en het programma Defensie Open op Orde te versterken in de krijgsmacht, en de Kamer voor de begrotingsbehandeling dit jaar te informeren over de voortgang, en gaat over tot de orde van de dag. Boswijk Diederik van Dijk Ceder Van der Werf Olger van Dijk", + "date": "2025-05-20", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 2, - "motion_id": 27309, - "score": -3.6440759536665763, - "title": "Motie van het lid Piri c.s. over pleiten voor het sanctioneren van ministers Ben-Gvir en Smotrich door hen op de EU-sanctielijst te zetten", - "body_text": "21 501-20 Europese Raad Nr. 1994 MOTIE VAN HET LID PIRI C.S. Voorgesteld 12 december 2023 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het van essentieel belang is dat het conflict niet overslaat naar de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem; constaterende dat de Israëlische Minister van Nationale Veiligheid Ben-Gvir en de Minister van Financiën Smotrich zich al jaren schuldig maken aan provocaties, racisme, terreur en oproepen tot geweld tegen Palestijnen; constaterende dat Ben-Gvir, verantwoordelijk voor de grenspolitie in de bezette gebieden, sinds 7 oktober duizenden automatische vuurwapens heeft uitgedeeld aan kolonisten, pleit voor immuniteit voor militairen die op Palestijnen schieten, en onlangs een wet heeft voorgesteld om de doodstraf te introduceren voor Palestijnen; constaterende dat Smotrich openlijk pleit voor de annexatie van de Palestijnse gebieden, alle Palestijnen bestempelt als nazi's, extra geld heeft vrijgemaakt voor nog meer illegale nederzettingen en de overdracht van belastinggelden aan de Palestijnse Autoriteit heeft stopgezet; verzoekt de regering om te pleiten voor het sanctioneren van Ministers Ben-Gvir en Smotrich door hen op de EU-sanctielijst te zetten, en gaat over tot de orde van de dag. Piri Christine Teunissen Koekkoek Dijk", - "date": "2023-12-13", + "motion_id": 823, + "score": -9.668283211872776, + "title": "Gewijzigde motie van de leden Daniëlle Jansen en Tielen over het Zorginstituut vragen om in zijn overzichten per kwartaal 150 extra voorbeelden op te nemen van initiatieven van passende zorg (t.v.v. 31765-885)", + "body_text": "31 765 Kwaliteit van zorg Nr. 919 GEWIJZIGDE MOTIE VAN DE LEDEN DANIËLLE JANSEN EN TIELEN TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 885 Voorgesteld 20 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat in de midterm review van het IZA door betrokkenen wordt aangegeven dat het niet delen van goedgekeurde transformatieplannen leidt tot het telkens opnieuw moeten uitvinden van het wiel in alle regio’s; constaterende dat het Zorginstituut Nederland in haar Handreiking passende zorg vaststelt dat de opschaling van veelbelovende initiatieven tekortschiet en transparantie daarbij helpt, omdat er van de vele voorbeelden nu nog maar weinig zijn opgenomen in de overzichten van het Zorginstituut en niet duidelijk is welke zorginstelling deze wel of niet overneemt; overwegende dat zorginstellingen graag bereid zijn om hun goede voorbeelden te delen; verzoekt de regering het Zorginstituut te vragen het komend jaar per kwartaal 150 extra voorbeelden toe te voegen, en gaat over tot de orde van de dag. Daniëlle Jansen Tielen", + "date": "2025-05-20", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 2, - "motion_id": 27299, - "score": -3.6440759536665763, - "title": "Motie van het lid Van Baarle over uitspreken dat de anti-islamvoorstellen van de PVV nooit mogen worden uitgevoerd", - "body_text": "36 471 Kabinetsformatie 2023 Nr. 12 MOTIE VAN HET LID VAN BAARLE Voorgesteld 13 december 2023 De Kamer, gehoord de beraadslaging, spreekt uit dat de anti-islamvoorstellen van de PVV nooit uitgevoerd mogen worden en dus: 1. islamitische scholen, korans en moskeeën worden gerespecteerd; 2. er nooit een hoofddoekverbod zal komen in overheidsgebouwen; 3. «minder islam in Nederland» nooit tot beleidsdoel mag worden gemaakt, en gaat over tot de orde van de dag. Van Baarle", - "date": "2023-12-13", + "motion_id": 761, + "score": -9.668283211872776, + "title": "Amendement van de leden White en Kathmann over het expliciet als authentieke gegevens aanwijzen van gegevens uit de Basisadministraties Persoonsgegevens BES", + "body_text": "36 639 Wijziging van diverse wetten in verband met het invoeren van het burgerservicenummer en de voorzieningen van de digitale overheid in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet invoering BSN en voorzieningen digitale overheid BES) Nr. 11 AMENDEMENT VAN DE LEDEN WHITE EN KATHMANN Ontvangen 15 mei 2025 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: I In artikel II wordt na de aanhef een onderdeel ingevoegd, luidende: aA Na het opschrift van hoofdstuk I wordt een paragraafopschrift ingevoegd, luidende: «Paragraaf 1. Algemeen» II In artikel II, onderdeel A, tweede subonderdeel, wordt in de aanhef «wordt een onderdeel» vervangen door «worden twee onderdelen», en wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel q door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende: r. een authentiek gegeven: een in de basisadministratie opgenomen gegeven dat op grond van artikel 4d als authentiek wordt aangemerkt. III Na artikel II, onderdeel A, worden drie onderdelen ingevoegd, luidende: Aa Na artikel 4c wordt aan hoofdstuk 1 een paragraaf toegevoegd, luidende: Paragraaf 2. Verplicht gebruik Artikel 4d Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke van de algemene gegevens, bedoeld in de artikel 10, worden aangemerkt als authentieke gegevens. Artikel 4e 1 De afnemer of het overheidsorgaan dat bij de vervulling van zijn taak informatie over een ingeschrevene nodig heeft die in de vorm van een authentiek gegeven beschikbaar is in de basisadministratie, gebruikt voor die informatie dat gegeven. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien: a. bij het gegeven een aantekening als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel is e, is geplaatst; b. de afnemer of het overheidsorgaan ten aanzien van het gegeven een mededeling als bedoeld in artikel 12b, eerste lid, doet; c. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald; d. een goede vervulling van de taak van de afnemer of het overheidsorgaan door de onverkorte toepassing van het eerste lid wordt belet. Ab Na artikel 4e wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 4f Een ingeschrevene aan wie door de afnemer of het overheidsorgaan een gegeven wordt gevraagd, waarop artikel 4e, eerste lid, van toepassing is, behoeft dat gegeven niet mede te delen, behoudens voor zover het gegeven naar het oordeel van de afnemer of het overheidsorgaan noodzakelijk is voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van betrokkene. Ac Aan het slot van hoofdstuk 1, paragraaf 2, wordt een artikel toegevoegd. luidende: Artikel 4g 1. De afnemer of het overheidsorgaan dat in verband met de verstrekking van een authentiek gegeven uit de basisadministratie gerede twijfel heeft over de juistheid van dat gegeven, doet hiervan mededeling aan het bestuurscollege van het bijhoudende openbaar lichaam. 2. Onze Minister wijst de afnemers of overheidsorganen aan die tevens mededeling doen in verband met de verstrekking van andere dan authentieke gegevens. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de gevallen waarin en de wijze waarop de mededeling wordt gedaan geregeld, evenals de kennisgeving van het bestuurscollege aan de afnemer of het overheidsorgaan naar aanleiding van een mededeling. 4. Het bestuurscollege kan nadere regels stellen omtrent het doen van mededeling door en de kennisgeving aan afnemers of overheidsorganen die een orgaan zijn van het openbaar lichaam en kan een of meer van deze afnemers of overheidsorganen aanwijzen om tevens mededeling te doen in verband met de verstrekking van andere dan authentieke gegevens. 5. Voor zover een mededeling als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een gegeven dat op grond van een andere wet is overgenomen uit een andere registratie, zendt het bestuurscollege die mededeling door aan de verantwoordelijke voor de verwerking van dat gegeven in die andere registratie. Toelichting Dit amendement wijst gegevens uit de Basisadministraties Persoonsgegevens BES (BAP BES) expliciet aan als authentieke gegevens, wat betekent dat afnemers of overheidsorganen verplicht zijn deze gegevens te gebruiken. Omdat afnemers en overheidsorganen hierdoor zelf niet langer persoonsgegevens mogen verzamelen, vereist dit dat gegevens in de BAP BES juist, actueel en volledig zijn. Daarom wordt ook een terugmeldplicht ingevoerd: afnemers en overheidsorganen moeten vermoedens over onjuiste gegevens melden aan het verantwoordelijke bestuurscollege. Aanwijzing van gegevens in de BAP BES sluit aan bij de recente kabinetsreactie op het rapport van de Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland. Daarin benadrukt de regering dat een betere gegevenshuishouding essentieel is voor effectieve dienstverlening en vermindering van administratieve lasten. Door de BAP BES aan te wijzen als authentieke bron, hoeven burgers in Caribisch Nederland voortaan persoonsgegevens alleen nog bij Burgerzaken aan te passen. Dat voorkomt fouten, verhoogt rechtszekerheid en verlaagt administratieve lasten. De regering heeft aangegeven voorzichtig te willen zijn met het aanwijzen van de BAP BES als authentieke bron, vanwege complexiteit, absorptievermogen en twijfels over gegevenskwaliteit. Tegelijkertijd maakt de regering niet duidelijk hoe ze voorbij deze knelpunten wil komen. Zolang niet een begin wordt gemaakt met de aanpak hiervan, zullen deze knelpunten blijven bestaan. Volgens de indieners worden twijfels over gegevenskwaliteit het beste bestreden door als gezamenlijke overheden, in duidelijke stappen, tot één hoogwaardige bron te komen. Met dit amendement zetten de indieners daarom een duidelijke stip op de horizon en wordt de wettelijke basis hiervoor gecreëerd. Tegelijkertijd wordt ruimte geboden voor een stapsgewijze aanpak. De stapsgewijze aanpak kan op basis van de volgende bepalingen worden uitgewerkt. Ten eerste kan de inwerkingtreding van de bepalingen bij koninklijk besluit worden geregeld, door middel van artikel VI van de onderhavige wet. Daarbij kan verplichte terugmelding zelfstandig in werking treden ten opzichte van authentiekverklaring. Ten tweede kan, zonodig, aan afnemers en overheidsorganen ruimte geboden worden om terugmelding voorlopig ook schriftelijk te doen, als zij dit nog niet elektronisch zouden kunnen. Dit kan worden geregeld in de AMvB, bedoeld in artikel 12b, derde lid. Ten derde kan de set authentieke gegevens geleidelijk worden uitgebreid, middels de AmvB bedoeld in het voorgestelde artikel 4d. Zo zouden de gegevens over burgerlijke staat, kinderen, curatele gezag, nationaliteit, etc. als eerste authentiek worden verklaard. Hierover bestaat weinig twijfel over de kwaliteit, mede omdat dit op hoog niveau gehouden wordt vanwege paspoortuitgifte en het kiesrecht. Iemands woon- of verblijfadres bestaat vermoedelijk de meeste twijfel over, mede door het ontbreken van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Dit gegeven kan later authentiek verklaard worden, op het moment dat de Basisregistratie Adressen en Gebouwen op de BES-eilanden als authentieke bron is ingevoerd en met de BAP BES is gekoppeld. Ten slotte is het, via het voorgestelde artikel 4e, tweede lid, onderdeel d, aan afnemers en overheidsorganen toegestaan dat zij afwijken van het verplichte gebruik van authentieke gegevens voor zover de goede vervulling van de taak van de afnemer of het overheidsorgaan de onverkorte toepassing belet, op dezelfde voet als het gelijkluidende artikel 1.7, tweede lid, onderdeel d, van de Wet BRP. Dit kunnen dringende redenen in de bedrijfsvoering zijn, die de transitie naar het gebruik van authentieke gegevens verhinderd hebben binnen de termijn van de inwerkingtreding. Indieners van dit amendement geven mee om bij dit amendement ook de ervaringen met de landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA) van het BRP te betrekken. In Europees Nederland heeft de LAA in de praktijk succesvol uitgepakt en positief bijgedragen aan de adreskwaliteit in de BRP. Gebleken is dat een opzet waarbij terugmeldingen van afnemers en overheidsorganen op een centraal punt ontvangen en geanalyseerd worden, het onderzoek naar de juistheid van het adresgegeven in de BRP bevordert. Het vergt veel capaciteit per individuele gemeente wanneer zij zelf iedere terugmelding van gerede twijfel omtrent de juistheid van een adresgegeven op haar merites moet beoordelen, categoriseren en eventueel aanvullen met eigen informatie. Voor de openbare lichamen is dit niet anders, wat pleit voor opname van de LAA in de Wet BAP BES. Tegelijkertijd is de LAA in Europees Nederland begonnen op basis van vrijwilligheid en verwerkingsovereenkomsten. De aanpak is pas later verplicht en wettelijk geregeld voor alle gemeentes. Indieners gaan ervan uit dat de Minister van BZK de LAA beschikbaar zal maken voor de openbare lichamen om hen te ondersteunen in de vervulling van hun taken. De indieners willen hieraan ruimte bieden. Met dit amendement wordt een concrete, noodzakelijke stap gezet richting een effectieve en duurzame gegevenshuishouding in Caribisch Nederland, waarmee ook de digitale dienstverlening en het vertrouwen van burgers in de overheid blijvend worden versterkt. White Kathmann", + "date": "2025-05-27", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 3, - "motion_id": 4063, - "score": 2.9755519273850677, - "title": "Motie van het lid Tijs van den Brink over verkennen of en hoe het aantal vereiste ondersteuningsverklaringen voor verkiezingsdeelname kan worden verhoogd", - "body_text": "36 800 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 Nr. 42 MOTIE VAN HET LID TIJS VAN DEN BRINK Voorgesteld 5 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat voor deelname van een politieke partij aan de Tweede Kamerverkiezingen 580 ondersteuningsverklaringen vereist zijn en 10 per kieskring in Caribisch Nederland; constaterende dat deze zeer lage drempel deelname aan verkiezingen heel gemakkelijk maakt, wat bijdraagt aan de verdere versnippering van het politieke landschap; overwegende dat een weerbare en goed functionerende democratie niet alleen open en toegankelijk moet zijn, maar ook vraagt om politieke partijen met voldoende maatschappelijk draagvlak; overwegende dat het verhogen van het aantal ondersteuningsverklaringen een eenvoudig en proportioneel instrument is om de toetredingsdrempel tot verkiezingen meer in balans te brengen, zonder de kern van het passief kiesrecht aan te tasten; verzoekt de regering om te verkennen of en hoe het aantal vereiste ondersteuningsverklaringen voor deelname aan verkiezingen kan worden verhoogd, en de Kamer te informeren over de effecten hiervan op versnippering, representativiteit en uitvoerbaarheid, en gaat over tot de orde van de dag. Tijs van den Brink", - "date": "2026-02-10", + "motion_id": 1279, + "score": 10.216770949699129, + "title": "Motie van de leden Dijk en Ergin over in gesprek gaan met het onafhankelijk jongerenpanel toeslagen", + "body_text": "31 066 Belastingdienst Nr. 1475 MOTIE VAN DE LEDEN DIJK EN ERGIN Voorgesteld 10 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat gedupeerde jongeren in het toeslagenschandaal de huidige compensatie als onvoldoende ervaren en de toegang missen tot officiële herstelprocedures; verzoekt de regering om voor de zomer in gesprek te gaan met het onafhankelijk jongerenpanel toeslagen en samen met hen een plan te maken om het manifest uit te werken, waarbij er in ieder geval aandacht is voor erkenning, kwijtschelding van (DUO-)studieschulden en gerichte ondersteuning bij werk en opleiding, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk Ergin", + "date": "2025-04-15", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 3, - "motion_id": 9987, - "score": 2.921394688587441, - "title": "Gewijzigde motie van het lid Paternotte c.s. over zich constructief opstellen ten aanzien van de Franse en Poolse ideeën over een naoorlogse vredesmacht in Oekraïne (t.v.v. 21501-20-2134)", - "body_text": "21 501-20 Europese Raad Nr. 2162 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID PATERNOTTE C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 2134 Voorgesteld 18 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er gesprekken hebben plaatsgevonden tussen de Franse president Macron en de Poolse premier Tusk over een Europese vredesmacht in Oekraïne; overwegende dat duurzame vrede na beëindiging van de Russische invasie alleen mogelijk is indien er een brede vredesmacht is die met voldoende afschrikking een nieuwe oorlog kan voorkomen; spreekt uit dat de Kamer een Nederlandse rol ziet om samen met NAVO-partners te zorgen voor bescherming van naoorlogse stabiliteit in Oekraïne; verzoekt de regering om zich constructief op te stellen ten aanzien van de Franse en Poolse ideeën over een naoorlogse vredesmacht in Oekraïne en hierover met deze landen in gesprek te gaan, en gaat over tot de orde van de dag. Paternotte Dassen Van Campen", - "date": "2024-12-18", + "motion_id": 259, + "score": 10.135553582213783, + "title": "Motie van het lid Dobbe over de resterende bezuinigingen op het Gemeentefonds schrappen", + "body_text": "31 839 Jeugdzorg Nr. 1084 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 11 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Kamer via de motie-Dijk ( 36 760, nr. 11 ) heeft verzocht om de ingeboekte bezuinigingen op de jeugdzorg te schrappen; overwegende dat er daarnaast echter nog circa 2 miljard euro wordt bezuinigd op gemeenten via het ravijnjaar; overwegende dat deze bezuinigingen alsnog zouden kunnen resulteren in lokale bezuinigingen op de jeugdzorg; verzoekt de regering om de resterende bezuinigingen op het Gemeentefonds te schrappen, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe", + "date": "2025-06-17", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 3, - "motion_id": 929, - "score": 2.913143042417399, - "title": "Motie van de leden Kamminga en Paternotte over zich uitspreken voor het EU-Mercosur-verdrag", - "body_text": "31 985 Buitenlands beleid en handelspolitiek Nr. 93 MOTIE VAN DE LEDEN KAMMINGA EN PATERNOTTE Voorgesteld 22 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de door de Verenigde Staten ontketende handelsoorlog een negatief effect heeft op economieën wereldwijd; overwegende dat afhankelijkheden van specifieke landen of groepen landen de risico's van dergelijke economische schokken groter maken, zeker voor een handelsland als Nederland; overwegende dat dit vraagt om het diversifiëren van handel met landen en groepen landen wereldwijd; verzoekt het kabinet zich in het licht van de ontwikkelingen in de wereld uit te spreken voor het EU-Mercosur-verdrag en dit uit te dragen in de Europese Raad en de eerstvolgende RBZ Handel, en gaat over tot de orde van de dag. Kamminga Paternotte", - "date": "2025-05-13", + "motion_id": 354, + "score": 10.135553582213783, + "title": "Motie van het lid Dijk over de bezuinigingen op de zorg schrappen", + "body_text": "36 760 Kabinetscrisis 2025 Nr. 11 MOTIE VAN HET LID DIJK Voorgesteld 4 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat vanaf 2026 bijna 500 miljoen aan bezuinigingen op de ouderenzorg en ruim 150 miljoen op de gehandicaptenzorg en de ggz gepland staan; constaterende dat dit jaar al 350 miljoen wordt weggehaald bij de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en de ggz; constaterende dat vanaf volgend jaar 450 miljoen wordt bezuinigd op de jeugdzorg, wat oploopt tot 1,8 miljard, en dat ook een eigen bijdrage wordt ingevoerd; constaterende dat vanaf 2027 een bezuiniging van 225 miljoen ingeboekt staat op de Wmo en de eigen bijdragen stijgen; verzoekt de regering om deze bezuinigingen te schrappen, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk", + "date": "2025-06-10", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 3, - "motion_id": 4199, - "score": 2.867403133416063, - "title": "Motie van het lid Klos c.s. over de (gefaseerde) toetreding van Oekraïne tot de EU als onderdeel van een vredesakkoord", - "body_text": "36 800 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026 Nr. 49 MOTIE VAN HET LID KLOS C.S. Voorgesteld 28 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Europese Commissie plannen van de EU en de VS heeft gedeeld met de lidstaten, waarin wordt gesproken over een mogelijk versneld lidmaatschap van Oekraïne van de Europese Unie als onderdeel van een herstelplan; overwegende dat de Ierse Minister van Europese Zaken, namens Ierland als aankomend voorzitter van de Raad van de Europese Unie, heeft aangegeven dat indien Oekraïense vredesbesprekingen een eerdere datum van toetreding tot de Europese Unie vereisen, de Europese Unie daarnaartoe moet werken; verzoekt de regering zich binnen de EU constructief en positief op te stellen ten aanzien van een eventuele (gefaseerde) toetreding van Oekraïne tot de EU, indien dit onderdeel uitmaakt van een duurzaam en breed gedragen vredesakkoord, met inachtneming van voldoende waarborgen op het gebied van rechtsstaat, financiën en veiligheid bij volledige toetreding, en gaat over tot de orde van de dag. Klos Piri Boswijk", - "date": "2026-02-04", + "motion_id": 9922, + "score": 10.102238477877895, + "title": "Motie van het lid Dobbe over met spoed een voorstel naar de Kamer sturen om gemeenten, personeel en patiënten instemmingsrecht te geven bij fusies en/of sluitingen van ziekenhuizen", + "body_text": "31 765 Kwaliteit van zorg Nr. 888 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 18 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er grote onzekerheid bestaat over de toekomst van verschillende ziekenhuizen in ons land, zoals in Haarlem en in Friesland; overwegende dat de Tweede Kamer zich heeft uitgesproken om gemeenten, personeel en patiënten instemmingsrecht te geven bij fusies en/of sluitingen van (delen) van ziekenhuizen; verzoekt het kabinet met spoed een voorstel hiertoe naar de Kamer te sturen om te voorkomen dat ziekenhuizen nog langer in onzekerheid zitten, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe", + "date": "2024-12-19", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 3, - "motion_id": 23081, - "score": 2.8256966117359883, - "title": "Motie van het lid Boswijk over pleiten voor een ambitieus Europees defensie-industriebeleid en dit beleggen bij één verantwoordelijke Eurocommissaris", - "body_text": "36 410 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2024 Nr. 58 MOTIE VAN HET LID BOSWIJK Voorgesteld 14 februari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat nog steeds elke EU-lidstaat zijn eigen kostbare defensiebureaucratie, -systemen en -industrie heeft en dat we door dit gebrek aan standaardisatie weinig defensie krijgen voor veel geld; constaterende dat de invasie van Oekraïne het defensiebeleid in het middelpunt van het EU-beleid heeft geplaatst; van mening dat de Europese NAVO-lidstaten beter moeten gaan samenwerken, om zo een sterkere Europese pijler binnen de NAVO te creëren; verzoekt het kabinet binnen de Europese Unie te pleiten voor een ambitieus Europees defensie-industriebeleid en dit te beleggen bij één verantwoordelijke Eurocommissaris, en gaat over tot de orde van de dag. Boswijk", - "date": "2024-02-15", + "motion_id": 9954, + "score": 10.102238477877895, + "title": "Motie van het lid Dijk over wetgeving maken om winstuitkeringen in de hele zorg te verbieden of dit verbod betrekken bij de Wet integere bedrijfsvoering", + "body_text": "36 600 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2025 Nr. 159 MOTIE VAN HET LID DIJK Voorgesteld 18 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat winst maken in de zorg haaks staat op het verlenen van menswaardige zorg zonder financiële perverse prikkels; verzoekt het kabinet wetgeving te maken om winstuitkeringen in de hele zorg te verbieden en dit verbod te betrekken bij de Wet integere bedrijfsvoering, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk", + "date": "2024-12-19", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 3, - "motion_id": 24436, - "score": -3.08432700610275, - "title": "Motie van de leden Van Nispen en Dijk over een stop instellen op het sluiten van essentiële onderdelen van ziekenhuizen tot een nieuw kabinet hierover heeft beslist", - "body_text": "29 247 Acute zorg Nr. 441 MOTIE VAN DE LEDEN VAN NISPEN EN DIJK Voorgesteld 11 april 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt het demissionaire kabinet een stop in te stellen op het sluiten van essentiële onderdelen van ziekenhuizen, zoals de spoedeisende hulp, de intensive care en de verloskundeafdeling, tot een nieuw kabinet hierover heeft beslist, en gaat over tot de orde van de dag. Van Nispen Dijk", - "date": "2024-04-16", + "motion_id": 9873, + "score": -10.233104745167807, + "title": "Motie van het lid Van der Plas over zo snel mogelijk overgaan tot het zenderen van zo veel mogelijk Nederlandse wolven", + "body_text": "33 576 Natuurbeleid Nr. 407 MOTIE VAN HET LID VAN DER PLAS Voorgesteld 19 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat er momenteel te weinig informatie beschikbaar is over het gedrag van wolven in Nederland; overwegende dat meer inzicht in het gedrag van wolven kan helpen vaststellen of er individuele dieren of roedels zijn die meer problemen veroorzaken dan andere; overwegende dat in landen als Duitsland en Frankrijk het zenderen van wolven al plaatsvindt voor onderzoeksdoeleinden; verzoekt de Staatssecretaris, het kabinet, om in samenwerking met betrokken experts en instanties zo snel mogelijk over te gaan tot het zenderen van zo veel mogelijk Nederlandse wolven om beter inzicht te krijgen in hun gedrag en problematiek, en gaat over tot de orde van de dag. Van der Plas", + "date": "2024-12-20", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 3, - "motion_id": 22806, - "score": -3.08432700610275, - "title": "Motie van het lid Claassen over een centraal nooddepot voor schaarse generieke medicatie", - "body_text": "29 477 Geneesmiddelenbeleid Nr. 879 MOTIE VAN HET LID CLAASSEN Voorgesteld 7 maart 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er nog steeds grote tekorten zijn op de geneesmiddelenmarkt; constaterende dat langetermijnoplossingen voor nu geen oplossing zijn; constaterende dat het zoeken naar medicatie voor artsen en apothekers een tijdrovende bezigheid is; overwegende dat mensen te allen tijde moeten kunnen beschikken over medicatie die door de arts aan hen is voorgeschreven en dat mensen door tekorten niet zieker mogen worden; overwegende dat het in Nederland mogelijk moet zijn om een logistiek netwerk op te zetten om medicatie snel door Nederland te kunnen verplaatsen naar plekken waar het nodig is; verzoekt de regering zo snel mogelijk een centraal nooddepot schaarse generieke medicatie op te zetten, dat bereikbaar is via een centraal bekend nummer voor snelle uitlevering aan artsen en apothekers, en gaat over tot de orde van de dag. Claassen", - "date": "2024-03-12", + "motion_id": 24881, + "score": -10.203714920056282, + "title": "Gewijzigd amendement van het lid Van Oostenbruggen 36610-13 t.v.v. nr. 10 over een verkorte voortzettingseis voor belastingplichtigen die in 2023 en 2024 van de BOR gebruik hebben gemaakt", + "body_text": "36 610 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001, de Successiewet 1956 en enkele andere wetten in verband met aanpassingen in een aantal fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten (Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025) Nr. 13 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN OOSTENBRUGGEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 10 Ontvangen 14 november 2024 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: Na artikel III wordt een artikel ingevoegd, luidende: ARTIKEL IIIA In afwijking van artikel 35e, eerste lid, van de Successiewet 1956 zoals dat artikel luidde op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet loopt voor een bedrijfsopvolging als bedoeld in artikel 35b, vijfde lid, van die wet door een schenking die heeft plaatsgevonden na 31 december 2022, doch voor de inwerkingtreding van deze wet, de periode, bedoeld in artikel 35e, eerste lid, van die wet, af op 31 december 2027. Toelichting In het huidig belastingpakket 2025 wordt de voortzettingseis van de bedrijfopvolgingsregeling (BOR) per 1 januari 2025 bij schenking verkort van 5 naar 3 jaar. Zonder overgangstermijn zorgt deze verkorting voor ongelijkheid tussen belastingplichtigen. Belastingplichtigen die op 31 december 2024 gebruik beginnen te maken van de BOR hebben pas op 31 december 2029 volledig voldaan aan de voortzettingseis (5 jaar later). Dit terwijl belastingplichtigen die een dag later gebruikmaken van de BOR al veel eerder klaar zijn, namelijk op 1 januari 2028 (3 jaar later). Indiener vindt het onterecht dat belastingplichtigen die eerder gebruik maken van de BOR pas later in de tijd klaar zijn. Specifiek gaat het om de belastingplichtigen die tussen 1 januari 2023 en de inwerkingtreding van de wet (1 januari 2025) gebruik zijn gaan maken van de BOR. Met dit amendement wordt de ongelijke behandeling van deze groep opgeheven. Van Oostenbruggen", + "date": "2024-11-14", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 3, - "motion_id": 23197, - "score": -3.0363178368234363, - "title": "Motie van de leden Dobbe en Dassen over de regeling voor chroom-6-slachtoffers ook van toepassing laten zijn voor nabestaanden", - "body_text": "36 410 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2024 Nr. 58 MOTIE VAN DE LEDEN DOBBE EN DASSEN Voorgesteld 7 februari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat nabestaanden van chroom-6-slachtoffers geen rechten kunnen krijgen zonder voorafgaande melding door de overledene; overwegende dat de onrechtvaardigheid van deze situatie zwaarder weegt dan juridische complicaties; verzoekt de regering de regeling ook van toepassing te maken voor nabestaanden, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe Dassen", - "date": "2024-02-13", + "motion_id": 359, + "score": -10.196239571005796, + "title": "Gewijzigde motie van het lid Yesilgöz-Zegerius c.s. over doorgaan met cruciale onderwerpen die niet kunnen wachten (t.v.v. 36760-8)", + "body_text": "36 760 Kabinetscrisis 2025 Nr. 45 GEWIJZIGDE MOTIE VAN YEŞILGÖZ-ZEGERIUS C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 8 Voorgesteld 10 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland nationaal en internationaal voor grote uitdagingen staat, waarbij besluitvaardigheid meer dan ooit noodzakelijk is; overwegende dat het onverantwoord is om tot aan de volgende verkiezingen stilstand te krijgen; verzoekt het kabinet vol door te gaan met cruciale onderwerpen voor Nederland die niet kunnen wachten, waaronder ten minste asiel en migratie, defensie en weerbaarheid, steun aan Oekraïne, veiligheid, stikstof, ruimtelijke keuzes, woningbouw, hersteloperaties, verdienvermogen en de portemonnee; verzoekt het kabinet daarvoor draagvlak te vergaren in het parlement, en gaat over tot de orde van de dag. Yeşilgöz-Zegerius Van der Plas Van Vroonhoven Bontenbal Bikker Eerdmans Stoffer", + "date": "2025-06-10", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 3, - "motion_id": 23039, - "score": -3.0363178368234363, - "title": "Amendement van het lid Dobbe over het ongedaan maken van besparingen in het Wlz-kader", - "body_text": "36 410 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2024 Nr. 36 AMENDEMENT VAN HET LID DOBBE Ontvangen 23 januari 2024 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: In artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning van de departementale begrotingsstaat worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 193.000 (x € 1.000). Toelichting De indiener constateert dat dit demissionaire kabinet nog steeds een korting doorvoert op de Wlz-zorg. Per saldo gaat het hier om een resterende ombuiging van € 193 miljoen volgens de definitieve kaderbrief Wlz 2024 van 27 september 2023. Dit bedrag is opgebouwd uit een bezuiniging van € 117 miljoen op de normatieve huisvestingscomponent die zowel de ouderenzorg, de gehandicaptenzorg en de langdurige ggz treffen, een netto bezuiniging van € 46 miljoen die gekoppeld is aan de maatregel scheiden wonen en zorg en een bezuiniging van € 30 miljoen die gekoppeld is aan de post valpreventie. De indiener constateert dat zorgorganisaties die Wlz-zorg leveren hierdoor in de knel zullen komen als deze bezuinigingen doorgaan. Zo zal de bezuiniging op de normatieve huisvestingscomponent ervoor zorgen dat bouw- en verbouwplannen stil komen te liggen, terwijl deze nodig zijn om voldoende locaties te realiseren of om de energiekosten terug te dringen. Daarnaast is de financiële situatie van veel zorgorganisaties penibel waardoor de kans dat er verschraling van zorg plaats zal vinden of zelfs instellingen failliet zullen gaan aanzienlijk toe zal nemen als deze kortingen worden doorgevoerd. De indiener is van mening dat deze situatie zeer onwenselijk is en dat deze besparing een bedreiging vormt voor de kwaliteit en toegankelijkheid van de Wlz-zorg. Dit amendement regelt dat de ingeboekte besparingen van € 193 miljoen in het Wlz-kader ongedaan worden gemaakt door de Bijdrage Wet langdurige zorg (Wlz) met € 193 miljoen te verhogen. Om te voorkomen dat het vergroten van de budgettaire ruimte leidt tot een tekort in het Fonds Langdurige Zorg, wordt de rijksbijdrage Wlz overeenkomstig verhoogd. De benodigde € 193 miljoen zal voor 2024 uit de algemene middelen gefinancierd worden. Voor 2025 en verder zal de dekking structureel gevonden worden uit een besparing op de uitgaven aan externe inhuur met € 193 miljoen verdeeld over de verschillende ministeries. Deze verdeling wordt als opgave meegegeven aan het kabinet om een integrale afweging te maken voor de begroting van 2025. Op basis van de meest recente cijfers bekend over 2022 1 , waarbij externe inhuur Rijksbreed € 2.678.352.000 bedroeg, komt dit neer op een 7,2% vermindering van de uitgaven hieraan. Op basis van de cijfers over 2022 zou het aandeel uitgaven aan externe inhuur als percentage van de totale Rijksuitgaven aan personeel dalen van 14,2% naar 13,2%. Dit is nog steeds significant boven de Roemernorm. De keuze om voor 2024 deze dekking te financieren uit de algemene middelen is genoodzaakt door het gegeven dat veel van de uitgaven aan externe inhuur voor 2024 al juridisch verplicht zullen zijn. Bovendien zijn al meerdere begrotingswetsvoorstellen aangenomen door de Tweede Kamer waardoor hierop amendementen indienen niet meer mogelijk is. De structurele dekking bij de begroting van 2025 betrekken heeft verder als voordeel dat het kabinet een integrale afweging kan maken over waar externe inhuur verminderd kan worden en waar zij deze meer nodig acht. Dobbe X Noot 1 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/jaarplannen/2023/10/10/bijlage-1-tabel-uitgaven-aan-externe-inhuur-en-personeel-per-ministerie-in-2022", - "date": "2024-02-15", + "motion_id": 619, + "score": -10.090828876369146, + "title": "Motie van het lid Daniëlle Jansen over een grotere rol voor investeerders die zijn gericht op de langetermijnkwaliteit en continuïteit van zorgaanbieders", + "body_text": "33 578 Eerstelijnszorg Nr. 155 MOTIE VAN HET LID DANIËLLE JANSEN Voorgesteld 21 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat kwaliteit en continuïteit van zorg gebaat zijn bij investeerders die zich langdurig verbinden aan zorgaanbieders; overwegende dat er investeringsvormen bestaan zoals family funds en maatschappelijke investeerders, die inzetten op duurzaam eigenaarschap en de versterking van de langetermijnvisie in de zorg; verzoekt de regering te onderzoeken hoe investeerders die gericht zijn op het borgen van de langetermijnkwaliteit en continuïteit van zorgaanbieders, een grotere rol kunnen spelen in de zorg en welke beleidsmaatregelen dit kunnen bevorderen, en gaat over tot de orde van de dag. Danielle Jansen", + "date": "2025-05-27", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 3, - "motion_id": 24483, - "score": -3.0268631979369482, - "title": "Motie van de leden Dobbe en Westerveld over de mogelijke effecten van de geplande bezuiniging op gemeenten voor mensen die afhankelijk zijn van gemeentelijke voorzieningen, zoals mensen met een beperking", - "body_text": "24 170 Gehandicaptenbeleid Nr. 319 MOTIE VAN DE LEDEN DOBBE EN WESTERVELD Voorgesteld 3 april 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat mensen met een beperking voor een deel van de zorg en ondersteuning die zij nodig hebben om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving afhankelijk zijn van gemeenten; overwegende dat er tegelijkertijd een bezuiniging van bijna 4 miljard op de gemeenten gepland staat voor 2026, het zogeheten «ravijnjaar»; verzoekt de regering om in kaart te brengen wat de mogelijke effecten zouden zijn voor mensen die afhankelijk zijn van gemeentelijke voorzieningen, zoals mensen met een beperking, als deze bezuiniging wordt doorgezet, eventueel in verschillende scenario's, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe Westerveld", - "date": "2024-04-09", + "motion_id": 447, + "score": -10.090828876369146, + "title": "Motie van de leden Ellian en Olger van Dijk over een groeipad van defensie-uitgaven naar minimaal 3,5% van het bbp", + "body_text": "28 676 NAVO Nr. 508 MOTIE VAN DE LEDEN ELLIAN EN OLGER VAN DIJK Voorgesteld 27 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de NAVO-capaciteitsdoelstellingen essentieel zijn om het NAVO-grondgebied te kunnen verdedigen en in het licht van toegenomen dreigingen significant verhoogd zijn; constaterende dat naast de NAVO-capaciteitsdoelstellingen Nederland ook verantwoordelijk is voor het grootschalig doorvoeren van militair materieel (Host Nation Support) en het beschermen van het eigen grondgebied tegen uiteenlopende dreigingen (Homeland Defence); verzoekt de regering om de NAVO-capaciteitsdoelstellingen en de taken die Defensie daarnaast ook moet vervullen als uitgangspunt te nemen en zich dus in te zetten voor een groeipad van defensie-uitgaven naar minimaal 3,5% van het bruto binnenlands product, en gaat over tot de orde van de dag. Ellian Olger van Dijk", + "date": "2025-06-03", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 4, - "motion_id": 1432, - "score": 11.665561077379529, - "title": "Motie van het lid Wijen-Nass c.s. over de voorgenomen maatregel om gedetineerden vervroegd vrij te laten niet doorvoeren", - "body_text": "24 587 Justitiële Inrichtingen Nr. 1035 MOTIE HET LID WIJEN-NASS C.S. Voorgesteld 20 maart 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat vanwege capaciteitsproblemen binnen de Dienst Justitiële Inrichtingen de Staatssecretaris voornemens is om gedetineerden vervroegd vrij te laten voor maximaal veertien dagen; van mening dat onherroepelijke vonnissen volledig ten uitvoer moeten worden gelegd en dat de veroordeelde de opgelegde straf geheel dient te ondergaan; verzoekt de regering om de voorgenomen maatregel om gedetineerden vervroegd vrij te laten voor maximaal veertien dagen niet door te voeren, en gaat over tot de orde van de dag. Wijen-Nass Emiel van Dijk Diederik van Dijk Eerdmans", - "date": "2025-04-02", + "motion_id": 4093, + "score": 7.101141071455746, + "title": "Motie van het lid Struijs c.s. over het aantal goede openbare toiletten op logische plekken substantieel uitbreiden", + "body_text": "36 800 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 Nr. 56 MOTIE VAN HET LID STRUIJS C.S. Voorgesteld 5 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende het feit dat veel ouderen en mensen met een aandoening of handicap minder vaak of minder lang de deur uit durven omdat zij afhankelijk zijn van een toilet in de buurt; overwegende het feit dat dit kan bijdragen aan vereenzaming of een nodeloze inperking van de bewegingsvrijheid; overwegende het feit dat het ook door Nederland ondertekende VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap gelijke rechten, zelfstandigheid en inclusie voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking garandeert, en de overheid verplicht om toegankelijkheid in al haar facetten te bevorderen; overwegende dat openbare toiletten vanuit gemeenten geregeld kunnen worden; verzoekt de regering te onderzoeken hoe het aantal goede openbare toiletten op logische plekken substantieel kan worden uitgebreid, en de Tweede Kamer daarvoor een plan te sturen, en gaat over tot de orde van de dag. Struijs Van Brenk Tseggai Beckerman", + "date": "2026-02-10", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 4, - "motion_id": 1958, - "score": 11.665561077379529, - "title": null, - "body_text": null, - "date": null, - "policy_area": null + "motion_id": 4122, + "score": 7.101141071455746, + "title": "Motie van de leden Ceder en Stoffer over met partijen uit het veld werken aan actieve vaderbetrokkenheid", + "body_text": "36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 Nr. 53 MOTIE VAN DE LEDEN CEDER EN STOFFER Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 2 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat vaders volwaardige opvoeders zijn, net als moeders, maar dat dit in de zorg en ondersteuning in de eerste 1.000 dagen van een kind nog niet altijd een plek heeft; overwegende dat betrokkenheid van vaders in de eerste levensfase de hechting, het welzijn van de moeder en de stabiliteit van het gezin vergroot; verzoekt de regering om samen met partijen uit het veld, onder andere via de ouderschapscoalitie, waar ook het Expertisecentrum Vaders onderdeel van uitmaakt, te werken aan actieve vaderbetrokkenheid in het leven van een kind; en gaat over tot de orde van de dag. Ceder Stoffer", + "date": "2026-02-10", + "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 4, - "motion_id": 1584, - "score": 11.593426296464672, - "title": null, - "body_text": null, - "date": null, - "policy_area": null + "motion_id": 4554, + "score": 7.073630354887471, + "title": "Motie van het lid Ceder c.s. over zowel bilateraal als in Europees verband de samenwerking met Australië, het Verenigd Koninkrijk en Canada bestendigen", + "body_text": "29 653 Het Nederlands buitenlands beleid ten aanzien van Latijns-Amerika en de Cariben Nr. 83 MOTIE VAN HET LID CEDER C.S. Voorgesteld 13 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat om de principes van het internationaal recht te kunnen blijven handhaven versterking van de economische en militaire macht en samenwerking van Nederland en bondgenoten van belang zijn; verzoekt de regering om zowel bilateraal als in Europees verband de samenwerking met Australië, het Verenigd Koninkrijk en Canada verder te bestendigen, zowel op militair als op (geo-)economisch gebied, en gaat over tot de orde van de dag. Ceder Diederik van Dijk Van der Burg", + "date": "2026-01-20", + "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 4, - "motion_id": 766, - "score": 11.427035790450175, - "title": "Motie van het lid Ram over ngo's die een rol spelen als schakel binnen mensensmokkel verbieden en/of uitsluiten van financiering uit de EU", - "body_text": "21 501-04 Ontwikkelingsraad Nr. 287 MOTIE VAN HET LID RAM Voorgesteld 15 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat bepaalde ngo's een belangrijke spilfunctie in de keten van de mensensmokkel en mensenhandel vervullen; verzoekt de regering om in samenwerking met de Europese Commissie en andere lidstaten tot een voorstel te komen om ngo's die als schakel binnen de mensensmokkel- en mensenhandelketen een cruciale rol spelen, te verbieden en/of uit te sluiten van financiering vanuit de EU en alle lidstaten, en gaat over tot de orde van de dag. Ram", - "date": "2025-05-20", + "motion_id": 4137, + "score": 7.053720966184023, + "title": "Motie van het lid Bikker c.s. over kennis en kunde uit de postcovid-expertisecentra zo snel mogelijk toelaten en laten vergoeden", + "body_text": "25 295 Infectieziektenbestrijding Nr. 2249 MOTIE VAN HET LID BIKKER C.S. Voorgesteld 29 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de postcovid-expertisecentra meer kennis en kunde opleveren over passende behandelingen en medicijnen voor postcovid; overwegende dat deze wetenschappelijke onderbouwing moeilijk op te bouwen is bij een nieuwe ziekte en bovendien een langdurig proces is; verzoekt de regering zich er samen met de zorgverzekeraars, medisch-specialisten en huisartsen voor in te zetten om de opgedane kennis en kunde uit de expertisecentra op een verantwoorde wijze zo snel mogelijk toe te laten en te laten vergoeden, en gaat over tot de orde van de dag. Bikker Van Brenk Bushoff Jimmy Dijk", + "date": "2026-02-04", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 4, - "motion_id": 769, - "score": 11.427035790450175, - "title": "Gewijzigde motie van het lid Ram over alle bestaande nationale koppen uit Nederlandse wetgeving schrappen (t.v.v. 21501-02-3139)", - "body_text": "21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken Nr. 3151 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID RAM TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 3139 Voorgesteld 14 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de CSDDD geen volledige harmonisatie tussen de lidstaten kent; verzoekt de regering om alle bestaande nationale koppen (gold plating) uit de Nederlandse wetgeving te schrappen, en gaat over tot de orde van de dag. Ram", - "date": "2025-05-20", + "motion_id": 4139, + "score": 7.053720966184023, + "title": "Motie van het lid Bikker c.s. over in gesprek gaan over het Duitse initiatief om long covid en PAIS aan te pakken", + "body_text": "25 295 Infectieziektenbestrijding Nr. 2247 MOTIE VAN HET LID BIKKER C.S. Voorgesteld 29 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat met het ontstaan van circa 100.000 ernstig zieke postcovidpatiënten de langdurige impact van PAIS op het dagelijks leven en de samenleving prominenter is geworden; overwegende dat ten aanzien van PAIS een langetermijnbeleid ontbreekt en slechts naar de korte termijn wordt gekeken; overwegende dat in Duitsland een grootschalig, meerjarig initiatief is gelanceerd om long covid en PAIS aan te pakken, met miljoeneninvesteringen gericht op betere diagnostiek en behandeling; verzoekt de regering in gesprek te gaan met Duitse partners over dit initiatief; verzoekt de regering voorts dit als inspiratie te gebruiken voor een Nederlands langetermijnbeleid ten aanzien van PAIS, de verbetering van diagnostiek en behandeling, en de erkenning en impact van PAIS op de samenleving, en dit uiterlijk in de zomer 2026 naar de Kamer te sturen, en gaat over tot de orde van de dag. Bikker Van Brenk Bushoff Jimmy Dijk Ten Hove", + "date": "2026-02-04", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 4, - "motion_id": 9816, - "score": -11.66146265374369, - "title": "Motie van de leden Thijssen en Kröger over concrete voorstellen die bijdragen tot afbouwen van fossiele regelingen betrekken bij het Voorjaarspakket", - "body_text": "32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid Nr. 1452 MOTIE VAN DE LEDEN THIJSSEN EN KRÖGER Voorgesteld 19 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet inzet op de afbouw van fossiele regelingen; constaterende dat er bij de voorjaarsbesluitvorming een additioneel pakket aan klimaatmaatregelen vastgesteld moet worden om de doelen uit de Klimaatwet weer binnen bereik te brengen; overwegende dat uit diverse analyses, waaronder van PBL, blijkt dat een beprijzingstekort de transitie naar klimaatneutraal belemmert; verzoekt de regering te komen met concrete voorstellen die bijdragen tot afbouwen van fossiele regelingen te betrekken bij het voorjaarspakket, en gaat over tot de orde van de dag. Thijssen Kröger", - "date": "2024-12-20", + "motion_id": 4078, + "score": -7.101141071455746, + "title": "Motie van het lid Van Houwelingen over zorgen dat kinderen in pleeggezinnen of gezinshuizen hetzelfde geslacht hebben", + "body_text": "36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026 Nr. 47 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 2 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat seksueel misbruik in pleeggezinnen en gezinshuizen een risico is; overwegende dat alles gedaan moet worden om dit risico te minimaliseren; verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat kinderen, tenzij er sprake is van een natuurlijke broer-zusrelatie, in een pleeggezin of gezinshuis hetzelfde geslacht hebben, en gaat over tot de orde van de dag. Van Houwelingen", + "date": "2026-02-10", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 4, - "motion_id": 1259, - "score": -11.49345258141247, - "title": "Gewijzigde motie van het lid Sneller c.s. over structurele oplossingen bieden en slimmer straffen faciliteren (t.v.v. 24587-1042)", - "body_text": "24 587 Justitiële Inrichtingen Nr. 1046 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID SNELLER C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 1042 Voorgesteld 25 maart 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat sprake is van «code zwart» in het gevangeniswezen en dat daardoor op korte termijn onwenselijke maatregelen onvermijdelijk zijn; overwegende dat het kabinet tot nu toe echter onvoldoende perspectief heeft geboden op een structurele oplossing voor de problematiek in het gevangeniswezen en het «wegwerken» van de grote voorraad zelfmelders; verzoekt de regering om de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (Rtvi) alleen aan te passen om gedetineerden langer dan drie dagen voor het einde van hun detentie te kunnen «heenzenden» als het kabinet zich duidelijk gecommitteerd heeft aan: • het creëren van de randvoorwaarden om voldoende, gekwalificeerd personeel te werven en het voorzien in structureel voldoende fysieke detentiecapaciteit; • het maximaal faciliteren van slimmere straffen alsmede het waar mogelijk en nodig inzetten op intensivering van advisering door de reclassering van de rechter- commissaris bij de beslissing over (het schorsen van) de voorlopige hechtenis, en gaat over tot de orde van de dag. Sneller Van Nispen Boswijk Lahlah", - "date": "2025-04-15", + "motion_id": 4555, + "score": -7.013161188496075, + "title": "Motie van het lid Van Houwelingen over de Wereldgezondheidsorganisatie verlaten", + "body_text": "36 534 (R2193) Goedkeuring van de op 28 mei 2022 te Genève aangenomen wijzigingen van de op 23 mei 2005 te Genève tot stand gekomen Internationale Gezondheidsregeling (2005) ( Trb. 2022, 135 ) Nr. 11 MOTIE VAN HET LID VAN HOUWELINGEN Voorgesteld 17 december 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering ervoor te zorgen dat Nederland zo snel mogelijk de Wereldgezondheidsorganisatie verlaat, en gaat over tot de orde van de dag. Van Houwelingen", + "date": "2026-01-13", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 4, - "motion_id": 1172, - "score": -11.49345258141247, - "title": "Motie van het lid White over knelpunten rond inclusieve financiering adresseren bij de ontwikkeling van de FinancieringsGids en aanverwante instrumenten", - "body_text": "32 637 Bedrijfslevenbeleid Nr. 676 MOTIE VAN HET LID WHITE Voorgesteld 10 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat ondernemers vanuit minderheden, zoals mensen met een migratieachtergrond en vrouwen, minder toegang tot financiering hebben; overwegende dat onderzoek heeft uitgewezen dat het creëren van gelijke financieringskansen 139 miljard aan extra economische waarde kan opleveren; verzoekt de regering bestaande knelpunten rond inclusieve financiering expliciet te adresseren bij de verdere ontwikkeling van de FinancieringsGids en aanverwante instrumenten; verzoekt de regering daarbij werk te maken van toegankelijke communicatie en outreach naar deze groepen toe; verzoekt de regering om de Kamer jaarlijks te informeren over de voortgang via een monitor inclusieve financiering met aandacht voor bereik, impact en economische meerwaarde, en gaat over tot de orde van de dag. White", - "date": "2025-04-15", + "motion_id": 2973, + "score": -7.012935941835869, + "title": "Motie van het lid De Vos over besluiten een migratiesaldo van ten hoogste 60.000 mensen per jaar te realiseren", + "body_text": "36 848 Kabinetsformatie 2025 Nr. 6 MOTIE VAN HET LID DE VOS Voorgesteld 13 november 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat op basis van de verkiezingsprogramma's een meerderheid bestaat in deze Kamer voor een migratiesaldo van maximaal 60.000 mensen per jaar; besluit een migratiesaldo van ten hoogste 60.000 mensen per jaar te zullen realiseren, en gaat over tot de orde van de dag. De Vos", + "date": "2025-11-13", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 4, - "motion_id": 1139, - "score": -11.49345258141247, - "title": "Gewijzigde motie van het lid Van Baarle over een gesprek waarin het opschorten of verlichten van Amerikaanse sancties tegen Syrië wordt bepleit (t.v.v. 32623-337)", - "body_text": "32 623 Actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten Nr. 350 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID VAN BAARLE TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 337 Voorgesteld 15 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat sanctieverlichting vanuit de EU maar deels effectief zal zijn zolang het VS-sanctieregime tegen Syrië niet wordt versoepeld; overwegende dat er geen betekenisvolle sanctieverlichting vanuit de VS heeft plaatsgevonden buiten de door president Biden goedgekeurde General License 24, die in juli verloopt; verzoekt de regering om met gelijkgestemde landen in te zetten op een gesprek met de VS waarin opschorting of verlichting van de Amerikaanse sancties tegen Syrië wordt bepleit om het belang te dienen van de humanitaire wederopbouw, en gaat over tot de orde van de dag. Van Baarle", - "date": "2025-04-15", + "motion_id": 2769, + "score": -6.994294593628059, + "title": "Gewijzigd amendement van het lid Ergin ter vervanging van nr. 20 over een evaluatie na drie jaar", + "body_text": "36 699 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de herziening van de wettelijke grondslagen van de kerndoelen met focus op lezen, schrijven en rekenen (Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen) Nr. 23 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID ERGIN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 20 Ontvangen 25 november 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: I Aan artikel I wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: H Na artikel 201 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 201a. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk. II Aan artikel II wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: H Na artikel 164b wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 164c. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk. III Aan artikel III wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: M Na artikel 178 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 178a. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk. IV Aan artikel IV wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: D Na artikel 13.14 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 13.15. Evaluatie Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van die wet in de praktijk. Toelichting Met dit amendement wordt in de wet vastgelegd dat de herziening van de kerndoelen na drie jaar na inwerkingtreding wordt geëvalueerd. Deze bepaling is bedoeld om ervoor te zorgen dat in een vroeg stadium duidelijk wordt hoe de nieuwe kerndoelen uitwerken in de praktijk van scholen en leraren, en of zij uitvoerbaar, doelmatig en werkbaar zijn. Het gaat om een stelselwijziging waarvan de feitelijke effecten pas zichtbaar worden wanneer scholen daadwerkelijk met de nieuwe kerndoelen, methodes en leerlijnen werken. Een wettelijke evaluatie na drie jaar waarborgt dat eventuele knelpunten tijdig en zorgvuldig kunnen worden gesignaleerd, zodat indien nodig vroeg bijsturing kan plaatsvinden. De keuze voor een termijn van drie jaar sluit aan bij ervaringen met eerdere onderwijswetgeving. Bij verschillende veranderingen in het onderwijs, zoals de implementatie van de Wet Kwaliteit VO, Passend Onderwijs en de Wet Beroep Leraar, bleek dat de belangrijkste uitvoeringsproblemen al binnen de eerste jaren na invoering zichtbaar werden. Dit beeld wordt bevestigd in de rijksbrede Handreiking Wetsevaluaties, waarin wordt gesteld dat de meeste uitvoerings- en doeltreffendheidsproblemen doorgaans binnen twee tot drie jaar optreden. Scholen vertalen nieuwe wettelijke verplichtingen namelijk relatief snel naar hun onderwijspraktijk, waardoor eventuele organisatorische, didactische of financiële knelpunten al binnen deze periode aan het licht komen. Een evaluatie na drie jaar is daarom volgens indiener een noodzakelijke en proportionele waarborg die de onderwijspraktijk niet onnodig belast. Deze vroege evaluatie is vooral noodzakelijk vanwege de introductie van nieuwe kerndoelen, waarbij in het bijzonder de nieuwe kerndoelen voor burgerschap een belangrijke rol spelen. Anders dan vakgebonden kerndoelen zijn burgerschapsdoelen normatief en waarde gericht van aard. Ze raken aan thema’s zoals democratische basiswaarden, omgaan met verschillen en maatschappelijke verantwoordelijkheid, en worden in scholen met uiteenlopende identiteiten op verschillende manieren geïnterpreteerd en vormgegeven. Voor dergelijke kerndoelen is het van groot belang dat wordt onderzocht in hoeverre zij voldoende ruimte laten voor die diversiteit in de onderwijspraktijk en of scholen in staat zijn om hun eigen pedagogische en levensbeschouwelijke accenten te blijven aanbrengen. De mate waarin deze ruimte behouden blijft, is iets dat zich vrijwel direct manifesteert zodra scholen met de nieuwe kerndoelen gaan werken Door de evaluatietermijn op drie jaar te stellen, wordt verzekerd dat het parlement tijdig inzicht krijgt in de werking van de herziening van de kerndoelen, inclusief de specifieke impact van de burgerschapsdoelen op scholen met verschillende profielen. Dit maakt het mogelijk om waar nodig tijdig bij te sturen, zodat de actualisering van het curriculum daadwerkelijk bijdraagt aan kwalitatief goed onderwijs zonder afbreuk te doen aan de pluriformiteit van het onderwijsstelsel. Ergin", + "date": "2025-12-09", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 4, - "motion_id": 1140, - "score": -11.442605329921271, - "title": "Motie van het lid Van Baarle over sancties opschorten die de wederopbouw van Syrië bemoeilijken", - "body_text": "32 623 Actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten Nr. 336 MOTIE VAN HET LID VAN BAARLE Voorgesteld 9 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de humanitaire situatie in Syrië tot de slechtste ter wereld behoort en dat dit een stabiele en inclusieve politieke transitie kan ontwrichten; overwegende dat sanctieverlichting economische investeringen in Syrië kan stimuleren en daarmee de humanitaire crisis kan verhelpen; verzoekt de regering om te bepleiten om sancties die de wederopbouw van Syrië bemoeilijken spoedig op te schorten, en gaat over tot de orde van de dag. Van Baarle", - "date": "2025-04-15", + "motion_id": 2771, + "score": -6.974385204924601, + "title": "Gewijzigd amendement van het lid Ergin ter vervanging van nr. 19 over expliciteren dat de kerndoelen in overeenstemming met artikel 23 Grondwet worden uitgewerkt", + "body_text": "36 699 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de herziening van de wettelijke grondslagen van de kerndoelen met focus op lezen, schrijven en rekenen (Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen) Nr. 22 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID ERGIN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 19 Ontvangen 25 november 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: I In artikel I, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde tweede lid na «artikel 8, eerste tot en met derde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet». II In artikel II, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde tweede lid na «artikel 10, eerste tot en met derde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet». III In artikel II, onderdeel C, onder 3, wordt in het voorgestelde tweede lid na «artikel 10, eerste tot en met derde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet». IV In artikel III, onderdeel B, onder 3, wordt in het voorgestelde tweede lid na «artikel 11, eerste tot en met vierde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet». V In artikel III, onderdeel C, onder 1, wordt in het voorgestelde derde lid na «artikel 11, eerste tot en met vierde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet». VI In artikel III, onderdeel D, onder 1, wordt in het voorgestelde derde lid na «artikel 11, eerste tot en met vierde lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet». VII In artikel IV, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 2.13, tweede lid, na «de artikelen 1.4 en 2.2, eerste lid» ingevoegd «, van deze wet en artikel 23 van de Grondwet». Toelichting De Afdeling advisering van de Raad van State wijst in haar advies op het risico dat de uitwerking van kerndoelen, in het bijzonder de burgerschapskerndoelen, kan botsen met de godsdienstige, levensbeschouwelijke of pedagogische grondslag van scholen. De Afdeling constateert dat het wetsvoorstel onvoldoende duidelijk maakt hoe ver de uitwerking van kerndoelen bij algemene maatregel van bestuur zal reiken. Zij adviseert daarom expliciet aandacht te besteden aan het evenwicht tussen richtinggevende kaders enerzijds en het waarborgen van pedagogische autonomie anderzijds. Daarnaast benadrukt de Onderwijsraad in zijn recente brief aan de informateur dat het Nederlandse onderwijsbestel is gestoeld op pluriformiteit en dat de vrijheid van onderwijs zorgvuldig moet worden bewaakt. Een te normerende uitwerking van burgerschapskerndoelen kan ertoe leiden dat scholen onvoldoende ruimte behouden om deze doelen te realiseren in overeenstemming met hun eigen identiteit, terwijl artikel 23 Grondwet juist vereist dat binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat ruimte bestaat voor pluriformiteit. Dit amendement expliciteert daarom dat de uitwerking van kerndoelen met inachtneming van artikel 23 Grondwet moet geschieden en dus dat ruimte moet worden gelaten voor de identiteit van scholen. Daarmee wordt aangesloten bij de adviezen van zowel de Raad van State als de Onderwijsraad en wordt gewaarborgd dat de kerndoelen niet leiden tot onbedoelde inperking van constitutioneel beschermde ruimte voor pluriformiteit in het onderwijs. Ergin", + "date": "2025-12-09", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 5, - "motion_id": 2158, - "score": 3.0413859677898527, - "title": "Amendement van het lid Rooderkerk c.s. over middelen voor het terugdraaien van de extra bezuinigingen", - "body_text": "36 725 VIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) Nr. 7 AMENDEMENT VAN HET LID ROODERKERK C.S. Ontvangen 18 juni 2025 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd: I In artikel 01 Primair onderwijs worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 500 (x € 1.000). II In artikel 04 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 6.000 (x € 1.000). III In artikel 06 Hoger beroepsonderwijs worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 1.531 (x € 1.000). IV In artikel 07 Wetenschappelijk onderwijs worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 766 (x € 1.000). V In artikel 11 Studiefinanciering worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 1.000 (x € 1.000). VI In artikel 15 Media worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 695 (x € 1.000). VII In artikel 91 Nog onverdeeld worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 69.700 (x € 1.000). Toelichting Indieners stellen vast dat er toch besloten is tot extra onderwijsbezuinigingen bij de Voorjaarsnota, ondanks aangenomen amendementen van constructieve oppositiepartijen om bezuinigingen op onderwijs niet door te zetten. Indieners zijn van mening dat de extra bezuinigingen op onderwijs zeer onwenselijk zijn, zeker nu de lees- en rekenvaardigheid van kinderen onder druk staat en internationale spanningen toenemen. Juist in deze tijd is het noodzakelijk om te investeren in het onderwijs: voor het talent noodzakelijk voor een concurrerende kenniseconomie, voor de vakmensen in de bouw, de zorg en de techniek. Daarom stellen indieners dit amendement voor. Bij de Voorjaarsnota is besloten, zonder fatsoenlijke onderbouwing, een aantal extra bezuinigingen door te voeren. Zo hebben de fractievoorzitters van de fracties VVD, PVV, NSC en BBB besloten tot een bezuiniging op de onderwijskansenregeling. Deze regeling bestaat om met name vmbo-scholieren meer ondersteuning te bieden op de middelbare school, zoals extra bijles, kleinere klassen en persoonlijke begeleiding. Uit beantwoording van de regering blijkt dat deze bezuiniging kan resulteren in grootschalige ontslagrondes, met wel 1600 fulltime lerarenbanen minder in het voortgezet onderwijs. Het aantal schoolverlaters neemt hierdoor toe, jongeren vallen uit of blijven op latere leeftijd werkloos. Ook hebben de fractievoorzitters besloten om € 48 miljoen structureel te bezuinigen op de aanpak van basisvaardigheden, wat indieners zeer onwenselijk vinden gezien de dalende taalvaardigheid van Nederlandse scholieren. Bovendien is besloten om opnieuw structureel te bezuinigen op de bekostiging van het vervolgonderwijs, met een extra bezuiniging op de bekostiging van het mbo (€ 21 miljoen structureel) en op het hbo en wo (€ 59 miljoen structureel), en een bezuiniging op het praktijkleren van € 20 miljoen, waar recentelijk juist € 12 miljoen in geïnvesteerd is. Tot slot kiest de regering ervoor om lonen en prijzen niet te corrigeren voor de inflatie. Met dit amendement beogen indieners de volgende totaalsom aan bezuinigingen terug te draaien: Bedragen (x € 1.000) in euro’s mln. 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Opheffen onderwijskansenregeling 0 0 – 90.000 – 177.000 – 177.000 – 177.000 Basisvaardigheden funderend onderwijs 0 0 – 9.225 – 21.483 – 48.102 – 48.102 Verlagen ho-bekostiging – 2.297 – 23.800 – 33.469 – 41.376 – 41.834 – 58.863 Verlagen mbo-bekostiging 0 – 8.543 – 11.280 – 14.815 – 14.297 – 21.461 Praktijkleren 0 0 0 0 0 – 20.010 Inzet loon- en prijsbijstelling – 69.700 – 47.177 – 47.114 – 55.143 – 20.790 – 51.609 Overige ombuigingen – 8.195 – 23.527 – 36.975 – 24.124 – 28.246 – 30.444 Totaal – 80.192 – 103.047 – 228.063 – 333.941 – 330.269 – 407.486 De indieners dekken het amendement door de AOW-leeftijd met maximaal drie jaar te flexibiliseren. Hierdoor kunnen mensen ervoor kiezen om na hun AOW-leeftijd door te werken en hun AOW-uitkering uit te stellen. Wie later AOW opneemt, ontvangt een hogere uitkering. Deze maatregel levert naar schatting ongeveer € 200 miljoen op. Daarnaast verhogen indieners de boetes op kartelvorming om zo verboden prijsverhogende afspraken beter te bestrijden, dit levert jaarlijks circa € 200 miljoen op en leidt tot lagere prijzen voor consumenten. Rooderkerk Krul Ceder Stoffer Eerdmans", - "date": "2025-07-03", + "motion_id": 1324, + "score": 6.855080825553935, + "title": "Motie van de leden Sneller en Tseggai over nog dit jaar een voorstel indienen voor erkenning van meerouderschap en meeroudergezag", + "body_text": "33 836 Personen- en familierecht Nr. 117 MOTIE VAN DE LEDEN SNELLER EN TSEGGAI Voorgesteld 3 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat een wettelijke regeling voor meerouderschap en meeroudergezag in het belang is van het kind; constaterende dat een op de vijf meeroudergezinnen problemen ervaart met het ontbreken van zo'n regeling; constaterende dat de Kamer al in 2022 vroeg om een concreet stappenplan en dat dat er nog steeds niet is; constaterende dat er geen stelselwijzigingen nodig zijn wanneer zo veel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande regelingen; van mening dat er hiermee geen substantiële juridische of uitvoeringstechnische barrières meer zijn voor meerouderschap en meeroudergezag; verzoekt de regering om nog dit jaar een voorstel tot aanpassing van het Burgerlijk Wetboek naar de Kamer te sturen om meerouderschap en meeroudergezag te erkennen; verzoekt de regering om daarbij met een samenloopregeling eventuele onduidelijkheid naar andere nog niet aangepaste wetten en regels op te lossen, en gaat over tot de orde van de dag. Sneller Tseggai", + "date": "2025-04-08", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 5, - "motion_id": 9779, - "score": 3.0413859677898527, - "title": "Motie van het lid Paulusma c.s. over alleen voor chronisch zieken en gehandicapten het eigen risico met €220 verlagen door voor deze groep een regeling te treffen", - "body_text": "29 282 Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector Nr. 590 MOTIE VAN HET LID PAULUSMA C.S. Voorgesteld 19 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat door de plannen van het kabinet om het eigen risico te halveren voor alle verzekerden, de zorgpremie explosief zal stijgen bovenop de al verwachte stijging; overwegende dat het de toegankelijkheid van de zorg voor alle Nederlanders ten goede komt door de groep chronisch zieken en gehandicapten met een lager inkomen gericht te helpen; verzoekt de regering om het eigen risico alleen voor chronisch zieken en gehandicapten met € 220 te verlagen door voor deze groep een regeling te treffen; verzoekt de regering de opbrengsten hiervan te gebruiken om te investeren in onderwijs, zoals opleidingen voor verpleegkundigen, en te zoeken naar manieren voor een lastenverlichting voor werkenden, waaronder zorgpersoneel, om zo de wachtlijsten terug te dringen in plaats van op te drijven, en gaat over tot de orde van de dag. Paulusma Koekkoek Eerdmans Krul", - "date": "2024-12-20", + "motion_id": 25121, + "score": 6.742649707258022, + "title": "Motie van het lid Lahlah over de envelop groepen in de knel niet meer inzetten voor het ontwikkelen van regulerend beleid", + "body_text": "24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 771 MOTIE VAN HET LID LAHLAH Voorgesteld 6 november 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet de maatregelen uit het ibo-basispakket wil uitvoeren om schulden tegen te gaan en dat voor een deel van deze maatregelen de envelop groepen in de knel wordt gebruikt; van mening dat de envelop groepen in de knel bedoeld is om directe ondersteuning te bieden aan kwetsbare groepen in de samenleving; verzoekt de regering om de envelop groepen in de knel niet meer in te zetten voor het ontwikkelen van regulerend beleid, en gaat over tot de orde van de dag. Lahlah", + "date": "2024-11-12", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 5, - "motion_id": 25526, - "score": 3.0413859677898527, - "title": "Motie van het lid Stoffer over de inkomensgrens in het kindgebonden budget verhogen zodat ook middeninkomens gesteund worden", - "body_text": "36 600 Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën Nr. 23 MOTIE VAN HET LID STOFFER Voorgesteld 19 september 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet het kindgebonden budget voor de laagste inkomens verhoogt, deels ten koste van het kindgebonden budget voor middeninkomens; overwegende dat ook gezinnen met middeninkomens meer ondersteund moeten worden en dat het daarom wenselijk is om specifiek voor deze groep het kindgebonden budget te verhogen, omdat in deze groep helaas veel stille armoede is en omdat deze groep de laatste jaren veel minder financieel gesteund is dan andere groepen; verzoekt de regering de inkomensgrens in het kindgebonden budget te verhogen zodat ook middeninkomens gesteund worden, en dit te dekken door bijvoorbeeld het aftrektarief in de earningsstrippingmaatregel minder te verhogen of door de inzet van het resterende budget voor «groepen in de knel», en gaat over tot de orde van de dag. Stoffer", - "date": "2024-10-08", + "motion_id": 1879, + "score": 6.724350835727081, + "title": "Motie van de leden Van Nispen en Mohandis over kwaliteitseisen aan zwemdiploma's en zweminstructeurs wettelijk vastleggen", + "body_text": "30 234 Toekomstig sportbeleid Nr. 420 MOTIE VAN DE LEDEN VAN NISPEN EN MOHANDIS Voorgesteld 3 september 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er momenteel geen wettelijke kwaliteitseisen gesteld worden aan zwemdiploma's en zwemonderwijs; van mening dat het voor ouders duidelijk zou moeten zijn aan welke kwaliteitsstandaarden het zwemonderwijs van hun kind voldoet; van mening dat zwemonderwijzers zelf moeten kunnen bepalen hoe zwemles wordt gegeven, maar er wel uniforme kwaliteitseisen noodzakelijk zijn; overwegende dat er vanuit de zwembranche nu initiatief wordt genomen om te komen tot één normering voor alle zwemdiploma's; verzoekt de regering om dit proces blijvend te ondersteunen en wettelijk vast te leggen dat er kwaliteitseisen worden gesteld aan zwemdiploma's en zweminstructeurs, en gaat over tot de orde van de dag. Van Nispen Mohandis", + "date": "2025-09-09", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 5, - "motion_id": 9967, - "score": 2.882477468905922, - "title": "Amendement van het lid Flach ter vervanging van nr. 3 over middelen voor praktijkonderzoek en ondersteuning van telers in het kader van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030", - "body_text": "36 625 XIV Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2024 (wijziging samenhangende met Najaarsnota) Nr. 5 AMENDEMENT VAN HET LID FLACH TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 3 1 Ontvangen 18 december 2024 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd: I In artikel 21 Land- en tuinbouw worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 3.000 (x € 1.000). II In artikel 51 Nog onverdeeld worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 3.000 (x € 1.000). Toelichting De uitdagingen op het gebied van gewasbescherming zijn groot. Teelten staan onder druk vanwege het afnemende pakket aan gewasbeschermingsmiddelen en de toenemende druk van ziekten en plagen. Er wordt ingezet op precisielandbouw en weerbare teelten, maar dat is in de praktijk niet eenvoudig. Tegelijkertijd constateert de indiener dat subsidieregelingen voor onder meer het praktijkprogramma plantgezondheid in het kader van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 (Kamerstuk 27 858, nr. 569 ) aflopen. De indiener vindt het, gelet op het belang van weerbare teelten en vermindering van de milieubelasting bij gewasbescherming, van groot belang dat de komende jaren samen met onder meer de akkerbouw- en vollegrondsgroenteteelt-sector geïnvesteerd blijft worden in praktijkonderzoek en ondersteuning van telers in het kader van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030. Door sectorpartijen wordt gewerkt aan pilots met benchmarking en opschaling daarvan en is een plan van aanpak gepresenteerd voor een gebiedsgerichte aanpak om de milieubelasting te verlagen. Hier is ondersteuning voor nodig. Er moet werk gemaakt worden van onder meer een nieuwe praktijkprogramma plantgezondheid en ondersteuning voor de inzet op benchmarking en de gebiedsgerichte aanpak. Gelet op de urgentie acht de indiener het wenselijk zo snel mogelijk beschikbare middelen hiervoor in te zetten en niet te wachten tot 2026. Hij stelt daarom voor beschikbare onverdeelde middelen te reserveren voor genoemde maatregelen. De indiener gaat ervan uit dat deze middelen via de eindejaarsmarge in 2025 beschikbaar blijven mochten deze in 2024 niet geheel tot besteding komen. Vanaf 2026 is financiering mogelijk vanuit de middelen voor de agrarische sector uit het Hoofdlijnenakkoord. Dekking wordt dus gevonden in de volgens de Najaarsnota nog onverdeelde middelen op begrotingsartikel 51 (Nog onverdeeld). Flach X Noot 1 Vervanging in verband met een wijziging van de toelichting.", - "date": "2024-12-19", + "motion_id": 3091, + "score": 6.596709935809769, + "title": "Motie van de leden Mohandis en Piri over een nationaal coördinator tegen ongewenste buitenlandse beïnvloeding", + "body_text": "30 821 Nationale Veiligheid Nr. 317 MOTIE VAN DE LEDEN MOHANDIS EN PIRI Voorgesteld 2 oktober 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de maatschappelijke discussie over ongewenste buitenlandse beïnvloeding heeft gezorgd voor een toegenomen erkenning van dit probleem in de samenleving; constaterende dat tegelijkertijd de politieke aanpak van ongewenste buitenlandse beïnvloeding traag en versnipperd verloopt; overwegende dat een nationaal coördinator kan zorgen voor een gecoördineerde en versterkte aanpak ter bestrijding van ongewenste buitenlandse beïnvloeding; verzoekt het kabinet tot het instellen van een nationaal coördinator tegen ongewenste buitenlandse beïnvloeding, en gaat over tot de orde van de dag. Mohandis Piri", + "date": "2025-10-02", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 5, - "motion_id": 24973, - "score": 2.8435623575023246, - "title": "Nader gewijzigd amendement van de leden Grinwis en Inge van Dijk ter vervanging van nr. 134 over het verlagen van het tarief van de tweede schijf", - "body_text": "36 602 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2025) Nr. 139 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN GRINWIS EN INGE VAN DIJK TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 134 Ontvangen 14 november 2024 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: I In de in artikel I, onderdeel A, voorgestelde tarieftabel van artikel 2.10, eerste lid, worden de in de eerste en tweede kolom als laatste genoemde bedragen verlaagd met € 1.299 en wordt het in kolom IV als tweede genoemde percentage verlaagd met 1,66 procentpunt. II In de in artikel I, onderdeel B, voorgestelde tarieftabel van artikel 2.10a, eerste lid, worden de in de eerste en tweede kolom als laatste genoemde bedragen verlaagd met € 1.299 en wordt het in kolom IV als tweede genoemde percentage verlaagd met 1,66 procentpunt. III In artikel I wordt na onderdeel Q een onderdeel ingevoegd, luidende: Qa In artikel 8.11, tweede lid, eerste zin, onderdeel c, wordt het als tweede genoemde bedrag verlaagd met € 192. IV In de in artikel VIII, onderdeel A, voorgestelde tarieftabel van artikel 20a, eerste lid, worden de in de eerste en tweede kolom als laatste genoemde bedragen verlaagd met € 1.299 en wordt het in kolom IV als tweede genoemde percentage verlaagd met 1,66 procentpunt. V In de in artikel VIII, onderdeel B, voorgestelde tarieftabel van artikel 20b, eerste lid, worden de in de eerste en tweede kolom als laatste genoemde bedragen verlaagd met € 1.299 en wordt het in kolom IV als tweede genoemde percentage verlaagd met 1,66 procentpunt. VI Na artikel VIII, onderdeel C, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: Ca In artikel 22a, tweede lid, onderdeel c, wordt het als tweede vermelde bedrag verlaagd met € 192. VII In artikel LIX wordt na «van het Belastingplan 2024,» ingevoegd «artikel I, onderdelen A en B» en wordt na «de artikelen IV tot en met VII,» ingevoegd «artikel VIII, onderdelen A en B». VIII In artikel LXV, eerste lid, onderdeel d, wordt «artikel I, onderdeel Q, en artikel VIII, onderdeel C» vervangen door «artikel I, onderdelen Q en Qa, en artikel VIII, onderdelen C en Ca». Toelichting Dit amendement regelt dat het tarief van de nieuwe tweede schijf verlaagd wordt van 37,48% naar 35,82%. Hiermee is het tarief van de tweede schijf gelijk aan dat van de eerste schijf, waarmee de begrijpelijkheid van het stelsel niet afneemt, zoals in het kabinetsvoorstel, maar toeneemt. Dekking wordt gevonden in het niet-indexeren van de schijfgrens van het toptarief en het verlagen van de arbeidskorting (die vorig jaar met 480 euro verhoogd is). Doordat deze ingreep plaatsvindt in het traject van de tweede schijf, zijn de inkomenseffecten vrijwel nihil. Dit amendement vermindert naast de complexiteit de verstorende werking van de arbeidskorting, waarvan immers – in de woorden van de vorige Staatssecretaris – «de grenzen van de inzet van bereikt zijn». Indieners zijn van mening dat een extra schijf in box 1 moet worden doorgevoerd op het moment dat (een deel van) de heffingskortingen niet meer inkomensafhankelijk afbouwen en niet dat er, zoals in het huidige voorstel, de facto nog een extra inkomensafhankelijke knop wordt gecreëerd. Daarom roepen indieners de regering op om ook bij toekomstige belastingplannen volgens dit principe te handelen, en dus geen extra schijf te implementeren vooruitlopend op een versimpeling van het belastingstelsel. Grinwis Inge van Dijk", - "date": "2024-11-14", + "motion_id": 3509, + "score": 6.5797836420518285, + "title": "Motie van het lid Paternotte c.s. over pleiten voor het vastleggen van het recht op abortus in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en in het IVBPR", + "body_text": "36 247 Initiatiefnota van het lid Paulusma over toegang tot abortus is een mensenrecht Nr. 10 MOTIE VAN HET LID PATERNOTTE C.S. Voorgesteld tijdens het notaoverleg van 8 september 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de toegang tot veilige abortus wereldwijd onder druk staat; overwegende dat onveilige, zelf uitgevoerde abortussen jaarlijks veel vrouwen het leven kosten en deze sterfgevallen volgens de WHO in bijna alle gevallen te voorkomen zouden zijn met toegang tot veilige abortussen; van mening dat alle vrouwen het recht hebben om te beschikken over hun eigen lichaam; spreekt uit dat toegang tot veilige abortus een mensenrecht is; verzoekt het kabinet om, samen met een kopgroep van gelijkgestemde landen en wanneer opportuun, te pleiten voor het vastleggen van het recht op abortus in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en in het IVBPR, en gaat over tot de orde van de dag. Paternotte Dobbe Van der Burg Hirsch", + "date": "2025-09-23", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 5, - "motion_id": 24372, - "score": -2.731362336590717, - "title": "Motie van het lid Beckerman over bij de uitvoering van de Wgiw het niet-meer-dan-anders principe individueel garanderen", - "body_text": "36 387 Wijziging van de Omgevingswet, de Gaswet en de Warmtewet in verband met gemeentelijke instrumenten voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie) Nr. 35 MOTIE VAN HET LID BECKERMAN Voorgesteld 10 april 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, gelet op de uitdagingen en kansen van de warmtetransitie; verzoekt de regering om bij de uitvoering van de Wgiw tot een plan te komen om het niet-meer-dan-andersprincipe individueel te garanderen, en gaat over tot de orde van de dag. Beckerman", - "date": "2024-04-16", + "motion_id": 10570, + "score": -7.88078795064392, + "title": "Motie van het lid Flach over een verkenning naar de mogelijkheid om structureel een minimumbudget vrij te maken voor informele schuldhulpverlening via vrijwilligersorganisaties", + "body_text": "36 600 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2025 Nr. 72 MOTIE VAN HET LID FLACH Voorgesteld 28 november 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het risico bestaat dat gemeenten bezuinigen op informele schuldhulpverlening als gevolg van de financiële situatie van gemeenten door het ravijnjaar, terwijl de opgebouwde landelijke infrastructuur van schuldhulpvrijwilligers van grote waarde is; verzoekt de regering te verkennen of in de toekomst structureel een minimumbudget van bijvoorbeeld 10% van de integrale aanpak problematische schulden kan worden vrijgemaakt voor informele schuldhulpverlening via vrijwilligersorganisaties, en hierop terug te komen bij de Voorjaarsnota, en gaat over tot de orde van de dag. Flach", + "date": "2024-12-03", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 5, - "motion_id": 23733, - "score": -2.4938253260214647, - "title": "Motie van het lid Ellian over zowel toezicht op de advocatuur als klachtenonderzoek onderbrengen bij de Onafhankelijke Toezichthouder Advocatuur", - "body_text": "29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde Nr. 856 MOTIE VAN HET LID ELLIAN Voorgesteld 12 juni 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het toezicht op de advocatuur versterkt en hervormd dient te worden; constaterende dat de regering bij deze hervorming klachtenonderzoek van het toezicht wil scheiden door toezicht bij de Onafhankelijke Toezichthouder Advocatuur onder te brengen en klachtenonderzoek bij de lokale dekens; constaterende dat toezicht op naleving van de kernwaarden onafhankelijkheid, deskundigheid, vertrouwelijkheid, partijdigheid en integriteit evenals klachtenonderzoek onder meer via de gedragsregels plaatsvindt; van mening dat klachtenonderzoek, toezicht op naleving van de kernwaarden en het daaruit volgende tuchtrecht onlosmakelijke onderdelen van toezicht zijn en derhalve bij de Onafhankelijke Toezichthouder Advocatuur moeten worden ondergebracht, met oog voor lokale kennis; verzoekt de regering om bij de versterking en hervorming van het toezicht op de advocatuur zowel het toezicht als klachtenonderzoek, als onderdeel van het tuchtrechtelijk toezicht op naleving van de kernwaarden, onder te brengen bij de Onafhankelijke Toezichthouder Advocatuur, en gaat over tot de orde van de dag. Ellian", - "date": "2024-06-18", + "motion_id": 1113, + "score": -7.765248840223727, + "title": "Amendement van het lid Welzijn over een voorhangbepaling", + "body_text": "36 582 Wijziging van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening en oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen in verband met het op onderdelen in balans brengen van deze wetten tussen bestaanszekerheid, re-integratie en handhaving (Participatiewet in balans) Nr. 30 AMENDEMENT VAN HET LID WELZIJN Ontvangen 15 april 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: Artikel I, onderdeel L, onder 4, wordt als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef wordt «twee leden» vervangen door «drie leden». 2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 9. De voordracht voor een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Toelichting In de tweede nota van wijziging 1 op het wetsvoorstel Participatiewet in balans wordt voorgesteld om de taaleis (artikel 18b) te behouden. In het eerste lid van artikel 18b Participatiewet (Pw) wordt geregeld dat het verlagen van de bijstand bij het niet voldoen aan de taaleis gebeurt overeenkomstig artikel 18, tweede tot en met zevende lid, Pw. De maatregelen die worden opgelegd zullen niet meer als standaardverlagingen in de wet staan, maar worden opgenomen in het Maatregelenbesluit sociale zekerheidswetten waardoor meer differentiatie mogelijk is. Indiener staat op zich achter de taaleis, maar wil wel differentiëren en daarbij rekening houden met de vaardigheden van de bijstandsgerechtigde. Om als Kamers te kunnen beoordelen of dit inderdaad het geval is wordt met dit amendement een voorhangprocedure voorgesteld. Welzijn X Noot 1 Kamerstukken II 2024/25, 36 582, nr. 9 .", + "date": "2025-04-22", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 5, - "motion_id": 24876, - "score": -2.4914433814368415, - "title": "Amendement van het lid Vermeer over aan teruglevering gerelateerde kosten alleen in rekening brengen bij actieve afnemers", - "body_text": "36 611 Wijziging van enkele wetten ter uitvoering van de beëindiging van de salderingsregeling voor elektriciteit en enkele technische wijzigingen Nr. 21 AMENDEMENT VAN HET LID VERMEER Ontvangen 8 november 2024 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: In artikel I, onderdeel C, wordt als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef wordt «drie» vervangen door «vier». 2. Onder vernummering van het achtste lid tot het negende lid wordt na het zevende lid een lid ingevoegd, luidende: 8. Kosten die gerelateerd zijn aan het terugleveren van zelfopgewekte hernieuwbare elektriciteit door actieve afnemers, die tevens huishoudelijk eindafnemer of een micro-onderneming zijn, aan een marktdeelnemer, kunnen uitsluitend in rekening wordt gebracht bij die actieve afnemers. Toelichting Het amendement richt zich op het eerlijk en transparant toewijzen van terugleverkosten aan actieve afnemers, waardoor kleinverbruikers beter inzicht krijgen in de daadwerkelijke kostenstructuur van hun energiecontracten. Door voor te schrijven dat kosten die samenhangen met het terugleveren door actieve afnemers alleen in rekening mogen worden gebracht bij die actieve afnemers, wordt beoogd dat alleen de kleinverbruikers die deze kosten veroorzaken, hiervoor ook daadwerkelijk betalen. Vermeer", - "date": "2024-11-14", + "motion_id": 2400, + "score": -7.74519906172809, + "title": "Motie van de leden Krul en Ceder over de maatschappelijke diensttijd als begeleidingsinstrument voor jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt", + "body_text": "36 667 Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en enkele andere wetten ter bevordering van de kansengelijkheid middels verbetering van de begeleiding naar duurzame economische zelfstandigheid van jongeren met een risico op een afstand tot de arbeidsmarkt (Wet van school naar duurzaam werk) Nr. 28 MOTIE VAN DE LEDEN KRUL EN CEDER Voorgesteld 24 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Wet van school naar duurzaam werk als doel heeft jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleiding en ondersteuning te bieden bij het vinden van duurzaam werk; overwegende dat de maatschappelijke diensttijd bepaalde jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt kan helpen in het hervinden van vertrouwen, het bieden van structuur en het opdoen van werk en/of stage-ervaring; overwegende dat de maatschappelijke diensttijd een positieve bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van deze jongeren en het de slagingskans van de Wet van school naar duurzaam werk kan vergroten; verzoekt de regering te bezien hoe de maatschappelijke diensttijd ingezet kan worden als begeleidingsinstrument om jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden in het kader van de Wet van school naar duurzaam werk, en gaat over tot de orde van de dag. Krul Ceder", + "date": "2025-07-01", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 5, - "motion_id": 3989, - "score": -2.467370305707831, - "title": "Motie van het lid Jimmy Dijk over als kabinetsdoel stellen dat ongelijkheid niet moet toenemen maar afnemen", - "body_text": "36 848 Kabinetsformatie 2025 Nr. 90 MOTIE VAN HET LID JIMMY DIJK Voorgesteld 26 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de armen armer worden en de rijken rijker; constaterende dat de laagste inkomensgroep er in koopkracht het meest op achteruitgaat en de hoogste inkomensgroep er het meest op vooruitgaat; verzoekt de regering om als kabinetsdoel te stellen dat ongelijkheid niet moet toenemen, maar moet afnemen, en gaat over tot de orde van de dag. Jimmy Dijk", - "date": "2026-02-26", + "motion_id": 1022, + "score": -7.667921412645334, + "title": "Motie van het lid Grinwis c.s. over het overeind houden van de doelen van de Woontop en de Nationale Prestatieafspraken", + "body_text": "36 698 Voorstel van wet van het lid De Hoop tot wijziging van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en de Woningwet in verband met de bevriezing van de huren in 2025 en van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en andere fiscale wetten in verband met het vervallen van de vennootschapsbelastingplicht voor woningcorporaties en dekkingsmaatregelen daarvoor Nr. 13 MOTIE VAN HET LID GRINWIS C.S. Voorgesteld 23 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, gelezen de afspraken van de Woontop, de Nationale Prestatieafspraken én de Voorjaarsnota; spreekt uit dat het Rijk zich moet houden aan afspraken die het heeft gemaakt en ondertekend; verzoekt de regering alles in het werk te stellen om de doelen van de Woontop en de Nationale Prestatieafspraken om te voorzien in voldoende betaalbare en goed geïsoleerde woningen overeind te houden, en gaat over tot de orde van de dag. Grinwis Vijlbrief Flach Boswijk Dassen", + "date": "2025-04-24", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 5, - "motion_id": 27303, - "score": -2.4423706676336336, - "title": "Motie van de leden Dijk en Ouwehand over uitspreken dat het eigen risico zo snel mogelijk moet worden afgeschaft", - "body_text": "36 471 Kabinetsformatie 2023 Nr. 9 MOTIE VAN DE LEDEN DIJK EN OUWEHAND Voorgesteld 13 december 2023 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het eigen risico voor één op de vier mensen een reden is om zorg te mijden; overwegende dat al deze mensen niet kunnen wachten totdat de formatie is afgerond; spreekt uit dat het eigen risico zo snel mogelijk moet worden afgeschaft, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk Ouwehand", - "date": "2023-12-13", + "motion_id": 2537, + "score": -7.645576807340234, + "title": "Motie van het lid Saris over de verkorting van de WW-duur alleen doorvoeren met concrete maatregelen voor betere ondersteuning en omscholing bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid", + "body_text": "36 725 XV Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) Nr. 10 MOTIE VAN HET LID SARIS Voorgesteld tijdens wetgevingsoverleg 17 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat een WW-duurverkorting van 24 naar 18 maanden nadelig uitpakt voor met name kwetsbare en oudere werklozen, die sneller terug zullen vallen in de bijstand; constaterende dat een WW-duurverkorting van 24 naar 18 maanden ook doorwerkt in de WIA, waardoor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten sneller terug zullen vallen in een WGA-vervolguitkering; constaterende dat een WGA-vervolguitkering slechts een percentage van het minimumloon bedraagt; overwegende dat het huidige socialezekerheidsstelsel onvoldoende gericht is op ondersteuning en omscholing bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid; verzoekt de regering zich maximaal in te spannen om de WW-duurverkorting alleen door te voeren gepaard met concrete maatregelen die gericht zijn op betere ondersteuning en omscholing bij werkloosheid en arbeidsongeschiktheid; verzoekt de regering zich daarbij ook maximaal in te spannen voor het treffen van concrete maatregelen om meer in te zetten op preventie in het voorkomen van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, en gaat over tot de orde van de dag. Saris", + "date": "2025-06-25", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 6, - "motion_id": 2395, - "score": 2.5120289350767204, - "title": "Motie van het lid Wijen-Nass over gemeenten oproepen de menselijke maat te hanteren bij permanente bewoners op vakantieparken", - "body_text": "32 847 Integrale visie op de woningmarkt Nr. 1355 MOTIE VAN HET LID WIJEN-NASS Voorgesteld 25 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Minister een instructieregel in consultatie heeft die gemeenten verplicht om medewerking te verlenen aan het legaliseren van permanente bewoning in recreatiewoningen door bewoners die daar vóór 16 mei 2024 woonden; overwegende dat eerder aangenomen moties al opriepen tot stoppen met handhaving van permanente bewoning; constaterende dat verschillende gemeenten desondanks blijven handhaven, hoge dwangsommen opleggen en bewoners onder druk zetten; overwegende dat dit leidt tot schrijnende situaties, rechtsongelijkheid en onrust, terwijl landelijke oplossingen in aantocht zijn; verzoekt de regering om gemeenten nogmaals op te roepen de menselijke maat te hanteren bij permanente bewoners op vakantieparken totdat de landelijke regelgeving is vastgesteld en in werking is getreden, en gaat over tot de orde van de dag. Wijen-Nass", - "date": "2025-07-01", + "motion_id": 3940, + "score": 8.392689054641634, + "title": "Motie van het lid Van Oosterhout over geen vertegenwoordigers van de fossiele industrie uitnodigen voor de klimaatconferentie in Colombia", + "body_text": "31 793 Internationale klimaatafspraken Nr. 290 MOTIE VAN HET LID VAN OOSTERHOUT Voorgesteld 10 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland samen met Colombia op 28 en 29 april een internationale klimaatconferentie over de transitie weg van fossiele brandstoffen organiseert; constaterende dat vertegenwoordigers van fossiele energiebedrijven in groten getale aanwezig waren bij de laatste klimaattop in Brazilië; overwegende dat de lobby van fossiele bedrijven internationale samenwerking en afspraken over de transitie weg van fossiele brandstoffen vertraagt; verzoekt de regering als medevoorzitter geen vertegenwoordigers van de fossiele industrie uit te nodigen voor de klimaatconferentie in Colombia, en gaat over tot de orde van de dag. Van Oosterhout", + "date": "2026-03-03", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 6, - "motion_id": 1221, - "score": 2.4374403246819765, - "title": "Gewijzigde motie van de leden Dral en Wijen-Nass over een vlucht naar illegaliteit door het verhogen van de leeftijdsgrens bij risicovolle kansspelen (t.v.v. 24557-248)", - "body_text": "24 557 Kansspelen Nr. 266 GEWIJZIGDE MOTIE VAN DE LEDEN DRAL EN WIJEN-NASS TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 248 Voorgesteld 15 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Staatssecretaris bij online risicovolle kansspelen een verhoging van de leeftijdsgrens voorstelt van 18 naar 21 jaar; constaterende dat de Staatssecretaris aangeeft dat er geen onderzoek is gedaan of hierdoor geen verdere vlucht naar de illegaliteit zal ontstaan; overwegende dat deze maatregel schijnveiligheid creëert als van dit laatste sprake is; verzoekt de Staatssecretaris om die reden dit onderzoek wel te doen en de resultaten tijdig voor de plenaire behandeling van de gewijzigde Wet Koa met de Kamer te delen, en gaat over tot de orde van de dag. Dral Wijen-Nass", - "date": "2025-04-15", + "motion_id": 3793, + "score": 8.294592239946153, + "title": "Motie van het lid Dassen over de huidige binnengrenscontroles beëindigen", + "body_text": "36 800 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026 Nr. 64 MOTIE VAN HET LID DASSEN Voorgesteld 5 maart 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat binnengrenscontroles geen geschikt instrument zijn om irreguliere migratie tegen te gaan; overwegende dat drukke grenzen leiden tot files en economische schade; verzoekt de regering de huidige binnengrenscontroles te beëindigen, en gaat over tot de orde van de dag. Dassen", + "date": "2026-03-10", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 6, - "motion_id": 22822, - "score": 2.3093412634727986, - "title": "Gewijzigd amendement van het lid Krul ter vervanging van nr. 10 over ook voltijdsopleidingen binnen het hoger onderwijs met leeruitkomsten kunnen laten werken", - "body_text": "36 136 Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek houdende de verankering van eenheden van leeruitkomsten in die wet (Wet leeruitkomsten hoger onderwijs) Nr. 11 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID KRUL TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 10 Ontvangen 1 maart 2024 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: I In de beweegreden wordt «duale en deeltijdopleidingen» vervangen door «opleidingen». II In het met artikel I, onderdeel B, voorgestelde artikel 7.3, derde lid, wordt «Uitsluitend duale» vervangen door «Duale» en wordt «en voltijdse opleidingen» vervangen door «, voltijdse opleidingen in het hoger beroepsonderwijs en voltijdse opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs». Toelichting Door middel van dit amendement wil de indiener bewerkstelligen dat ook voltijdsopleidingen van hogescholen kunnen gaan werken met leeruitkomsten. De aanleiding hiervoor is drieledig. Als eerste maakt het de opleiding toegankelijker, bijvoorbeeld voor mensen die naast de studie ook tijd nodig hebben voor topsport, een eigen bedrijf, mantelzorg, of werk dat ze al doen in de sector waarvoor ze studeren. Ook zorgt het ervoor dat kennis en vaardigheden die mensen elders opdoen, gemakkelijker erkend en meegenomen kunnen worden. Dit zonder concessies te doen aan de eindtermen waar studenten aan moeten voldoen. Ten slotte zorgt het voor het tegengaan van administratieve lasten zodat hogescholen één onderwijs- en examenregeling op kunnen stellen, in plaats van twee indien de wet alleen van toepassing zou zijn op deeltijd en duale opleidingen. Krul", - "date": "2024-03-12", + "motion_id": 3855, + "score": 8.294592239946153, + "title": "Motie van het lid Dassen c.s. over de Nederlandse veiligheidsdiensten een risicoanalyse laten maken van de risico's van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies", + "body_text": "36 800 XXIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 Nr. 50 MOTIE VAN HET LID DASSEN C.S. Voorgesteld 12 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Britse veiligheidsdiensten klimaatverandering en biodiversiteitsverlies hebben onderzocht en waarschuwen voor grensoverschrijdende veiligheidsrisico's zoals natuurrampen, voedsel- en wateronzekerheid, ziekten, migratie en geopolitieke spanningen; overwegende dat een gecoördineerde Europese aanpak nodig is om deze risico's in kaart te brengen en aan te pakken; verzoekt de regering de Nederlandse veiligheidsdiensten een vergelijkbare risicoanalyse te laten uitvoeren, dit onderwerp bij Europese collega's te agenderen met als doel een gecoördineerd Europees onderzoek, en de Kamer hierover binnen zes maanden te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Dassen Teunissen Klos", + "date": "2026-03-03", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 6, - "motion_id": 3233, - "score": 2.303211753291371, - "title": "Gewijzigde motie van de leden Klaver en Kouwenhoven over binnen twee weken een nota van wijziging op de Wet Belastingplan 2026 indienen en daarmee de indexatiemethodiek van de arbeidskorting voor 2025 en 2026 aanpassen t.v.v. 36800-IX-13", - "body_text": "36 800 IX Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2026 Nr. 35 GEWIJZIGDE MOTIE VAN DE LEDEN KLAVER EN KOUWENHOVEN TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 13 Voorgesteld 2 oktober 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat een groep mensen met een laag inkomen in 2026 opnieuw méér inkomstenbelasting moet betalen door de zogenoemde «buffelboete»; constaterende dat dit deels een gevolg is van de indexatiesystematiek in de arbeidskorting; overwegende dat het (deels) gaat om een groep die sowieso niet veel te besteden heeft, en de bestaanszekerheid van deze groep hiermee in het geding komt; van mening dat dit onwenselijk is, en dat de sterkste schouders de zwaarste lasten zouden moeten dragen; verzoekt de regering binnen twee weken met een nota van wijziging op de Wet Belastingplan 2026 te komen en daarmee de indexatiemethodiek van de arbeidskorting voor 2025 en 2026 aan te passen dat mensen met een laag inkomen niet van het ene op het andere jaar minder recht krijgen op arbeidskorting als gevolg van indexatie; verzoekt de regering in dezelfde nota van wijziging een verlaging van de eerste twee knikpunten in de arbeidskorting voor 2026 op te nemen met respectievelijk € 775 en € 1.674, zodat deze op de hoogte komen te liggen die zij zouden hebben als zij voor 2025 en 2026 met de tabelcorrectiefactor geïndexeerd zouden zijn in plaats van het wettelijk minimumloon, en de derving van circa 600 miljoen te dekken door voor circa 200 miljoen de schijflengte van de tweede schijf aan te passen, de voorgenomen verhoging van de arbeidskorting met circa 200 miljoen te beperken en circa 200 miljoen extra op te halen met het TES, en gaat over tot de orde van de dag. Klaver Kouwenhoven", - "date": "2025-10-02", + "motion_id": 3932, + "score": 8.294592239946153, + "title": "Motie van het lid Teunissen over een afbouwpad voor gaswinning in Nederland opstellen", + "body_text": "32 849 Mijnbouw Nr. 305 MOTIE VAN HET LID TEUNISSEN Voorgesteld 10 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat investeringen in nieuwe gaswinning een fossiele lock-in veroorzaken; overwegende dat hiermee de kans dat Nederland niet aan de wettelijke klimaatdoelen voldoet nog groter wordt; overwegende dat er geen alternatief scenario ligt om onafhankelijk te worden van andere landen voor de Nederlandse energievoorziening waarmee tevens de klimaatdoelen worden gehaald; verzoekt de regering om een afbouwpad voor gaswinning in Nederland op te stellen, inclusief scenario's met energiebesparing en alternatieve energieopwek en -opslag, en dit uiterlijk vóór de begroting van 2027 aan de Kamer voor te leggen, en gaat over tot de orde van de dag. Teunissen", + "date": "2026-03-03", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 6, - "motion_id": 24023, - "score": 2.303211753291371, - "title": "Motie van het lid Kostic c.s. over non-consensuele niet-noodzakelijke medische behandelingen bij intersekse kinderen voorkomen", - "body_text": "30 420 Emancipatiebeleid Nr. 401 MOTIE VAN HET LID KOSTIC C.S. Voorgesteld 21 mei 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat Nederland medisch niet-noodzakelijke behandelingen van intersekse kinderen laat plaatsvinden zonder hun toestemming; overwegende dat dit leidt tot levenslange lichamelijke en psychische littekens; overwegende dat onder andere het Comité tegen Foltering en het Kinderrechtencomité deze non-consensuele niet-noodzakelijke medische behandelingen bij intersekse kinderen als mensenrechtenschendingen beschrijven; verzoekt de regering om in het belang van het welzijn van het kind er alles aan te doen om te voorkomen dat non-consensuele niet-noodzakelijke medische behandelingen bij intersekse kinderen plaatsvinden, en gaat over tot de orde van de dag. Kostić Mutluer Koekkoek", - "date": "2024-05-28", + "motion_id": 3995, + "score": 8.294592239946153, + "title": "Motie van het lid Ouwehand over de minister-president verzoeken Francesca Albanese uit te nodigen voor een bezoek", + "body_text": "36 848 Kabinetsformatie 2025 Nr. 83 MOTIE VAN HET LID OUWEHAND Voorgesteld 26 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat tegen de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de bezette Palestijnse gebieden, Francesca Albanese, een lastercampagne wordt gevoerd; overwegende dat 150 (oud-)diplomaten en politici waarschuwen dat de aanval op een onafhankelijke VN-mandaathouder het vertrouwen in het internationaal recht kan ondermijnen; verzoekt de Minister-President om Francesca Albanese uit te nodigen voor een bezoek en steun over te brengen, en gaat over tot de orde van de dag. Ouwehand", + "date": "2026-02-26", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 6, - "motion_id": 10157, - "score": -2.7774525710038227, - "title": "Amendement van het lid Stoffer over middelen voor een subsidieregeling relatieversterking partners met kinderen", - "body_text": "36 600 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2025 Nr. 102 AMENDEMENT VAN HET LID STOFFER Ontvangen 8 november 2024 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd: I In artikel 1 Volksgezondheid worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 1.000 (x € 1.000). II In artikel 5 Jeugd worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 1.000 (x € 1.000). Toelichting Met dit amendement wil de indiener middelen ter beschikking stellen voor het vergoeden van relatieversterking voor ouders met kinderen. Uit onderzoek blijkt dat ouders met kinderen veel meer bereidheid tonen om gebruik te maken van relatieondersteuning, maar dat voor een belangrijk deel van deze groep de kosten voor relatieondersteuning vormen (Kantar Public 2022). De indiener beoogt met dit amendement de drempel voor hulp en herstel bij relatieproblemen te verlagen. Hij wil hiermee de gevolgen van (complexe) echtscheidingen tegengaan, in het bijzonder voor kinderen. Uit onderzoek blijkt een duidelijke samenhang te bestaan tussen scheidingen van ouders en het jeugdzorggebruik bij de kinderen. Dit geld voor alle vormen van jeugdzorg, maar vooral bij jeugdhulp met verblijf en de jeugdbescherming (Significant Public 2022). De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (2023) beveelt aan dat de centrale en decentrale overheid zich actief moet inzetten om kinderen te beschermen die te maken hebben met een complexe scheiding van hun ouders. De Raad adviseerde om te zorgen voor «vroegtijdige signalering en triage bij scheidingsproblematiek, om ontwikkelingsbedreiging bij kinderen in de context van scheiding te voorkomen.» Uit tal van wetenschappelijk onderzoeken blijkt dat hechte, ondersteunende, affectieve relaties met en tussen de ouders een belangrijke beschermende factor is voor de ontwikkeling van kinderen (Nederlands Jeugdinstituut, Top tien beschermende factoren , 2018) Met dit amendement wordt daarom een subsidieregeling gecreëerd om relatieversterking te vergoeden voor partners met kinderen. In overleg met betrokken organisaties in het zorgveld kan de regering een voorstel doen voor de looptijd (bijvoorbeeld twee jaar), invulling en randvoorwaarden van deze subsidieregeling. De indiener stelt voor dat de subsidieregeling na afloop wordt geëvalueerd om te bezien wat de effecten zijn. Relatieondersteuning wordt op dit moment niet vergoed vanuit de basisverzekering, behalve als het onderdeel is van de behandeling van een psychische stoornis. Er zijn een aantal zorgverzekeraars die relatieondersteuning vergoeden vanuit een aanvullende verzekering. Ook zijn er een aantal gemeenten die vormen van relatieversterking bekostigen. Dit amendement zorgt ervoor dat voor partners nu geen vergoeding ontvangen voor relatieondersteuning via hun ziektekostenverzekeraar of via de gemeente de mogelijkheid ontstaat om deze kosten via een rijkssubsidie vergoed te krijgen, De dekking voor dit amendement wordt gevonden in het niet-juridisch verplichte deel van beleidsartikel 1 Volksgezondheid. Stoffer", - "date": "2024-12-12", + "motion_id": 3903, + "score": -8.392689054641634, + "title": "Motie van het lid Van den Berg over onderzoek naar een kussengasreserve en lng-capaciteit als (gedeeltelijk) alternatief voor strikte vulgraadverplichtingen", + "body_text": "36 800 XXIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 Nr. 41 MOTIE VAN HET LID VAN DEN BERG Voorgesteld 12 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat EU-vulgraadverplichtingen voor gasopslagen de leveringszekerheid dienen maar bij krappe marktomstandigheden prijsopdrijvend kunnen werken; overwegende dat leveringszekerheid ook kan worden geborgd via alternatieven zoals de kussengasreserve en lng-(import)capaciteit; verzoekt de regering zich in EU-verband in te zetten voor aanpassing van de EU-verordening over vulgraden, zodat lidstaten meer flexibiliteit krijgen en aantoonbare alternatieven voor leveringszekerheid kunnen meewegen; verzoekt de regering te onderzoeken hoe een kussengasreserve en lng-capaciteit (gedeeltelijk) als alternatief kunnen fungeren voor strikte vulgraadverplichtingen, inclusief kosten- en leveringszekerheidseffecten; verzoekt de regering de potentiële impact van een heffing op de energierekening in kaart te brengen en dit element mee te nemen in de uitwerking van de lagere regelgeving op grond van het voorstel voor de Wet bestrijden energieleveringscrisis, en gaat over tot de orde van de dag. Van den Berg", + "date": "2026-03-03", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 6, - "motion_id": 24441, - "score": -2.7080153479665356, - "title": "Gewijzigd amendement van de leden Grinwis en Flach ter vervanging van nr. 14 over het opnemen van de stapsgewijze implementatie richting een op kosten gebaseerde tariefregulering van warmte", - "body_text": "36 387 Wijziging van de Omgevingswet, de Gaswet en de Warmtewet in verband met gemeentelijke instrumenten voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie) Nr. 18 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN GRINWIS EN FLACH TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 14 Ontvangen 10 april 2024 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: Aan artikel IIA worden twee onderdelen toegevoegd, luidende: C In artikel 45, tweede lid, wordt na «vierde lid,» ingevoegd «of 45b». D Na artikel 45a, wordt, onder vernummering van artikel 45b naar artikel 45c, een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 45b Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip: 1. wordt in artikel 1a, tweede lid, «zesde, zevende en negende lid» vervangen door «vijfde, zesde en achtste lid». 2. komt artikel 2, derde lid, als volgt te luiden: 3. De leverancier brengt ten hoogste de maximumprijs, bedoeld in artikel 5, eerste lid, bij een verbruiker in rekening voor de volgende goederen en diensten: a. het transport en de levering van warmte; b. het transport en levering van koude, indien de levering van koude noodzakelijk is voor een efficiënte werking van het warmtenet en de leverancier om die reden de verbruiker uitsluitend de mogelijkheid biedt om warmte in combinatie met koude af te nemen; c. de afleverset voor warmte of een afleverset voor warmte en koude; d. de aansluiting op een warmtenet; e. het afsluiten van een warmtenet; f. de meting van het warmteverbruik; g. overige goederen of diensten. 3. vervalt artikel 4a. 4. wordt artikel 5 als volgt gewijzigd: a. Het eerste en tweede lid komen te luiden: 1. De Autoriteit Consument en Markt stelt de maximumprijs vast van de goederen en diensten, bedoeld in artikel 2, derde lid, die wordt berekend op grond van een kostengebaseerde systematiek, waarbij rekening wordt gehouden met de consumentenbescherming met betrekking tot betaalbaarheid, en de investeringszekerheid ten aanzien van de uitbreiding en verduurzaming van warmtenetten. 2. De maximumprijs kan verschillen per leverancier of soort warmtenet. b. Onder vernummering van het vijfde, zesde, zevende en achtste lid tot het derde, vierde, vijfde en zesde lid, vervallen het derde en vierde lid. c. In het derde lid (nieuw) en vierde lid (nieuw) wordt «het eerste lid en vierde lid» vervangen door «het eerste lid». d. Het vijfde lid (nieuw) komt te luiden: 5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over: a. de methode voor de berekening van de maximale tarieven op grond van een kostengebaseerde systematiek; b. de goederen en diensten, bedoeld in artikel 2, derde lid, en subcategorieën van deze goederen en diensten; c. de wijze waarop onderscheid wordt gemaakt tussen een vast, variabel, eenmalig of periodiek tarief. e. In het zesde lid (nieuw) wordt «het zevende lid» vervangen door «het vijfde lid». 5. wordt artikel 8 als volgt gewijzigd: a. In het eerste lid vervallen de zinsnedes «en tegen ten hoogste een door de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen tarief» en «Het tarief kan verschillen voor verschillende categorieën en aanvullende functionaliteiten van afleversets voor warmte». b. Het vijfde lid vervalt, onder vernummering van het zesde tot en met veertiende lid tot het vijfde tot en met dertiende lid. c. In het vijfde lid (nieuw) vervallen de dubbele punt in de aanhef, de aanduiding «a.», en de onderdelen b en c, onder het vervangen van de puntkomma aan het slot van onderdeel a (oud) door een punt. d. In het dertiende lid (nieuw) wordt «elfde tot en met dertiende lid» vervangen door «tiende tot en met twaalfde lid». 6. wordt in artikel 18, tweede lid, «4a, eerste lid, 5, eerste en vierde lid» vervangen door «5, eerste lid». Toelichting Dit amendement strekt ertoe een stapsgewijze implementatie richting een op kosten gebaseerde tariefregulering van warmte op te nemen in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). De Kamer heeft in de motie van het lid Kröger c.s. (Kamerstuk 29 023, nr. 488 ) verzocht om de methodiek waarop het «niet meer dan anders»-principe wordt bepaald aan te passen op een reële en rechtvaardige wijze. De regering heeft invulling aan deze motie gegeven door de aanpassing van de tariefregulering uit het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (Wcw) gedeeltelijk naar voren te trekken en in de Warmtewet op te nemen. In de Wcw zal worden voorgesteld in drie stappen toe te werken naar kostengebaseerde tariefregulering, te beginnen met een correctie van de gasreferentie in fase 1. In de tweede nota van wijziging op de Wgiw (Kamerstuk 36 387, nr. 10 ) is de tariefregulering van fase 1 opgenomen in de Warmtewet. Hiermee is een eerste stap gezet. De gasreferentie wordt echter niet volledig, maar slechts gedeeltelijk losgelaten. Daarmee worden de verhogingen van de kosten voor aardgas, samenhangend met de ontwikkeling van de energiebelasting op aardgas, en die slechts beperkt verband houden met de kosten van collectieve warmte niet meer meegenomen bij het vaststellen van de maximumprijs. Het gevolg hiervan is dat, na een periode van een arbitraire koppeling van de prijs van collectieve warmte aan aardgas, er nu een periode dreigt aan te breken van nog immer prijzen die niet gebaseerd zijn op de daadwerkelijke kosten van warmte hetgeen zowel voor aanbieders als afnemers voor onzekerheid zorgt. Duidelijkheid over het toegroeien naar een nieuw kostengebaseerd referentietarief is nodig om deze onzekerheid te verminderen. De Wcw regelt de toegroei naar een kostengebaseerde tariefregulering. De Minister voor Klimaat en Energie heeft aangegeven zo spoedig mogelijk de Wcw naar de Tweede Kamer te zenden voor behandeling. Het is echter onzeker óf, en zo ja, hoelang het duurt tot dit wetsvoorstel vervolgens door beide Kamers aangenomen wordt en kracht van wet heeft. Indieners beogen met voorliggend amendement de vervolgstappen richting een op kosten gebaseerde warmteprijs op te nemen in de Wgiw voor de situatie dat de Wcw niet of niet op afzienbare tijd in werking zal treden. Met het amendement is beoogd een terugvaloptie te creëren. Voorgesteld is in de Warmtewet een grondslag op te nemen waardoor de maximale tarieven vastgesteld kunnen worden op grond van een kostengebaseerde systematiek als deze situatie zich voordoet. Dat neemt niet weg dat het van belang is dat de Wcw zo spoedig mogelijk behandeld wordt in de Tweede Kamer, zodat een definitieve keuze over de vormgeving van de kostengebaseerde tariefregulering gemaakt kan worden. Het is wenselijk deze tariefregulering op grond van de Wcw uit te werken aangezien de mogelijkheden daartoe op grond van de Warmtewet beperkter zijn dan op grond van de Wcw. Onder de Warmtewet is het slechts mogelijk kostengebaseerde tariefregulering per leverancier te introduceren, terwijl de Wcw voorstelt dit per warmtekavel vorm te geven. Kostengebaseerde tariefregulering per leverancier leidt tot een minder directe link tussen de werkelijke kosten van een warmtenet en de prijs van warmte. Daarnaast zal rekening gehouden moeten worden met het feit dat leveranciers onder de Warmtewet concessies verkrijgen na een aanbesteding en dat derhalve wordt geselecteerd op prijs. De fijnmazige tariefregulering, zoals voorgesteld in de Wcw in fase 2 en 3, is daardoor onder de Warmtewet niet mogelijk. Daarom is het derhalve wenselijk spoedig tot besluitvorming over de Wcw te komen. Indieners benadrukken dat bij de vaststelling van de tarieven een goede balans moet worden gezocht tussen consumentenbescherming gericht op betaalbaarheid en investeringszekerheid gericht op uitbreiding en verduurzaming van warmtenetten. Hiermee wordt duidelijkheid aan zowel producenten als consumenten geboden over de ontwikkeling van de tarieven van warmte. De voorgestelde grondslag in de Warmtewet waardoor de maximale tarieven kunnen worden vastgesteld op grond van een kostengebaseerde systematiek zal in werking treden bij koninklijk besluit (artikel IIA, onderdeel D). Het koninklijk besluit zal worden voorgehangen aan beide Kamers der Staten-Generaal (artikel IIA, onderdeel C). Grinwis Flach", - "date": "2024-04-16", + "motion_id": 3951, + "score": -8.367524212017342, + "title": "Motie van de leden Van den Berg en Flach over in de opvolging van COP30 inzetten op kernenergie als volwaardig onderdeel van een CO2-arme energiemix", + "body_text": "31 793 Internationale klimaatafspraken Nr. 295 MOTIE VAN DE LEDEN VAN DEN BERG EN FLACH Voorgesteld 10 februari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat betaalbaarheid en betrouwbaarheid centraal moeten staan in de energietransitie en dat kernenergie een stabiele, CO2-arme optie is; verzoekt de regering om in de (internationale) opvolging van COP30 expliciet in te zetten op kernenergie als volwaardig onderdeel van een CO2-arme energiemix, en gaat over tot de orde van de dag. Van den Berg Flach", + "date": "2026-03-03", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 6, - "motion_id": 23133, - "score": -2.6734196634685192, - "title": "Motie van het lid Beckerman over een pas op de plaats bij de verkoop van sociale huurwoningen door woningcorporaties", - "body_text": "32 847 Integrale visie op de woningmarkt Nr. 1142 MOTIE VAN HET LID BECKERMAN Voorgesteld 8 februari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet een brandbrief ontvangen heeft over de verkoop van sociale huurwoningen door woningcorporaties die in Nederland jaarlijks duizenden sociale huurwoningen verkopen; constaterende dat ook commerciële verhuurders al jaren tiendduizenden sociale huurwoningen per jaar liberaliseren en verkopen en daarmee doorgaan; overwegende dat het kabinet de wachtlijst voor een sociale huurwoning wil verkleinen; verzoekt de regering pas op de plaats te laten maken bij de verkoop van sociale huurwoningen door woningcorporaties, en gaat over tot de orde van de dag. Beckerman", - "date": "2024-02-13", + "motion_id": 4110, + "score": -8.349021772080818, + "title": "Motie van het lid Stoffer c.s. over in de Wet werkelijk rendement box 3 een passende en afgebakende definitie opnemen van familiebedrijven", + "body_text": "36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3) Nr. 22 MOTIE VAN HET LID STOFFER C.S. Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat in een eerdere versie van de Wet werkelijk rendement box 3 een vermogenswinstbelasting gold voor aandelen in familiebedrijven; overwegende dat deze vorm van belastingheffing daarbij ook beter past, omdat deze aandelen bijvoorbeeld niet vrij verhandelbaar zijn en niet jaarlijks gewaardeerd worden; overwegende dat met name het definiëren van «familiebedrijven» de uitvoering van een vermogenswinstbelasting voor deze groep uitdagend maakt; constaterende dat de definitie van «startups en scale-ups» nog nader uitgewerkt moet worden; verzoekt de regering hierbij ook een passende en afgebakende definitie van familiebedrijven mee te nemen, en alsnog te bezien hoe aandelen in familiebedrijven op basis van een vermogenswinstbelasting belast kunnen worden, en gaat over tot de orde van de dag. Stoffer Grinwis Vermeer", + "date": "2026-02-10", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 6, - "motion_id": 22947, - "score": -2.6734196634685192, - "title": "Motie van de leden Dobbe en Slagt-Tichelman over een algeheel verbod instellen op reclame voor alcohol", - "body_text": "32 793 Preventief gezondheidsbeleid Nr. 718 MOTIE VAN DE LEDEN DOBBE EN SLAGT-TICHELMAN Voorgesteld 29 februari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat volgens het RIVM zo'n 8% van de Nederlanders overmatig alcohol drinkt en dat dit grote effecten heeft op hun gezondheid; overwegende dat bedrijven tegelijkertijd via reclames mensen blijven stimuleren om meer te drinken om zo hun winst te verhogen; verzoekt de regering om een algeheel verbod in te stellen op reclame voor alcohol, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe Slagt-Tichelman", - "date": "2024-03-05", + "motion_id": 4119, + "score": -8.323856929456522, + "title": "Motie van het lid Grinwis c.s. over de structurele budgettaire meeropbrengsten in kaart brengen van een vermogenswinstbelasting in box 3", + "body_text": "36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3) Nr. 13 MOTIE VAN HET LID GRINWIS C.S. Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de voorliggende Wet werkelijk rendement box 3 zeer waarschijnlijk geen eindstation is, en dat in de toekomst een verdere beweging richting een vermogenswinstbelasting (vwb) denkbaar is; overwegende dat het vanwege het rente-op-rente-effect voor de hand ligt dat de vermogensopbouw bij een box 3-systeem dat gebaseerd is op een vermogenswinstbelasting, en mitsdien de structurele belastingopbrengst in box 3, groter is dan in het voorliggende voorstel; overwegende dat toekomstige besluitvorming vraagt om inzicht in de structurele budgettaire effecten; verzoekt de regering in kaart te brengen wat de structurele budgettaire meeropbrengsten van een vermogenswinstbelasting in box 3 zijn, de Kamer hierover voor de zomer te informeren, en de uitkomsten mee te wegen in toekomstige besluitvorming over het box 3-stelsel, en gaat over tot de orde van de dag. Grinwis Van Eijk Inge van Dijk Vermeer Stoffer", + "date": "2026-02-10", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 6, - "motion_id": 24672, - "score": -2.5826334973808396, - "title": "Motie van de leden Bushoff en Beckerman over ondersteuning aan gedupeerden met een hoge energierekening", - "body_text": "33 529 Gaswinning Nr. 1252 MOTIE VAN DE LEDEN BUSHOFF EN BECKERMAN Voorgesteld 12 september 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat juist in Groningen, de provincie die Nederland decennia warm heeft gestookt, veel mensen in energiearmoede leven; constaterende dat gedupeerden door de schade aan hun huis of door de (vertraagde) versterkingsoperatie te vaak een hogere energierekening hebben dan gemiddeld; verzoekt de regering voor de winter aan te geven of en hoe gedupeerden met een hoge energierekening door schade aan hun huis dan wel door de (vertraagde) versterkingsoperatie ondersteund kunnen worden, en gaat over tot de orde van de dag. Bushoff Beckerman", - "date": "2024-09-24", + "motion_id": 4718, + "score": -8.294592239946153, + "title": "Motie van het lid Nanninga over de rol van de politieke islam, buitenlandse financiering van moskeeën en salafistische invloeden betrekken in de Actieagenda Integratie", + "body_text": "32 824 Integratiebeleid Nr. 498 MOTIE VAN HET LID NANNINGA Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 9 maart 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat in de huidige Actieagenda Integratie en Open en Vrije Samenleving de term islam niet wordt genoemd, terwijl de invloed van buitenlandse financiering, salafistische netwerken en politieke organisaties op integratievraagstukken onmiskenbaar is; overwegende dat goed geïntegreerde moslims in Nederland er juist belang bij hebben dat deze invloeden helder in beeld worden gebracht en worden bestreden; verzoekt de regering bij de eerstvolgende actualisering van de Actieagenda Integratie expliciet de rol van de politieke islam, buitenlandse financiering van moskeeën en salafistische invloeden te betrekken, hiervoor concrete beleidsdoelen en maatregelen te formuleren, en de Kamer daarover periodiek separaat te rapporteren, en gaat over tot de orde van de dag. Nanninga", + "date": "2026-03-17", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 7, - "motion_id": 2333, - "score": 2.8055564804525677, - "title": "Gewijzigd amendement van de leden Flach en Bontenbal ter vervanging van nr. 56 over een vrijstellingsregeling voor gebouwgebonden kleine collectieve warmtesystemen voor nieuwbouw", - "body_text": "36 576 Regels omtrent productie, transport en levering van warmte (Wet collectieve warmte) Nr. 63 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN FLACH EN BONTENBAL TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 56 Ontvangen 19 juni 2025 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: I In artikel 2.5, tweede lid, onderdeel b, en artikel 2.7, tweede lid, onderdeel b, wordt telkens voor «waarop» ingevoegd «waarvoor de vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, geldt en». II Na het opschrift van hoofdstuk 3 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende: § 3.01. Vrijstelling Artikel 3.01 meldplicht en vrijstelling 1. Het warmtebedrijf meldt het college en de Autoriteit Consument en Markt het voornemen om warmte te leveren in een gebied door middel van een klein collectief warmtesysteem dat geïntegreerd is in een nieuw op te richten gebouw op een perceel waar tevens de warmte wordt geleverd. 2. De Autoriteit Consument en Markt deelt het warmtebedrijf binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn na ontvangst van de melding mede of het warmtebedrijf een aanvraag bij de Autoriteit Consument en Markt moet indienen waarin de Autoriteit Consument en Markt verzocht wordt bij besluit vast te stellen of het warmtebedrijf: a. voldoende beschikt over de organisatorische en technische bekwaamheid noodzakelijk voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3.6, in het gebied waarop de melding betrekking heeft; b. voldoende financieel in staat is de taken, bedoeld in artikel 3.6, in het gebied waarop de melding betrekking heeft, uit te voeren. 3. Indien de Autoriteit Consument en Markt op grond van het tweede lid het warmtebedrijf heeft gemeld dat een aanvraag om een besluit moet worden ingediend, kan de Autoriteit Consument en Markt aan dit besluit voorschriften en beperkingen verbinden. 4. Het warmtebedrijf dat warmte levert met een klein collectief warmtesysteem als bedoeld in het eerste lid, is voor 30 jaar vrijgesteld van het verbod, bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, indien: a. het warmtebedrijf beschikt over een aansluitovereenkomst met de gebouweigenaar of toekomstige gebouweigenaar als bedoeld in artikel 2.8, achtste lid; b. de Autoriteit Consument en Markt: 1°. binnen de termijn, bedoeld in tweede lid, niet heeft aangegeven dat een besluit aangevraagd dient te worden, of 2°. bij besluit heeft vastgesteld dat het warmtebedrijf voldoet aan de gronden, genoemd in het tweede lid, onderdelen a en b. 5. De vrijstelling op grond van het vierde lid geldt voor het gebied waarvoor de aansluitovereenkomst of aansluitovereenkomsten, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, gelden. 6. Het warmtebedrijf zendt binnen een bij ministeriële regeling te bepalen termijn het college: a. de aansluitovereenkomst, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a; b. de mededeling van de Autoriteit Consument en Markt op grond van het tweede lid, en c. het besluit van de Autoriteit Consument en Markt, bedoeld in het tweede lid, waarin is vastgesteld dat het warmtebedrijf voldoet aan de gronden, genoemd in het derde lid, onderdelen a en b, indien de Autoriteit Consument en Markt in de mededeling op grond van het tweede lid heeft aangegeven dat het warmtebedrijf een aanvraag om een besluit als bedoeld in het tweede lid moet indienen. 7. Het college zendt een afschrift van de informatie, genoemd in het zesde lid aan de Autoriteit Consument en Markt en meldt voor welk gebied de vrijstelling op het grond van het vierde lid geldt. 8. Het warmtebedrijf meldt het college onmiddellijk indien redelijkerwijs te voorzien is dat het collectief warmtesysteem waarvoor de vrijstelling op grond van het vierde lid geldt geen klein collectief warmtesysteem meer is als bedoeld in het eerste lid. 9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over: a. de wijze waarop de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan en de bij de melding te verstrekken gegevens en bescheiden; b. de gronden, genoemd in het tweede lid; c. de wijze waarop de aanvraag om een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt ingediend, de bij de aanvraag om dat besluit te verstrekken gegevens en bescheiden en de termijn waarbinnen de Autoriteit Consument en Markt het besluit neemt. 10. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over: a. de voorschriften en beperkingen, bedoeld in het derde lid; b. de wijze waarop het gebied, bedoeld in het vijfde lid, wordt bepaald. III In artikel 3.1, eerste lid, wordt «een klein collectief warmtesysteem» vervangen door «een ander klein collectief warmtesysteem dan een klein collectief warmtesysteem als bedoeld in artikel 3.01, eerste lid«. IV In het opschrift van § 3.2 wordt «ontheffing» vervangen door «vrijstelling en ontheffing». V Artikel 3.2 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het opschrift wordt na wijziging ingevoegd «vrijstelling en». 2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 3. Een vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, kan gewijzigd worden. Artikel 3.01 is van overeenkomstige toepassing. VI Artikel 3.3 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het opschrift wordt na «intrekken» ingevoegd «vrijstelling en». 2. In het eerste lid wordt na «dat er grond is» ingevoegd «de vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, niet langer geldig te laten zijn, of». 3. In het tweede lid, aanhef, wordt «Het college» vervangen door «De vrijstelling geldt niet langer of het college». 4. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «de ontheffing» vervangen door «de vrijstelling of ontheffing». 5. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd: a. in de aanhef «Het college» vervangen door «De vrijstelling geldt niet langer, of het college». b. In onderdeel b wordt na «aanvraag» ingevoegd «om een ontheffing of in de melding op grond van artikel 3.01, eerste of zesde lid,». 6. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd: a. De aanhef komt te luiden: De vrijstelling geldt nog of de ontheffing wordt op grond van het tweede lid, onderdeel a, en het derde lid, niet ingetrokken voordat voor een ander warmtebedrijf een vrijstelling geldt of aan een ander warmtebedrijf op grond van artikel 3.1, eerste lid, een ontheffing is verleend voor het gebied waarop de vrijstelling of ontheffing betrekking heeft, of aan een ander warmtebedrijf een aanwijzing is verleend voor het gebied waarop de vrijstelling of ontheffing betrekking heeft: b. In onderdeel a wordt «de ontheffing» vervangen door «de vrijstelling of ontheffing». c. In onderdeel b wordt na «met dien verstande dat» ingevoegd «de vrijstelling in alle gevallen niet meer geldt of». 7. In het vijfde lid wordt na «te bepalen termijn» ingevoegd «voor een ander warmtebedrijf geen vrijstelling geldt,». 8. In het zesde lid wordt «waarvoor de ontheffing gold» vervangen door «waarvoor de vrijstelling of ontheffing gold». 9. In het achtste lid, onderdeel b, wordt na «als» ingevoegd «een vrijstelling niet langer geldt of». 10. In het negende lid, onderdeel b, wordt na «waarbinnen» ingevoegd «een ander warmtebedrijf een vrijstelling verkrijgt en». VII Artikel 3.4 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het opschrift wordt na «overdragen» ingevoegd «vrijstelling en». 2. In het eerste lid wordt na «de overdracht van» ingevoegd «een vrijstelling als bedoeld in artikel 3.01, vierde lid, of». 3. In het tweede lid wordt na de «de overdracht van» ingevoegd «een vrijstelling of». 4. In het vijfde lid wordt «ontheffing» vervangen door «instemming». 5. Het zesde lid wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel a wordt na «het gebied, bedoeld in artikel» ingevoegd «3.01, vijfde lid, of». b. In onderdeel b wordt «de ontheffing» vervangen door «de vrijstelling of ontheffing». VIII Artikel 3.6 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, aanhef, wordt na «warmtebedrijf» ingevoegd «waarvoor een vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, geldt, of» en wordt «waarvoor de ontheffing geldt» vervangen door «waarvoor de vrijstelling of ontheffing geldt». 2. In het eerste lid, onderdelen h, i en j, en tweede lid, wordt «een warmtekavel» telkens vervangen door «het gebied waarop de vrijstelling of ontheffing betrekking heeft». 3. In het derde lid wordt «de ontheffing» vervangen door «de vrijstelling of ontheffing«. 4. In het vierde lid wordt «met een ontheffing als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid,» vervangen door «met een vrijstelling als bedoeld in artikel 3.01, vierde lid, of een ontheffing als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid,». IX In artikel 3.7 wordt na «indien» ingevoegd «voor een warmtebedrijf een vrijstelling geldt op grond van artikel 3.01, vierde lid, of». X In artikel 3.8, eerste lid, aanhef, wordt na «warmtebedrijf» ingevoegd «waarvoor een vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, geldt, of». XI In artikel 3.9, eerste lid, aanhef, wordt na «warmtebedrijf» ingevoegd «waarvoor een vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, geldt, of» en wordt «het gebied, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid,» vervangen door «het gebied waarop de vrijstelling of ontheffing betrekking heeft». XII Artikel 3.11 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, wordt na «Een warmtebedrijf» ingevoegd «waarvoor een vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, geldt, of». 2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd: a. In de aanhef wordt na «volgende warmtebedrijf» ingevoegd «waarvoor een vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, geldt, of» en wordt «waarvoor de ontheffing gold, indien de ontheffing van het warmtebedrijf» vervangen door «waardoor de vrijstelling of de ontheffing gold, indien de vrijstelling of ontheffing van het warmtebedrijf». b. In onderdeel a wordt «de ontheffing» vervangen door «de vrijstelling of ontheffing». c. In onderdeel c wordt «ontheffing» vervangen door «vrijstelling of ontheffing». 3. In het derde lid wordt «waarvan de ontheffing» vervangen door «waarvan de vrijstelling of ontheffing» en wordt na «het daarop volgende warmtebedrijf» ingevoegd «waarvoor de vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, geldt of». XIII In artikel 3.12, onderdeel b, wordt na «artikelen» ingevoegd «3.01, derde lid». XIV In artikel 4.4, tweede lid, onderdeel b, wordt voor «aan» ingevoegd «voor een ander warmtebedrijf op grond van artikel 3.01, vierde lid, een vrijstelling geldt, of». XV In artikel 7.21, tweede lid, wordt na «zijn» ingevoegd «vrijstellingen op grond van artikel 3.01, vierde lid, gelden en zijn». XVI In artikel 9.1, tweede lid, wordt na «2.49, onderdeel a,» ingevoegd «3.01,». XVII In artikel 12.14c, eerste lid, wordt «tussen een aangewezen warmtebedrijf dan wel een warmtebedrijf waaraan een ontheffing als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, is verleend» vervangen door «tussen een op grond van artikel 12.2 of 12.3 aangewezen warmtebedrijf of een warmtebedrijf waaraan op grond van artikel 12.11, eerste lid, een ontheffing is verleend». XVIII In artikel 12.17a, vijfde lid, wordt na «op een warmtebedrijf» ingevoegd «waarvoor een vrijstelling op grond van artikel 3.01, vierde lid, geldt, of». Toelichting De indieners stellen voor om voor gebouwgebonden kleine collectieve warmtesystemen ten behoeve van nieuwbouw te kiezen voor vrijstellingsregeling met een meldplicht in plaats van dat een warmtebedrijf telkens een ontheffing zal moeten aanvragen. Daarbij blijft wel sprake van een toets door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) op de geschiktheid van het betrokken warmtebedrijf. Ook de taken en verplichtingen voor warmtebedrijven die onder andere zien op de duurzaamheid, leveringszekerheid, consumentenbescherming en tarifering van warmte blijven van toepassing. Bij gebouwgebonden kleine collectieve warmtesystemen gaat het veelal om nieuwbouwprojecten waarbij de warmtevoorziening door een projectontwikkelaar in concurrentie gegund wordt aan een warmtebedrijf. Met het geselecteerde warmtebedrijf wordt vervolgens een gebouwgebonden warmtesysteem ontwikkeld dat is afgestemd op het project en de verwachte warmte- en koudevraag van verbruikers. De keuze voor een warmtebedrijf wordt dus al in een vroeg stadium gemaakt. Met de in het wetsvoorstel voorgestelde ontheffingsprocedure moet hiervoor eerst een ontheffingsaanvraag gedaan worden, is een besluit van het college nodig en volgt een periode van bezwaar en/of beroep. Dat zorgt voor veel onzekerheid en rompslomp, kan veel tijd kosten en haalt de vaart uit de gewenste ontwikkeling van deze kleine collectieve warmtesystemen. Dit draagt niet bij aan de gewenste versnelling van woningbouwprojecten. De indieners willen er daarbij op wijzen dat het bij gebouwgebonden systemen gaat om vele warmtesystemen waarvoor een ontheffing aangevraagd zou moeten worden. Bovendien zijn de plannen voor ontwikkeling van de collectieve warmtevoorziening in een warmtekavel waarschijnlijk onvoldoende concreet om tijdig een aansluiting voor verbruikers te kunnen realiseren. Hiermee is de collectieve warmtevoorziening dus ook geen realistisch alternatief voor het beoogde gebouwgebonden klein collectief warmtesysteem ten behoeve van nieuwbouw. Ook moet vanuit het oogpunt van onder meer netcongestie voorkomen worden dat bij nieuwbouw voor individuele oplossingen in plaats van een collectieve, gebouwgebonden oplossing gekozen wordt. De indieners stellen, in lijn met het advies van het Adviescollege Toetsing Regeldruk en de wetenschapstoets, voor om bij gebouwgebonden warmtesystemen te kiezen voor vereenvoudiging. De ontheffingsprocedure wordt vervangen door een vrijstelling voor 30 jaar in combinatie met een toets door de ACM en een meldplicht bij het college (voorgestelde artikel 3.01, eerste lid). Het warmtebedrijf moet haar voornemen melden bij het college en de ACM waarna de ACM beoordeelt of deze wil toetsen of het warmtebedrijf organisatorisch, technisch en financieel geschikt is om de taken uit te voeren (tweede lid). Als de ACM een dergelijke toets nodig vindt, zal het warmtebedrijf een aanvraag moeten indienen bij de ACM zodat de ACM de geschiktheid kan toetsen. Zo nodig kan de ACM voorschriften en beperkingen verbinden aan een besluit (derde lid). De vrijstelling geldt voor het gebied waarvoor de aansluitovereenkomst of de aansluitovereenkomsten gelden (vijfde lid). Het warmtebedrijf is verplicht deze overeenkomsten en de mededeling of het besluit van de ACM bij het college te melden zodat het college kan vaststellen of er een vrijstelling geldt en voor welk gebied (zesde lid). In verband met het toezicht van de ACM op het warmtebedrijf is het van belang dat het college deze informatie ook deelt met de ACM (zevende lid). Het warmtebedrijf is verplicht zich te melden als het gebouwgebonden warmtesysteem zich zodanig zal uitbreiden dat het niet langer een gebouwgebonden klein collectief warmtesysteem meer is (achtste lid). Dan zou geen sprake meer kunnen zijn van een vrijstelling maar zal het systeem onder het regime van hoofdstuk 2 komen te vallen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de wijze waarop een en ander gemeld, aangevraagd, beoordeeld en besloten wordt (negende lid). Zo nodig worden ook nadere regels gesteld over de voorschriften en beperkingen die de ACM aan een besluit kan verbinden (tiende lid). Flach Bontenbal", - "date": "2025-07-01", + "motion_id": 23422, + "score": 4.49379771653078, + "title": "Gewijzigde motie van het lid Kostic over een landelijk stookverbod op basis van de stookwijzer instellen (t.v.v. 30175-455)", + "body_text": "30 175 Luchtkwaliteit Nr. 458 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID KOSTIĆ TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 455 Voorgesteld 30 januari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er sinds oktober 2023 een eenduidige Stookwijzer is waaruit blijkt of er ongunstige weersomstandigheden zijn voor houtstook; constaterende dat het besluit om over te gaan tot een stookverbod bij code rood en/of oranje van deze Stookwijzer wordt neergelegd bij de gemeenten; overwegende dat hierdoor willekeur ontstaat, waarbij mensen die overlast ervaren door houtstook in de ene gemeente wel worden beschermd en in een andere gemeente niet; verzoekt de regering een landelijk stookverbod in te stellen op basis van de stookwijzer, zodat lokale overheden kunnen handhaven in regio’s met een code oranje en/of rood, en gaat over tot de orde van de dag. Kostić", + "date": "2024-01-30", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 7, - "motion_id": 2002, - "score": 2.525438473849497, - "title": "Motie van het lid El Abassi over uitspreken dat pas recht gedaan kan worden aan het leed van gedupeerde gezinnen als alle betrokken ketenpartners openlijk verantwoordelijkheid nemen voor hun rol in de toeslagenaffaire", - "body_text": "36 708 Toeslagen Nr. 39 MOTIE VAN HET LID EL ABASSI Voorgesteld 3 juli 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat talloze instanties, waaronder de jeugdbescherming en de rechterlijke macht, een rol hebben gespeeld in het ontstaan en voortduren van de toeslagenaffaire; constaterende dat veel van deze ketenpartners nog steeds geen volledige verantwoordelijkheid nemen voor hun handelen, en reflectierapporten vaak tekortschieten in openheid, diepgang en betrokkenheid van slachtoffers van de toeslagenaffaire; spreekt uit dat pas recht gedaan kan worden aan het leed van de gedupeerde gezinnen als alle betrokken ketenpartners openlijk verantwoordelijkheid nemen voor hun rol in de toeslagenaffaire, en gaat over tot de orde van de dag. El Abassi", - "date": "2025-07-04", + "motion_id": 23228, + "score": 4.363018346314607, + "title": "Gewijzigde motie van het lid El Abassi over in navolging van Denemarken de verscheuring dan wel verbranding van erkende religieuze geschriften strafbaar stellen (t.v.v. 29628-1210)", + "body_text": "29 628 Politie Nr. 1212 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID EL ABASSI TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 1210 Voorgesteld 6 februari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het aantal antisemitische en islamofobe incidenten in Nederland is toegenomen; overwegende dat iedereen in Nederland vrij, en in alle veiligheid, zijn of haar godsdienst moet kunnen uitoefenen en dat Denemarken een nieuwe wet heeft aangenomen om het ongepast behandelen van erkende religieuze geschriften strafbaar te stellen; verzoekt de regering om in navolging van Denemarken, de verscheuring dan wel verbranding van erkende religieuze geschriften strafbaar te stellen, en gaat over tot de orde van de dag. El Abassi", + "date": "2024-02-06", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 7, - "motion_id": 352, - "score": 2.2573829649745516, - "title": "Amendement van de leden Bikker en Boomsma over de veronderstelling van overwicht of misbruik van een kwetsbare positie bij personen tot 21 jaar in de prostitutie", - "body_text": "36 547 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafrecht BES en andere wetten in verband met de modernisering van de strafbaarstelling van mensenhandel en de introductie van de zelfstandige strafbaarstelling van ernstige benadeling en van voordeeltrekking (Wet modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel) Nr. 15 AMENDEMENT VAN DE LEDEN BIKKER EN BOOMSMA Ontvangen 4 juni 2025 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: I In artikel I, onderdeel C, wordt aan het voorgestelde artikel 273f, vierde lid, toegevoegd «, waaronder de situatie dat een persoon de leeftijd van eenentwintig jaren nog niet heeft bereikt en de arbeid of de dienst bestaat in prostitutie of het verrichten van andere seksuele handelingen met of voor een ander». II In artikel II, onderdeel A, wordt aan het voorgestelde artikel 286f, vierde lid, toegevoegd «, waaronder de situatie dat een persoon de leeftijd van eenentwintig jaren nog niet heeft bereikt en de arbeid of de dienst bestaat in prostitutie of het verrichten van andere seksuele handelingen met of voor een ander». Toelichting De Wet modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel herziet onder andere artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht. In dit artikel is voor het basisdelict mensenhandel niet alleen een handeling met het oogmerk van uitbuiting vereist, maar ook dat deze handeling gepaard gaat met het aanwenden van een «middel», zoals misbruik van «uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht» of misbruik van een «kwetsbare positie»). 1 In de context van seksuele uitbuiting voegt dit amendement een bepaling toe die regelt dat aan dit middelvereiste is voldaan wanneer het slachtoffer de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt. Hiermee geven indieners rekenschap van het feit dat adolescenten in verminderde mate in staat zijn om een vrije keuze te maken met betrekking tot het al dan niet aangaan of voorzetten van een als seksuele uitbuiting aan te merken relatie en daardoor extra kwetsbaar zijn voor uitbuiting. Die kwetsbaarheid blijkt tevens uit het feit dat de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen in de Monitor mensenhandel 2019–2023 bij herhaling aandacht vraagt voor de langjarige trend dat minderjarige en adolescente slachtoffers steeds verder uit beeld raken. Hieruit blijkt tevens dat bij binnenlandse seksuele uitbuiting het grootste aandeel adolescent is (ca. 29%). Ten aanzien van internationale seksuele uitbuiting geeft de Nationaal Rapporteur aan dat slachtoffers in verhouding vaker adolescent zijn dan slachtoffers van andere vormen van mensenhandel. 2 Dit onderstreept eens te meer de kwetsbaarheid van deze groep, en daarmee de noodzaak van hetgeen met dit amendement geregeld wordt. Indieners zoeken met dit amendement aansluiting op hetgeen bepaald staat in artikel 232a uit het Duitse Strafgesetzbuch, dat ziet op gedwongen prostitutie (Zwangprostitution) . 3 In dit artikel staat bepaald dat iemand die een ander persoon die de leeftijd van 21 jaar nog niet bereikt heeft aanzet tot prostitutie, zich per definitie schuldig maakt aan gedwongen prostitutie. Ten slotte sluit dit amendement hiermee aan op het voornemen van het kabinet om de prostitutieleeftijd te verhogen naar 21 jaar, wederom met het oogpunt om kwetsbare jongeren te beschermen. Bikker Boomsma X Noot 1 Dit middelvereiste geldt niet bij kindhandel (lid 2). X Noot 2 Monitor mensenhandel 2019–2023, p. 58. X Noot 3 https://www.gesetze-im-internet.de/stgb/__232a.html", - "date": "2025-06-10", + "motion_id": 2251, + "score": 4.348180851653751, + "title": "Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)", + "body_text": "2025D23702 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap belast met het voorbereidend onderzoek van het wetsvoorstel inzake de Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen in de vorm van een lijst van vragen. De voorzitter van de commissie, Bromet Adjunct-griffier van de commissie, Bosnjakovic Nr Vraag 1 Hoeveel studenten lopen respectievelijk in het hoger en wetenschappelijk onderwijs stage, uitgesplitst naar facultatief, verplicht en buiten curriculair? Kan daarbij worden aangegeven in hoeverre daardoor studievertraging wordt opgelopen? En hoeveel procent van de masteropleidingen heeft een verplichte stage in het curriculum? 2 Welke bedragen worden voor de jaren van dit kabinet beschikbaar gesteld voor de adviesorganen AWTI 1 en de Onderwijsraad? In hoeverre zijn daarin kortingen en bijstellingen opgenomen en werkt de departementale taakstelling door in de budgetten van deze organisaties? 3 Kunt u een uiteenzetting geven van de implicaties van de algehele korting op OCW? Worden deze kortingen op het toekomstig verdienvermogen elders op de begroting opgevangen? 4 Hoe vaak wordt de 21+toets voor toelating tot een hbo 2 -opleiding toegepast? Hoe vaak en in welke gevallen wordt deze toets afgenomen bij scholieren en studenten die eigenlijk niet in aanmerking komen voor deze toets? Is het mogelijk om het huidige beleid van de 21+toets te verruimen? En wat het zou kosten om het huidige, te beperkte, toelatingsbeleid op te lossen? 5 Op welke posten, waarop dankzij amendement van het lid Bontenbal c.s. 3 minder werd bezuinigd, is bij de Voorjaarsnotabesluitvorming besloten om opnieuw op te bezuinigen? 6 Op welke manier wordt geborgd dat onderwijsinstellingen de kennis- en ondersteuningsproducten van het studentenwelzijn-programma Stijn daadwerkelijk implementeren en wie is hiervoor verantwoordelijk? 7 Hoe wordt geborgd dat mbo 4 -instellingen in minder stedelijke regio’s voldoende middelen behouden om praktijkgericht onderwijs te blijven bieden na de korting op praktijkleren en het RIF 5 ? 8 Is het Herstelplan kwaliteit funderend onderwijs, waarvan sprake was in het Hoofdlijnenakkoord Hoop, lef en trots 6 , van de baan, nu u hierover niet langer in gesprek bent met de ouderorganisaties, scholierenorganisatie LAKS 7 , onderwijsvakbonden en de sectorpartners primair – en voortgezet onderwijs? 9 Kunt u een overzicht geven van alle bezuinigingen van dit kabinet op OCW (zoals de bezuinigingen in het Hoofdlijnenakkoord, de aanpassingen die zijn gedaan bij het amendement van het lid Bontenbal 8 en aanpassingen die zijn gedaan bij de Voorjaarsnota 2025)? 10 Kunt u een overzicht geven van de bezuinigingen op hoger onderwijs? Kunt u aangeven wat de effecten hiervan zijn op de instroom van leerlingen, op de financiële positie van instellingen en welke instellingen hierdoor geraakt worden? 11 Kunt u een overzicht geven van de koopkrachtontwikkeling van studenten in de afgelopen tien jaar? Kunt u een overzicht geven welke maatregelen zijn genomen (dus bezuinigingen en intensiveringen) in de afgelopen tien jaar voor studenten met daarbij een budgettaire reeks? 12 Klopt het dat de taakstelling internationale studenten structureel bijna behaald wordt, ook zonder de Wet Internationalisering in Balans? 13 Klopt het dat het amendement van het lid Bontenbal c.s. 9 beoogt te bezuinigen op het OCW-departement, maar dat OCW 35 procent van hun taakstelling vanuit dit amendement alsnog kort op het onderwijs via niet uitgekeerde prijsbijstelling of korting op de lumpsum? Welke korting op de lumpsum en niet-uitgekeerde prijsbijstelling is dit specifiek? 14 Kunt u twee reeksen geven voor de lumpsumbekostiging voor het po 10 en vo 11 ? Hoeveel wordt hier per reeks op omgebogen, inclusief en exclusief lpo 12 ? 15 Hoeveel minder hebben scholen structureel reëel te besteden door de bezuiniging op basisvaardigheden? 16 Kunt u in één tabel vatten wat het amendement van het lid Bontenbal c.s. 13 ombuigt en intensiveert en wat het kabinet vervolgens terugdraait, inclusief de verdeling van de taakstelling voor het departement? 17 Kunt u een overzicht geven van de taakstelling in het kader van de 22 procent besparing op apparaatskosten voor de komende vijf jaar? 18 Wat is de realisatie van deze taakstelling voor het jaar 2024 en wat is de voortgang voor 2025? 19 Welk deel van de taakstelling wordt ingevuld vanuit apparaatsgelden en welk deel vanuit andere middelen en welke zijn dat? 20 Welke ICT-vernieuwingen zullen niet of later plaatsvinden als gevolg van de taakstelling op apparaatskosten? 21 Welk deel van deze taakstelling valt neer bij uitvoeringsorganisaties en wat zijn hier de operationele gevolgen van? 22 Welke kaders hanteert u voor het realiseren van de taakstelling op de apparaatsuitgaven? 23 Kunt u een overzicht geven in de ontwikkeling van externe inhuur in de afgelopen vijf jaar en de doelstelling voor de komende vijf jaar? 24 Klopt het dat het hoger onderwijs een nieuwe bezuiniging heeft gekregen voor de introductie van NIS2 14 cyberwetgeving? En klopt het dat u met deze middelen het inrichten van een toezichtsfunctie op het Ministerie van OCW betaalt en dat een deel van de middelen bestemd is voor SURF? Wat is de reden dat u – als gevolg van een door uzelf genomen besluit – de rekening voor het gereed brengen van uw departement bij de universiteiten en hogescholen neerlegt? 25 Klopt het dat de maatregel uit het Hoofdlijnenakkoord over het afschaffen van de ov-vergoeding voor studenten in het buitenland juridisch niet haalbaar blijkt? Waarom kiest u ondanks eerdere kritiek op de bezuinigingen in het hoger onderwijs ervoor om ook dit te verhalen op de bekostiging van de universiteiten en hogescholen? 26 Kunt u inzichtelijk maken wat de financiële impact is op de verschillende onderwijssectoren (po, vo, mbo, hbo en wo 15 ) van het niet uitkeren van de prijsbijstelling? 27 Van welke extensiveringen is de compensatie voor de prijsontwikkeling afkomstig? 28 Hoeveel loon- en prijsbijstelling is in 2025 toegekend aan de sectoren primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs? 29 Wat zijn de geschatte kosten van het structureel invoeren van gratis kinderopvang voor alle kinderen van nul tot vier jaar? 30 Kunt u aangeven hoe de mindering op de uitgekeerde loon- en prijsbijstelling, zoals besloten bij de Voorjaarsnota 2025, verdeeld wordt over de artikelen op de OCW-begroting? 31 Kun u in twee tabellen uiteenzetten hoe de loonbijstelling en afzonderlijk de prijsbijstelling verdeeld is over de OCW-begroting en welke reële prijsvermindering hierdoor optreedt op financiële posten? 32 Klopt het dat universiteiten een groot deel van de resterende prijsbijstelling hebben moeten inleveren ter dekking van «OCW-brede problematiek» (dit bevat vooral het niet halen van de taakstelling die de Minister heeft gekregen op het eigen ambtenarenapparaat)? Waarom laat u het hoger onderwijs opdraaien voor het feit dat het u niet lukt de eigen departementale taakstelling te halen? 33 Hoe verklaart u dat in het amendement van het lid Bontenbal c.s. 16 dekking wordt gezocht in het inzetten van een reservering voor het studentenreisproduct op de aanvullende post, maar deze in deze suppletoire begroting niet lijkt te worden ingezet? Is voorzien in een alternatieve dekking? 34 Op welke specifieke budgetten wordt alsnog een compensatie voor prijsontwikkeling toegekend? 35 Betekent het overmaken van tranche 2025 van de loonbijstelling dat er geen korting op de kabinetsbijdrage op de lonen in het onderwijs voor 2025 plaatsvindt? 36 Wat is het percentage waarmee de loonbijstelling wordt verhoogd? 37 Wat is het percentage waarmee de prijsbijstelling wordt verhoogd? 38 Heeft het korten op de loonbijstelling van tranche 2025 voor externe inhuur op het apparaat gevolgen voor de lumpsum in het onderwijs? Zo ja, welke? 39 Waar is vastgelegd dat OCW wettelijk verplicht is tot het uitkeren van prijsbijstelling op de bekostiging van het primair onderwijs, de studiefinanciering en de mediabekostiging? 40 Wat is de reden dat OCW alleen wettelijk verplicht is de prijsbijstelling uit te keren in het primair onderwijs en niet in de andere onderwijssectoren? 41 Vindt er op alle onderwijsartikelen in de OCW-begroting een volledige loonbijstelling plaats? 42 Wordt er in 2025 gekort op kabinetsbijdrage in de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs? 43 Hoe wordt de Kamer geïnformeerd over de aangepaste beschikkingen vanwege de lagere prijsbijstelling? 44 Wat zijn de kosten als het gehele onderwijs de prijsbijstelling ontvangt, met uitsplitsing per onderwijssector? 45 Hoe vaak is het afgelopen tien jaar voorgekomen dat een onderwijssector geen of een onvolledig loon- en/of prijsbijstelling heeft ontvangen? 46 Hoe is verdeling in de lumpsum in de verschillende onderwijssectoren tussen het loongevoelige en prijsgevoelige deel van de bekostiging? 47 Op welke manier (per onderwijssector) is deze verdeling in de lumpsum tussen het loongevoelig deel en prijsgevoelig deel vastgelegd? 48 Op welke delen van artikelen 6 en 7 wordt er geen loonbijstelling uitgekeerd en betekent dit dat de salarissen voor personeel op basis van dit deel van de begroting niet worden gecompenseerd? 49 Hoeveel minder fulltime eenheden aan personeel kunnen scholen naar verwachting inzetten op basisvaardigheden in 2027, 2028 en 2029 als het bedrag gelijk blijft en de loonkosten stijgen? 50 In hoeverre worden scholen met een relatief grote opgave op het gebied van basisvaardigheden (bijvoorbeeld door onderwijsachterstanden) harder geraakt door het uitblijven van indexatie? 51 Zijn er signalen dat scholen met een relatief grote opgave op het gebied van basisvaardigheden het uitblijven van indexatie als een belemmering ervaren voor het duurzaam verbeteren van basisvaardigheden? 52 Welke afwegingen heeft u gemaakt om scholen met hogere personeelskosten per leerling (zoals bijvoorbeeld in dunbevolkte gebieden of scholen in het (v)so 17 te compenseren of juist niet? 53 Hoe verhoudt de bevriezing van het bedrag voor basisvaardigheden zich tot de ambities van het kabinet in het Hoofdlijnenakkoord/Regeerprogramma en het Masterplan Basisvaardigheden? 54 Op welke manieren borgt u dat scholen voldoende middelen behouden om de ambities op het gebied van basisvaardigheden waar te maken? 55 Overweegt u om het bedrag voor basisvaardigheden te herzien of opnieuw vast te stellen op basis van inflatie of cao-stijgingen na 2027? 56 Hoe laat u de effectiviteit van het niet-indexeren van het bedrag voor basisvaardigheden monitoren en evalueren? 57 Wordt er tussentijdse evaluatie voorzien van de financiële knelpunten die scholen mogelijk ondervinden bij de bevriezing van de middelen voor basisvaardigheden op het prijspeil van 2024? 58 Wat zijn de scenario’s als blijkt dat scholen hun inzet op basisvaardigheden moeten terugschroeven vanwege ontoereikend budget? 59 Kunt u aangeven waarom de bezuiniging op de prijscompensatie geconcentreerd op een beperkt aantal OCW-begrotingsposten zijn geboekt (w.o. lumpsum vervolgonderwijs) en welke directe gevolgen dat heeft voor de financiële ruimte van onderwijsstellingen? 60 Hoeveel scholen ontvingen in 2024 middelen uit de onderwijskansenregeling in het voortgezet onderwijs? 61 Wat zijn de structurele meerkosten van het verlagen van de maximale klassengrootte naar 21 leerlingen in het basisonderwijs? 62 Kunt u in meerjarenperspectief kwantificeren wat de korting van € 90,0 miljoen in 2027 en vanaf 2028 structureel € 177,0 miljoen op de Onderwijskansenregeling voortgezet onderwijs concreet gaat betekenen voor de leerlingen voor wie deze regeling was bedoeld en hun toekomstkansen? 63 Hoe groot was tot nog toe de doelgroep leerlingen die werd bereikt met de onderwijskansenregeling voortgezet onderwijs door middel van onderwijsassistenten of coaches, extra onderwijstijd, huiswerkbegeleiding, en door ouderbetrokkenheid te stimuleren, en betekent de opheffing van de onderwijskansenregeling dat er in 2028 nog van die groep nul leerlingen resteert? 64 Kunt u een uitsplitsing geven van de loon- en prijsbijstelling per sector voor komende jaren? 65 Is de reden dat het bedrag voor de loonbijstelling een dalende trend laat zien dat het kabinet uitgaat van minder leraren in de toekomst, of is er een andere reden? 66 Waar is de onderwijskansenregeling voortgezet onderwijs afgelopen jaren voor ingezet? 67 Hoeveel scholen maken gebruik van de onderwijskansenregeling? 68 Hoeveel kinderen maken gebruik van de onderwijskansenregeling? 69 Waar bevinden zich de scholen die gebruik maken van de onderwijskansenregeling? 70 Hoeveel leraren (in fulltime eenheden en in personen) worden op dit moment bekostigd vanuit de onderwijskansenregeling? 71 Hoeveel onderwijsondersteuners (in fulltime eenheden en in personen) worden op dit moment bekostigd vanuit de onderwijskansenregeling? 72 Is er een evaluatie van de onderwijskansenregeling voortgezet onderwijs geweest? 73 Hoeveel scholen ontvingen in 2024 middelen uit de onderwijskansenregeling op basis van de CBS 18 -achterstandsindicator en hoeveel leerlingen waren daarbij betrokken? 74 Heeft u een analyse laten maken van de gevolgen van het beëindigen van de onderwijskansenregeling voor scholen met een hoge achterstandsscore en kunt u die delen? 75 Wat zijn de kosten van het invoeren van een maximum reistijd van 45 minuten voor leerlingenvervoer in het speciaal onderwijs? 76 Wat is het structurele bedrag dat nodig is om de vrijwillige ouderbijdrage volledig af te schaffen in het primair en voortgezet onderwijs? 77 Wat zijn de precieze gevolgen van het opheffen van de onderwijskansenregeling? 78 Kunt u per regio aangeven welke scholen gebruik maken van de onderwijskansenregeling? 79 Is er met de sector gesproken voordat werd besloten om de onderwijskansenregeling te schrappen? 80 Wat is de totale omvang van bezuinigingen op primair – en voortgezet onderwijs naar aanleiding van deze Voorjaarsnota (inclusief niet verdeelde loon- prijsbijstellingen) en hoe verhoudt zich dat tot het «terugdraaien» van bezuinigingen door onder andere het amendement van het lid Bontenbal c.s. 19 ? 81 Heeft u naast overleg met de instellingen over de taakstelling internationale studenten ook overleg met de vakbonden? 82 Welke indicatoren bevat de CBS-achterstandsindicator precies bij de bepaling van achterstandsscores voor het voortgezet onderwijs? 83 Kunt u een per regeling overzicht geven van de subsidieregelingen in het funderend onderwijs waarbij de CBS-achterstandsindicator momenteel wordt gebruikt als verdeelsleutel? 84 Wordt de CBS-achterstandsindicator afgeschaft, herzien of blijft ze behouden na de beëindiging van de onderwijskansenregeling? 85 Wat zijn de (financiële) consequenties voor andere regelingen als de CBS-achterstands indicator komt te vervallen of gewijzigd wordt? 86 Overweegt u om bij toekomstige subsidieregelingen in het funderend onderwijs andere indicatoren dan de CBS-achterstandsindicator voor toekenning van middelen te hanteren? Zo ja, welke? 87 Welke scholen zullen naar verwachting het meeste de consequenties ondervinden van het uitfaseren van de onderwijskansenregeling, vmbo 20 -, havo- of vwo-scholen? 88 Welke maatregelen gaan voorkomen dat het vmbo, ten opzichte van de havo en het vwo, onevenredig hard wordt geraakt door het uitfaseren van de onderwijskansenregeling? 89 Wat zijn de meerkosten van bol 21 -studenten ten opzichte van bbl 22 -studenten in verband met het hogere aantal contacturen dat zij krijgen? 90 Wat zou het loslaten of versoepelen van de lesurennorm, die wordt opgelegd door de Wet Educatie en Beroepsonderwijs, voor gevolgen hebben voor de bekostiging van het mbo? 91 Is het waarschijnlijk dat het loslaten of versoepelen van de lesurennorm, die wordt opgelegd door de Wet Educatie en Beroepsonderwijs, tot gevolg heeft dat het benodigde budget voor de bekostiging van het mbo lager uitvalt? 92 Kunt u uiteenzetten welke implicaties de korting op de onderwijskansenregeling zal hebben op het vervolgonderwijs? Zijn er positieve ontwikkelingen verbonden aan de regeling met betrekking tot meer gelijkheid, beter wetenschappelijk onderzoek of meer onderzoekers die nu weg zullen vallen? 93 Wat zijn de meerkosten van het structureel invoeren van gratis schoolmaaltijden op alle basisscholen met een hoge concentratie achterstandsleerlingen? 94 Wat zijn de jaarlijkse kosten om schoolzwemmen verplicht en gratis aan te bieden in groep 3 en 4 van het primair onderwijs? 95 Hoeveel minder studenten zijn er gaan studeren op het wo dan verwacht? Hoeveel meer zijn er gaan studeren op het hbo? 96 Waar komen de hogere studentenaantallen in het hbo vandaan? 97 Heeft de aankondiging van de langstudeermaatregel effect gehad op de lagere studentenaantallen in het wo? 98 Waarom hebben er minder internationale studenten gekozen om in Nederland te studeren? 99 Hoeveel minder internationale studenten moeten komend jaar gaan studeren om de taakstelling op internationale studenten te bereiken? 100 Kunt u een overzicht delen van de jaarlijkse prijsbijstelling op de cultuurbegroting vanaf 2016 tot en met 2025? Kunt u eveneens een overzicht delen van de loonbijstelling vanaf 2016 tot en met 2025 op de cultuurbegroting? Kunt u een overzicht delen van de reële inflatie op loon en prijs vanaf 2016 tot en met 2025 op de cultuurbegroting? 101 Kunt u toezeggen dat onderbouwing conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1) voor 2025 voor de basisvaardigheden in het mbo nog tijdens de behandeling van deze suppletoire begroting naar de Kamer wordt gestuurd, zodat de Kamer haar budgetrecht goed geïnformeerd kan uitoefenen? 102 Wat is het verwachte effect van het opheffen van de onderwijskansenregeling in het vo (korting oplopend tot € 177 miljoen structureel vanaf 2028) op scholen in regio’s met hoge achterstandsscores buiten de Randstad? 103 Wat is de onderbouwing voor de resterende taakstelling op internationalisering in het hoger onderwijs en wat is de verdeling van deze taakstelling over instellingen (en regio’s)? 104 In hoeverre is het nog steeds noodzakelijk de toets anderstalig onderwijs in te voeren, nu het aantal niet-Nederlandse EER 23 -studenten fors lager is in de referentieramingen en de instellingen al aan de taakstelling voldoen? 105 Wat zijn de landelijke kwaliteitsmiddelen voor hbo en wo? 106 Wat zijn de gevolgen voor het afschaffen van de landelijke kwaliteitsmiddelen voor hbo en wo? 107 Wat zijn naar verwachting de totale kosten die gemoeid zijn met de financiering van niet-Nederlandse EER-studenten met het oog op de rijksbijdrage per student en de sociaal-financiële voorzieningen vanuit DUO 24 waarop deze studenten aanspraak kunnen maken? 108 Hoeveel bedraagt de korting op de loonbijstelling voor externe inhuur in 2025 en op welk begrotingsartikel is deze geboekt? 109 Waarom wordt de aanvullende bekostiging voor po-instellingen en de aanpak lerarentekort G5 verlaagd? 110 Wat is de reden dat er minder subsidieaanvragen zijn gedaan voor de subsidieregeling School en omgeving? 111 Is het afschaffen van de ov-vergoeding voor studenten die in het buitenland studeren wel of niet in strijd met het EU-recht? 112 Wat is er nodig om vast te kunnen stellen of het afschaffen van de ov-vergoeding voor studenten die in het buitenland studeren in lijn is met het EU-recht? 113 In hoeverre betekent de ontwikkeling dat middelen voor basisvaardigheden door de loon- en prijsbijstelling op het originele bedrag niet worden uitgekeerd en de facto worden bevroren op het prijspeil van 2024, wat vanaf 2030 oploopt tot een structurele bezuiniging van € 48,1 miljoen, dat basisvaardigheden niet langer «absolute prioriteit» hebben, zoals nog viel te lezen in een passage in het Hoofdlijnenakkoord Hoop, lef en trots 25 ? 114 Betekent het gelijk houden van het «in 2024 gecommuniceerde nominale bedrag van minimaal € 182 per leerling» dat het kabinet voornemens is deze bekostiging ook in de komende jaren (na formele invoering van de gerichte bekostiging) niet meer te indexeren? 115 Kunt u de bedragen voor de extensiveringen op cultuur en media in tabel 5 nader toelichten? 116 Welke aannames liggen ten grondslag aan het besluit om structureel € 48,1 miljoen aan loon- en prijsbijstelling niet uit te keren op de gerichte bekostiging basisvaardigheden in po en vo vanaf 2030, terwijl het nominale bedrag per leerling (€ 182) gelijk blijft? 117 Hoe wordt de impact op scholen in krimpregio’s of gebieden met een lage sociaaleconomische status beoordeeld nu zij met een bevroren nominale bekostiging stijgende personeelskosten zelf moeten opvangen? 118 Op welke wijze sluit de intensivering op basisvaardigheden in het mbo (€ 47,2 miljoen in 2025/2026–2026/2027) aan bij de ombuigingen op andere mbo-onderdelen? 119 Kunt u aangeven hoeveel aanvragen voor een tegemoetkoming voor de gemiste basisbeurs zijn afgewezen vanwege het (nog) niet behalen van een wo-masterdiploma? Is geanalyseerd in hoeverre het gemaakte onderscheid rechtvaardig is om bij een afgeronde hbo-bachelor wél compensatie toe te kennen? Zo ja, wat was hiervan de uitkomst? Zo nee, waarom niet? 120 Wat zijn de gevolgen voor het niet uitkeren van de loon- en prijsbijstelling van de basisvaardigheden funderend onderwijs? 121 Leidt het niet uitkeren van de loon- en prijsbijstelling bij de basisvaardigheden tot verlies van banen? 122 Hoe worden de lage aanvragen op de subsidieregeling School en Omgeving verklaard? 123 Hoeveel studenten schakelen er jaarlijks van een hbo-bachelor naar een wo-master? Welke mogelijke gevolgen zijn verbonden aan de rechterlijke uitspraak dat u beter moet uitleggen waarom hbo-studenten geen prestatiebeurzen krijgen voor een universitaire master 26 ? 124 Hoeveel studenten schakelen er jaarlijks van een hbo-bachelor naar een wo-master? Hoeveel kost het om deze groep studenten een extra jaar prestatiebeurs toe te kennen? 125 Zal er, gezien de doelgroepen, bij het bepalen van subsidies speciale aandacht komen voor aanvragen vanuit focusgebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (de NPLV-focusgebieden)? 126 Wat zijn de structurele kosten om voor alle thuiszittende leerlingen maatwerkonderwijs met begeleiding te organiseren? 127 Hoe verhouden de uitspraken op pagina 8 over dalende aantal nieuwkomers zich tot de uitspraken op pagina 26, waar er wordt gesproken over een hogere instroom? 128 Hoe is de structurele korting van € 20 miljoen op de Regeling praktijkleren vanaf 2030 onderbouwd en welk aandeel hiervan betrof bbl-trajecten in tekortsectoren zoals zorg, techniek en landbouw? 129 Wat is de regionale verdeling van de verschuiving van bbl- naar bol-studenten in de referentieraming? Zijn landelijke regio’s (zoals Noordoost-Nederland) zwaarder getroffen? 130 Hoe is rekening gehouden met regionale verschillen in kostenontwikkeling (bijvoorbeeld energie, reiskosten, personeelsmarkt) bij het besluit om 50 procent van de prijsbijstelling 2025 niet uit te keren? 131 Hoeveel studenten worden er bereikt met het geld voor de basisvaardigheden in het mbo, gezien de looptijd van twee jaar? 132 Wat betekenen de bezuinigingen op het apparaat van OCW in de praktijk? 133 Hoe wordt de € 47,2 miljoen voor basisvaardigheden mbo ingezet om intensiever onderwijs en meer begeleiding te bewerkstelligen? 134 Hoe wordt de € 47,2 miljoen voor basisvaardigheden mbo ingezet om intensiever onderwijs en meer begeleiding te bewerkstelligen in het specifieke geval dat de lesurennorm uit de WEB 27 zou worden versoepeld? 135 Op welke budgetten of schotten wordt de structurele korting van € 21 miljoen op de bekostiging van het mbo toegepast? 136 Wat is de oorzaak van de gestegen kosten op het apparaat waarvoor DUO een structurele compensatie benodigt van € 1,4 miljoen? 137 Wat is de verwachte omvang van de referentieraming voor het aantal studenten in het hbo en wo in 2025 en hoe verhoudt zich dat tot de voorgaande raming? 138 Wat is het verschil in kosten tussen een student in de bol en de bbl in het mbo? 139 Waar worden de kwaliteitsmiddelen, die zijn opgenomen in de lumpsum, momenteel voor ingezet door instellingen? 140 Welke effecten gaat het verlagen van de kwaliteitsmiddelen hebben op de kwaliteit van het onderwijs? 141 Wat zijn de verwachte gevolgen van het niet uitkeren van een deel van de gerichte bekostiging voor de basisvaardigheden op het gemiddelde landelijke lees-, schrijf- en rekenniveau van scholieren? 142 Wat kost het de samenleving wanneer als gevolg van het uitfaseren van de onderwijskansenregeling en het niet uitkeren van een deel van de gerichte bekostiging voor de basisvaardigheden straks een groter deel van scholieren onvoldoende kan meedoen in onze maatschappij? Wat is de hoogte van de rekening die daarmee wordt doorgeschoven? 143 Wat is het bedrag dat nodig zou zijn om alle studenten in het mbo, hbo en wo structureel recht te geven op een basisbeurs die het sociaal minimum dekt? 144 Wat zijn de kosten van het structureel bekostigen van een verlaging van het collegegeld tot € 1.000 per jaar voor voltijdstudenten? 145 Het collegegeld zal in studiejaar 2025–2026 € 2.601 bedragen, tien jaar geleden in het studiejaar 2015–2026 bedroeg het nog € 1.951; hoeveel geld zou het structureel kosten om het collegegeld te bevriezen zodra het meer dan € 3.000 bedraagt? 146 Hoe groot is de financiële tegenvaller als hbo-studenten die een wo-master gaan doen na het bepalen van hun hbo-diploma toch recht krijgen op een verlenging van hun basisbeurs? 147 Hoeveel geld zou het kosten om de indexatie van de basisbeurs niet te koppelen aan het CPI 28 , maar aan de koopkracht van studenten? 148 Is de huidige basisbeurs dekkend voor uitwonende studenten om hun studie te kunnen volgen zonder te hoeven lenen en een bijdrage van hun ouders te ontvangen? 149 Hoe hoog zou een toereikende basisbeurs moeten bedragen voor uitwonende studenten zonder te hoeven lenen en een bijdrage van hun ouders te ontvangen? 150 Wat zijn de geschatte jaarlijkse kosten van het verstrekken van een gratis sportpas aan alle leerlingen in het primair – en voortgezet onderwijs en aan studenten in het mbo, hbo en wo? 151 Welke subsidies worden als gevolg van de keuze om geen loon- en prijsbijstelling door te verdelen naar andere instrumenten binnen artikel 1 niet geïndexeerd? Worden de budgetten voor bijvoorbeeld de Brugfunctionaris po en die van schoolmaaltijden hierdoor geraakt? 152 Hoeveel scholen in het primair onderwijs ontvangen middelen voor de Brugfunctionaris po en hoe vertaalt zich dat naar fte’s in de sector? Vallen deze functionarissen onder de reguliere CAO van het primair onderwijs en in hoeverre is er ruimte om deze groep werknemers ook een loonsverhoging te geven die past bij de prijsstijgingen in de winkel? 153 Hoeveel scholen in het primair onderwijs ontvangen middelen voor schoolmaaltijden en hoeveel leerlingen worden met deze regeling bereikt? Kunt u op basis van de gegevens van de uitvoerder van deze regeling (het Jeugdeducatiefonds) aangeven in hoeverre de prijzen voor schoolmaaltijden (per maaltijd) zijn gestegen, hoe dit in verhouding staat met de toegekende prijsbijstelling en hoe u denkt dat dit verschil kan worden opgevangen? 154 Betekent het niet toekennen van de loon- en prijsbijstelling op humanistisch vormend onderwijs en godsdienstonderwijs dat de lonen en prijzen niet gecompenseerd worden voor inflatie en er dus wordt bezuinigd op het humanistisch vormend onderwijs en godsdienstonderwijs? 155 Hoeveel kost het om bij het humanistisch vormend onderwijs en godsdienstonderwijs wel de loon- prijsstelling door te voeren? 156 Kunt u aangegeven wat het effect is op de bezuiniging van de onderwijsvoorziening jonggehandicapten? Hoeveel kinderen worden hierdoor getroffen? 157 Wat betekent het uitstel van de curriculumherziening precies, voor de ontvanger(s) van de overige subsidie als eventueel voor scholen, als gevolg van het amendement Eerdmans c.s. 29 waarbij dekking wordt gezocht in de overige subsidies op artikel 3? 158 Wat behelst de bezuiniging «Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters» en wat zijn de gevolgen van deze bezuiniging? 159 Wat is het effect van het niet toekennen van de loon- en prijsbijstelling op onderdelen van artikel 3? 160 Kunt u de extra intensivering op de basisvaardigheden mbo boven op het Herstelplan nader toelichten? 161 Kunt u de budgettair neutrale kasschuif op de bekostiging van mbo-instellingen, ter dekking van het amendement van het lid Eerdmans c.s. 30 , nader toelichten? 162 Welke consequenties heeft de extensivering op het Regionale Investeringsfonds van € 18 miljoen (2025–2027) op de aanvragers van dat fonds? 163 Wat is het effect van de bezuiniging op schoolmaaltijden? Hoeveel kinderen krijgen hierdoor geen maaltijd meer? Hoeveel scholen worden hierdoor geraakt? 164 Welke activiteiten gaan er allemaal precies worden afgeblazen ten gevolge van de extensivering op het Regionaal Investeringsfonds van € 6,0 miljoen per jaar in de jaren 2025 tot en met 2027 (in totaal € 18,0 miljoen), de extensivering op de regeling doorstroom beroepskolom in de jaren 2026 tot en met 2029 (in totaal € 19,8 miljoen) en het aanwenden van vrij inzetbare prijsbijstelling op studiefinanciering van in totaal € 9,4 miljoen, waarmee een extra intensivering van in totaal € 47,2 miljoen voor basisvaardigheden in het mbo in de studiejaren 2025/2026 en 2026/2027 wordt gedekt? 165 Wordt het mbo gecompenseerd voor de stijgende prijzen (prijsbijstelling)? 166 Klopt het dat de eerdere bezuiniging op praktijkleren uit de begroting-OCW is teruggedraaid door het amendement van het lid Bontenbal c.s. 31 en wat is het verschil tussen deze bezuiniging op praktijkleren en de eerder teruggedraaide bezuiniging in de begroting-OCW? 167 Hoe kan, ondanks een bezuiniging, de maximale vergoeding van € 2.700 per leerwerkplek in stand blijven en wat zijn de gevolgen van de bezuiniging op praktijkleren? 168 Op welk bekostigingsinstrument wordt de € 25,0 miljoen voor het Fonds Onderzoek en Wetenschap, dat met de rijksbijdrage 2025 aan instellingen wordt toegekend, precies geboekt? En kunt u daarnaast een uiteenzetting van de kosten verschaffen? 169 Waarover vindt wel prijsbijstelling plaats op artikel 6 (hoger onderwijs)? 170 Hoeveel kost het om de bekostiging onderwijsdeel wel te compenseren voor gestegen prijzen (prijsbijstelling)? 171 Wat zijn de gevolgen van de aanvullende bezuinigingen op de RIF-gelden op de stimulans voor werkgevers en mbo-instellingen in de regio om met behulp van innovatie en onderzoek vakmensen toekomstbestendig te kunnen opleiden? 172 Wat zijn de gevolgen van de bezuinigingen op de regeling doorstroom beroepskolom op de efficiënte doorstroom tussen de verschillende onderwijssectoren? 173 Is al bekend hoe de alternatieve dekking van € 38,2 miljoen op de apparaatsuitgaven via niet uitgekeerde loon- en prijsbijstelling of korting op de lumpsum van de onderwijssectoren precies wordt ingevuld? 174 Wat is het effect van het niet doorverdelen van de loon- prijsbijstelling naar artikel 9 voor de onderwijsregio’s en wat betekent dit voor de middelen die beschikbaar zijn voor scholen in het kader van de PBSS 32 -regeling? 175 In hoeverre heeft het niet doorverdelen van de loon- en prijsbijstelling naar artikel 9 gevolgen voor de instrumenten gericht op het terugdringen van personeelstekorten in het onderwijs en het stimuleren van het opleiden van nieuw personeel? 176 Heeft u overwogen om de middelen die nu beschikbaar komen door de afbouw van het RIF in te zetten om te voorzien in concrete vraagstukken rondom publiek-private samenwerking, zoals het intensiveren van de samenwerking van mbo-instellingen met werkgevers in de regio, zoals u zelf als oplossing heeft geopperd in uw brief van 28 maart 2025 33 ? 17", + "date": "2025-07-03", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 7, - "motion_id": 879, - "score": 2.205784349255121, - "title": "Motie van het lid Van Kent over uitspreken dat pensioenfondsen rekening moeten houden met substantiële Wtp-aanpassingen", - "body_text": "36 578 Wijziging van de Pensioenwet, de Wet op de loonbelasting 1964 en enige andere wetten in verband met de verlenging van de transitieperiode naar het nieuwe pensioenstelsel Nr. 23 MOTIE VAN HET LID VAN KENT Voorgesteld 23 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, spreekt uit dat pensioenfondsen rekening moeten houden met substantiële aanpassingen van de Wtp, en gaat over tot de orde van de dag. Van Kent", - "date": "2025-05-20", + "motion_id": 22886, + "score": 4.322607125384632, + "title": "Motie van de leden Beckerman en Bushoff over nieuwe gas- en oliewinning of uitbreiding daarvan tegenhouden, tenzij omwonenden daar nadrukkelijk mee hebben ingestemd", + "body_text": "33 529 Gaswinning Nr. 1218 MOTIE VAN DE LEDEN BECKERMAN EN BUSHOFF Voorgesteld 6 maart 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat gas- en oliewinning vaak ondanks protest van zowel gemeenteraad, provinciale staten als omwonenden plaatsvindt; verzoekt de regering nieuwe gas- en oliewinning of uitbreiding van bestaande gas- en oliewinning tegen te houden, tenzij omwonenden daar nadrukkelijk mee hebben ingestemd, en gaat over tot de orde van de dag. Beckerman Bushoff", + "date": "2024-03-12", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 7, - "motion_id": 3518, - "score": 2.205784349255121, - "title": "Motie van het lid Dobbe over geen toezeggingen aan de coalition of the willing zonder expliciete toestemming van het Nederlandse parlement", - "body_text": "36 045 Situatie in Oekraïne Nr. 227 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 11 september 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de demissionaire premier op 4 september medewerking aan een eventuele troepenmacht in Oekraïne vanuit de zogenoemde coalition of the willing heeft toegezegd; verzoekt de demissionaire regering geen toezeggingen aan de coalition of the willing te doen zonder expliciete toestemming van het Nederlandse parlement, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe", - "date": "2025-09-23", + "motion_id": 23149, + "score": 4.322607125384632, + "title": "Motie van de leden Dobbe en Dassen over spoedig schadevergoedingen uitbetalen aan door chroom-6 getroffen (oud-)medewerkers", + "body_text": "36 410 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2024 Nr. 59 MOTIE VAN DE LEDEN DOBBE EN DASSEN Voorgesteld 7 februari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat (oud-)medewerkers van Defensie recht hebben op een snelle schadevergoeding voor gezondheidsklachten door blootstelling aan chroom-6; overwegende dat huidige regelingen ontoereikend zijn voor rechtvaardige behandeling; verzoekt de regering spoedig schadevergoedingen uit te betalen aan getroffen (oud-)medewerkers, waarbij aannemelijkheid van ziekte als criterium geldt, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe Dassen", + "date": "2024-02-13", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 7, - "motion_id": 24196, - "score": -2.6658064287131595, - "title": "Gewijzigd amendement van het lid Paternotte c.s. ter vervanging van nr. 32 over het stimuleren van verduurzamingsmaatregelen boven de liberalisatiegrens", - "body_text": "36 496 Wijziging van de Wet goed verhuurderschap, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en enige andere wetten in verband met de regulering van huurprijzen en de bescherming van rechten van huurders (Wet betaalbare huur) Nr. 52 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID PATERNOTTE C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 32 Ontvangen 24 april 2024 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: In artikel V wordt na onderdeel K een onderdeel ingevoegd, luidende: Ka Na artikel 15a wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 15b Onverminderd artikel 7:255 van het Burgerlijk Wetboek is dat artikel van overeenkomstige toepassing indien de krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bepaalde waardering van de kwaliteit staande de huurovereenkomst ten gevolge van verduurzamingsmaatregelen, die leiden tot een beter energieprestatiecertificaat, boven het bij of krachtens artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vastgestelde bedrag uitstijgt, met dien verstande dat de bepalingen omtrent middenhuurbescherming en een eventuele beperking van de punten voor de waarde van de woning als bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken van toepassing blijven zolang de huurovereenkomst standhoudt. Toelichting Verduurzaming en isolatie van huurwoningen betekent over het algemeen een verbeterde situatie voor huurders. De woning wordt energiezuiniger wat resulteert in een lagere energierekening. Voor verhuurders was er tot voor kort geen prikkel om de woning te verduurzamen, zij konden hiervoor geen extra punten krijgen. Met het wetsvoorstel dat nu voorligt is dat wel het geval. Echter, wanneer er sprake is van een lopend huurcontract waarbij na woningverbetering de puntentelling boven de middenhuurgrens van 186 punten zou uitkomen, verdwijnt de prikkel voor de verhuurder om over te gaan tot verduurzaming. Dit amendement zorgt voor een uitzondering, waardoor op het moment dat verhuurder en huurder het eens zijn over de verduurzamingsmaatregelen die leiden tot een woningverbetering en de daarbij passende huurverhoging, de huurbescherming behouden blijft. Paternotte Vedder De Hoop", - "date": "2024-04-25", + "motion_id": 23285, + "score": -4.569178302826261, + "title": "Motie van de leden Nijhof-Leeuw en Grinwis over een compleet overzicht van de algemene kosten van producten van eigen bodem", + "body_text": "36 410 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2024 Nr. 32 MOTIE VAN DE LEDEN NIJHOF-LEEUW EN GRINWIS Voorgesteld 1 februari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er op producten van eigen bodem algemene kosten afgedragen moeten worden; constaterende dat er op importproducten geen of nauwelijks invoerrechten geheven worden; overwegende dat dit een ongelijk speelveld creëert; verzoekt de regering de Kamer een compleet overzicht te verstrekken met betrekking tot de algemene kosten van producten van eigen bodem, en gaat over tot de orde van de dag. Nijhof-Leeuw Grinwis", + "date": "2024-02-06", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 7, - "motion_id": 23225, - "score": -2.5614795226866622, - "title": "Motie van het lid Graus over dierenwelzijn laten prevaleren boven milieueisen en de voor dieren verstikkende luchtwassers", - "body_text": "36 410 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2024 Nr. 37 MOTIE VAN HET LID GRAUS Voorgesteld 1 februari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering om dierenwelzijn te laten prevaleren boven milieueisen en de voor dieren verstikkende luchtwassers, en gaat over tot de orde van de dag. Graus", - "date": "2024-02-06", + "motion_id": 23376, + "score": -4.49379771653078, + "title": "Motie van de leden Grinwis en Olger van Dijk over bepalen of de A2 Deil-Den Bosch-Vught in aanmerking komt voor alternatieve aanwending van de gereserveerde middelen", + "body_text": "36 410 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2024 Nr. 40 MOTIE VAN DE LEDEN GRINWIS EN OLGER VAN DIJK Voorgesteld tijdens het Notaoverleg van 22 januari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de files voor de Maasbrug op de A2 tot sluipverkeer in (onder andere) de Betuwe leiden, en tot opstoppingen voor de opritten bij Waardenburg; overwegende dat de MIRT-verkenning A2 Deil-Den Bosch-Vught, die hier een oplossing had moeten bieden, grotendeels is geherprioriteerd, waardoor de aanpak van dit knelpunt voor onbepaalde tijd stil komt te liggen; verzoekt de regering zo spoedig mogelijk samen met de regio maatregelen op het onderliggend wegennet in kaart te brengen om de verkeersveiligheid te waarborgen, waaronder bij de op- en afritten van de A2, en bij voorkeur voorafgaand aan het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving van 2024 te bepalen of de A2 Deil-Den Bosch-Vught in aanmerking komt voor alternatieve aanwending van de gereserveerde middelen, en gaat over tot de orde van de dag. Grinwis Olger van Dijk", + "date": "2024-01-30", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 7, - "motion_id": 25311, - "score": -2.4911680117637083, - "title": "Motie van het lid Graus over dieronvriendelijke CO2-bedwelming uitfaseren", - "body_text": "28 286 Dierenwelzijn Nr. 1342 MOTIE VAN HET LID GRAUS Voorgesteld 16 oktober 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat oud-minister Staghouwer al in 2022 onder druk van de Tweede Kamer het einde aankondigde van CO2-bedwelming; verzoekt de regering de dieronvriendelijke CO2-bedwelming uit te faseren, en gaat over tot de orde van de dag. Graus", - "date": "2024-10-22", + "motion_id": 22776, + "score": -4.49379771653078, + "title": "Motie van het lid Flach over een invoeringstoets waarin wordt ingegaan op de effectiviteit en de gevolgen voor werknemers en mkb-werkgevers", + "body_text": "36 488 Wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verband met een bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon met 1,2 procentpunt met ingang van 1 juli 2024 (Wet verhoging minimumloon 2024) Nr. 8 MOTIE VAN HET LID FLACH Voorgesteld 14 maart 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat sprake is van verschillende opeenvolgende bijzondere verhogingen van het minimumloon in 2023 en 2024; overwegende dat zicht op de gevolgen hiervan ten aanzien van werknemers en werkgevers noodzakelijk is; verzoekt de regering een jaar na inwerkingtreding van de Wet invoering minimumuurloon en een jaar na inwerkingtreding van voorliggend wetsvoorstel een invoeringstoets uit te voeren, waarin ingegaan wordt op de effectiviteit en de gevolgen voor werknemers en mkb-werkgevers van deze wetsvoorstellen, en de Kamer over de uitkomsten hiervan te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Flach", + "date": "2024-03-19", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 7, - "motion_id": 25146, - "score": -2.4081000391279224, - "title": "Motie van het lid Paulusma c.s. over het eigen risico alleen voor chronisch zieken en gehandicapten met €220 verlagen en de opbrengsten hiervan gebruiken voor het terugdringen van de wachtlijsten", - "body_text": "36 600 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2025 Nr. 63 MOTIE VAN HET LID PAULUSMA C.S. Voorgesteld 24 oktober 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat door de plannen van het kabinet om het eigen risico te halveren voor alle verzekerden, de zorgpremie explosief zal stijgen boven op de al verwachte stijging; overwegende dat veel chronisch zieken en gehandicapten niets hebben aan deze maatregel, omdat tegelijk de tegemoetkoming voor arbeidsgehandicapten wordt geschrapt en de premiestijging voor de verlaging van het eigen risico grotendeels ongedaan wordt gemaakt; van mening dat het de toegankelijkheid van de zorg voor alle Nederlanders ten goede komt door de groep chronisch zieken en gehandicapten met een lager inkomen gericht te helpen; verzoekt de regering om het eigen risico alleen voor chronisch zieken en gehandicapten met € 220 te verlagen door voor deze groep een regeling te treffen; verzoekt de regering de opbrengsten hiervan te gebruiken voor een lastenverlichting die zorgt dat onder anderen zorgmedewerkers meer overhouden als zij drie dagen of meer werken, om zo de wachtlijsten terug te dringen in plaats van op te drijven, en gaat over tot de orde van de dag. Paulusma Bikker Koekkoek Eerdmans", - "date": "2024-11-05", + "motion_id": 23446, + "score": -4.481103114183959, + "title": "Motie van het lid Krul c.s. over een handreiking voor scholen om met papieren schoolboeken de basisvaardigheden te verbeteren", + "body_text": "36 410 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2024 Nr. 75 MOTIE VAN HET LID KRUL C.S. Voorgesteld 18 januari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het slecht gaat met de beheersing van de basisvaardigheden, volgens PISA is een op de drie Nederlandse scholieren inmiddels functioneel ongeletterd; overwegende dat digitaal leren tot slechter lezen leidt, omdat tekst gelezen van papier dieper verwerkt wordt; overwegende dat in Zweden stappen gezet worden om weer meer gebruik te maken van papieren schoolboeken; verzoekt het kabinet om met een wetenschappelijke onderbouwde handreiking te komen voor scholen over hoe ze door het inzetten van papieren schoolboeken de beheersing van de basisvaardigheden kunnen verbeteren, en gaat over tot de orde van de dag. Krul Stoffer Paternotte Ceder Van Zanten", + "date": "2024-01-23", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 7, - "motion_id": 23314, - "score": -2.2760538998356132, - "title": "Motie van het lid Synhaeve over kleinschalige intensieve jeugdzorg op landelijk niveau inkopen", - "body_text": "36 410 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2024 36 410 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2024 Nr. 99 MOTIE VAN HET LID SYNHAEVE Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 29 januari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet als doelstelling heeft om het aantal plaatsingen in de gesloten jeugdzorg af te bouwen naar nul in 2030, maar dat hiervoor in de plaats nog veel plekken voor kleinschalige intensieve jeugdzorg opgezet moeten worden; constaterende dat alternatieven voor gesloten jeugdzorg grote verschillen kennen in vormen en kostprijs; verzoekt de regering kleinschalige intensieve jeugdzorg op landelijk niveau in te kopen met als doel dat het aanbod landelijk dekkend is en er scherp ingekocht wordt op de goede kwaliteit, en gaat over tot de orde van de dag. Synhaeve", - "date": "2024-02-06", + "motion_id": 23353, + "score": -4.380929050517921, + "title": "Motie van de leden Stoffer en Vedder over ervoor zorgen dat de aanpak van knooppunt Hoevelaken prioriteit krijgt", + "body_text": "36 410 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2024 Nr. 58 MOTIE VAN DE LEDEN STOFFER EN VEDDER Voorgesteld 25 januari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat knooppunt Hoevelaken een belangrijk fileknelpunt is; overwegende dat de voorbereiding van het project na vele jaren in de afrondende fase zat en nieuwe vertraging betekent dat onderzoeksgegevens gedateerd raken en geld verspild wordt; overwegende dat miljarden euro's buiten de herprioriteringsopgave zijn gehouden; verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de aanpak van knooppunt Hoevelaken prioriteit krijgt, en in overleg met de betrokken provincies alles op alles te zetten om ervoor te zorgen dat het project doorgang kan vinden, en gaat over tot de orde van de dag. Stoffer Vedder", + "date": "2024-01-30", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 8, - "motion_id": 1964, - "score": 2.932474348641478, - "title": "Voorstel tot wijziging van de lijst van controversiële onderwerpen van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid", - "body_text": "36 770 Verdere behandeling van aanhangige stukken Nr. 14 BRIEF VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 3 juli 2025 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft in de procedurevergadering van 3 juli 2025 besloten de Kamer voor te stellen om de lijst van controversiële onderwerpen zoals vastgesteld door de Kamer op 3 juli 2025 ( 36 770 nr. 13 ) als volgt te wijzigen: In onderdeel K wordt aan de paragraaf «overig» een onderdeel toegevoegd, luidende: 10. 24 077-555 Brief regering d.d. 21-05-2025 – Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel Ontwikkelingen en voortgang Experiment gesloten coffeeshopketen De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, Pool De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, Brood", - "date": "2025-07-04", + "motion_id": 23891, + "score": 6.068630804223542, + "title": "Gewijzigde motie van het lid Van Hijum c.s. over het Presidium verzoeken om onderzoek te doen naar versterking van de ondersteuning van het budgetrecht middels een bureau begroting en verantwoording (t.v.v. 36560-9)", + "body_text": "36 560 Financieel jaarverslag van het Rijk 2023 Nr. 22 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID VAN HIJUM C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 9 Voorgesteld 4 juni 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende, dat de rol van de Kamer bij het voorbereiden en evalueren van de rijksbegroting in vergelijking met andere landen beperkt is; overwegende, dat er voor de (mede)wetgevende taak van de Kamer een Bureau Wetgeving is, maar dat de Kamer niet beschikt over een specifiek Bureau Begroting en Verantwoording ter ondersteuning van het budgetrecht; overwegende, dat een Bureau Begroting en Verantwoording, naar voorbeeld van het Congressional Budget Officein de Verenigde Staten, het budgetrecht van de Kamer kan versterken met onafhankelijke analyses van de doeltreffendheid en doelmatigheid van uitgaven en inkomsten; overwegende, dat de Minister van Financiën een onderzoek in gang heeft gezet naar de rolverdeling in het controlebestel, waarvan de uitkomsten eind dit jaar worden verwacht; verzoekt het Presidium om te onderzoeken of en hoe de ondersteuning van het budgetrecht van de Tweede Kamer versterkt kan worden met een Bureau Begroting en Verantwoording, en gaat over tot de orde van de dag. Van Hijum Heinen De Vree Vermeer", + "date": "2024-06-04", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 8, - "motion_id": 3370, - "score": 2.4328832121274697, - "title": "Motie van het lid Michon-Derkzen over een jaarlijkse doelstelling voor het aantal kilo in beslag genomen illegaal vuurwerk", - "body_text": "29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit Nr. 484 MOTIE VAN HET LID MICHON-DERKZEN Voorgesteld 23 september 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat ondermijnende criminaliteit vanuit de onderwereld de bovenwereld binnentreedt; constaterende dat er een toename is van het gebruik van illegaal vuurwerk zoals cobra's, die worden ingezet als explosieven voor woningen of winkelpanden in woonwijken; constaterende dat het kabinet eerder heeft aangegeven dat de aanpak van illegaal vuurwerk onderdeel is van de bestrijding van ondermijnende criminaliteit (13 november 2020 en 19 december 2024); van mening dat het goed is om transparant te zijn over het in beslag genomen illegale vuurwerk; verzoekt de regering om voor de aankomende vijf jaar een jaarlijkse doelstelling te formuleren voor het aantal kilo in beslag genomen illegaal vuurwerk, en gaat over tot de orde van de dag. Michon-Derkzen", - "date": "2025-09-30", + "motion_id": 2002, + "score": 6.0624446442488, + "title": "Motie van het lid El Abassi over uitspreken dat pas recht gedaan kan worden aan het leed van gedupeerde gezinnen als alle betrokken ketenpartners openlijk verantwoordelijkheid nemen voor hun rol in de toeslagenaffaire", + "body_text": "36 708 Toeslagen Nr. 39 MOTIE VAN HET LID EL ABASSI Voorgesteld 3 juli 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat talloze instanties, waaronder de jeugdbescherming en de rechterlijke macht, een rol hebben gespeeld in het ontstaan en voortduren van de toeslagenaffaire; constaterende dat veel van deze ketenpartners nog steeds geen volledige verantwoordelijkheid nemen voor hun handelen, en reflectierapporten vaak tekortschieten in openheid, diepgang en betrokkenheid van slachtoffers van de toeslagenaffaire; spreekt uit dat pas recht gedaan kan worden aan het leed van de gedupeerde gezinnen als alle betrokken ketenpartners openlijk verantwoordelijkheid nemen voor hun rol in de toeslagenaffaire, en gaat over tot de orde van de dag. El Abassi", + "date": "2025-07-04", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 8, - "motion_id": 1351, - "score": 2.2859039742408864, - "title": "Amendement van het lid Ergin over over een uitzondering op de toelatingsplicht voor de topsportsector", - "body_text": "36 446 Wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en enige andere wetten in verband met de invoering van regels voor het verlenen van toelating voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten) Nr. 39 AMENDEMENT VAN HET LID ERGIN Ontvangen 11 maart 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: In artikel I, onderdeel C, wordt het voorgestelde artikel 1b als volgt gewijzigd: 1. Voor de tekst wordt de aanduiding «2.» geplaatst. 2. Voor het tweede lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende: 1. Sportorganisaties, voor zover van landelijke betekenis, zijn uitgezonderd van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 3a. Toelichting Dit amendement maakt gebruik van de mogelijkheid om uitzonderingen toe te passen op de toelatingsplicht en daarmee op de toetsing aan het normenkader, dat later via een AMvB wordt vastgesteld. De indiener beoogt met het uitzonderen van een specifieke sector de reikwijdte van de wet te verscherpen en onnodige regeldruk, evenals in sommige gevallen een onzinnige toepassing van deze wet, te voorkomen. De indiener stelt een uitzondering voor de Nederlandse professionele topsport voor. De Nederlandse professionele topsport wordt uitgezonderd omdat veel sportsegmenten te maken hebben met internationale reglementen, bijvoorbeeld op het gebied van voetbal via FIFA en UEFA. Dit brengt met zich mee dat er doorgaans duidelijke normenkaders bestaan met betrekking tot in- en uitleenconstructies, toezicht en handhaving. Daarnaast hebben verschillende professionele topsportsectoren te maken met strikte licentievereisten die door de sportbonden worden opgelegd. De indiener is van mening dat het uitzonderen van deze sector onnodige administratieve lasten en kosten voorkomt in een sector waarin sprake is van verregaande (zelf)regulering. De indiener kan zich goed voorstellen dat er mogelijk ook andere sectoren zijn die binnen het uitzonderingsbeginsel passen en voert daarom geen wijziging door in de bepaling dat sectoren en segmenten per AMvB kunnen worden uitgezonderd van het toelatingsstelsel waar de wet in voorziet. Ergin", - "date": "2025-04-08", + "motion_id": 23915, + "score": 6.020000005741454, + "title": "Motie van het lid Kops over het zonder opzegtermijn kunnen opzeggen van een vraagresponsovereenkomst indien dat vereist is voor de leveringszekerheid van de actieve afnemer", + "body_text": "36 378 Regels over energiemarkten en energiesystemen (Energiewet) Nr. 82 MOTIE VAN HET LID KOPS Voorgesteld 23 mei 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering in de algemene maatregel van bestuur aangaande het wijzigen en opzeggen van de vraagresponsovereenkomsten (artikel 2.32, lid 5, Energiewet) in ieder geval op te nemen dat een vraagresponsovereenkomst zonder opzegtermijn opgezegd kan worden indien de leveringszekerheid van de actieve afnemer dat vereist, en gaat over tot de orde van de dag. Kops", + "date": "2024-06-04", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 8, - "motion_id": 24371, - "score": 2.252800849258714, - "title": "Motie van het lid Beckerman over samen met warmtebedrijven en corporaties een fonds onderzoeken om het niet-meer-dan-anders principe individueel te garanderen", - "body_text": "36 387 Wijziging van de Omgevingswet, de Gaswet en de Warmtewet in verband met gemeentelijke instrumenten voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie) Nr. 36 MOTIE VAN HET LID BECKERMAN Voorgesteld 10 april 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, van mening dat het niet-meer-dan-andersprincipe essentieel is voor draagvlak in de energietransitie en dat wij dit collectief moeten garanderen; verzoekt de regering om samen met warmtebedrijven en corporaties een fonds te onderzoeken om het niet-meer-dan-andersprincipe individueel te garanderen, en gaat over tot de orde van de dag. Beckerman", - "date": "2024-04-16", + "motion_id": 22983, + "score": 5.887488574609448, + "title": "Motie van de leden Agema en Van der Plas over de coronastrategie betrekken bij de opheldering van de aanhoudende oversterfte", + "body_text": "25 295 Infectieziektenbestrijding Nr. 2158 MOTIE VAN DE LEDEN AGEMA EN VAN DER PLAS Voorgesteld 15 februari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, van mening dat oversterfte een eenmalig fenomeen hoort te zijn en geen structureel fenomeen, zoals nu al vier jaar gaande is, sinds de start van de coronacrisis; verzoekt de regering te bewerkstelligen dat in de opheldering van de aanhoudende oversterfte ook de gevoerde coronastrategie van het opschalen van coronazorg tijdens een coronagolf en het gelijktijdig afschalen van reguliere ziekenhuiszorg, het loslaten van het optimale zorgscenario in de jaren voorafgaand aan de coronacrisis en vaccinatieschade worden betrokken, en gaat over tot de orde van de dag. Agema Van der Plas", + "date": "2024-02-27", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 8, - "motion_id": 2900, - "score": 2.201566237634462, - "title": "Motie van het lid Hoogeveen over een beleidskader met de voorwaarden voor en maximale bandbreedte van het beperken van de tabelcorrectiefactor", - "body_text": "36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026) Nr. 86 MOTIE VAN HET LID HOOGEVEEN Voorgesteld 25 november 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de tabelcorrectiefactor voor 2026 bijna voor de helft wordt toegepast; overwegende dat het beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor ertoe kan leiden dat de inkomstenbelasting steeds verder uit de pas loopt met de inflatie; verzoekt de regering een beleidskader aan de Kamer voor te leggen waarin wordt vastgelegd onder welke voorwaarden en binnen welke maximale bandbreedte de tabelcorrectiefactor kan worden beperkt, en gaat over tot de orde van de dag. Hoogeveen", - "date": "2025-11-27", + "motion_id": 2314, + "score": 5.525023975301645, + "title": "Amendement van het lid Flach ter vervanging van nr. 22 over motiverings- en overlegeisen voor instructieregels", + "body_text": "36 512 Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting) Nr. 34 AMENDEMENT VAN HET LID FLACH TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 22 Ontvangen 19 juni 2025 De ondergeteke 1 nde stelt het volgende amendement voor: I In artikel III, onderdeel B, wordt in het voorgestelde artikel 2.33, tweede lid, onderdeel e, voor «als dat nodig is» ingevoegd «na op overeenstemming gericht overleg, als dat deugdelijk gemotiveerd wordt gedaan en». II In artikel III, onderdeel C, wordt in de in artikel 2.34, tweede lid, voorgestelde onderdelen f, g en h, steeds voor «als dat nodig is» ingevoegd «na op overeenstemming gericht overleg, als dat deugdelijk gemotiveerd wordt gedaan en». Toelichting De Wet versterking regie volkshuisvesting biedt het Rijk en de Provincies de mogelijkheid om instructies te geven aan gemeenten over het volkshuisvestingsprogramma. Concreet gaat het dan om de mogelijkheden die de voorgestelde artikelen 2.33 lid 2 sub a en 2.34 lid 2 sub f, g, en h bieden. In de memorie van toelichting wordt aangegeven dat «met instructieregels en instructies kan worden gezorgd voor een effectieve juridisch bindende doorwerking van beleid naar decentrale overheden.» Ook wordt benoemd dat «met een instructie heel specifieke opdrachten [kunnen] worden gegeven aan een individuele gemeente.» De instructies kunnen dus vergaand voorschrijven wat gemeenten in hun lokale volkshuisvestingsprogramma moeten opnemen. De indiener begrijpt het doel van de instructies met het oog op het verstevigen van de regierol van het Rijk. Daarvoor is het soms nodig om, met het oog op een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad, instructies te geven. Tegelijk acht de indiener het wenselijk dat de positie van gemeenten niet onnodig ondermijnd wordt. Met dit amendement wordt beoogd de positie van gemeenten te borgen, indien er overgegaan wordt tot het geven van instructies gericht op gemeentelijke volkshuisvestingprogramma’s. Concreet wordt met dit amendement formeel geregeld dat de instructies gepaard moeten gaan met een deugdelijke motivering vanuit het Rijk dan wel de Provincie. Daarnaast wordt de eis gesteld dat, voordat een instructie gegeven wordt, er een op overeenstemming gericht overleg moet zijn geweest tussen de gemeente waar de instructie aan gericht is en het Rijk dan wel de Provincie. In artikelen 2.33 en 2.34 Omgevingswet wordt reeds aangegeven dat bij het geven van instructie de grenzen van artikel 2.3 Omgevingswet in acht genomen moeten worden. Daarin wordt echter niet gesproken over een deugdelijke motivering en is ook niet formeel vastgesteld dat er vooraf overleg moet zijn gevoerd. In de praktijk zal het veelal voorkomen dat voorafgaand aan een instructie reeds overleg is gevoerd en dat de instructie gemotiveerd wordt. Met dit amendement wordt deze werkwijze formeel vastgelegd en worden deze twee vereisten voortaan wettelijk verplicht. Daardoor wordt de gemeentelijke betrokkenheid beter geborgd en hun positie verstevigd. Flach X Noot 1 Vervanging in verband met een wijziging in de toelichting.", + "date": "2025-07-01", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 8, - "motion_id": 4578, - "score": -2.410440997006273, - "title": "Motie van het lid Van Oosterhout over snel na de inwerkingtreding van het prioriteringskader een evaluatie uitvoeren", - "body_text": "29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie Nr. 614 MOTIE VAN HET LID VAN OOSTERHOUT Voorgesteld 18 december 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er een prioriteringskader voor transportverzoeken van de ACM komt; overwegende dat onduidelijk is wat de precieze impact op verschillende elektriciteitsgebruikers gaat zijn en hoe dit kader precies uit gaat pakken in de praktijk; verzoekt de regering snel na de inwerkingtreding van het prioriteringskader een evaluatie uit te voeren, en de resultaten hiervan in het najaar van 2026 met de Kamer te delen, en gaat over tot de orde van de dag. Van Oosterhout", - "date": "2025-12-18", + "motion_id": 9998, + "score": -6.196098405233043, + "title": "Motie van de leden Paternotte en Boswijk over in EU- en NAVO-verband actief pleiten voor militaire mobiliteit als topprioriteit en toewerken naar een militair Schengengebied", + "body_text": "21 501-20 Europese Raad Nr. 2135 MOTIE VAN DE LEDEN PATERNOTTE EN BOSWIJK Voorgesteld 17 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat NAVO-konvooien uit de VS, Canada of het VK bij aankomst in Europa geconfronteerd worden met verschillende nationale regels, beperkingen en vergunningensystemen onderweg van de grote havens naar de NAVO-oostgrens; overwegende dat de Permanent Structured Cooperation (PESCO) is opgericht met het doel om de militaire mobiliteit te verbeteren, maar dat deelnemende landen hieraan tot nu toe geen topprioriteit geven; overwegende dat het van cruciaal belang is voor de NAVO en de EU dat, bij tekenen van Russische mobilisatie richting de grens, militairen snel beschikbaar zijn om de oostgrens te verdedigen; verzoekt de regering om in EU- en NAVO-verband actief te pleiten voor het maken van militaire mobiliteit tot topprioriteit, en om toe te werken naar een militair Schengengebied, zonder papieren en fysieke grenzen voor NAVO-militairen en materieel, en gaat over tot de orde van de dag. Paternotte Boswijk", + "date": "2024-12-18", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 8, - "motion_id": 2379, - "score": -2.316611087017355, - "title": "Nader gewijzigd amendement van de leden Welzijn en Grinwis ter vervanging van nr. 91 over onlosmakelijke activiteiten", - "body_text": "36 512 Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Woningwet in verband met de versterking van de regie op de volkshuisvesting en met het oog op enkele andere met de volkshuisvesting samenhangende maatregelen (Wet versterking regie volkshuisvesting) Nr. 95 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN WELZIJN EN GRINWIS TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 91 1 Ontvangen 30 juni 2025 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: In artikel III wordt na onderdeel F een onderdeel ingevoegd, luidende: FA Na artikel 16.7 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 16.7a (bevordering toepassing afdeling 3.5 Algemene wet bestuursrecht) Onverminderd artikel 16.7 bevordert het bevoegd gezag dat op de voorbereiding van beslissingen op losse aanvragen om een omgevingsvergunning of wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning die betrekking hebben op een activiteit die behoort tot verschillende gevallen die op grond van artikel 5.1, 5.3 of 5.4 als vergunning plichtig zijn aangewezen waar mogelijk afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegepast. Toelichting Vergunningen die betrekking hebben op een en dezelfde activiteit en ter beoordeling aangeboden zijn aan de vergunningverlener moeten in één keer vergund kunnen worden. Dit kan door toepassing van de coördinatieregeling in afdeling 3.5 Awb.). Het in één keer vergunnen brengt verdere versnelling in de bouwopgave en kost minder tijd wat geld bespaard. Welzijn Grinwis X Noot 1 Vervanging in verband met een wijziging in de ondertekening.", - "date": "2025-07-01", + "motion_id": 9967, + "score": -5.740160587777615, + "title": "Amendement van het lid Flach ter vervanging van nr. 3 over middelen voor praktijkonderzoek en ondersteuning van telers in het kader van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030", + "body_text": "36 625 XIV Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2024 (wijziging samenhangende met Najaarsnota) Nr. 5 AMENDEMENT VAN HET LID FLACH TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 3 1 Ontvangen 18 december 2024 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: De departementale begrotingsstaat wordt als volgt gewijzigd: I In artikel 21 Land- en tuinbouw worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verhoogd met € 3.000 (x € 1.000). II In artikel 51 Nog onverdeeld worden het verplichtingenbedrag en het uitgavenbedrag verlaagd met € 3.000 (x € 1.000). Toelichting De uitdagingen op het gebied van gewasbescherming zijn groot. Teelten staan onder druk vanwege het afnemende pakket aan gewasbeschermingsmiddelen en de toenemende druk van ziekten en plagen. Er wordt ingezet op precisielandbouw en weerbare teelten, maar dat is in de praktijk niet eenvoudig. Tegelijkertijd constateert de indiener dat subsidieregelingen voor onder meer het praktijkprogramma plantgezondheid in het kader van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 (Kamerstuk 27 858, nr. 569 ) aflopen. De indiener vindt het, gelet op het belang van weerbare teelten en vermindering van de milieubelasting bij gewasbescherming, van groot belang dat de komende jaren samen met onder meer de akkerbouw- en vollegrondsgroenteteelt-sector geïnvesteerd blijft worden in praktijkonderzoek en ondersteuning van telers in het kader van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030. Door sectorpartijen wordt gewerkt aan pilots met benchmarking en opschaling daarvan en is een plan van aanpak gepresenteerd voor een gebiedsgerichte aanpak om de milieubelasting te verlagen. Hier is ondersteuning voor nodig. Er moet werk gemaakt worden van onder meer een nieuwe praktijkprogramma plantgezondheid en ondersteuning voor de inzet op benchmarking en de gebiedsgerichte aanpak. Gelet op de urgentie acht de indiener het wenselijk zo snel mogelijk beschikbare middelen hiervoor in te zetten en niet te wachten tot 2026. Hij stelt daarom voor beschikbare onverdeelde middelen te reserveren voor genoemde maatregelen. De indiener gaat ervan uit dat deze middelen via de eindejaarsmarge in 2025 beschikbaar blijven mochten deze in 2024 niet geheel tot besteding komen. Vanaf 2026 is financiering mogelijk vanuit de middelen voor de agrarische sector uit het Hoofdlijnenakkoord. Dekking wordt dus gevonden in de volgens de Najaarsnota nog onverdeelde middelen op begrotingsartikel 51 (Nog onverdeeld). Flach X Noot 1 Vervanging in verband met een wijziging van de toelichting.", + "date": "2024-12-19", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 8, - "motion_id": 3511, - "score": -2.1953723105687324, - "title": "Motie van de leden Bikker en Stoffer over vermindering van het aantal abortussen als expliciet doel", - "body_text": "36 247 Initiatiefnota van het lid Paulusma over toegang tot abortus is een mensenrecht Nr. 7 MOTIE VAN DE LEDEN BIKKER EN STOFFER Voorgesteld tijdens het notaoverleg van 8 september 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat abortus altijd een noodsituatie is, die het beste voorkomen kan worden; overwegende dat Nederland wereldwijd meer kan doen om abortussen te voorkomen, in het belang van de vrouw en van het ongeboren leven; verzoekt de regering om expliciet tot doel te stellen om het aantal abortussen te verminderen en zich daar ook in het buitenlandbeleid op te richten, zoals door het versterken van vrouwenrechten, het verbeteren van de gezondheidszorg en de aanpak van seksueel geweld tegen vrouwen, en gaat over tot de orde van de dag. Bikker Stoffer", - "date": "2025-09-23", + "motion_id": 22678, + "score": -5.6450016769512334, + "title": "Motie van het lid Sneller over op de kortst mogelijke termijn duidelijkheid geven over de vierde ronde van het Nationaal Groeifonds", + "body_text": "32 637 Bedrijfslevenbeleid Nr. 618 MOTIE VAN HET LID SNELLER Voorgesteld 12 maart 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het Nationaal Groeifonds innovatieve, duurzame en structurele economische groei aanjaagt; overwegende dat uitstel van en onzekerheid over de vierde ronde van het Nationaal Groeifonds kan leiden tot het wegvallen van private co-investeringen en het opschorten van consortia; constaterende dat er voor deze vierde ronde al 61 quickscans zijn ingediend, waar voor miljoenen euro's in is geïnvesteerd door bedrijven en kennisinstellingen; verzoekt de regering op de kortst mogelijke termijn duidelijkheid te geven over de vierde ronde van het Nationaal Groeifonds en van uitstel geen afstel te maken, en gaat over tot de orde van de dag. Sneller", + "date": "2024-03-19", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 8, - "motion_id": 4291, - "score": -2.1594994988305585, - "title": "Motie van de leden Faber en Diederik van Dijk over bvo's mee laten betalen aan de politie-inzet", - "body_text": "36 800 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 Nr. 94 MOTIE VAN DE LEDEN FABER EN DIEDERIK VAN DIJK Voorgesteld 29 januari 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de politie kampt met zowel grote personeelstekorten als een tekort aan financiële middelen; overwegende dat het niet de bedoeling is dat de belastingbetaler de dupe wordt van de extra politie-inzet bij voetbalwedstrijden terwijl het betaalde voetbal een miljoenenbusiness is; overwegende dat in Engeland en Duitsland profclubs meebetalen aan de politie-inzet; verzoekt de regering de betaaldvoetbalorganisaties mee te laten betalen aan de politie-inzet, en gaat over tot de orde van de dag. Faber Diederik van Dijk.", - "date": "2026-02-04", + "motion_id": 24122, + "score": -5.499999561060745, + "title": "Motie van het lid Dassen over pleiten voor het volledig afschaffen van het vetorecht", + "body_text": "36 476 Staat van de Europese Unie 2024 Nr. 9 MOTIE VAN HET LID DASSEN Voorgesteld 16 mei 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat unanimiteit snelle en effectieve besluitvorming in de weg zit; verzoekt de regering te pleiten voor het volledig afschaffen van het vetorecht, en gaat over tot de orde van de dag. Dassen", + "date": "2024-05-21", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 8, - "motion_id": 10329, - "score": -2.1251914066252056, - "title": "Motie van het lid Welzijn c.s. over een centraal en actueel overzicht van woningbouwlocaties waar conflicten bestaan tussen waterschappen, provincies en/of gemeentes", - "body_text": "32 847 Integrale visie op de woningmarkt Nr. 1222 MOTIE VAN HET LID WELZIJN C.S. Voorgesteld 5 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de huidige wetgeving vooral uitgaat van interbestuurlijke samenwerking en conflicten tussen verschillende overheidslagen de voortgang van woningbouwprojecten kunnen vertragen; verzoekt de regering om via de opgezette versnellingstafels een centraal en actueel overzicht te verkrijgen van alle woningbouwlocaties waar conflicten bestaan tussen waterschappen, gemeenten en/of provincies; verzoekt de regering tevens om dit overzicht periodiek bij te werken en te gebruiken als instrument voor gerichte prioritering en versnelling van woningbouwprojecten, en de Kamer hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Welzijn Vedder Grinwis", - "date": "2024-12-10", + "motion_id": 10371, + "score": -5.465153052800417, + "title": "Motie van het lid Dassen over een groeipad uitwerken naar 2% R&T-investeringen in 2030 als onderdeel van de totale Defensie-uitgaven", + "body_text": "36 600 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2025 Nr. 62 MOTIE VAN HET LID DASSEN Voorgesteld 4 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat in Europees verband afgesproken is dat lidstaten in 2030 2% van hun defensie-uitgaven aan onderzoek en technologie (R&T) besteden; constaterende dat Nederland momenteel blijft steken op 1,3%; verzoekt de regering een groeipad uit te werken naar 2% R&T-investeringen in 2030 als onderdeel van de totale Defensie-uitgaven, en gaat over tot de orde van de dag. Dassen", + "date": "2024-12-05", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 9, - "motion_id": 22948, - "score": 2.176228642830517, - "title": "Motie van het lid Claassen over het on hold zetten van het gehele experiment gesloten coffeeshopketen", - "body_text": "36 279 Wijziging van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen in verband met de toevoeging van een elfde gemeente aan het experiment Nr. 14 MOTIE VAN HET LID CLAASSEN Voorgesteld 28 februari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering het gehele experiment gesloten coffeeshopketen on hold te zetten en verdere voorstellen c.q. besluiten hierover over te laten aan een nieuw kabinet, en gaat over tot de orde van de dag. Claassen", - "date": "2024-03-05", + "motion_id": 1332, + "score": 5.567269969991368, + "title": "Motie van de leden Inge van Dijk en Grinwis over nadere regels ten behoeve van de naleving van de Financiële-verhoudingswet en de Gemeentewet", + "body_text": "36 600 B Vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2025 Nr. 36 MOTIE VAN DE LEDEN INGE VAN DIJK EN GRINWIS Voorgesteld 3 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kader voor de financiële verhoudingen tussen overheden is vastgelegd in artikel 2 Financiële-verhoudingswet en artikel 108, derde lid Gemeentewet; overwegende dat artikel 2 Financiële-verhoudingswet, dat stelt dat het Rijk moet aangeven hoe decentrale overheden financiële gevolgen moeten dekken die voortvloeien uit beleidsvoornemens van het Rijk, en artikel 108, derde lid Gemeentewet, dat stelt dat waar sprake is van medebewindstaken, het Rijk de kosten die ten laste van gemeenten komen aan hen dient te vergoeden, op dit moment onvoldoende worden nageleefd; overwegende dat voor de handhaving van deze artikelen de positie van de Minister van Binnenlandse Zaken als stelselverantwoordelijke voor het decentrale bestuur versterkt dient te worden; verzoekt de regering om nadere regels te stellen ten behoeve van de naleving van deze twee wetten, zodat het ook voor de Kamer aantoonbaar en controleerbaar is dat deze wetten worden nageleefd; verzoekt de regering tevens elk wetsvoorstel dat decentrale overheden raakt, zoals taakoverdrachten, medebewindstaken en regionale indelingen, mede te laten ondertekenen door de Minister van Binnenlandse Zaken en bij budgetoverdrachten ook door de Minister van Financiën, en gaat over tot de orde van de dag. Inge van Dijk Grinwis", + "date": "2025-04-08", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 9, - "motion_id": 9918, - "score": 2.144476973306555, - "title": "Motie van het lid Dijk over uiterlijk 1 juli 2025 een verbod instellen op private equity in de zorg", - "body_text": "36 600 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2025 Nr. 158 MOTIE VAN HET LID DIJK Voorgesteld 18 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Kamer meermaals via aangenomen moties om een verbod op private equity heeft verzocht, omdat deze op winst gerichte investeerders een groot risico vormen voor onze zorg; overwegende dat deze moties niet worden uitgevoerd; verzoekt de regering om een verbod in te stellen op private equity in de zorg, uiterlijk per 1 juli 2025, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk", - "date": "2024-12-19", + "motion_id": 24684, + "score": 5.4809667173446766, + "title": "Motie van het lid Flach c.s. over in Europees verband het gesprek aangaan over mogelijkheden om arbeidsmigratie binnen de Europese Unie te beperken", + "body_text": "29 861 Arbeidsmigratie en sociale zekerheid Nr. 140 MOTIE VAN HET LID FLACH C.S. Voorgesteld 10 september 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het overgrote deel van de arbeidsmigranten in Nederland afkomstig is uit andere EU-lidstaten; overwegende dat deze lidstaten hier vaak ook problemen van ondervinden, omdat hierdoor vakkrachten uit de landen van herkomst wegtrekken; constaterende dat daarnaast via doordetachering ook steeds vaker migranten van buiten de EU via een andere EU-lidstaat in Nederland aan het werk gaan; overwegende dat verdere uitbreiding van de Europese Unie zal leiden tot meer migratie naar Nederland, zoals eerdere uitbreidingen hebben laten zien, terwijl meer grip op arbeidsmigratie wenselijk en noodzakelijk is; overwegende dat de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 nadrukkelijk heeft gewezen op de negatieve gevolgen van onder andere EU-arbeidsmigratie op onze demografie, en aanbeveelt dat de Nederlandse regering zich actief mengt in het Europese debat rond demografie en aandacht vraagt voor de relatieve uitzonderingspositie van ons land op dit punt; verzoekt de regering in Europees verband het gesprek aan te gaan over de mogelijkheden van het beperken van arbeidsmigratie binnen de Europese Unie en daarbij steun te zoeken voor de mogelijkheid lidstaten de ruimte te bieden woon- of werkvergunningen in te voeren voor arbeidsmigranten die uit een andere EU-lidstaat afkomstig zijn of via een andere lidstaat de EU binnen zijn gekomen, en gaat over tot de orde van de dag. Flach Van Kent Bikker", + "date": "2024-09-24", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 9, - "motion_id": 24725, - "score": 2.144476973306555, - "title": "Motie van de leden Dijk en Dobbe over een verbod op private equity in de zorg", - "body_text": "36 444 Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de grondslagen voor gegevensverwerkingen te verstevigen (Verzamelwet gegevensverwerking VWS I) Nr. 15 MOTIE VAN DE LEDEN DIJK EN DOBBE Voorgesteld 5 september 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat puur op winst gerichte investeerders een groot risico vormen voor onze zorg; overwegende dat de Kamer het kabinet al meerdere keren heeft opgeroepen om private equity in de zorg een halt toe te roepen; verzoekt de regering om een verbod in te stellen op private equity in de zorg, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk Dobbe", - "date": "2024-09-10", + "motion_id": 23816, + "score": 5.461038852935983, + "title": "Motie van het lid Flach c.s. over met het ministerie van OCW en veldpartijen het scenario van een nieuwe opleidingsplek voor tandartsen in Rotterdam uitwerken", + "body_text": "36 550 Voorjaarsnota 2024 Nr. 16 MOTIE VAN HET LID FLACH C.S. Voorgesteld 4 juni 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er in bepaalde regio's, waaronder Zeeland, sprake is van een tekort aan tandartsen, waardoor de tandartszorg onder druk staat; overwegende dat de spreiding van tandartsopleidingen bij kan dragen aan een meer evenwichtige spreiding van tandartsen over het land; overwegende dat een veelgehoorde oplossingsrichting het starten van een nieuwe opleidingsplek is, gericht op de regio Zuidwest-Nederland, waaronder Zeeland; verzoekt de regering om samen het Ministerie van OCW en de veldpartijen het scenario van een nieuwe opleidingsplek in Rotterdam uit te werken, zodat inzichtelijk wordt wat er (financieel) voor nodig is om dit te realiseren, en de Kamer hierover voor Prinsjesdag te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Flach Diederik van Dijk Grinwis", + "date": "2024-06-11", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 9, - "motion_id": 24558, - "score": 2.0948533725984575, - "title": "Motie van het lid De Kort over dit voorjaar voorstellen doen voor vormen van gedifferentieerde inspectieoordelen", - "body_text": "31 289 Voortgezet Onderwijs Nr. 582 MOTIE VAN HET LID DE KORT Voorgesteld 27 maart 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Kamer dit voorjaar voorstellen ontvangt voor het versterken van de stimulerende rol van de inspectie, waaronder alternatieven voor de waardering «goed» en het predicaat «excellent»; constaterende dat de onderwijsinspectie dit eerder had toegezegd voor het najaar van 2023 en dat veel scholen een alternatief hiervoor willen; verzoekt de regering in de Kamerbrief van dit voorjaar voorstellen op te nemen voor vormen van gedifferentieerde inspectieoordelen, en gaat over tot de orde van de dag. De Kort", - "date": "2024-04-02", + "motion_id": 23508, + "score": 5.307741589090532, + "title": "Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over een actieplan om het verkeerd gebruik van hallucinerende geneesmiddelen tegen te gaan", + "body_text": "36 159 Wijziging van de Opiumwet in verband met het toevoegen van een derde lijst met als doel het tegengaan van de productie van en de handel in nieuwe psychoactieve stoffen en enkele andere wijzigingen Nr. 17 MOTIE VAN HET LID DIEDERIK VAN DIJK C.S. Voorgesteld 20 december 2023 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het wetsvoorstel om een drietal stofgroepen op de nieuw te vormen lijst IA te plaatsen niet generiek is; overwegende dat drugsproducenten en handelaren precies weten hoe ze de wet moeten omzeilen om hun geld te blijven verdienen en levens van gebruikers te ontwrichten; overwegende dat het onwenselijk is dat de handel in hallucinerende producten die buiten het verbod op NPS vallen doorzet; verzoekt de regering met een actieplan te komen om het verkeerd gebruik van hallucinerende geneesmiddelen tegen te gaan zonder het legitieme gebruik van deze geneesmiddelen onmogelijk te maken, en de Kamer daar voor de zomer van 2024 over te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. Diederik van Dijk Krul Bikker", + "date": "2024-01-16", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 9, - "motion_id": 24607, - "score": 2.066670514793844, - "title": "Motie van de leden Stoffer en Krul over onderscheid maken tussen onderwijs aan kleuters en het oudere kind in de opleidingseisen voor rekenvaardigheid", - "body_text": "27 923 Werken in het onderwijs Nr. 477 MOTIE VAN DE LEDEN STOFFER EN KRUL Voorgesteld 27 maart 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat voldoende maatwerk in opleidingseisen nodig is om ervoor te zorgen dat studenten niet onnodig worden uitgesloten van een baan in het onderwijs; constaterende dat het nog steeds zo is dat pabostudenten die enkel in het kleuteronderwijs willen werken, moeten voldoen aan de eisen voor rekenvaardigheid voor de bovenbouw; verzoekt de regering in overleg met de sector in de opleidingseisen voor rekenvaardigheid onderscheid te maken tussen onderwijs aan kleuters en het oudere kind, en gaat over tot de orde van de dag. Stoffer Krul", - "date": "2024-04-02", + "motion_id": 638, + "score": 5.284122154072357, + "title": "Motie van het lid Van Zanten over een verbeterplan alvorens de binnengrenscontroles te verlengen", + "body_text": "32 317 JBZ-Raad Nr. 942 MOTIE VAN HET LID VAN ZANTEN Voorgesteld 20 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland op 9 december binnengrenscontroles heeft ingevoerd, mede naar aanleiding van vergelijkbare maatregelen in andere Europese landen; constaterende dat deze controles zijn uitgevoerd met een beperkte extra capaciteit van circa 50 mensen; overwegende dat uit de evaluatiecijfers blijkt dat tussen 9 december en 9 maart slechts een beperkte toename is gerealiseerd in het aantal gecontroleerde personen en geweigerde onrechtmatig verblijvende vreemdelingen; overwegende dat dit roept om een kritische beoordeling van de effectiviteit en proportionaliteit van de binnengrenscontroles; verzoekt de regering om naar aanleiding van de evaluatie met een verbeterplan te komen alvorens de binnengrenscontroles te verlengen, en gaat over tot de orde van de dag. Van Zanten", + "date": "2025-05-27", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 9, - "motion_id": 3281, - "score": -2.87896634352116, - "title": "Motie van het lid Ceder c.s. over de defensiecapaciteit van het Caribische deel van het Koninkrijk versterken", - "body_text": "36 800 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026 Nr. 14 MOTIE VAN HET LID CEDER C.S. Voorgesteld 30 september 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de situatie tussen Venezuela en de Verenigde Staten verder escaleert; overwegende dat de Aruba, Curaçao en Bonaire grenzen aan Venezuela en de toenemende spanningen vragen om regie vanuit Nederland; overwegende dat de onrust steeds meer aan het toenemen is op de eilanden, mede vanwege het gebrek aan informatievoorziening; verzoekt de regering de informatievoorziening over internationale dreigingen en de bescherming daartegen richting de regeringen en besturen in het Caribische deel van het Koninkrijk te verbeteren; verzoekt de regering de defensiecapaciteit van het Caribische deel van het Koninkrijk te versterken, bijvoorbeeld door middel van inzet van drones, en gaat over tot de orde van de dag. Ceder White Bamenga Bruyning", - "date": "2025-10-02", + "motion_id": 656, + "score": -5.678035437876952, + "title": "Motie van het lid Kostic over een nationaal uniform moratorium met een verbod op uitbreiding, verplaatsing en nieuwbouw van geitenstallen", + "body_text": "29 683 Dierziektebeleid Nr. 305 MOTIE VAN HET LID KOSTIĆ Voorgesteld 22 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat al meer dan vijftien jaar uit opeenvolgende onderzoeken blijkt dat omwonenden van geitenhouderijen een sterk verhoogd risico lopen op het krijgen van een longontsteking; constaterende dat uit onderzoek van het RIVM blijkt dat er naar schatting tot wel 600 ziekenhuisopnamen en 100 sterfgevallen per jaar worden veroorzaakt door de geitenhouderijen; constaterende dat het nu aan provincies wordt overgelaten om al dan niet een geitenstop in te stellen; constaterende dat het aantal geiten in de afgelopen vijftien jaar is verdubbeld; overwegende dat voorkomen moet worden dat geitenhouders nu geld investeren in het uitbreiden, verplaatsen of nieuwbouwen van stallen, terwijl de kans bestaat dat later dit jaar, zodra het advies van de Gezondheidsraad binnen is, zal blijken dat ingrijpende maatregelen nodig zijn om de gezondheid van omwonenden te beschermen; verzoekt de regering een nationaal, uniform moratorium in te stellen met een verbod op uitbreiding, verplaatsing en nieuwbouw van geitenstallen, in ieder geval totdat het advies van de Gezondheidsraad binnen is, en gaat over tot de orde van de dag. Kostić", + "date": "2025-05-27", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 9, - "motion_id": 3626, - "score": -2.6669609449703486, - "title": "Motie van de leden Kahraman en Ceder over een VN-coalitie vormen met betrekking tot de veiligheidssituatie in Syrië", - "body_text": "26 150 Algemene Vergadering der Verenigde Naties Nr. 232 MOTIE VAN DE LEDEN KAHRAMAN EN CEDER Voorgesteld 11 september 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de veiligheidssituatie van etnische en religieuze minderheden in Syrië sinds het aantreden van de regering-Jolani sterk is verslechterd, waarbij duizenden burgers, waaronder druzen, christenen en alawieten, om het leven zijn gekomen; constaterende dat de VN Human Rights Council in het laatste rapport bevestigde dat er in diverse regio's sprake is van ernstige mensenrechtenschendingen, variërend van intimidatie tot moord, waaraan ook regeringstroepen deelnamen; constaterende dat de EU en de VS hun sancties hebben opgeheven onder de voorwaarde dat Syrië een inclusieve en vrije samenleving zou worden; verzoekt de regering tijdens de komende AVVN een coalitie met andere landen te vormen om de veiligheidssituatie in Syrië in kaart te brengen en te bezien hoe er via de VN druk kan worden uitgeoefend op de regering-Jolani om deze situatie zo spoedig mogelijk te verbeteren, en gaat over tot de orde van de dag. Kahraman Ceder", - "date": "2025-09-18", + "motion_id": 1211, + "score": -5.188512453697301, + "title": "Motie van de leden Tseggai en Koops over een verbod op het adverteren en in zoekmachines vindbaar maken van gokwebsites", + "body_text": "24 557 Kansspelen Nr. 261 MOTIE VAN DE LEDEN TSEGGAI EN KOOPS Voorgesteld 8 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat consumenten zo veel mogelijk moeten worden toe- en doorgeleid naar het legale kansspelaanbod en dat een volledig reclameverbod daar contraproductief voor zou kunnen uitpakken; van mening dat kansspelaanbieders geen reclameruimte dienen te krijgen tenzij ze zich bewezen betrouwbaar en betrokken opstellen in het naleven van de regels over de zorgplicht; verzoekt de regering om in de nieuwe wet op de kansspelen een verbod op te nemen op het adverteren en in zoekmachines vindbaar maken van gokwebsites, tenzij de Kansspelautoriteit op basis van een zorgvuldige doorlichting een aanbieder bij uitzondering heeft gecertificeerd als betrouwbare organisatie, het zogenoemde whitelisting, en gaat over tot de orde van de dag. Tseggai Koops", + "date": "2025-04-15", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 9, - "motion_id": 3530, - "score": -2.6669609449703486, - "title": "Motie van de leden Hertzberger en Rooderkerk over het gewicht van de doorstroomtoets af halen", - "body_text": "31 293 Primair Onderwijs Nr. 834 MOTIE VAN DE LEDEN HERTZBERGER EN ROODERKERK Voorgesteld 11 september 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat een basisschoolleerling zo'n acht jaar lang wordt gevolgd door bekwame professionals die over uitgebreide ervaring, observaties en data beschikken om een schooladvies te geven; overwegende dat de doorstroomtoets slechts een momentopname is, maar een heel smal deel van al het geleerde toetst en cruciale zaken zoals schrijf- en spreekvaardigheid maar ook algemene kennis negeert; constaterende dat er reeds moties aan zijn genomen om te verkennen wat er nodig is om te komen tot één doorstroomtoets (Rooderkerk) en die verder te ontwikkelen tot een instrument dat weer primair ten dienste staat aan de ontwikkeling van de leerling en de ondersteuning van de leerkracht (Stoffer en Ceder); van mening dat de doorstroomtoets, zeker gezien alle gebreken, veel te zwaar wordt meegewogen in het advies voor het vervolgonderwijs; verzoekt de regering het gewicht van de doorstroomtoets af te halen en voortaan de toetsuitslag naast alle verzamelde data en observaties en alleen als ondersteuning van het schooladvies van de leerkracht mee te wegen, en gaat over tot de orde van de dag. Hertzberger Rooderkerk", - "date": "2025-09-23", + "motion_id": 1659, + "score": -5.063605096741086, + "title": "Nader gewijzigd amendement van het lid Sneller ter vervanging van nr. 50 over verduidelijking van de gronden voor voorlopige hechtenis", + "body_text": "36 327 Vaststelling van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Wetboek van Strafvordering) Nr. 56 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID SNELLER TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR.50 Ontvangen 18 maart 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: Artikel 2.5.27 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, aanhef, wordt na «worden gegeven» ingevoegd «indien dit bevel strikt noodzakelijk is, gelet op de gedragingen, feiten of omstandigheden, waaronder de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, en: ». 2. Het eerste lid, onderdelen a tot en met c komen te luiden: a. indien sprake is van een ernstig gevaar voor vlucht, wat blijkt uit gedragingen van de verdachte, of uit hem persoonlijk betreffende omstandigheden; b. indien sprake is van een direct gevaar dat de verdachte het onderzoek zal frustreren; c. indien sprake is van een direct gevaar dat de vrijlating van de verdachte, die wordt verdacht van een feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer is gesteld, tot een ernstige verstoring van de openbare orde zal leiden;. Toelichting De toepassing van voorlopige hechtenis in Nederland krijgt zowel nationale als internationale kritiek. 1 Het wordt te vaak en te gemakkelijk toegepast, terwijl alternatieven middels de schorsing onder voorwaarden onvoldoende benut worden (gedragsinterventies, huisarrest, contact- verbod, borgsom, elektrisch toezicht). Uit onderzoek van de Europese Commissie blijkt dat een derde van de Nederlandse gevangenispopulatie in voorlopige hechtenis zit, aanzienlijk meer dan het Europese gemiddelde van 25%. 2 Vaak blijkt voorlopige hechtenis achteraf onnodig, te herleiden uit het aantal toegekende schadevergoedingen aan ex-verdachten ter compensatie van de onrechtmatig doorgebrachte tijd in voorarrest. 3 Net als voor reguliere korte detenties geldt voor korte detenties in het kader van voorlopige hechtenis dat deze detentieschade veroorzaken en dat recidivecijfers na detentie hoog liggen. 4 De indiener onderschrijft derhalve de ambities van de regering om tegemoet te komen aan de kritiek. Net als de Raad van State 5 vraagt indiener zich echter af of het nu voorliggende voorstel voldoende effectief is om deze ambities waar te maken en stelt zich daarom het voorliggende amendement voor. Met dit amendement beoogt de indiener de gronden voor voorlopige hechtenis te verduidelijken en aan te scherpen. Vanuit de rechtswetenschap en rechtspraktijk wordt al langer gesteld dat de gronden voor voorlopige hechtenis te zacht, te onduidelijk en te ruim te interpreteren zijn. 6 De suggesties die in dat verband worden gedaan voor het verduidelijken van de gronden voor voorlopige hechtenis neemt de indiener met het voorliggende amendement over. 7 De indiener is er van overtuigd dat een helder geformuleerde wettelijke regeling de rechtspraktijk meer duidelijkheid kan bieden en het wetboek toegankelijker en inzichtelijker kan maken. De drie basisvoorwaarden waar bij de oplegging van voorlopige hechtenis aan moet zijn voldaan, namelijk een zekere ernst van het feit, een bepaalde mate van verdenking en een grond maakt indiener met dit amendement weer zichtbaar. Met betrekking tot de gronden wordt een nieuwe overkoepelende eis opgenomen die duidelijk maakt wat het uitgangspunt moet zijn bij de toepassing van de voorlopige hechtenis, namelijk dat naast aanwezigheid van één van de gronden, voorlopige hechtenis ook strikt noodzakelijk moet zijn, gelet op de gedragingen, feiten of omstandigheden, waaronder de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Indiener beoogt hiermee dat voorlopige hechtenis terughoudender zal worden toegepast omdat naast de aanwezigheid van één van de gronden voor voorlopige hechtenis, ook de noodzakelijkheid zal moeten worden beargumenteerd. In aansluiting daarop wordt de onderzoeksgrond omschreven als een direct gevaar dat de verdachte het onderzoek zal frustreren. De grond met betrekking tot de ernstig geschokte rechtsorde wordt gericht op het directe gevaar dat de vrijlating van de verdachte, die wordt verdacht van een feit waarop 12 jaar of meer gevangenisstraf is gesteld, vanwege de zwaarte van het feit tot een directe verstoring van de openbare orde zal leiden. Sneller X Noot 1 Memorie van toelichting, pagina 416 en 417. X Noot 2 Bijlage bij Groenboek over detentie, Europese Commissie, 2011 https://www.eerstekamer.nl/eu/edossier/e110030_groenboek_over_de . X Noot 3 Algemene Rekenkamer, Voorarrest: verdachten in de cel; Een kwantitatieve analyse van inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis, Kamerstukken II 2017/18, 29 279, nr. 397 . X Noot 4 WODC onderzoek «korte detenties nader bekeken» https://open.overheid.nl/documenten/ronl-549ce973-4633-4450-8093-ca69771811f7/pdf . X Noot 5 Advies Afdeling advisering Raad van State en Nader rapport, p. 135. X Noot 6 J. uit Beijerse, Naar een bij onschuldpresumptie passend systeem van voorlopige hechtenis. De lessen van Europa en van de klassieke rechtsgeleerden, Strafblad 2008, p.465–487 en J.H. Janssen, F.W.H. van den Emster & T.B. Trotman, «Strafrechters over de praktijk van de voorlopige hechtenis. Een oordeel van de werkvloer!», Strafblad 2013, p. 430–444. X Noot 7 J. Janssen, J. de Lange & M. Westhof, «De ontmaskering van de zittingsagenda als grond voor voorlopige hechtenis», NJB 2024, afl. 31 en J. uit Beijerse & O. Maan, «Vast, tenzij»-praktijk dwingt tot aanpassing van de wettelijke gronden voor voorlopige hechtenis in het nieuwe wetboek», NJB 2024, afl. 40.", + "date": "2025-03-25", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 9, - "motion_id": 2202, - "score": -2.563421953253111, - "title": "Motie van de leden Wijen-Nass en Vijlbrief over commissievergaderingen over regionale onderwerpen minimaal twee keer per jaar in de regio laten plaatsvinden", - "body_text": "36 714 Raming der voor de Tweede Kamer in 2026 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten Nr. 7 MOTIE VAN DE LEDEN WIJEN-NASS EN VIJLBRIEF Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 30 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het belangrijk is om de betrokkenheid van de regio's bij nationaal beleid te versterken en de kloof tussen Den Haag en het platteland te verkleinen; overwegende dat dorpen en steden bereid zijn ruimte en voorzieningen beschikbaar te stellen voor vergaderingen van de Tweede Kamer in hun dorp of stad; verzoekt het presidium om commissievergaderingen van de Tweede Kamer waarin onderwerpen worden besproken die met de regio te maken hebben, waar mogelijk minimaal twee keer per jaar in de regio's te laten plaatsvinden, bijvoorbeeld in provinciehuizen of dorpshuizen, en daarvoor een voorstel te maken, en gaat over tot de orde van de dag. Wijen-Nass Vijlbrief", - "date": "2025-07-03", + "motion_id": 3744, + "score": -4.993373364383945, + "title": "Motie van de leden Kathmann en Van den Berg over ondubbelzinnig opkomen voor het recht op end-to-endencryptie en onlineprivacy", + "body_text": "36 800 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 Nr. 71 MOTIE VAN DE LEDEN KATHMANN EN VAN DEN BERG Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 2 maart 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de Kamer zich meermaals positief heeft uitgesproken op het gebied van onlinerechten, met duidelijke oproepen over het in stand houden van end-to-endversleuteling en onlineprivacy; overwegende dat in de coalitieplannen geen ambities zijn opgenomen op het gebied van onlinerechten, maar het kabinet zowel in nationaal als internationaal verband beleid zal maken dat raakt aan deze rechten; verzoekt de regering om ondubbelzinnig op te komen voor het recht op end-to-endencryptie en onlineprivacy, in overeenstemming met de wens van de Kamer, en dit als uitgangspunt te hanteren in alle relevante nationale en Europese beleids- en wetgevingstrajecten, en gaat over tot de orde van de dag. Kathmann Van den Berg", + "date": "2026-03-10", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 9, - "motion_id": 24344, - "score": -2.547908863822051, - "title": "Motie van de leden Piri en Kahraman over modernisering van de douane-unie ten minste voorwaardelijk maken aan het door Turkije respecteren van uitspraken van het EHRM", - "body_text": "21 501-20 Europese Raad Nr. 2072 MOTIE VAN DE LEDEN PIRI EN KAHRAMAN Voorgesteld 16 april 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat het kabinet voornemens is om de relatie met Turkije op meerdere terreinen uit te breiden; constaterende dat er geen enkele voorwaarde wordt gesteld aan Turkije op het terrein van mensenrechten; verzoekt het kabinet om modernisering van de douane-unie ten minste voorwaardelijk te maken aan het respecteren van uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens door Turkije, en gaat over tot de orde van de dag. Piri Kahraman", - "date": "2024-04-17", + "motion_id": 3593, + "score": -4.975784099074326, + "title": "Gewijzigd amendement van het lid Stultiens c.s. ter vervanging van nr. 14 over een grondslag voor gemeenten om een leegstandbelasting voor woningen in te kunnen voeren", + "body_text": "36 735 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2026) Nr. 18 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID STULTIENS C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 14 Ontvangen 23 september 2025 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: I Na artikel VIII wordt een artikel ingevoegd, luidende: ARTIKEL VIIIA Na artikel 221 van de Gemeentewet wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 221a 1. Ter zake van binnen de gemeente gelegen woningen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Leegstandwet die voor een langere periode dan twaalf maanden leegstaan als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van die wet, kan door de gemeente, onder de naam leegstandbelasting, een belasting worden geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar van deze woningen het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 2. De heffingsmaatstaf voor de leegstandbelasting wordt vastgesteld door de gemeente. II In artikel XVIII, tweede lid, wordt na «onderdeel O,» ingevoegd «VIIIA». Toelichting Dit amendement creëert een mogelijkheid en grondslag voor gemeenten om een leegstandbelasting voor woningen in te voeren. Dat is noodzakelijk omdat in Nederland meer dan 180.000 woningen leegstaan, waarvan meer dan 60 duizend langer dan een jaar (na energiecorrectie: meer dan 30 duizend). In een tijd van woningnood, waarin veel mensen grote moeite hebben een woning te vinden, is dat moeilijk uit te leggen. De indieners van dit amendement zijn van mening dat gemeenten zo veel mogelijk opties moeten hebben om leegstand tegen te gaan en woningen beschikbaar te maken voor hun inwoners. In Vlaanderen blijkt dat een leegstandbelasting daarvoor een effectief middel is: eigenaren van leegstaande woningen komen over het algemeen snel in actie om de woning te verkopen of te verhuren. In 2023 maakten daar dan ook 282 van de 300 gemeenten gebruik van de mogelijkheid om een leegstandbelasting in te stellen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) pleit er daarom voor die mogelijkheid ook in Nederland te creëren. De VNG voert daarbij aan dat een leegstandbelasting prima combineerbaar is met het bestaande instrumentarium. De indieners sluiten zich hierbij aan. Dit amendement komt aan de wens van gemeenten tegemoet en biedt hun de mogelijkheid een leegstandbelasting te introduceren. De indieners laten gemeenten graag zelf beslissen hoe hoog deze belasting dient te zijn en vanaf wanneer deze ingaat. De hoogte van de belasting kan een vast of oplopend bedrag zijn, maar ook gebaseerd worden op de WOZ-waarde van leegstaande woningen. Gemeenten kunnen ook besluiten geen leegstandbelasting in te voeren als zij dat niet nodig achten. De indieners verwachten dat gemeenten hiermee maatwerk kunnen toepassen en de leegstand in Nederland effectief terug kunnen dringen, waardoor meer woonruimte beschikbaar komt voor Nederlanders die een woning zoeken. De indieners stellen voor de leegstandbelasting voorlopig alleen voor leegstaande woningen mogelijk te maken. De reden daarvoor is dat juist het woningtekort op dit moment groot is. Indien daar behoefte aan is kan op een later tijdstip alsnog besloten worden ook een belasting op andere leegstaande panden te introduceren. Budgettaire aspecten Naar verwachting zullen de netto opbrengsten van door gemeenten ingevoerde leegstandbelastingen zeer beperkt zijn, mede vanwege de preventieve werking van deze belasting. Voor zover er opbrengsten zijn stellen de indieners voor dat deze ten goede komen aan de gemeentelijke middelen. Stultiens De Hoop Kouwenhoven Beckerman Teunissen Welzijn Dassen", + "date": "2025-09-23", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 10, - "motion_id": 25476, - "score": 2.601628133637866, - "title": "Motie van het lid Grinwis c.s. over ook bezuinigen op het aantal topambtenaren van de Algemene Bestuursdienst en ABDTOPConsult en hun vloot aan dienstauto's", - "body_text": "36 600 IX Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2025 Nr. 21 MOTIE VAN HET LID GRINWIS C.S. Voorgesteld 3 oktober 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het kabinet het voornemen heeft de overheidsuitgaven, waaronder de apparaatskosten, om te buigen; constaterende dat de regering in haar regeerprogramma spreekt over een hervormingsagenda tot versobering van de Algemene Bestuursdienst (ABD) maar niet specificeert hoe die versobering eruit moet zien anders dan dat «het leren en ontwikkelen van topambtenaren minder vrijblijvend wordt» en dat iedere topambtenaar «een persoonlijk en toetsbaar plan maakt»; overwegende dat het in de rede ligt om bij bezuinigingen op het ambtenarenapparaat ook de Algemene Bestuursdienst te laten krimpen; verzoekt de regering niet alleen te bezuinigen op externe inhuur en communicatieafdelingen, maar ook het aantal topambtenaren van de Algemene Bestuursdienst en ABDTOPConsult en hun vloot aan dienstauto's te reduceren, en gaat over tot de orde van de dag. Grinwis Dijk Eerdmans e Inge van Dijk", - "date": "2024-10-08", + "motion_id": 23785, + "score": 6.253653876320144, + "title": "Motie van het lid De Kort over het verkennen van een aangifteplicht voor scholen bij ernstige veiligheidsincidenten", + "body_text": "36 560 VIII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2023 Nr. 10 MOTIE VAN HET LID DE KORT Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg van 10 juni 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende uit het jaarverslag van de inspectie dat er een totaal van 2.933 veiligheidsmeldingen is gemaakt; constaterende dat het aantal signalen van fysieke en sociale onveiligheid in het onderwijs in de afgelopen twee jaar verdrievoudigd is; constaterende dat scholen niet altijd aangifte doen na incidenten, bijvoorbeeld omdat dit te veel tijd zou kosten; overwegende dat bij ernstige veiligheidsincidenten betrokkenheid van de politie en justitie wenselijk is; van mening dat aangifte bij veiligheidsincidenten vrijwel altijd wenselijk is, maar dat uitzonderingen mogelijk moeten zijn waarbij het niet in het belang van de leerling is om aangifte te doen; verzoekt de regering een aangifteplicht voor scholen bij ernstige veiligheidsincidenten te verkennen en de Kamer in het najaar hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De Kort", + "date": "2024-06-18", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 10, - "motion_id": 732, - "score": 2.5387199360564234, - "title": "Gewijzigde motie van het lid Saris c.s. over de Europese blauwe kaart uitsluitend verlenen voor functies waarvoor een structureel arbeidstekort is in Nederland (t.v.v. 36332-45)", - "body_text": "36 332 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad (PbEU 2021, L 382/1) Nr. 50 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID SARIS C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 45 Voorgesteld 27 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de Europese blauwe kaart bedoeld is voor de toelating van hooggekwalificeerde arbeidskrachten in sectoren waar sprake is van een aantoonbaar tekort; verzoekt de regering om zich in te spannen om uiterlijk vóór het vierde kwartaal van 2025, bij algemene maatregel van bestuur, met voorhangprocedure, vast te leggen dat: • de Europese blauwe kaart uitsluitend kan worden verleend voor functies waarvoor is vastgesteld dat sprake is van een structureel arbeidstekort in Nederland; • deze functies uitsluitend mogen worden uitgeoefend in een rechtstreeks dienstverband met de werkgever, en dus niet via terbeschikkingstelling of uitzendconstructies; verzoekt de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Asiel en Migratie dit gezamenlijk uit te werken; verzoekt voorts om bij het opstellen van de algemene maatregel van bestuur het volledige gebruik te maken van de beleidsruimte die de Richtlijn (EU) 2021/1883 en het Unierecht bieden, en gaat over tot de orde van de dag. Saris Patijn Van Nispen Ceder", - "date": "2025-05-27", + "motion_id": 10003, + "score": 6.196219303202325, + "title": "Motie van de leden Daniëlle Jansen en Krul over gehoor geven aan de oproep van de EU Gezondheidsraad om auto's met kinderen rookvrij te maken", + "body_text": "36 594 Burgerinitiatief «Nicotinee' Nr. 3 MOTIE VAN DE LEDEN DANIËLLE JANSEN EN KRUL Voorgesteld 12 december 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat roken in een auto zorgt voor minstens een hoeveelheid tabaksrook als in een rokerig café van vroeger; constaterende dat dit extra zorgwekkend is omdat dit betekent dat minderjarigen in de auto worden blootgesteld aan een bijzonder schadelijke hoeveelheid rook; constaterende dat baby's en kinderen extra gevoelig zijn voor de blootstelling aan tweedehands rook omdat hun immuunsysteem nog niet volledig is ontwikkeld en hun ademhalingsfrequentie hoger is; constaterende dat hierdoor een groter risico ontstaat op luchtweginfectie, astma, kanker en wiegendood; constaterende dat in 2020 al 91% van de Nederlanders vond dat auto's waarin kinderen zitten geheel rookvrij zouden moeten worden; constaterende dat in 2021 al twaalf landen binnen de Europese Unie een rookverbod in auto's hadden ingevoerd wanneer kinderen aanwezig zijn; verzoekt de regering gehoor te geven aan de oproep van de EU Gezondheidsraad om auto's met kinderen rookvrij te maken, en gaat over tot de orde van de dag. Daniëlle Jansen Krul", + "date": "2024-12-17", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 10, - "motion_id": 720, - "score": 2.464857307667141, - "title": "Gewijzigde motie van de leden Krul en Tielen over nieuwe zorgverleners die zich op grond van de Wtza nog niet gemeld hebben een herinnering sturen om zich te melden (t.v.v. 28828-143)", - "body_text": "28 828 Fraudebestrijding in de zorg Nr. 158 GEWIJZIGDE MOTIE VAN DE LEDEN KRUL EN TIELEN TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 143 Voorgesteld 27 mei 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende het belang van een preventieve aanpak van zorgfraude; overwegende dat de motie-Van den Berg op stuk nr. 54 (32 012) niet voldoende is uitgevoerd; verzoekt de regering de IGJ en het CIBG te vragen om nieuwe zorgaanbieders die zich wel al hebben ingeschreven bij de Kamer van Koophandel maar zich op grond van de Wtza nog niet gemeld hebben, een herinnering te sturen om zich te melden; verzoekt de regering om, indien nieuwe zorgaanbieders zich niet melden en niet starten met zorgverlening, in overleg met de Kamer van Koophandel ervoor te zorgen dat deze aanbieders uit het Handelsregister geschrapt worden, en bovendien de mogelijkheden om inschrijvingen en mutaties in het Handelsregister te weigeren uit te breiden, en gaat over tot de orde van de dag. Krul Tielen", - "date": "2025-05-27", + "motion_id": 23308, + "score": 5.987465121837659, + "title": "Motie van de leden Pierik en Van der Plas over soortgelijke stappen nemen als Frankrijk omtrent het braak laten liggen van landbouwgrond", + "body_text": "21 501-32 Landbouw- en Visserijraad Nr. 1614 MOTIE VAN DE LEDEN PIERIK EN VAN DER PLAS Voorgesteld 30 januari 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er recentelijk in meerdere Europese lidstaten boerenprotesten hebben plaatsgevonden; constaterende dat veel van de zorgen van boeren voortkomen uit besluitvorming in Brussel; constaterende dat de Franse regering heeft toegezegd zich op Europees niveau in te zetten op versoepeling van de regelgeving omtrent het braak laten liggen van landbouwgrond voor natuurherstel; constaterende dat uit een rapport van Wageningen Economic Research blijkt dat mede door Europese besluitvorming de verwachte inkomstenverliezen in de melkveehouderij uitkomen tussen de 18% en 201% en in de akkerbouw tussen de 10% en 63%; overwegende dat er nu op Europees niveau een momentum is ontstaan; verzoekt de regering om soortgelijke stappen als in Frankrijk te zetten op Europees niveau, en gaat over tot de orde van de dag. Pierik Van der Plas", + "date": "2024-02-06", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 10, - "motion_id": 3332, - "score": 2.305920990636429, - "title": "Voorstel tot wijziging van de lijst van controversiële onderwerpen van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei", - "body_text": "36 770 Verdere behandeling van aanhangige stukken Nr. 40 BRIEF VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 24 september 2025 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft in de procedurevergadering van 23 september 2025 besloten de Kamer voor te stellen om de lijst van controversiële onderwerpen zoals vastgesteld door de Kamer op 23 september 2025 ( 36 770 nr. 039 ) als volgt te wijzigen: Aan onderdeel L wordt in de paragraaf «overig» een onderdeel toegevoegd, luidende: 8. 29 684-296 Brief regering d.d. 4 september 2025 – Minister van Klimaat en Groene Groei, S.T.M. Hermans Stand van zaken gebruik diepe ondergrond Waddenzee De voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei, Thijssen De griffier van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei, Nava", - "date": "2025-09-30", + "motion_id": 23585, + "score": 5.985910812334492, + "title": "Motie van het lid Ellian over het beloningsgeld voor tips ten aanzien van personen op de Nationale Opsporingslijst substantieel verhogen", + "body_text": "36 560 VI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2023 Nr. 16 MOTIE VAN HET LID ELLIAN Voorgesteld tijdens het Wetgevingsoverleg 20 juni 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat ondanks diverse nieuwe uitleverings- en rechtshulpverdragen grote criminelen, zoals «Bolle» Jos Leijdekkers, voortvluchtig blijven; constaterende dat tussen de Nationale Opsporingslijst en de most wanted list van Europol verschillen kunnen bestaan; overwegende dat hoog beloningsgeld het aanzienlijk moeilijker zal maken voor criminelen die in het buitenland op de vlucht zijn en uitlevering ontlopen; verzoekt de regering het beloningsgeld voor tips ten aanzien van personen op de Nationale Opsporingslijst substantieel te verhogen en te bewerkstelligen dat er geen verschillen bestaan tussen de Nationale Opsporingslijst en de most wanted list van Europol, en gaat over tot de orde van de dag. Ellian", + "date": "2024-06-25", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 10, - "motion_id": 24475, - "score": 2.305920990636429, - "title": "Nader gewijzigd amendement van het lid De Hoop c.s. ter vervanging van nr. 12 over een maximale huurverhoging gelijk aan de loonstijging of de inflatie", - "body_text": "36 511 Wijziging van de Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en van de Wet goed verhuurderschap (verlenging, wijziging en handhaving van de maximering en verkorting van de verjaringstermijn voor huurverhogingen) Nr. 14 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID DE HOOP C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 12 Ontvangen 3 april 2024 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: Artikel III komt te luiden: ARTIKEL III In artikel 10, derde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte wordt «artikel 7:247» vervangen door «de artikelen 7:247 en 7:247a». Toelichting De jaarlijks toegestane huurverhoging in de vrije sector wordt in deze wetswijziging vastgesteld op de gemiddelde stijging van CAO-lonen +1%. Hiermee wordt afgeweken van de systematiek van de gewijzigde Wet Nijboer ( 36 218 ) waarin ofwel de CAO-lonen, ofwel de inflatie +1% (de laagste van de twee) werd gevolgd. Hoewel het een goede zaak is dat de maximum toegestane huurstijging verankerd wordt, blijft de voorgestelde methodiek zorgen voor risico op afkalving van de koopkracht van huurders op de lange termijn. Daarom wil de fractie van GroenLinks-PvdA de wet zo aanpassen dat de systematiek in de aangepaste Wet Nijboer blijft gelden. De laagste van CAO-lonen en inflatie moet aangehouden worden, om er in extreme economische situaties voor te zorgen dat huurders niet tegen onevenredige huurverhogingen aanlopen. Dit amendement regelt daarom dat alle huren in de vrije sector meestijgen met de inflatie +1%, behalve als de inflatie hoger is dan de loonstijging: dan worden de CAO-lonen +1% gevolgd. De Hoop Welzijn Grinwis", - "date": "2024-04-09", + "motion_id": 23544, + "score": 5.963390576953263, + "title": "Motie van de leden Michon-Derkzen en Eerdmans over het bewustzijn van de mogelijkheden uit de Tijdelijke Wet Bestuurlijke Maatregelen Terrorismebestrijding (TWBMT) nadrukkelijk bij organisaties betrokken bij radicalisering- en terrorismebestrijding onder de aandacht brengen", + "body_text": "29 754 Terrorismebestrijding Nr. 725 MOTIE VAN DE LEDEN MICHON-DERKZEN EN EERDMANS Voorgesteld 27 juni 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de NCTV aangeeft dat vanaf 2025 veroordeelde terroristen vrijkomen die een risico kunnen vormen voor de veiligheid van Nederland; overwegende dat uit cijfers blijkt dat de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (Twbmt) de laatste jaren beperkt is gebruikt en dat het bewustzijn van de mogelijkheden om deze maatregelen in te zetten daarmee mogelijk van het netvlies verdwijnt; van mening dat het van groot belang is om na detentie zicht te houden op veroordeelde terroristen en dat inzet van deze Twbmt, zoals een meldplicht, daar een belangrijke bijdrage aan kan leveren als er risico is voor de nationale veiligheid; verzoekt het kabinet het bewustzijn van de mogelijkheden uit de Twbmt nadrukkelijk bij organisaties betrokken bij radicalisering- en terrorismebestrijding onder de aandacht te brengen, zodat deze wet optimaal wordt benut, en gaat over tot de orde van de dag. Michon-Derkzen Eerdmans", + "date": "2024-06-27", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 10, - "motion_id": 24499, - "score": -2.3907136777012385, - "title": "Gewijzigde motie van het lid Bamenga c.s. over een uniforme landelijke inzamelregeling voor lachgascilinders instellen (t.v.v. 32852-297)", - "body_text": "32 852 Grondstoffenvoorzieningszekerheid Nr. 308 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID BAMENGA C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 297 Voorgesteld 9 april 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat afvalverwerkers als gevolg van lachgascilinders die bij het restafval eindigen, worden geconfronteerd met exploderende lachgascilinders, grote veiligheidsrisico’s en 114 miljoen euro aan schade; constaterende dat 375.000 wegwerpcilinders op straat zijn geëindigd als gevolg van het afschaffen van de retourpremie op lachgascilinders; verzoekt de regering een uniforme landelijke inzamelregeling in te stellen voor lachgascilinders, en gaat over tot de orde van de dag. Bamenga Sneller Gabriëls Kostić", - "date": "2024-04-09", + "motion_id": 1264, + "score": -6.461518919902666, + "title": "Motie van de leden Kisteman en Rooderkerk over minder tijdsintensieve inspectiebezoeken", + "body_text": "31 293 Primair Onderwijs Nr. 792 MOTIE VAN DE LEDEN KISTEMAN EN ROODERKERK Voorgesteld 10 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er een tekort is aan inspecteurs bij de onderwijsinspectie; overwegende dat onderzoeken intensief zijn en de inspectie veel tijd kosten; overwegende dat leerkrachten aangeven stress te ervaren voorafgaand aan aangekondigde inspecties; overwegende dat aangekondigde inspecties zorgen voor extra werkdruk onder leraren, wat onwenselijk is in een tijd van tekorten; verzoekt de regering minder tijdsintensieve inspectiebezoeken te introduceren, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de onderzoeken; verzoekt de regering voorts de onderwijsinspectie meer onaangekondigde inspecties uit te laten voeren, zodat leerkrachten minder werkdruk ervaren en inspecties efficiënter worden, en gaat over tot de orde van de dag. Kisteman Rooderkerk", + "date": "2025-04-15", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 10, - "motion_id": 25200, - "score": -2.280265727282876, - "title": "Motie van het lid Wijen-Nass over aanvullende methoden onderzoeken om meer betaalbare huurwoningen te realiseren", - "body_text": "36 600 XXII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2025 Nr. 41 MOTIE VAN HET LID WIJEN-NASS Voorgesteld 24 oktober 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het doel van de Wet betaalbare huur is om meer betaalbare huurwoningen en kamers te krijgen in het totale aanbod van woningen; constaterende dat de Raad van State in een advies over deze wet gewaarschuwd heeft voor mogelijke externe effecten zoals uitponden, welke het aanbod van huurwoningen zouden doen krimpen; constaterende dat sinds het ingaan van de Wet betaalbare huur het uitpondeffect zichtbaar is geworden en het totale aanbod van huurwoningen omlaag is gegaan; overwegende dat het krimpen van het aanbod van huurwoningen heeft geleid tot meer prijsstijgingen in de vrije huursector en er daarmee niet meer betaalbare huurwoningen en kamers zijn gerealiseerd; verzoekt de regering aanvullende methoden te onderzoeken voor het realiseren van meer betaalbare huurwoningen, deze uit te werken en zo snel mogelijk aan de Kamer voor te leggen, en gaat over tot de orde van de dag. Wijen-Nass", - "date": "2024-11-05", + "motion_id": 23994, + "score": -6.383139236312281, + "title": "Motie van het lid Ergin over uitspreken dat integratie geldt voor nieuwkomers en niet voor Nederlanders die al generaties lang in ons land wonen", + "body_text": "30 420 Emancipatiebeleid Nr. 403 MOTIE VAN HET LIID ERGIN Voorgesteld 21 mei 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, van mening dat de beleidsmatige term «integratie» negatieve effecten heeft op de sociale cohesie, omdat de term op een taalkundige wijze groepen Nederlanders buiten de samenleving plaatst; van mening dat het integratiebeleid eenzijdig is, omdat het primair gericht is op aanpassing van groepen Nederlanders en voorbijgaat aan wederzijdse acceptatie als voorwaarde voor volwaardige deelname aan de samenleving; constaterende dat uit talloze onderzoeken blijkt dat er in de arbeidsmarkt, zorg, onderwijs en op andere plekken in de samenleving aantoonbaar gebrek is aan acceptatie van groepen Nederlanders; constaterende dat de commissie-Blok al in 2004 constateerde dat de integratie «geheel of gedeeltelijk geslaagd» is en dat «een prestatie van formaat» noemde; spreekt uit dat integratie geldt voor nieuwkomers en niet voor Nederlanders die al generaties lang in ons land wonen, en gaat over tot de orde van de dag. Ergin", + "date": "2024-05-28", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 10, - "motion_id": 24254, - "score": -2.0383892003094477, - "title": "Amendement van de leden Stoffer en Pierik over eenvoudiger niet-Europese kapiteins kunnen inzetten bij algemene maatregel van bestuur", - "body_text": "36 440 Regels over het bemannen van zeeschepen (Wet bemanning zeeschepen) Nr. 8 AMENDEMENT VAN DE LEDEN STOFFER EN PIERIK Ontvangen 17 april 2024 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: I In artikel 18 wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende: 1a. Bij algemene maatregel van bestuur kan, onder het stellen van voorwaarden of beperkingen, vrijstelling worden verleend van de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde schriftelijke toestemming. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. II In artikel 19, eerste lid, wordt na «artikel 18, eerste lid, onderdeel b» ingevoegd «, of aan personen aan wie vrijstelling is verleend op grond van artikel 18, lid 1a». Toelichting Het voorliggende wetsvoorstel heeft als doel het toekomstbestendig maken van bemanningswetgeving voor zeeschepen onder Nederlandse vlag. De indieners vinden het van belang dat het aantrekkelijk blijft om onder de Nederlandse vlag te varen. Zowel Nederlandse zeevarenden als maritieme sector zijn er niet bij gebaat als reders Nederland ontwijken en zich elders inschrijven. In dit verband stellen de indieners voor de mogelijkheid open te houden om via algemene maatregel van bestuur te kiezen voor een eenvoudigere route om niet-Europese kapiteins in te zetten. De indieners hechten aan de huidige nationaliteitseis voor kapiteins onder de Nederlandse vlag. Nederlandse en Europese kapiteins zijn goed opgeleid. Inzet van deze kapiteins moet het uitgangspunt zijn. Tegelijkertijd constateren de indieners dat op de huidige arbeidsmarkt voor zeevarenden sprake is van vergrijzing, beperkte instroom en vroegtijdige uitstroom van Nederlandse en Europese zeevarenden. Er ontstaat een tekort aan Nederlandse en Europese kapiteins. Op dit moment zijn er al ruim achthonderd niet Europese kapiteins op Nederlandse zeeschepen actief, gelet op de schaarste op de arbeidsmarkt. Voor al deze kapiteins moeten Nederlandse reders om de een of twee jaar een separate vergunning aanvragen via het paritair stelsel van vergunningverlening. Deze route is een administratieve last voor reders die onder Nederlandse vlag varen en een belemmering voor reders die overwegen om te vlaggen naar het Nederlandse register. Deze regeling wordt geëvalueerd. Met het oog op de toekomst stellen de indieners daarom voor de mogelijkheid open te houden om via algemene maatregel van bestuur te kiezen voor een eenvoudigere route om niet-Europese kapiteins in te zetten. Zo kan snel ingespeeld worden op bijvoorbeeld de resultaten van de evaluatie van het huidige paritair stelsel van vergunningverlening voor niet-Europese kapiteins of de veranderende situatie op de arbeidsmarkt voor zeevarenden. Zij willen erop wijzen dat als reders omvlaggen naar andere landen het risico bestaat dat Nederlandse zeevarenden ontslagen worden, omdat dan geen aanspraak meer gemaakt kan worden op de afdrachtvermindering in de loonbelasting. Voor behoud van Nederlandse zeevarenden is het dus van belang dat schepen onder Nederlandse vlag blijven varen en dat varen onder de Nederlandse vlag aantrekkelijk blijft. Bij de eventuele keuze voor een algemene maatregel van bestuur en de uitwerking ervan moet overleg worden gevoerd met onder meer de vakbonden voor zeevarenden om ervoor te zorgen dat de positie van Nederlandse kapiteins niet in gevaar komt en het kwaliteits- en opleidingsniveau geborgd is. De indieners stellen tevens een voorhangbepaling bij de genoemde algemene maatregel van bestuur voor, zodat de Staten-Generaal kunnen aangeven of de positie van Nederlandse kapiteins en het kwaliteits- en opleidingsniveau inderdaad voldoende geborgd is. Het met dit amendement voorgestelde extra lid in artikel 18 (onderdeel I) brengt met zich mee dat ook de verwijzing naar artikel 18 in artikel 19, eerste lid, van het wetsvoorstel moet worden aangepast (onderdeel II). Stoffer Pierik", - "date": "2024-04-23", + "motion_id": 1241, + "score": -6.27199240875442, + "title": "Motie van het lid Dijk over ouders op verzoek binnen één maand hun persoonlijke dossier verstrekken", + "body_text": "31 066 Belastingdienst Nr. 1478 MOTIE VAN HET LID DIJK Voorgesteld 10 april 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat ouders het recht hebben om te weten waarom zij gedupeerd zijn geraakt in het toeslagenschandaal; overwegende dat er op dit moment geen enkel persoonlijk dossier meer wordt verstrekt; verzoekt de regering het besluit om geen persoonlijke dossiers meer te verstrekken ongedaan te maken en ouders uiterlijk binnen één maand hun persoonlijke dossiers te verstrekken wanneer zij hiertoe een verzoek doen, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk", + "date": "2025-04-15", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 10, - "motion_id": 22685, - "score": -1.991147121561034, - "title": "Motie van het lid Dobbe over onderzoeken in hoeverre de bewijslast in de zorg kan worden omgedraaid", - "body_text": "29 282 Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector Nr. 563 MOTIE VAN HET LID DOBBE Voorgesteld 13 maart 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat zorgverleners 40% van hun tijd kwijt zijn aan administratie; overwegende dat een groot deel van die administratie niet gericht is op het waarborgen van de kwaliteit van de zorg, maar op verantwoording aan zorginkopers; verzoekt de regering om te onderzoeken in hoeverre de bewijslast kan worden omgedraaid, zodat de zorginkoper moet aantonen dat zorg niet is geleverd, in plaats van dat zorgverleners zo veel mogelijk moeten registreren om zorg vergoed te krijgen, en gaat over tot de orde van de dag. Dobbe", - "date": "2024-03-19", + "motion_id": 2464, + "score": -6.012919719547953, + "title": "Motie van het lid Dijk over de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten in stand houden", + "body_text": "36 725 Voorjaarsnota 2025 Nr. 14 MOTIE VAN HET LID DIJK Voorgesteld 18 juni 2025 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat er plannen liggen om de tegemoetkoming van € 220 voor arbeidsongeschikten af te schaffen; overwegende dat chronisch zieken en gehandicapten er door de voorgenomen wijze van het verlagen van het eigen risico er financieel op achteruitgaan; overwegende dat de externe inhuur in 2024 met 400 miljoen is toegenomen en dit meer is dan de kosten voor het behoud van deze tegemoetkoming; verzoekt het kabinet om de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten in stand te houden en dit te dekken door externe inhuur ten minste terug te brengen naar het niveau van 2023, en gaat over tot de orde van de dag. Dijk", + "date": "2025-06-25", "policy_area": "Algemeen" }, { "component": 10, - "motion_id": 24690, - "score": -1.9887504029582406, - "title": "Motie van het lid Paternotte c.s. over met tekortsectoren voorbereidingen treffen om één pilot voor een vakkrachtenregeling te starten", - "body_text": "29 861 Arbeidsmigratie en sociale zekerheid Nr. 128 MOTIE VAN HET LID PATERNOTTE C.S. Voorgesteld 10 september 2024 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat veel sectoren kampen met grote personeelstekorten, waardoor verschillende maatschappelijke problemen ontstaan of niet opgelost kunnen worden; overwegende dat vakkrachten vanuit kandidaat-EU-lidstaten onder zeer strikte voorwaarden, zoals circulariteit, kunnen bijdragen aan het oplossen van deze problemen, maar dat zij door bijvoorbeeld hoge salariseisen niet in aanmerking komen voor bestaande regelingen die zijn bedoeld om internationaal talent aan te trekken; overwegende dat er naast de ambitie om het aantal laagproductieve arbeidsmigranten terug te dringen nog wel ruimte moet zijn voor talent, zoals vakkrachten van buiten de EU; verzoekt de regering om in samenwerking met tekortsectoren voorbereidingen te treffen om één pilot, bijvoorbeeld in de techniek of bij netbeheerders, voor een vakkrachtenregeling te starten; verzoekt de regering tevens om zich bij de vormgeving hiervan te beperken tot cruciale tekortsectoren en tot zendlanden die kandidaat-EU-lid zijn, en aandacht te schenken aan goede afspraken over de tijdigheid en terugkeer van vakkrachten naar het land van herkomst, en gaat over tot de orde van de dag. Paternotte Podt Aartsen", - "date": "2024-09-24", + "motion_id": 23683, + "score": -5.891334397396803, + "title": "Gewijzigd amendement van het lid Vondeling ter vervanging van nr. 7 over het verlagen van de leeftijd voor een kindgesprek", + "body_text": "36 364 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek om de drempel te verlagen voor grootouders om tot omgang te kunnen verzoeken (Wet drempelverlaging omgang grootouders) Nr. 12 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VONDELING TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 7 Ontvangen 19 juni 2024 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: I In het opschrift wordt na «het Burgerlijk Wetboek» ingevoegd «en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering». II In de beweegredenen wordt na «het Burgerlijk Wetboek» ingevoegd «en artikel 809 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering». III Artikel I wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de tekst wordt de onderdeelsaanduiding «B» geplaatst en in de tekst wordt «In Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt aan artikel 377a, eerste lid,» vervangen door «Aan artikel 377a, eerste lid wordt». 2. Voor onderdeel B (nieuw) worden een aanhef en een onderdeel ingevoegd, luidende: Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 227, vijfde lid, wordt «twaalf jaren» vervangen door «acht jaren». IV Na artikel I wordt een artikel ingevoegd, luidende: ARTIKEL IA In artikel 809 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt «twaalf jaren» steeds vervangen door «acht jaren». Toelichting Indiener meent dat het uitgangspunt van deze wet juist het centraal stellen van het kind behoort te zijn en het daarbij van belang is dat de mening van het kind betrokken wordt. In ieder geval dat een kind in de gelegenheid wordt gesteld zijn of haar mening te uiten. Op dit moment zijn rechters wettelijk verplicht om kinderen van twaalf jaar uit te nodigen voor een zogenaamd kindgesprek. Tijdens dit vertrouwelijke gesprek tussen de rechter en het kind kan het kind zijn of haar mening geven over bijvoorbeeld een omgangsregeling. Een kind is niet verplicht om hierop in te gaan. De keuze is aan het kind. Het staat rechters vrij om ook kinderen jonger dan twaalf jaar uit te nodigen. In de praktijk gebeurt dit al en nodigen sommige rechtbanken kinderen uit van acht jaar en ouder. Indiener vindt het belangrijk dat kinderen vanaf acht jaar worden uitgenodigd voor een gesprek. Zij kunnen dan zelf aangeven waar zij zich het prettigst en het veiligst bij voelen. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat het ook goed is voor het gevoel van zelfcontrole en daarnaast zijn kinderen vanaf acht jaar ook daadwerkelijk in staat om hun mening te verkondigen. Daarom stelt indiener middels dit amendement voor om de wettelijke leeftijdsgrens waarop een rechter een kind uitnodigt voor een zogenaamd kindgesprek te verlagen van twaalf naar acht jaar. Vondeling", + "date": "2024-06-25", "policy_area": "Algemeen" } ]